De I CU campagne

Door Joël Voordewind en Jacob Pot

De Nederlandse politiek heeft een aantal roerige jaren achter de rug. De ChristenUnie heeft haar verantwoordelijkheid genomen door constructief mee te doen. We hebben kans gezien met de coalitiepartijen delen van onze idealen en punten uit ons verkiezingsprogramma te realiseren. Zo konden we bijsturen en werken aan verwezenlijking van onze idealen. In dit artikel een terugblik op de afgelopen drie jaar en een vooruitblik op de komende verkiezingen. Waar zet de ChristenUnie op in? 

Afgelopen kerstreces moest ik denken aan het 'schoonvegen' van het tempelplein door Jezus. Iedereen vond het normaal. Kopen en verkopen en handeldrijven. Maar Jezus liet zien: daar gaat het niet om.  Dat brengt ons tot de vraag: waartoe zou Jezus ons corrigeren als christenen als christen-politici, als hij nu terug op aarde zou komen? Een goede vraag aan het begin van een jaar waarin we volop campagne gaan voeren voor de Provinciale Staten en de waterschappen. 

ICU: opzien en omzien
We kennen het hoogste gebod: God liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf. Het gaat dus niet om ons. Maar allereerst om het dienen van God en onze naasten. Oftewel ICU, ik zie (op naar) U. En ICU, ik zie jou. Omzien naar elkaar.

Dit leren we ook van Jezus’ wandeling op aarde. Van Jezus werd verschillende keren gezegd dat hij met ontferming bewogen was. Hij had oog voor mensen. Dat  geeft ook politici te denken. We kunnen overal regels voor bedenken, maar als we geen ruimte laten voor compassie, wordt onze samenleving een kille, eenzame samenleving. God gaf richtlijnen aan de overheid: het recht doen aan de armen, de weduwe en de vreemdeling, en het beheer van Zijn schepping. Maar recht doen door de overheid ontslaat ons niet van onze roeping om als mensen om te zien naar elkaar.

Of we die opdracht centraal stellen, zullen we ons steeds opnieuw moeten afvragen. Hebben we de juiste dingen gedaan en de juiste dingen goed gedaan? Als campagneleider voor de provinciale verkiezingen ga ik graag op die vraag in. Ik neem hierbij het jaar 2020 als vertrekpunt. Hoe zouden we in dat jaar, vijf jaar van nu, willen terugblikken op de ChristenUnie in de jaren 2012–2014, vanaf de verkiezingen tot nu? En hoe zullen we dan terugkijken op wat we gedaan hebben in de jaren die voor ons liggen, 2015 tot 2020?

 

De ChristenUnie in 2012 en 2013
De ChristenUnie stond in de loop van 2013 voor een belangrijke vraag. Een jaar eerder was het kabinet-Rutte I roemloos ten onder gegaan. Het avontuur van CDA en VVD met de PVV was vooral getekend door een destructieve confrontatiepolitiek van ‘rechts’ Nederland met de rest van het land, om de woorden van de premier destijds te parafraseren. Na de val van dit minderheidskabinet koos de ChristenUnie voor een opbouwende houding. We waren met D66 en GroenLinks ontwerper en drager van het lente-akkoord. Zo kon de begroting voor 2013 alsnog op orde worden gebracht. De grote economische schade die het gevolg was geweest als dat niet was gelukt, bleef daardoor uit.

Na de verkiezingen van 2012 trad het kabinet-Rutte II aan. Het motto van het regeerakkoord was ‘Bruggen bouwen’. Daarvan kwam het echter pas een jaar na de verkiezingen. Niet op initiatief van het kabinet, maar mede op initiatief van – weer – de ChristenUnie. Dit keer samen met de SGP en D66. Anders dan – opnieuw – partijen als SP en PVV, maar ook anders dan het CDA, kozen wij andermaal niet voor destructieve oppositie. We gingen de confrontatie niet uit de weg, maar wel vanuit een constructieve gezindheid.

