Column Segers: Met glimlach en een gestrekt been (ND)

columnndvrijdag 20 mei 2011 16:25

Een Delftse sociëteit, een morsige zaal met christen- en moslimstudenten, een Marokkaanse imam die al zestien jaar in Nederland woont, een Nederlandse christen die zeven jaar in Egypte heeft gewoond. En dan een avond praten over God, geloof en vrijheid.

 

Dat was zo ongeveer het recept. Het was veelzeggend dat het aantal christenstudenten het dubbele was van wat de organisatoren hadden verwacht en dat van de beloofde dertig moslimstudenten slechts die drie kwamen opdagen die de avond mede hadden georganiseerd. Het is een aardige afspiegeling van het aantal christelijke theologen dat studie van de islam maakt en het aantal moslimtheologen dat het christelijk geloof serieus neemt.

Voordat imam Said en ik in een korte uiteenzetting iets konden vertellen over onze enige hoop in leven en sterven, stonden er ‘recitaties’ op het programma. Achteraf begreep ik dat tijdens de voorbereiding de moslimstudenten aan hun christelijke collega’s hadden gevraagd om iets over Maria voor te lezen ‘waarbij dan niet vermeld zou worden dat Jezus de Zoon van God was’. Het tegenovergestelde werd vervolgens echter luid en duidelijk verkondigd. Imam Said reciteerde de Koran in het Arabisch, terwijl op het scherm de Nederlandse vertaling van Sura 19 meeliep. Het was een statement dat blijkbaar op een christelijke studentenvereniging afgegeven moest worden: God heeft geen zoon. Wat er ook nog gezegd zou worden, dat was dan alvast maar gezegd.

Met het voorlezen van deze Sura werd onmiddellijk duidelijk dat in het hart van de islam de ontkenning staat van het hart van het evangelie. Volgens een devote moslim als imam Said is Jezus Christus niet de Zoon van God, is Hij niet aan het kruis gestorven en is Hij niet opgestaan. En als imam Said en zijn Koran gelijk hebben, dan zijn christenen – vrij naar Paulus’ woorden in 1 Korintiërs 15 – de sneuste mensen van de wereld. Dan is het hele christelijk geloof een sprookje, schrijven we boeken vol over een luchtspiegeling en vieren christenen iedere zondag een tragisch misverstand.

Het interessante was dat ook tijdens het vervolg imam Said heel vriendelijk de meest onvriendelijke dingen kon zeggen. De islam is een heel tolerante godsdienst, zo betoogde hij. Joden en christenen hoeven alleen maar een speciale belasting te betalen en hebben dan hun vrijheid. Hij leek zich niet eens te realiseren dat die joden- en christenbelasting van hetzelfde niveau was als een kopvoddentax en hoofddoekjesverbod. Terwijl fatsoenlijke politieke partijen protesteren tegen Wilders’ discriminerende voorstellen, slaat imam Said zijn koran open om doodleuk te komen met even discriminerende wetgeving voor in zijn gedroomde samenleving. Hij ging er glimlachend met een gestrekt been in.

Moslims hadden volgens hem ook alle vrijheid om van hun geloof af te vallen en christen te worden. Er is nu namelijk nergens ter wereld een echt islamitische staat waarin het verbod op geloofsafval gehandhaafd mag worden. Maar, zo vroeg een wakkere student, heeft een moslim die vrijheid dan ook nog in uw ideale, islamitische staat? Imam Said zag zelfs dan nog wel mogelijkheden voor een moslim om christen te worden. ‘Als hij er maar niets van laat merken.’ Tja.

Dit soort betogen stemt me niet erg hoopvol over de toekomst van onze multireligieuze samenleving. Imam Said krijgt hier alle vrijheid om te streven naar islamitische onvrijheid. Na afloop wond ik me er nog meer over op dan op de avond zelf. Die avond heb ik warme woorden over Jezus Christus proberen te spreken en een pleidooi voor vrijheid gevoerd. Juist als we vreedzaam met elkaar willen samenleven in een wereld waarin moslims en christenen afwisselend meerderheid en minderheid zijn, kunnen we niet met minder toe dan godsdienstvrijheid voor allen.

Voor zover ik het kan nagaan, heb ik het beleefd gehouden. Maar misschien had ik beter een voorbeeld aan Jezus kunnen nemen. Als in Zijn tijd geestelijke leidslieden andere mensen de weg versperden naar het koninkrijk van de hemel, dan kregen ze van Jezus de wind van voren. Huichelaars, noemde Hij hen, dwazen, blinde leidslieden (Matteüs 23). Maar als ik Jezus inderdaad wil volgen, dan zou ik Hem ook helemaal moeten volgen. Zoals toen Hij zijn nachtrust opofferde om de vragen van die ene farizeeër, Nicodemus, te beantwoorden en hem geduldig en liefdevol te vertellen hoe hij vrede met God kon krijgen.

Als ik mezelf langs de meetlat van het evangelie leg, was ik de avond zelf waarschijnlijk te vriendelijk en na afloop te kwaad.

« Terug