'Wanneer krijgt de gemeenteraad inspraak in de plannen van de burgers?'


'In plaats van dingen te willen regelen voor de burger zal het raadslid dan het proces willen faciliteren waarbij de samenleving zelf de richting aangeeft.'


Door Ben Nitrauw

Tijdens het warme zomerweer eind juli zocht een aantal buurtbewoners in Zwolle op creatieve wijze verkoeling en plezier voor hun kroost. Ze zetten een flink kinderzwembadje op de stoep en bezorgden daarmee veel buurtkinderen een waar waterspektakel. Helaas was de vreugde van korte duur. Patrouillerende stadswachten verboden dit spontane evenement binnen de publieke ruimte, op straffe van een flinke boete. De ouders kozen eieren voor hun geld en lieten het badje leeglopen.

De reacties – zowel binnen de stad zelf als op internet – logen er niet om. Was er eindelijk eens een leuk samenbindend initiatief in de wijk, werd het de kop ingedrukt ‘vanwege regels waar niemand om gevraagd heeft’.

Ik weet niet of de Zwolse raadsleden van de ChristenUnie ook zijn aangesproken op dit incident. Maar na het lezen van het artikel ‘Geen actief burgerschap zonder zeggenschap’ in de vorige Denkwijzer wordt zo’n vraag aan ChristenUnie-politici best een spannende.

Oerkrachten

In dat artikel schreef WI-directeur Wouter Beekers over actiever burgerschap en een terugtredende overheid, naar aanleiding van het uitkomen van een aantal rapporten over dit thema. Beekers stelde enthousiast vast dat de kanteling in denken over de verhouding tussen overheid en burger prima aansluit bij de christelijk-sociale traditie van de ChristenUnie.

Dat zal waar zijn, maar ook vertegenwoordigers van de ChristenUnie blijken het in de praktijk vaak verbazend moeilijk te hebben met het afstaan van zeggenschap aan burgers. En de afgelopen jaren ben ik toch nog al eens ChristenUnie-politici tegengekomen die het ronduit lastig vonden om de inbreng van (al te?) mondige burgers een plek te geven in bestuurlijke plannen.

Het valt ook niet mee. Niet voor niks meldt het RMO-rapport Terugtreden is vooruitzien dat er sterke “oerkrachten” zijn die er voor zorgen dat de overheid moeilijk kan loslaten. En als je al die rapporten op een rijtje zet, wordt er ook flink met de vinger gewezen:

  • de overheid moet veel beter luisteren naar de burgers en er zelfs op uit zijn de invloed van burgers sterk te vergroten (WRR);
  • de overheid moet maatschappelijke initiatieven veel meer inhoudelijke zeggenschap geven, ook als dat betekent dat de overheid soms het nakijken heeft (RMO); en
  • ruimte geven aan de vitaliteit van de samenleving vraagt om een “urgente en radicale paradigmashift in functie, rol en werkwijze van politiek, bestuur en ambtenaren” (Raad voor het openbaar bestuur).

Wouter Beekers noemde al een zevental aanbevelingen voor een goede benadering van de burgers. In dit artikel wil ik vooral inzoomen op de vraag hoe - met name lokale - politici er mee uit de voeten kunnen. Wat betekent al die aandacht voor de verhouding tussen overheid en burgers feitelijk voor de grondhouding en werkwijze van raadsfracties? Moet daar de bezem door of zijn alleen accentverschuivingen nodig?

Gemeenteraad van de toekomst

Een zestal organisaties, waaronder de Vereniging van Griffiers, de Bestuursacademie en ProDemos startten afgelopen voorjaar een serie van zes seminars om “gezamenlijk te komen tot eigentijdse en innovatieve oplossingen waarmee gemeenteraden zich kunnen voorbereiden op de toekomst.” (Voor meer informatie zie www.gemeenteraadvandetoekomst.nl). Met masterclasses en simulaties van gemeenteraadsvergaderingen experimenteren we daar met nieuwe vormen om lokaal bestuur eigentijdser inhoud te geven. De aanname daarbij is inderdaad dat de manier waarop het lokaal bestuur op dit moment functioneert noch aansluit bij de taken die het moet uitvoeren noch bij de vragen van de burgers.