Zo werd de basis gelegd voor het herfstakkoord. Daarmee konden we bereiken dat gezinnen werden ontzien: de grote korting op de kinderbijslag ging niet door en het opzadelen van gezinnen met de kosten van schoolboeken evenmin; we werkten aan lastenverlichting, ook met het oog op ouderen, alleenstaanden en mensen met een laag inkomen; we richtten ons op werkgelegenheid, denk aan het laag Btw-tarief voor de bouw; we kwamen chronisch zieken en gehandicapten te hulp en het nagenoeg schrappen van de uitkering voor weduwen en weduwnaars ging van tafel; belastingen werden vergroend; er ging meer geld naar onderwijs; en tot slot was er eindelijk goed nieuws te melden voor defensie en veiligheid (en de regio): de kazernes Assen en Ermelo en de Tbs-kliniek in Balkbrug bleven open.

 

2014: het jaar van de zorg
In het afgelopen jaar gingen de politieke debatten vooral over de hervormingen in de langdurige zorg, de jeugdzorg en werk voor mensen met arbeidsbeperkingen. Kwetsbare onderwerpen. Omdat het om mensen gaat die het niet (helemaal) op eigen kracht redden. Juist dan komt het er op aan die zorg niet alleen te regelen vanuit ‘Den Haag’, maar vanuit het concept van ‘zorg voor elkaar’.

In reactie op het toen nog bijna inhoudsloze woord ‘participatiesamenleving’ uit de troonrede van 2013, schreef de Tweede Kamer-fractie van de ChristenUnie daarom de nota Meedenken, Meehelpen & Meedoen, later ondersteund door de WI-publicatie Coöperatiesamenleving. Fractievoorzitter Arie Slob dwong een debat af over de participatiesamenleving. We wilden de hervormingen niet los zien van een visie op die onderlinge zorg van mensen in de samenleving. En wij konden aan de hervormingen alleen meewerken, als die zorg voor elkaar daadwerkelijk overeind blijft. Om die zorg mogelijk te maken en te houden hebben we forse aanpassingen van de oorspronkelijke kabinetsplannen afgedwongen: 400 miljoen euro meer voor begeleiding en dagbesteding en 40 miljoen euro meer voor huishoudelijke hulp; daarnaast dwongen we een halvering van de bezuiniging op jeugdzorg af. 

 

Zorgverzekeraars

En ja, in lijn met het zorgakkoord met de sector (en dus ook met de opvattingen van ziekenhuizen en patiëntenorganisaties) stemden wij er mee in dat verzekeraars voortaan beter ondeugdelijke of te dure zorg van zorgaanbieders kunnen tegengaan. Dat is hard nodig, want te vaak kan het goedkoper en beter, maar gebeurt dat niet. De eerstelijnszorg blijft overigens buiten schot. Vooral op aandringen van de ChristenUnie kan iedere Nederlander altijd zelf de eigen huisarts, tandarts, kraamzorg, thuiszorg, etc kiezen. En er blijft ruimte voor kleine zorgaanbieders en identiteitsgebonden zorg. Verzekeraars moeten niet te machtig worden; daarom is ook de positie van de verzekerden versterkt, onder meer via zeggenschap over het inkoopbeleid. Om precies dezelfde redenen, zorgen dat het geld in de zorg terechtkomt waar het hoort, stemden we tegen het mogelijk maken van winstuitkeringen in de zorg. In de zorg moet zorgverlening het leidende motief zijn. En niet winstbejag.

 

Ontwikkelingssamenwerking 
En dan de bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking. Waar we deze bij het Lente-akkoord nog konden afwenden, wilde Rutte 2 die extra bezuiniging van 750 miljoen euro vanaf 2015 doorvoeren. Terwijl de wereld in brand staat en er nog nooit zoveel vluchtelingen zijn geweest als nu (51 miljoen mensen). Dankzij met name onze inzet is alsnog 375 miljoen euro extra vrijgemaakt voor opvang voor (vooral Syrische) vluchtelingen in ons land en kwam 570 miljoen euro extra vrij voor noodhulp. We konden iets betekenen voor vervolgden en verdrukten. Ook kwam er extra geld voor verzoeningsprojecten in Israël en steun aan vervolgde geloofsgenoten. 

