Kwaliteit met betrokkenheid


Speerpunten voor lokaal onderwijsbeleid

 
Door Jet Weigand

In dit artikel zet ik allereerst vraagtekens bij de vanzelfsprekende maar eenzijdige manier waarop invulling wordt gegeven aan het begrip kwaliteit in het onderwijs en de rol die de (lokale) overheid daarbij speelt. Vervolgens ga ik kort in op een paar thema’s waar het lokaal onderwijs de komende jaren mee te maken krijgt. Ik sluit af met enkele opmerkingen over het belang van ouderbetrokkenheid voor al het onderwijs.

Kwaliteitsdrang

In veel beleidsnota’s staat het streven naar kwaliteit voorop. De Onderwijsinspectie beschrijft kwaliteit als volgt: "De inspectie gaat na in hoeverre het onderwijs voldoet aan de verwachtingen van de samenleving. Concreet betekent dit dat de inspectie onderzoekt of onderwijsdeelnemers erin slagen hun schoolperiode met het beoogde diploma af te sluiten, maar ook hoeveel tijd zij daarvoor nodig hebben en met welke resultaten zij dit doen." De inspectie operationaliseert dit vervolgens in meetbare opbrengsten.

Onze samenleving vraagt steeds meer om meetbare resultaten en wil dat bereiken door het onderwijs te lijf te gaan met allerlei standaarden en procedures. Zo denkt men grip te kunnen krijgen op kwaliteit. Maar kwaliteit van onderwijs reikt verder dan meetbare resultaten kunnen laten zien. Ook de Onderwijsraad erkent dit.[1]

Bij onderwijs zijn verschillende belanghebbenden met verschillende eisen waaraan onderwijs moet voldoen. Bij het kijken naar kwaliteit van onderwijs is het van belang om alle belanghebbenden bij de kwaliteitsdefiniëring en bij de kwaliteitsbepaling te betrekken. Bij die belanghebbenden horen allereerst ouders en hun pedagogische en morele opvattingen. Scholen kunnen zo tot een eigen definitie van kwaliteit komen.

Kwaliteitszorg, laat staan kwaliteitsdwang, is geen taak van de gemeentelijke overheid. Lokale bureaus[2] die scholen moeten helpen om de kwaliteit te verbeteren zijn niet wenselijk.

Vroeg en voorschools

Op de Lokale Educatieve Agenda (LEA) staan een groot aantal thema’s. Hier ga ik in op enkele thema’s waar gemeenten en scholen rechtstreeks met elkaar te maken hebben. 

Vroeg- en voorschoolse educatie, ofwel VVE, is er om kinderen voor te bereiden op school, vooral in taal.

De gemeente is verantwoordelijk voor de voorschoolse educatie. Alleen integrale voorschoolse programma’s[3] komen in aanmerking voor gemeentelijke financiering.

Scholen zijn verantwoordelijk voor de vroegschoolse educatie in groep 1 en 2. Omdat de gemeente regioverantwoordelijke is voor het onderwijsachterstandenbeleid, zijn gemeente en schoolbesturen verplicht om met elkaar afspraken te maken over VVE. Vaak is het streven dat in de voorschoolse en de vroegschoolse educatie hetzelfde programma wordt ingezet.

De meeste effecten van VVE vallen echter tegen. Zowel op korte als op lange termijn blijken de gevolgen van pre-leerplichtige-deelname op taal en werkhouding verwaarloosbaar. Onderzoek toont aan dat de effecten van de VVE met name afhankelijk zijn van de manier waarop ouders worden betrokken.[4]

De lokale overheid mag eisen stellen aan de uitvoering van VVE en doet er daarom goed aan ouderbetrokkenheid als criterium mee te nemen bij het overleg over VVE. Het is vervolgens niet aan de lokale overheid om te bepalen hoe deze ouderbetrokkenheid georganiseerd wordt. De uitvoering ligt principieel bij scholen zelf.

Samenwerkingsscholen

Met name op het platteland waar bevolkingskrimp is, willen beleidsmakers graag scholen samenvoegen.[5] Zo ligt er een advies van de Onderwijsraad om scholen met minder dan 100 leerlingen te sluiten. Voorlopig wordt dit nog niet uitgevoerd, maar het gevaar is nog niet geweken.

