Column: Het recht om raar te zijn

Door Eppo Bruins, hoofdredacteur

Laatst zat ik op mijn werk aan de lunchtafel te praten over koetjes en kalfjes. Zoals dat gaat aan de lunch ging het al gauw over "Dat is toch niet meer van deze tijd...", "In een moderne democratie..." en "Een weldenkend mens...". Men had nogal een mening over hoe het in een modern en beschaafd land anno 2014 hoort te zijn.

Het gemak waarmee men de communis opinio poneerde, stoorde mij. Ik weet niet wat me bezielde, maar ik zag een hoenderhok en kreeg een onbedwingbare behoefte een knuppel daarin te gooien. Onverstandig natuurlijk, maar het gebeurde. 

Bewijs van beschaving
De avond daarvoor had Nieuwsuur een item met de kop 'Abortuswet werpt Spanje terug in de tijd'. Ik wierp op dat ik die kop nogal een aanmatigende keuze vond. Wie zijn wij om Spanje daarop te veroordelen en wie bepaalt of je met een bepaalde beslissing achteruit of vooruit in de tijd geworpen wordt? Ik vertelde dat ik niet begreep hoe een onderwerp dat een generatie geleden in Nederland nog zoveel emoties opriep, tegenwoordig simpelweg als geregeld en afgedaan kon worden beschouwd. 

De reactie aan de lunchtafel was zakelijk, begrijpend en behulpzaam: er is in Nederland inmiddels zorgvuldige regelgeving, er zijn uitgebreide protocollen, er is een verplichte bedenktijd en alles is volgens zorgvuldige processen in de wet vastgelegd. De meerderheid van de bevolking is voor de wetgeving, want we leven in een democratie. So, what's the problem? 

Het was voor mij duidelijk dat we het hier hadden over zo'n befaamde "verworvenheid". Zo eentje waar we als 'weldenkende mensen' trots op zijn. Een bewijs van de vooruitgang en beschaafdheid van ons land.

 

Niet van deze tijd
Ik deed nog een tweede poging: "Ik begrijp niet dat het onderwerp abortus niet maatschappelijk bediscussieerd wordt. Er worden in Nederland per jaar ruim dertig duizend abortussen uitgevoerd, 150 per werkdag, zo'n 20 per uur, iedere drie minuten één. Terwijl ik oprecht niet begrijp wat het verschil is tussen een baby'tje die nog in de buik zit en eentje die er buiten zit."

Ik merkte dat het onderwerp aan tafel alweer langzaam een andere kant op begon te zoemen. Wat ik zei was vooral raar. En een beetje oninteressant ook. Niet van deze tijd. Niet iets waar je als weldenkende mensen over praat. Ik liet het maar zo.

Na de lunch liep een van mijn collega's met mij terug naar de afdeling. "Dertigduizend? Zei je zonet dertigduizend...?" "Ja," zei ik, "dertigduizend". "Dat kan niet", zei hij, "dat ga ik nazoeken". Bijna wilde hij weglopen, maar na enig aarzelen voegde hij toe: "Als dat zo is, dan is dat best erg."

Het is opvallend hoe zeer je als 'niet van deze tijd' wordt beschouwd als je een andere mening hebt dan de meerderheid. Alsof problemen zijn opgelost als de democratische 50%+1 heeft gesproken. Daar zijn we het over eens, dus we hoeven er niet meer over na te denken.

Ik behoud mij graag het recht voor om raar te zijn. Aan de lunchtafel of waar dan ook. Al is het maar om af en toe iemand even aan het nadenken te zetten.