 

De ChristenUnie in 2020
De besluiten zijn genomen, maar moeten hun gevolgen nog krijgen. Laten we terugkeren tot de vraag uit de inleiding. Kunnen we straks in 2020 zeggen dat de ChristenUnie heeft gedaan wat in onze dagen van de partij gevraagd wordt?

Een punt staat dan voorop: de ChristenUnie is altijd bereid om verantwoordelijkheid te nemen als onze idealen daarmee dichterbij komen. Maar er is iets dat daar nog boven uit stijgt. Het vaste vertrouwen dat er altijd hoop is. Dat is de diepe drijfveer achter Psalm 72, de zogenaamde psalmnorm. Die wijst immers vooruit naar het evangelie. Niet voor niets stelt Jezus in de Bergrede aan ieder van ons persoonlijk precies diezelfde indringende vragen die Psalm 72 aan heersers en politici voorhoudt. Wat heb jij gedaan voor zwakken? Voor verdrukten?

Die boodschap geeft hoop voor de toekomst. Het is een uitnodiging om in navolging van Jezus Christus die compassie handen en voeten te geven. In ons persoonlijk leven, in ons maatschappelijk leven en in de politiek. Dat werk is in het verleden zegenrijk werk gebleken, heeft de wereld veranderd. Die inzet leidde in de geschiedenis – naast al te menselijke misslagen en zwarte bladzijdes – onder meer tot strijd tegen slavenhandel, gedwongen prostitutie, drugsverslaving, armoede en sociaal onrecht. Noden dichtbij en ver weg.

​Als we dan vanuit 2020 terugkijken op ons handelen in dit jaar en de komende jaren, wil ik ons daarom vooral toewensen, dat gezegd kan worden dat de ChristenUnie heeft voortgebouwd op die weg. 

 

Drie opdrachten
Verder gaan op die weg betekent nogal wat. Want het werk is nooit af. Om met Jezus te spreken: de armen zullen altijd onder ons zijn. Daar leggen we ons niet bij neer. Het is juist een aansporing om elke dag aan een meer rechtvaardige wereld te werken. Dat is hard nodig, zeker in de wereld van nu. Denk aan het Midden-Oosten dat in brand staat en de grote aantallen vluchtelingen. Maar zie ook de uitdagingen in ons eigen land: het in goede banen leiden van de hervormingen in de zorg, werken aan werk voor meer mensen, het klimaatvraagstuk, de tegenstellingen tussen arm en rijk en spanningen tussen bevolkingsgroepen. Op drie grote uitdagingen ga ik hieronder kort in.

 

1. Een eerlijke economie (Fair en Green Deal)
De economische crisis lijkt haar dieptepunt te zijn gepasseerd. Maar tegelijk zitten we er nog midden in. Het aantal werklozen, het overheidstekort, de schulden van overheid en burgers – het zijn allemaal nog punten van grote zorg.

Herstel is alleen dan duurzaam mogelijk als we verder kijken dan deze economische crisis en ook het oog slaan op de crises daarachter: de slinkende grondstoffen- en voedselvoorraden, de energie- en klimaatcrisis. En op alle morele vragen die daarachter weer schuil gaan.

Als we terugkijken in 2020 op dit jaar wens ik ons daarom toe dat wij wezenlijke stappen hebben kunnen zetten richting een eerlijker en duurzamer economie. Een waarin Bijbelse principes als rentmeesterschap een rol spelen; een waarin beseft wordt dat geen samenleving toekomst heeft die armen en bezitlozen blijvend zonder perspectief laat; een waarin we weten dat onze rijkdom niet gepaard mag gaan met de uitbuiting van mensen die voor ons de goedkope producten maken. Denk aan de moderne slavernij rond kinderarbeid, gedwongen arbeid in werkkampen en mensenhandel. Als Jezus nu terug zou komen, dan lijkt me dit een van eerste dingen waar hij ons op zal wijzen.