Om een paar hoogtepunten uit de masterclasses naar voren te halen:

  • Rien Fraanje, opsteller van het Rob-rapport Loslaten in vertrouwen (zie kader) betoogde als inleider op het eerste seminar al dat er twee belangrijke redenen zijn waarom het speelveld waarop gemeenteraden functioneren  moet veranderen.

Allereerst is het takenpakket van de gemeenteraad in rap tempo van het fysieke domein (met overzichtelijke participatieprocessen) verschoven naar het sociale domein. Daar moeten gemeenten maatwerk leveren, en dat laat zich moeilijk verenigen met standaardprocessen. Hoe lastig wordt het niet om als gemeenteraad kaders mee te geven aan professionals die in bijvoorbeeld de jeugdhulpverlening het werkelijke maatwerk moeten leveren?

De tweede reden is dat de overheid de burger herontdekt. Of het nu is vanuit financiële noodzaak of vanuit de politieke wens dat burgers zich meer moeten inzetten voor de publieke zaak, het pleidooi is dat burgers meer eigen verantwoordelijkheid moeten nemen en meer burgerschap moeten laten zien. Verschillende rapporten en andere onderzoeken - zie de kaders - tonen echter aan dat het niet zozeer de burger is die moet veranderen, maar dat juist politiek en bestuur dat moeten doen. Zij laten momenteel een in de samenleving aanwezig arsenaal aan ervaring, kennis en ideeën liggen. Met andere woorden: de participerende burger verlangt juist naar een andere, meer luisterende en interactieve overheid.

  • Annemart Idenburg (opsteller van het WRR-rapport Vertrouwen in burgers) liet in een bijdrage tijdens een andere masterclass overtuigend zien dat burgers op verschillende manieren uit zichzelf participeren. Daar moet je als bestuurder dus ook op verschillende manieren mee om (kunnen) gaan en dat vraagt volksvertegenwoordigende competenties van raadsleden die ze vaak niet in huis hebben. Enige zelfreflectie, en wellicht ook scholing is dus geboden.

 

  • Dat de overheid er nog lang niet is, stelde ook Jacques Wallage in een masterclass vast. Te vaak veronderstelt de gemeenteraad zichzelf als het middelpunt van de besluitvorming, terwijl haar inzet enorm aan betekenis heeft ingeboet. En als 2,5% van de Nederlanders lid is van een politieke partij en slechts 10% daarvan actief is, zit het met de legitimatie ook niet meer goed. Is het dan gek dat burgers wel eens het gevoel krijgen dat de politieke partijen de democratie van hen hebben gestolen?

Veranderen

Tijdens de eerste bijeenkomsten van de Gemeenteraad van de toekomst bleek bij de deelnemers de sterke overtuiging en de wil om op zoek te gaan naar een andere – en wellicht ook minder prominente – rol voor en invulling van politiek en bestuur. Enkele voorbeelden ter illustratie:

 

  1. Inherent aan de kaderstellende rol van de gemeenteraad is dat ambities voor de toekomst in hoofdlijnen worden vastgelegd zonder dat de burger daarbij in beeld is geweest. Pas bij de uitrol van de kaders worden inspraakprocedures en andere vormen van burgerparticipatie uit de kast gehaald. Is het dan gek dat burgers zich niet gekend voelen in hun wensen, kennis en ideeën? Veel beter zou het zijn als de kaderstellende rol van de raad wordt beperkt tot de procedurele kant: hoe gaan we burgers vragen hun ideeën aan te geven, welke rol pakken we daar zelf in en waar willen we dan naartoe werken?
  2. Inherent hieraan is een bijna collectieve afkeer van het dichttimmeren van een raadsperiode met collegeafspraken, raadsprogramma’s en andere documenten. Ook daarvan geldt: hoe kunnen burgers ‘in hun kracht komen’ als de marsroute al vastligt en alleen de stopplaatsen nog mogen worden afgesproken?
  3. De gemeenteraad die burgers serieus wil nemen kan niet anders dan een andere koers varen: meer de volksvertegenwoordigende rol oppakken door goed te weten wat burgers willen en waar nut en noodzaak liggen. In plaats van dingen te willen regelen voor de burger zal het raadslid dan het proces willen faciliteren waarbij de samenleving zelf de richting aangeeft. Of, zoals op een van de seminars schertsend werd opgemerkt: “Wanneer krijgt de gemeenteraad inspraak in de plannen van de burgers?”