Lokale overheden zien niet graag de laatste school uit hun dorp vertrekken en kunnen druk uitoefenen tot fuseren. De school draagt eraan bij om de leefbaarheid van het dorp te behouden. Juist het wegtrekken van gezinnen is één van de oorzaken van krimp. Er zijn echter praktische oplossingen te bedenken, die niet ten koste gaan van de vrijheid van ouders om hun kinderen in hun eigen levensvisie te laten onderwijzen. Het delen van gebouwen of voorzieningen met andere scholen of andere organisaties kan al veel kosten besparen. Voor wat betreft de richting van onderwijs zou ook het toestaan van kleine dependances voor de onderbouw of het geven van thuisonderwijs onderzocht moeten worden. Maar het is geen taak van de lokale overheid om scholen te dwingen tot samenwerking. En wanneer ouders kiezen om hun kinderen naar een verder gelegen school van hun richting te sturen, dan is een vergoeding voor leerlingvervoer essentieel. Uiteraard mag van ouders, naar draagkracht, een eigen bijdrage gevraagd worden.

Onderwijshuisvesting

Op het gebied van onderwijshuisvesting zal er in 2015 naar verwachting veel gaan veranderen. Tot die tijd zal de lokale overheid er zorg voor moeten dragen dat achterstallig onderhoud aan schoolgebouwen weggewerkt wordt.

Na 2015 zal de lokale overheid aanzienlijk minder bemoeienis hebben met de onderwijshuisvesting. Enig overleg zal echter zeker blijven bestaan. Ook hier is het dan zaak om scholen niet te dwingen, maar te zoeken naar creatieve oplossingen, zodat schoolgebouwen duurzaam en flexibel gebruikt kunnen worden. Zo kent een aantal gemeentes schoolwoningen. Deze worden eerst gebruikt als klaslokalen, maar kunnen later gemakkelijk weer omgebouwd worden tot woningen.

Ouderbetrokkenheid als rode draad

Bij elk van de thema’s komt het naar voren: de cruciale rol van de ouderbetrokkenheid. Met ouderbetrokkenheid wordt bedoeld dat ouders interesse tonen voor de ontwikkeling van hun kind en er een actieve bijdrage aan leveren.

Het eerder genoemde onderzoek naar VVE laat zien dat bij betrokkenheid van ouders een aanzienlijke verbetering van de effecten optreedt. Onderzoek uit 2002 laat vergelijkbare resultaten zien over het functioneren van kinderen op school.[6] Ouderbetrokkenheid is dus niet alleen uit principieel oogpunt (ouders zijn primair verantwoordelijk voor hun kinderen vanuit onze christelijke visie), maar ook uit oogpunt van effectiviteit, los van levensbeschouwing, van groot belang. Politici doen er daarom goed aan ouderbetrokkenheid mee te wegen bij de beoordeling van alle plannen binnen de Lokale Educatieve Agenda.

 

Drs. Jet Weigand doet op het WI onderzoek naar het thema onderwijs. Ze bereidt een bundel voor waarin diverse aspecten van het onderwijs aan bod komen. Meedenken? Mail naar wi@christenunie.nl


[1] Een smalle kijk op onderwijskwaliteit. De stand van educatief Nederland 2013 van de Onderwijsraad, 4 november 2013.

[2] zoals de onlangs in Amsterdam opgerichte (en voor 75% door de gemeente betaalde) Stichting Beter Primair Onderwijs.

[3] gericht op taal, rekenen, motoriek, en de sociaal-emotionele ontwikkeling

[4] VVE en ouders. Ouderbetrokkenheid en –participatie in de voor- en vroegschoolse educatie. Frederik Smit, Geert Driessen, Jos van Kuijk, Cees de Wit, Nijmegen Radboud Universiteit, 2008

[5] www.christenunie.nl/k/nl/n33079/news/view/550985/363763/opiniestuk-wouter-beekers-en-jet-weigand-timmer-over-sluiting-kleine-scholen-(nd).html#.Unawj5HZVXU

[6] http://www.sedl.org/connections/resources/evidence.pdf

© WI ChristenUnie