Natuurlijk, er hangt geen label aan onze kleren met daarop 'gemaakt door kinderhanden'. Productieketens zijn bij lange na nog niet transparant - ondanks jarenlange inzet van onder meer de ChristenUnie. 

Maar het kan anders. Daarvan zijn er gelukkig goede voorbeelden. Zie het bedrijf Mars, dat uitgaat van het wederkerigheidsprincipe. Geen daad of handeling van Mars mag ten koste gaan van klanten of contractspartijen. Alles moet gericht zijn op wederzijds voordeel. Er zijn ook bedrijven dichterbij te noemen, zoals Breman, dat werknemers een rechtstreeks belang geeft bij het goed draaien van het bedrijf (zie ook het vorige nummer van Denkwijzer). 

Verandering is mogelijk. Ook als het gaat om een omslag in onze omgang met de aarde. Dat is niet alleen noodzaak, maar biedt ook kansen voor innovatie en economische ontwikkeling. Inzetten op groei die geënt is op roofbouw leidt uiteindelijk tot structurele verarming. Inzetten op groei die gebruik maakt van de vruchten van de aarde leidt tot een structureel hoger welvaartsniveau.

Om maar een voorbeeld te noemen: dan leg je je niet er bij neer dat de doelstelling voor duurzame energie nu al achterloopt, maar je zet echt in op wind en zon als energiebron van de toekomst. Je werkt aan verdere vergroening van de energiebelastingen, onder andere gericht op het faciliteren van lokale duurzame energieopwekking. 

 

2. Een dienstbare samenleving
Het lijkt wel eens of de grote decentralisaties vooral gaan over een grote overheveling van verantwoordelijkheden van de overheid naar de burger. Van ‘over de schutting’ naar ‘achter de schutting’.

Ik wens ons toe dat wij anno 2020 kunnen zeggen dat wij in deze jaren handelden vanuit het besef dat het zo eenvoudig niet ligt. Ook bij meer nadruk op onderlinge zorg heeft de overheid altijd de verantwoordelijkheid om er voor zorg te dragen dat hulpbehoevenden recht wordt gedaan. Een voorbeeld is de zorg voor mensen met arbeidsbeperkingen. De vermindering van het aantal Wajonguitkeringen en Wsw-plaatsen gaat hand in hand met het creëren van arbeidsplaatsen voor deze werknemers bij het bedrijfsleven zelf. Het is dan aan de overheid om eraan bij te dragen dat deze werknemers recht geschiedt, dat dat werk inderdaad aangeboden wordt.

Wij lopen er ook tegen aan dat er vangnetten nodig kunnen zijn die alleen door de overheid zelf kunnen worden gespannen. De waarde daarvan moeten wij niet te licht opvatten. Is dit vangnet immers te zwak, of te klein, dan vallen mensen er doorheen.

 

3.  Een respectvolle wereld
Ik kom tot een laatste uitdaging, van een iets andere orde. Een uitdaging die echter maar al te actueel is in een tijd van terreur in Frankrijk en gruweldaden van IS in Irak en Syrië en van Boko Haram in Nigeria: respect voor elkaars (geloofs)overtuigingen, juist als die tegenover elkaar staan en schuren.

Ik zou willen dat we in 2020 kunnen terugkijken op een ChristenUnie die in deze jaren alles op alles zette om niet te werken aan verdeeldheid en polarisatie in de samenleving, maar aan een vrijheidsbesef dat geen ruimte claimt ten koste van de ander, maar ten gunste van de ander. Of die ander nu christen is of moslim. Jood of atheïst. Links of rechts.

