Van vissersdorp naar Foodvalley


Interview met burgemeester Ben Visse


Door Geert Jan Spijker

Ben Visser is de jongste burgemeester van Nederland. Hij verruilde vissersdorp Urk, waar hij wethouder was, voor 'Foodvalley-village' Scherpenzeel, aan de rand van de Veluwe. Hij heeft het hart op de tong, en toont zich daarmee een echte Urker. Hoe bevalt hem de overgang van het uitgesproken Urk naar het ingetogen Scherpenzeel? En waarom wilde hij op 31-jarige leeftijd al burgervader worden? 

Burgemeesters zijn meestal heren op leeftijd. Ben je niet wat jong voor dit ambt?  

Ik zie een trend dat er steeds meer jonge burgemeesters komen. Zelf was ik vroeg actief in de politiek, het is mij met de paplepel ingegoten. Ik was jong als raadslid en als wethouder, maar alles bij elkaar ben ik nu tien jaar actief in de politiek, dus niet meer onervaren. Op Urk was ik naast wethouder locoburgemeester en moest ik al regelmatig optreden als burgemeester: veiligheidsoefeningen leiden en in het openbaar optreden als locoburgemeester: ik vond het erg interessant en mooi om te doen. Tegen het eind van deze termijn als wethouder heb ik overwogen om terug te keren naar het bedrijfsleven of door te gaan als wethouder. Toen kwam deze vacature.

Wist je meteen: hier moet ik op reageren?

Scherpenzeel is een schitterend dorp. Daar burgemeester zijn is echt een voorrecht. Toch heb ik getwijfeld of ik niet toch eerst nog een termijn door zou gaan als wethouder. Maar na een goed gesprek met Bort Koelewijn (ChristenUnie-burgemeester in Kampen, red.)  heb ik besloten er gewoon voor te gaan. Bort trok me over de streep, hij zei: 'Schrijf gewoon een brief. Er is niks mis mee dat je jong bent.'

Verlang je soms niet naar het politieke? Als wethouder en raadslid kon je veel uitgesprokener zijn.

Ik ben op de inhoud gericht, altijd geweest. Dat vind ik ook het handelsmerk van de ChristenUnie. De inhoud staat centraal. Dat zie je ook heel goed terug bij de manier waarop Arie Slob en de Kamerfractie zich manifesteren. Daar ben ik erg enthousiast over. Als politieke partij zijn wij er om het belang van dorp, stad en land te dienen. Politiek profiel is belangrijk, maar algemeen belang voorop. Als raadslid en wethouder stond ik er zo in, nu als burgemeester nog meer. Je staat in deze functie echt middenin de samenleving, spreekt mensen van jong tot oud, in de kroeg en in de kerk. Prachtig.

Hoe bevalt het in Scherpenzeel? Lijkt het op Urk?

Scherpenzeel is een mooi dorp, ligt heel mooi in de omgeving. Lekker centraal.Het zijn hier hele lieve mensen, heel gemoedelijk ook. Ook het traditionele  komt overeen. Verder is men hier behoorlijk kerkelijk georiënteerd, al heeft de ChristenUnie er maar een zetel. Het is allemaal heel overzichtelijk en kleinschalig. Men wil het samen doen. Dat herken ik van Urk.

Het leuke van Scherpenzeel is dat het min of meer een grensplaats is tussen het Gelderse platteland, de Veluwe en het meer stedelijk georiënteerde Utrecht. Dat zie je terug in de samenstelling van de bevolking. Een mooie mix. Boeiend!

Ik neem aan dat er ook aanzienlijke verschillen zijn met Urk?

Zeker zijn die er, al wil ik die niet overdrijven. Op Urk zijn mensen heel direct. Je hoort het direct als iets goed is of niet. Men heeft het hart op de tong. Hoezo kloof tussen politiek en burger? Hier in Scherpenzeel is dat iets minder, mensen zijn indirecter, meer ingetogen. Men kijkt eerst de kat uit de boom. Maar als je jezelf geeft, krijg je er wat voor terug, dat merk ik nu al aan de reacties uit de gemeenschap.

En de vis is vervangen door de food!

Inderdaad, maar in beide plaatsen is men erg ondernemingsgezind. Op Urk met visserij, hier met landbouw en (pluim)veeteelt. Als onderdeel van Foodvalley kent Scherpenzeel veel bedrijvigheid. Kleine en grote ondernemingen, zowel lokaal als internationaal.

Je hebt naast de typische burgemeestersfuncties als voorzitter van college en raad, hoofd brandweer en veiligheid ook één inhoudelijke portefeuille: economie. Ik heb het idee jouw hart daar ligt, meer dan bij natuur en milieu. Klopt dat? Je twitterde recent: Natura 2000 nekt Gelderse bedrijven...

Ik ben niet tegen groen, integendeel, maar wel tegen een overdosis aan wetgeving. Rentmeesterschap is een belangrijke christelijke waarde; een cultuuropdracht, bouwen en bewaren. Rentmeesterschap moet samengaan met ruimte voor ondernemerschap, en andersom. Binnen de ChristenUnie zie ik twee golflengtes: een meer stedelijke die erg voor meer wetgeving en belasting inzake duurzaamheid pleit, een niet-stedelijke die meer uitgaat van ondernemers. Omdat ze in de dagelijkse praktijk ondervinden wat die wetgeving betekent.

Ik wil die golflengtes niet tegen elkaar uitspelen, want we horen bij elkaar. Bijvoorbeeld: Ed Anker, bestuurder van een grote stad als Almere, en ik van een klein dorp in de provincie. We denken over sommige zaken best verschillend. Toch zijn we aan het eind van de dag goede vrienden, en delen we onze passie voor de ChristenUnie. Het kan ook goed samengaan. Op Urk was ik bijvoorbeeld initiatiefnemer van gecertificeerd duurzaam vissen. En hier in Scherpenzeel heb je bijvoorbeeld Interface, een wereldwijd miljardenbedrijf dat tapijttegels produceert op basis van hergebruikt materiaal. Koploper groen ondernemen. Dat is de manier om groen en ondernemen vorm te geven.

Iemand die ik voor dit interview sprak, omschreef jou als 'man van het volk'. Wat vind je daarvan?

Dat vind ik een groot compliment. Ik probeer niet alleen politicus onder de politici te zijn, of bestuurder onder bestuurders - dat sluipt er heel makkelijk in - maar ook voeling met de burgers te houden. Politici zijn immers vertegenwoordigers van het volk, dat moeten ze nooit vergeten. Ik vind geopolitieke problematiek razend interessant, maar politiek gaat ook om de problemen van de burger om de hoek, in het land. Populisten snappen dat goed en benoemen sommige dingen terecht - al hebben ze niet altijd oplossingen, en onderschatten ze de waarde van de nuance. Zichtbaarheid is goed. Je mag best vertellen wat je vindt, maar politici moeten niet alleen maar denken in krantenkoppen. Politici moeten dienstbaar zijn, ze moeten er voor alle mensen zijn, burgemeesters helemaal. Die houding. Typerend voor de ChristenUnie, vind je niet?

© WI ChristenUnie