Politiek is geen voetbal


Christelijke politiek: houding én inhoud

 
Door Rob Nijhoff

Abraham Kuyper richtte in 1879 de AntiRevolutionaire Partij op als eerste landelijke politieke partij in Nederland. Via deze en verwante partijen hebben christenen al zo’n anderhalve eeuw een politieke traditie opgebouwd, nog afgezien van christenen die zich (individueel) in andere partijen hebben ingezet. Dankzij deze lange traditie hoef je niet opnieuw het wiel uit te vinden als je politiek je bijdrage wilt leveren. Niet voor niets zijn Kuyper en concepten als ‘soevereiniteit in eigen kring’ exportproducten waarmee bijvoorbeeld Zuid-Amerikaanse Pinksterchristenen momenteel hun winst doen. Toch klinken ook andere geluiden.

Onlangs schreef professor George Harinck in een column: “Zoals er geen christelijk soort voetbal bestaat, bestaat er ook geen christelijk soort politiek. Als er christelijke politiek is, dan bestaat die meer uit een houding dan een methode.“[1] Nu behoren columns te prikkelen en kietelt Harinck graag zijn lezerspubliek. Toch maakt hij christenen hier meer bescheiden dan goed is.

Eerst Harincks gelijk. Als we politiek opvatten als overheidshandelen, dan is dat een speciale tak van sport (een praktijk) met een specifiek doel (menselijk samenleven mogelijk houden) en specifieke methoden (zoals debat, wet- en regelgeving, verkiezingen). Wie zich als christen politiek wil inzetten, dient zich deze praktijk eigen te maken, inclusief doel en methoden. Net voetbal.

Herkenningsmelodieën

Politiek gaat over het samenleven van ongelijke mensen. Daarom stoort Harinck zich er - net als ik - vermoedelijk aan, wanneer christenen hun politieke inbreng versmallen tot typisch christelijke herkenningsmelodieën:

  • Ingaan op ‘ethische’ zaken – en dan blijkt men vooral aan abortus en euthanasie te denken. Deze versmalling wekt de indruk dat een keus voor kolencentrales geen morele verantwoording vraagt, en het functioneren van banken of de salarisopbouw bij woningcorporaties evenmin.
  • Opkomen voor eigen groepsbelangen, zoals door een focus op bijzonder onderwijs. Een christelijke partij zal bij discriminatie van christenen, homo’s en roma toch niet alleen opkomen voor de christenen? Wie zelf een moskee of meer koopzondagen taxeert als bronnen van onrust, zal moeten beseffen dat politiek gaat over wat wijs en terecht is wanneer een groeiend deel van de bevolking zoiets wel wil.
  • Getuigen – wat men dan opvat als het expliciet noemen van de naam van God of Jezus Christus in relatie tot een politiek thema. Wie hiervoor kiest, miskent dat ook zonder deze Naam een zakelijke argumentatie bijdraagt aan het totale getuigenis dat van een christenpoliticus uitgaat, of van een expliciet christelijke partij. Wie bijvoorbeeld aangeeft hoe men via huisartsen en apothekers verspilling in de zorg kan tegengaan, om zo een bezuiniging in die sector te verzachten, laat tegelijk merken tot welke keuzes (in elk geval sommige) christenen graag komen die hun Heelmeester willen volgen.

Christelijke politiek maakt verschil

Christelijke politiek die op deze drie manieren wordt versmald, werkt zomaar contraproductief. Maar dan verder. Wie als christen politiek meer wildoen, moet zich ook niet beperken tot een houding. Die keus kun je interpreteren als een variant van de optie ‘getuigen’ – maar dan enkel non-verbaal. Ja, een christelijke houding is belangrijk in elk debat, in elke wandelgang, en in de rest van je leven. Het bepaalt hoe geloofwaardig is wat je verder politiek inbrengt. Maar intussen gaat het in de politiek juist om je inhoudelijke inbreng en keuzes. Bij D66 ken ik niemand die enkel een redelijke houding wil leveren als politieke bijdrage. Politiek is nu eenmaal de afstemming van de inhoudelijke inbreng van diverse kanten, onderscheiden taxaties, verschillen in afweging en prioriteiten, onderscheid in waarden en gewicht in waarden. Waarom zouden christenen anderen dan hun inbreng onthouden?

Harinck zet christelijke politiek als houding tegenover christelijke politiek die zichzelf ziet als “een eigen soort van politiek bedrijven, die we christelijk kunnen noemen, met eigen thema’s, methoden en technieken.” Hier schuift een scheve tegenstelling een hoop christelijke impact zomaar van tafel. Politiek is een praktijk waarin christenen die daaraan willen bijdragen, zich hebben te voegen. Een praktijk met eigen “methoden en technieken” (debat, verkiezingen). Niet die praktijk is specifiek christelijk, maar op tenminste drie vlakken maakt christelijke inbreng groot verschil:

1. Een andere manier van politiek bedrijven

Zelfs als christelijke politiek alleen een houding zou zijn, betekent dat wel degelijk iets voor de methode van politiek bedrijven: op welke manier maakt een christen gebruik van het politieke instrumentarium? Tegen het einde van een NOS-verkiezingsdebat heeft in elk geval Femke Halsema wel eens gêne verwoord over het hakketakkerige verloop ervan, het elkaar in de rede vallen, het niet eens op gang komen van een gedachtenwisseling. Zo toonden de politici een belabberd voorbeeld van omgangsvormen aan de samenleving. Scoren met oneliners wint het met stip van elke poging om andermans inbreng recht te doen, om zoveel mogelijk van de 360o aan visies mee te wegen. Wie luistert om diverse aspecten, argumenten en onderliggende waarden te peilen die een ander aanvoert? Een parlement (parler = praten) veronderstelt luisteren (écouter), maar het wordt tijd een apart écoutement op te richten om dat luisteren eens te oefenen. Juist hier kunnen christenpolitici – in welke partij ook – laten zien en horen dat een parlement anders kan en bedoeld is. Dat begint met een houding, maar gebruikt het debat ook inhoudelijk ter vergroting van onderling begrip (je wilde immers samenleven) en draagvlak voor een wetsvoorstel (door dat te nuanceren). Debat als mediavehikel voor eigen profilering holt een democratische rechtsorde uit tot een machtsorde. Neem Wilders’ taalgebruik aan het adres van zijn ‘miezerige’ collegae. Aan zijn oosterse aandoende bazar-schreeuwerigheid is niet te merken dat hij een theoloog als getrouwe secondant heeft (Bosma).

2. Het dienen van het algemeen belang vanuit eigen thema's

Wanneer christelijke politiek meer wil zijn dan het opkomen voor eigen groepsbelangen, sluit dat “eigen thema’s” niet uit. Juist een eigen bijdrage voegt iets toe, geeft inhoud, mogelijk nieuwe gezichtpunten en eigen, al dan niet gedeelde, argumenten. Dat “eigen” betekent geen christelijk monopolie. Allicht zit er vaak overlap met wat andere politieke partijen of niet-christenen van belang vinden. Bovendien gaat politiek over knelpunten die opkomen uit de samenleving die gedeeld wordt door al dan niet religieuze humanisten, christenen, moslims, en wie ook. Maar het is niet vreemd dat juist christelijke partijen extra alert zijn op bijvoorbeeld bijzonder onderwijs en op vervolgde christenen. En breder: christenen in de politiek behoren een gevoelige antenne te hebben voor het belang van gewetensvrijheid en minderheidsgroepen (‘recht voor allen’), voor pluraliteit en diversiteit (tegenover overheidsdirigisme), voor (ongeboren) leven en duurzaamheid (omgaan met Gods schepping), en voor het belang van gezinnen en kwetsbare burgers.