Zo’n samenleving kan nooit een gesloten samenleving zijn. Zo’n samenleving betekent immers dat je je je verantwoordelijk voelt voor elke medeburger. Of die burger hier geboren is of hier naar toe gevlucht. Die criminaliseer je niet, zoals het kabinet van plan was met de strafbaarstelling van illegaliteit. Dat hebben we weten te voorkomen. En je geeft asielzoekers in elk geval een menswaardige behandeling in ons land en dus op z'n minst bed, bad en brood. Omdat eenieder gemaakt is naar Zijn beeld. En daar blijven we dus voor strijden.

Zo’n samenleving weet ook dat vrijheden soms verdedigd moeten worden. Tegen dreigingen van buiten. En tegen meerderheden of minderheden die vrijheden van anderen wel willen beperken. Daarom verdedigen wij het recht op rituele slacht (door joden en moslims). En we hechten aan het recht van gemeenschappen om te leven overeenkomstig eigen geloof en denkwijzen. Mits binnen die gemeenschappen de vrijheden ook worden gehonoreerd.

 

En nu: aan de slag! 
Wat betekent dit voor onze inzet bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten en de Eerste Kamer? De christelijk-sociale politiek van de ChristenUnie is voor Provinciale Statencampagne samengevat in de volgende drie speerpunten: zorg voor elkaar, zorg voor banen en zorg voor leefbare regio's. De uitdagingen die ik hierboven de revue heb laten passeren keren hierin terug. 

En dan is het nu: werk aan de winkel! In Den Haag – en in alle gemeenten – is nu de prioriteit het in goede banen leiden van de decentralisaties. Verder kunnen we verwachten dat het debat over het nieuwe belastingstelsel dit voorjaar serieus van start gaat. Dat komt ons goed uit. Want werken aan een andere economie, aan zorg voor en in de samenleving en aan zorg voor de schepping, heeft alles te maken met hoe ons fiscale stelsel eruitziet. Onze fiscale woordvoerder, Carola Schouten, heeft onze belangrijkste uitgangspunten al geformuleerd. We willen geen belastingstelsel dat werken duur maakt en dus lage lasten op arbeid. We willen niet dat iemand zich fiscaal in de vingers snijdt als een van beide partners zorgtaken op zich neemt. We willen vergroening van de belastingen en daarnaast een eerlijke vermogensbelasting die niet kleine spaarders treft maar daar belasting heft waar dat redelijk en eerlijk is. En tot slot willen we een stelsel dat de participatiesamenleving niet tegenwerkt, maar bevordert. Concreet: de giftenaftrek moet blijven.

 

Mensen als Jan
Op die manier werken we ook in Den Haag aan zorg voor elkaar, zorg voor banen en zorg voor leefbare regio's. Dat doen we als Tweede Kamerfractie natuurlijk niet alleen, maar met alle provinciale lijsttrekkers en kandidaat-Statenleden en met de Eerste Kamerledenkandidaten die eveneens campagne voeren. We doen het samen met al die mensen in het land. Met mensen die op hun plaats en op hun manier werken aan zorg voor elkaar, zorg voor de schepping en elkaar zo kansen bieden. Neem bijvoorbeeld Jan. Iemand die elke maand met blinden op een tandem vele kilometers als vrijwilliger aflegt. Hij praat er niet over. Maar doet gewoon. Mensen als Jan willen we in de campagne centraal zetten. Mensen die zich inzetten voor de samenleving en elkaar.

Vanaf 30 januari, de startavond van de campagne, zal daarom de actie ICU gelanceerd worden (zie kader). Onder het motto: I CU (I see you). Daarmee willen wij onze waardering tonen voor al die mensen die omzien naar anderen. Bijbelser kan het bijna niet. Dit is ook een nieuwe uitdaging voor de kerken om uit te reiken vanuit Gods liefde. Zet u ook uw vrijwilliger op de CU-website en roept u anderen daartoe op? God liefhebben en onze naaste, daar doen we het voor! Doet u mee met de I CU-campagne?

 

Joël Voordewind is Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie en Campagneleider van de komende verkiezingen.
Jacob Pot is ambtelijk secretaris van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie.