Lokaal alcoholbeleid: betutteling?


Door Anja Haga

‘Het verhogen van de alcoholleeftijd naar 18 jaar is onnodig en betuttelend.’ Tenminste, dat vinden veel jongeren. Waarom is het goed dat de overheid zich bemoeit met de leeftijd waarop alcohol wordt gedronken? Is het niet aan de ouders om te waken over hun kroost? En wat is de rol van de gemeente precies?

Een steun in de rug

Het afgelopen jaar is een initiatiefvoorstel van de ChristenUnie aangenomen om de leeftijdsgrens te verhogen naar 18 jaar. De verhoging van de leeftijdsgrens gaat in per 1 januari 2014. Vanaf die datum mag aan jongeren onder de 18 jaar geen alcohol meer worden verkocht. Ook mogen jongeren zelf vanaf die datum geen alcohol meer bezitten op straat en in de horeca. Voor de ChristenUnie is het verhogen van de alcoholleeftijd naar 18 jaar een logische stap. Op verschillende terreinen geeft de overheid duidelijke richtlijnen om schade te beperken. De leeftijd voor bezoek aan coffeeshops is bijvoorbeeld al 18 jaar. Het is een belangrijke taak van de overheid om ouders te ondersteunen in hun verantwoordelijkheid én om een duidelijke boodschap mee te geven. Uiteraard zijn en blijven ouders de eerstverantwoordelijke voor hun kinderen. Het zijn de ouders die grenzen horen te stellen in de opvoeding en normen meegeven aan hun kinderen. Verhoging van de leeftijdsgrens waarop alcohol mag worden genuttigd geeft ouders, die hun puber nog geen alcohol willen laten drinken, een steuntje in de rug. De overheid stelt duidelijke richtlijnen waarbinnen ouders, en jongeren, hun verantwoordelijkheid kunnen (of moeten?) nemen.

Jongeren en alcohol

Meer dan de helft van de leerlingen in het voortgezet onderwijs zegt wel eens alcohol te drinken. Iets minder dan de helft is wel eens dronken of aangeschoten geweest. In Europa staan Nederlandse jongeren in de top van de lijst van veeldrinkers.[1] Onder jongeren tot en met 17 jaar is het aantal ziekenhuisbehandelingen door een kinderarts wegens een alcoholintoxicatie gestegen van 297 gevallen in 2007 tot 762 geregistreerde gevallen in 2011. Dit aantal is een onderschatting omdat niet alle jongeren met een alcoholintoxicatie in het ziekenhuis belanden of daar door een kinderarts worden behandeld.[2] En dat terwijl het gebruik van alcohol, ook in kleine hoeveelheden, tot het 23e jaar leidt tot blijvende schade aan de hersenen. Jongeren zijn nog niet volgroeid en daardoor kwetsbaarder voor de schadelijke effecten van alcohol. Zulke schade is niet in geld uit te drukken. Alcohol is niet alleen slecht voor het brein van jongeren, maar alcoholgebruik zorgt ook voor overlast op straat. Bij het overgrote deel van de geweldsdelicten en vernielingen in het uitgaansleven is alcohol in het spel. Dronkenschap leidt tot onveiligheid en overlast op straat, maar ook tot ongewenst en (seksueel) overschrijdend gedrag. Overmatig alcoholgebruik brengt hoge kosten met zich mee: jong talent en intelligentie worden vernietigd, de schade op straat is enorm en de medische kosten zijn schrikbarend hoog.

Taak van gemeenten

Per 1 januari 2014 zijn er voor gemeenten twee belangrijke veranderingen rond

het alcoholbeleid. De eerste is de verhoging van de alcoholleeftijd naar 18 jaar. Per 1 januari is het aan gemeenten om te handhaven op het alcoholgebruik. Gemeenten kunnen ondernemers en jongeren die de nieuwe alcoholleeftijd van 18 jaar niet naleven, beboeten.

De tweede verandering voor gemeenten is de inwerkingtreding van de Verordening Paracommerciële Horeca (V.P.H.). Met ingang van 1 januari 2013 is de nieuwe Drank- en Horecawet (DHW) in werking getreden. Deze nieuwe wet verplicht gemeenten voor 1 januari 2014 in een verordening regels te stellen voor paracommerciële instellingen. Deze verordening wordt de Verordening Paracommerciële Horeca (kortweg V.P.H.) genoemd. Hierin worden zaken als de schenktijden van alcohol en het alcoholgebruik tijdens feesten en bijeenkomsten in dorpshuizen, sportkantines en andere plekken waar veel jongeren met alcohol in aanraking komen op lokaal niveau geregeld. De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving en de handhaving van de Drank- en Horecawet.

Convenanten

Gemeenten moeten voor 1 januari 2014 regels opstellen voor paracommerciële instellingen, zoals sportclubs, studentenverenigingen en dorpshuizen. Het is de vraag of al die instellingen de wet naleven als het gaat om alcohol en jongeren. Paracommerciële horeca  moeten vaak verschillende vergunningen hebben en aan veel eisen voldoen, maar zijn hier niet altijd goed van op de hoogte en beschikken niet altijd over de nodige financiële middelen. Om te komen tot een verantwoord alcoholbeleid is het belangrijk dat er samengewerkt wordt tussen de gemeente en de paracommerciële horeca. Dit kan bijvoorbeeld door het afsluiten van een convenant of door afspraken met verenigingen te maken op vrijwillige basis. De gemeente kan helpen door bijvoorbeeld een gratis adviesgesprek aan te bieden met de Juridisch ambtenaar bijzondere wetten, om te kijken of de vergunningen nog in orde zijn of om kosteloos kleine aanpassingen door te voeren waar nodig. Ook kunnen gratis trainingen worden aangeboden, zoals de Instructie Verantwoord Alcohol Schenken voor barpersoneel op locatie en de cursus 'Sociale Hygiëne'. De afspraken kunnen worden vastgelegd in een convenant. Verenigingen die zich houden aan de spelregels kunnen in aanmerking komen voor een keurmerk of certificaat. Een aantal gemeenten hebben hier inmiddels ervaring mee opgedaan.

Naleving

Gemeenten moeten in aanvulling op de Drank- en Horecawet regels met betrekking tot het verstrekken van alcohol in de paracommerciële horeca vastleggen en zijn ook verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving en de handhaving van alle landelijke en lokale regels. Vanaf 1 januari 2014 mag de gemeente een boete geven aan ondernemers en jongeren die de nieuwe alcoholleeftijd niet naleven. De politie, maar vooral Buitengewone Opsporingsambtenaren (BOA’s) moeten hierop toezien. De vraag is of elke gemeente voldoende financiële middelen heeft gereserveerd voor de BOA’s. Gemeenten krijgen sinds 2007 geld van het rijk voor deze BOA’s. Dit geld is evenwel niet gelabeld. Veel gemeenten hebben dit extraatje daarom ingezet voor andere projecten. Het zal een uitdaging voor veel gemeenten zijn om voldoende geld vrij te maken voor BOA’s.

Conclusie

Een gezond jong brein én alcohol gaan niet samen, wat de ChristenUnie betreft. Ouders zijn eerstverantwoordelijke, maar de overheid, oftewel de gemeente, heeft een belangrijke rol in het scheppen van de juiste voorwaarden. Ze heeft hier met de nieuwe wetten ook de mogelijkheden voor. In 2014 zal duidelijk worden of gemeenten daadwerkelijk klaar zijn voor deze taak.



[1] Stap.nl. Feiten over alcohol.

[2] Nationale Drugs Monitor 2011, Trimbos Instituut.

© WI ChristenUnie