Zorg in een participatiesamenleving


WI-studies over gezondheidszorg en decentralisaties

Door Wouter Beekers en Geert Jan Spijker

Burgerkracht, doedemocratie en participatiesamenleving zijn vandaag de dag sleutelwoorden in het politieke debat. De verhouding tussen samenleving, markt en overheid lijkt te verschuiven, maar hoe en waar willen we uitkomen? In het project Christelijk-sociaal 2030 komt het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie vanuit de eigen traditie met concrete visies op deelthema’s.

Onlangs verschenen in dit programma de twee eerste boeken. Zorg met een hart behandelt de toekomst van de gezondheidszorg, die financieel onder druk staat en waarin een bureaucratische regeldrift soms haaks staat op de kwaliteit van zorg en leven. Achter de schutting gaat over ‘de drie decentralisaties’ die gemeenten en burgers grote verantwoordelijkheid geven op het gebied van maatschappelijke begeleiding en ondersteuning (Wmo), jeugdzorg en arbeidsparticipatie.

In beide boeken verkennen we de betekenis van de christelijk-sociale mens- en samenlevingsvisie voor de eenentwintigste eeuw. Van daar uit doen we aanbevelingen in de concrete keuzes die we de komende jaren zullen moeten maken.

Uitgangspunten

Over de accentverschuiving van een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving woedt een debat. Critici vragen of de regering zich er niet te gemakkelijk van af maakt door haar verantwoordelijkheden over de schutting te kieperen richting de samenleving. Wij denken dat het niet goed is alleen stil te staan bij de vraag waar we vandaan komen. Het is beter te beginnen bij de vraag naar wat voor een samenleving we toe willen, om vervolgens te kijken waar we nu staan en hoe we stappen in de goede richting kunnen zetten.

In de ideale samenleving wordt de waarde en het talent van ieder mens erkend. God heeft ieder mens geschapen, dat maakt ieder mens waardevol. God heeft de mens ook geschapen als een relationeel wezen. ‘Het is niet goed als de mens alleen is’, sprak de Heer al bij de schepping. ‘Heb uw naaste lief als uzelf’, gaf hij de mens mee als gebod. In relaties komen mensen tot hun recht en tot ontplooiing. Daartoe heeft God de mens ook talent gegeven.

Onderlinge relaties tussen mensen geven de samenleving haar kracht. Dat is een uniek christelijk-sociaal uitgangspunt in de politiek. Tegenover de linkse nadruk op het oplossend vermogen van de staat en tegenover het liberale verhaal van individuele zelfredzaamheid wijst de christelijk-sociale politiek op de kracht van gemeenschappen.

De overheid dient voor alles ruimte te geven aan deze gemeenschapskracht. Daarnaast heeft ze een eigen en aanvullende rol in de samenleving. Eigen, want ze handhaaft orde, recht en veiligheid. En aanvullend, want de overheid schept voorwaarden voor mensen en gemeenschappen om zich te kunnen ontplooien en is ze een schild voor mensen in een kwetsbare situatie.

Het is van belang dat overheid, zorgverleners en andere professionals dicht bij mensen staan door een kleinschalige aanpak en maatwerk. Wanneer nodig biedt ze een vangnet, dat wanneer mogelijk veerkrachtig is en erop gericht mensen te stimuleren hun talenten te benutten.

Marktwerking in de zorg is een heikel thema. In onze visie kunnen marktelementen een rol spelen in de zorg, maar is de zorg geen markt. Uiteindelijk draait het om zorg om aandacht van de zorgverlener voor de patiënt. De relatie tussen beiden is uiteindelijk moreel van aard, niet economisch. Het is daarom goed dat we in Nederland een stelsel van gereguleerde marktwerking kennen. 

Vanuit deze uitgangspunten kijken we naar keuzes die we de komende jaren moeten maken ten aanzien van het zorg- en welzijnsbeleid van de overheid.

1. Begin bij burgers

Alle zorg- en hulpverlening dient te beginnen bij mensen, bij hun talent, zeggenschap en verantwoordelijkheid. In de gezondheidszorg kunnen patiënten veel meer zeggenschap krijgen over de zorgverlening. En electronische hulpmiddelen als tablets en camara's (E-health) zullen er aan bijdragen dat patiënten meer zelf kunnen meewerken aan hun ziektebestrijding en minder afhankelijk worden van zorgverleners. Ook hierdoor kunnen mensen zelf meer keuzes maken en verantwoordelijk dragen voor hun welbevinden.

Ook voor gemeenten is dit een aandachtspunt. Er komen grote financiële uitdagingen op de gemeenten af. Het kan verleidelijk zijn om keuzes te maken vanuit kostenbesparing. Maar soms zijn investeringen nodig om mensen met hun talenten een plek te geven in de samenleving, bijvoorbeeld in de vorm van beschut werk.

2. Geef gemeenschapskracht ruimte

Relaties maken een samenleving sterk. De overheid moet sociale gemeenschappen de ruimte geven, ondersteunen en stimuleren. Vooral op lokaal niveau is dit een belangrijk aandachtspunt. Zo is de jeugdzorg gebaat bij inschakeling van het sociale netwerk rondom een kind. Eigen Krachtconferenties kunnen daaraan goed gestalte geven. Uit onderzoek blijkt ook dat mensen met afstand tot de arbeidsmarkt veel sneller aan een baan komen door het inschakelen van hun sociale omgeving. Soms kan die omgeving ook gecreëerd worden, de ‘maatjesbank’ van GIDS-netwerk geeft ervan een inspirerend voorbeeld.

Het is van groot belang dat de overheid niet probeert sociale samenhang en onderlinge zorg zelf uit te vinden. Rondom de Wmo worden wel pogingen gedaan om sociale cohesie in buurten te versterken. Maar in de praktijk blijkt dat het veel beter werkt om families de ruimte te geven en bestaande sociale gemeenschappen, zoals kerken, aan te spreken op hun eigen waarden en doelen.

3. Een beperkte, maar sterke overheid

Een sterke overheid is nodig, maar met een beperkte rol. Een concreet voorbeeld geeft het terugbrengen van de volksverzekering voor langdurige zorg (de Awbz) tot de kern. Jarenlang deed de overheid teveel, nu is het aan burgers en samenlevingsverbanden om hun verantwoordelijkheden weer op zich te nemen. Een beperktere overheidsrol is op de lange termijn, ook vanuit het oogpunt van financiën, beter houdbaar.

4. Preventie als prioriteit

De overheid dient de samenleving wel te blijven ondersteunen. Inzet op preventie moet daarbij prioriteit zijn. Voorkomen is beter dan genezen. En een gezonde levensstijl heeft een positieve invloed op het individu, maar ook op de samenleving als geheel. Preventie draagt eraan bij dat zwaardere zorg wordt uitgesteld of zelfs voorkomen. Wij pleiten voor een structurele financiering van preventie. Bovendien zal het accent meer gaan liggen op de eerste lijn, vooral op huisartsen(ondersteuning) en wijkverpleegkundigen. 

Voor gemeenten is dit met name in de jeugdzorg een aandachtspunt. De jeugdzorg dient vindbaar en toegankelijk te zijn. Dit vraagt iets van de locatie en van de professionals. Een toegankelijke jeugdzorg maakt een snelle aanpak mogelijk en kan escalatie van problemen en zware zorgtrajecten voorkomen.

5. Gepaste en samenhangende zorg

De overheid ondersteunt mensen en de samenleving het beste door maatwerk. We hebben ons in Nederland teveel blindgestaard op gelijke behandeling, maar gepaste hulp en zorg is een van de grootste uitdagingen van deze tijd. Zo wordt niet zelden teveel behandeld. ‘Overbehandeling’ is niet teveel van het goede, maar betekent leed toevoegen aan de patiënt en verspilling van geld dat aan goede zorg had kunnen worden besteed.

Voor gemeenten vraagt maatwerk vooral een samenhangende aanpak. De problemen van jongeren en gezinnen staan vaak niet op zichzelf. Sociale of psychische problemen kunnen bijvoorbeeld veroorzaakt worden door werkloosheid of omgekeerd. Een samenhangende aanpak op het gebied van zorg, welzijn en werk is belangrijk.

6. Aandacht voor identiteit

Door de doorgaande ontzuiling lijkt identiteitsgebonden zorg iets van het verleden. Maar juist de inzet op maatwerk en inbreng van burgers vraagt om aandacht voor identiteit. Mensen worden actief vanuit hun eigen overtuigingen. Bovendien is hulp is het meest effectief, als deze aansluit bij de culturele en godsdienstige waarden van mensen.

Gemeenten dienen te borgen dat organisaties aan kunnen sluiten bij de eigen overtuigingen van mensen. Bij voorkeur gebeurt dat door te investeren in de diversiteit aan markt- en maatschappelijke organisaties, of anders ten minste door te investeren in de diversiteit aan hulpverleners binnen organisaties.

Niets nieuws onder de zon?

Volgens sommigen is er sprake van een revolutionair experiment met ons sociale stelsel. Wie naar de geschiedenis kijkt, ziet dat het tegendeel waar is. Sociaal beleid is door de jaren heen steeds in verandering geweest. Nederland heeft steeds gezocht naar een evenwicht tussen het ondersteunen en het aanspreken van mensen en verbanden op hun verantwoordelijkheden. Wij hebben de e overheid na de Tweede Wereldoorlog langzamerhand een te grote rol toebedeeld. Met inachtneming van de vereiste geleidelijkheid en zorgvuldigheid, is het goed te zoeken naar een nieuw evenwicht en een nieuwe dynamiek tussen overheid, markt en samenleving. Dat past bij de christelijk-sociale politiek.


Kader

Zorg met een hart is geschreven door vier auteurs: Stef Groenewoud, gezondheidswetenschapper en ethicus aan het RadboudUMC Nijmegen, Geert Jan Spijker, adjunct-directeur van het WI, Maarten Verkerk, bijzonder hoogleraar christelijke wijsbegeerte en actief in VitaValley, een innovatienetwerk voor de zorg en Anna de Wit, beleidsmedewerker bij de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie.

Achter de schutting, kansen na de decentralisaties kwam tot stand door een samenwerking van het WI en de Bestuurdersvereniging van de ChristenUnie, in de persoon van Wouter Beekers en Bernadette van den Berg. Bijdragen werden verder geschreven door Marja Jager, Wmo-deskundige en onderzoeker aan de Gereformeerde Hogeschool Zwolle, Marja Haak, die als bestuurder veel ervaring heeft opgedaan met de jeugdzorg en Simone Kennedy, voorzitter van de ChristenUnie-fractie in Amersfoort .

© WI ChristenUnie