Lokaal leiderschap vergt landelijk leiderschap


Door Eppo Bruins, hoofdredacteur

Wethouders en gemeenteraden hebben een spilfunctie in onze samenleving. Het gemeentelijk apparaat is de overheidslaag die het dichtst bij de mensen staat. De wethouder kan zomaar aan je keukentafel zitten om naar je zorgen te luisteren, hij kent de ouders van de kleine school die op omvallen staat bij een gemeentelijke fusie, hij viert mee met de overwinning van de plaatselijke voetbalclub. Zichtbaarheid en betrokkenheid zijn onderdeel van lokaal leiderschap.

Te snelle opeenvolging wetten

Maar lokale bestuurders die dicht bij de mensen staan, vangen per definitie ook de klappen op: schampere opmerkingen, cynisme, wantrouwen en boze burgers die hun gram komen halen. Je moet nogal stevig in je schoenen staan als wethouder of raadslid.

Nu zijn onze lokale bestuurders niet voor een kleintje vervaard en menigeen heeft jaren ervaring. Zij zijn goed in staat om hun beleid te verantwoorden richting de burger. Echter, een van de grootste gevaren voor de geloofwaardigheid van lokale bestuurders komt de laatste jaren uit Den Haag: de snelle opeenvolging van kabinetten, verkiezingen, gelegenheidscoalities, wetsvoorstellen en wetten maakt dat het uiterst lastig is geworden om aan de burgers uit te leggen wat er nu precies op hen afkomt.

Een voorbeeld daarvan is het sociale stelsel. De Wet Werken naar Vermogen (WWnV) zorgt ervoor dat veel op het gebied van werk en sociale uitkeringen zal neerdalen in de onderste overheidslaag. Tegelijkertijd zou dit gepaard gaan met een forse bezuiniging op het sociale stelsel. Daar overheen kwam het sociaal akkoord en nog voordat alle inkt daarvan droog was, werd de WWnV alweer vervangen door de Participatiewet, terwijl de eerste nog niet was ingevoerd! De wet die er nooit kwam, maar waar je je als lokaal bestuurder alweer geruime tijd op aan het voorbereiden was, wordt vervangen door een andere wet waarvan je maar weer moet hopen dat die ooit in werking zal treden.

Acroniemen verdwijnen en verschijnen

Als lokaal bestuurder moet je ervoor zorgen dat jouw gemeente klaar is om de veranderingen en de nieuwe taken aan te kunnen. Bovendien wil je aan de burger kunnen uitleggen wat ze te wachten staat. Maar veel van wat in 'het Haagse' gebeurt, valt niet meer uit te leggen. Geen continuïteit, geen visie, geen leiderschap. Met ieder coalitieakkoord worden organisaties gesplitst of gefuseerd. Budgetten worden iedere twee jaar gedecentraliseerd, gecentraliseerd of gekort. Acroniemen en instanties verdwijnen en verschijnen. Hoe moet je dit als lokaal bestuurder nog uitleggen aan de keukentafel?

Het is voor mij duidelijk dat ons land grote behoefte heeft aan een stabiele meerderheidsregering die de rit uitzit. Somber vraag ik me wel eens af of het uitmaakt welke regering er zit, als ze maar blijven zitten. Gewoon om eens even rust te hebben voor lokale bestuurders om nieuw beleid werkbaar te krijgen. Om te kunnen uitleggen wat de mensen te wachten staat. Beter een slechte boodschap brengen en vervolgens naar eer en geweten de pijn verdelen en verzachten, dan een goede boodschap moeten brengen die nooit zal uitkomen. Leiderschap en geloofwaardigheid hebben alles met elkaar te maken.

© WI ChristenUnie