3. Fundamenten van onze rechtsstaat

Niet enkel politieke inhoud en methoden kunnen een christelijke bron verraden, maar zelfs de politieke “methoden en technieken” in het algemeen: de democratische rechtsstaat als systeem. De beperkt democratische periode in Athene (waar vrije, mannelijke inwoners de dood van Socrates wensten…), heeft zich in de klassieke cultuurwereld niet herhaald. Pas in de late middeleeuwen ontstond de westerse democratie – gevoed door allerlei christelijke waarden, “thema’s, methoden en technieken”:

- gelijkwaardigheid – zelfs van slaven;

- burgerij die ertoe doet inclusief alledaagse handel en ambachtelijk werk;

- kloosterlingen die met regelmaat voor hun abt een adviserende stem hebben en/of zelfs verkiezingen houden;

- en keizers, koningen en edelen die met regelmaat als vorstenspiegel voorgehouden krijgen hoe goed rechtvaardig bestuur, eerlijkheid en mildheid in rechtspraak, vredelievendheid en vrijgevigheid zijn, en hoe on-christ-gelijk wreedheid, wraakzucht en overdadige praal – dat alles in het besef dat een Opperrechter ook hun daden weegt. De vrouwvriendelijke wijsheid van christelijke heiligen overwon de brute kracht van Germaanse helden.[2]

Onder andere deze bijbels-christelijk mix leverde juist in Noord-West Europa een accountable government op.[3] Onder onze democratische rechtsstaat liggen niet enkel christelijke houdingen van gunnen en respect, maar ook eeuwenoude christelijke praktijken die teruggaan op het leven van de eerste christenen en van Jezus zelf.

Voetbal

Een christelijke inbreng maakt dus nogal verschil. De vergelijking met voetbal gaat dus op relevante punten mank. Wel blijft overeind dat christenen hun inbreng leveren binnen de bestaande politieke praktijk – wat kritische reflectie op die met medeburgers gedeelde praktijk natuurlijk niet uitsluit. De democratische rechtsstaat heeft deze christelijke, constructieve én kritische inbreng tegenwoordig zelfs sterker nodig om niet te ontaarden in een machtsorde.[4]

Natuurlijk vormde ook de Atheense volksvergadering een enorm contrast met dictatoriale bestuursstijlen. En besef van gelijkheid – ook van slaven – verwoordden ook stoïci, met een beroep op de ene mensheid. Het hebben van eigen inbreng als christenen betekent ook niet dat alle christenen het eens zijn over politieke keuzes. Maar hier gaat het erom: inbreng van christenen doet ertoe, in houding, maar ook inhoudelijk. Daarbij is de afgelopen anderhalve eeuw in Nederland wijsheid opgedaan. Die wil je gebruiken en overdragen. Dat is een belangrijk argument om bij de gezamenlijke bezinning op politieke inbreng christelijke partijen in te blijven zetten, als een zinvol middel waar een zegenrijke invloed van kan uitgaan.

Rob Nijhoff is senior onderzoeker bij het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie.

 


[1] Nederlands Dagblad, 5 oktober 2013

[2] O.a. Harold J. Berman, Law and Revolution. The Formation of the Western Legal Tradition. Cambridge, Mass. 1983, 63-64, 89, 338.

[3] Volgens Francis Fukuyama zelfs voor het eerst in Engeland na de Glorious Revolution van 1688, onder ‘onze’ Willem III: zie The Origins of Political Order. From Prehuman Times to the French Revolution. London 2011, 420. Vgl. de sociale zorg en gelijkheid die mensen ervoeren in en vanuit een Lutherse pastorie (Harnack, via John Witte Jr., God’s Joust, God’s Justice. Law and Religion in the Western Tradition. Grand Rapids, 395.

[4] Vgl. Ad de Bruijne ‘Democratie zwanger van dictatuur’, Nederlands Dagblad, 12 oktober 2013

© WI ChristenUnie