Verkiezingen 2014

Rond deze tijd mag je verwachten dat in de meeste gemeenten waar de ChristenUnie deelneemt aan verkiezingen de programma’s en kandidatenlijsten al tenminste in de grondverf staan. Wat dat betreft komt dit artikel misschien wat laat. Toch is het goed om wat aandachtspunten mee te geven voor de nieuwe raadsperiode en de jaren erna (want de weg is nog lang).

Met dank aan Jeroen van Urk, raadsgriffier in Oude IJsselstreek, geef ik vijf bewegingen aan die de Gemeenteraad van de Toekomst wil maken, maar uiteraard eerst nog nader wil verkennen:

  • van een politiek van partijen naar een politiek van personen – omdat het de mensen zijn die de relatie met de burgers goed inhoud kunnen geven;
  • van een politiek van programma’s naar een politiek van thema’s - omdat de toekomst niet moet worden vastgelegd maar juist samen met burgers moet worden vormgegeven;
  • van een politiek van doelstellingen naar een politiek van uitgangsstellingen – omdat elk proces een wandeling is waar je het startpunt wel maar het eindpunt nog niet van weet;
  • van een politiek van arena’s naar een politiek van netwerken – omdat verbinden effectiever is dan elkaar de loef afsteken;
  • van een politiek van ideologieën naar een politiek van inspiratie – omdat grote verhalen meestal geen antwoord geven op de actualiteiten die zich spontaan aandienen.

Spannend, maar het lijkt me de moeite waard om aan die verkenning mee te doen. Want gaat politiek niet per definitie om macht? En hoe verhoudt die zich tot de overtuigingen van een partij als de ChristenUnie? Wat moet je straks nog in je verkiezingsprogramma zetten als je als raad nog ‘slechts’ een speler in het netwerk bent? Genoeg ideeën voor een mooie ledenvergadering, zou ik zeggen.

Ben Nitrauw is zelfstandig trainer/adviseur (www.in-gesprek.nl) en was gemeenteraadslid in Heino en Harderwijk. Hij is lid van de Gemeenteraad van de Toekomst.

 

SAMENVATTING

  • De inrichting van het lokaal bestuur moet veranderen.
  • Dat is nodig om de taken in een goede verhouding tot burgers en organisaties te kunnen uitvoeren.
  •  Het is onwenselijk en onmogelijk geworden om vergaande ambities voor de toekomst politiek vast te leggen...
  • ... daarvoor is de route te onzeker en het aantal actoren te groot geworden.
  • ChristenUnie-politici moeten zich bezinnen op de rol van de gemeenteraad: minder kaders stellen en meer ‘het volk’ vertegenwoordigen.    


KADER 1

Adviesorganen over de rol van de overheid in relatie tot de burgers

 

  • De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR)stelt in het rapport Vertrouwen in burgers (2012) de vraag centraal hoe beleidsmakers burgers beter kunnen betrekken. In het rapport komt het beeld naar boven van burgers die wel degelijk initiatiefrijk, competent en welwillend zijn. Alleen, ze worden daarbij vaak door de overheid gefrustreerd of juist voor de voeten gelopen. Een belangrijke les voor bestuurders en politici is dan ook: denk vanuit de burgers en niet vanuit het stadhuis. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat de aandacht van de gemeenteraad moet verschuiven van het vaststellen van inhoudelijke kaders naar het faciliteren van het ontwikkelen van ideeën en plannen. (Een mooi voorbeeld vind ik zelf de manier waarop de gemeente Zeist en burgers in dialoog gingen over een forse bezuinigingsdoelstelling. Het proces werd door de raad vastgesteld, de uitkomst (mede) door burgers bepaald.

 

  • Het rapport Loslaten in vertrouwen (2012) van de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) vertelt niet zozeer dat de overheid zich van allerlei publieke taken kan terugtrekken, maar wel dat ze over een veel breder arsenaal van rollen moet gaan beschikken. Ook hier geldt dus: de richting moet zijn van product naar proces. Om kritisch naar de eigen rol te kunnen kijken geeft de Rob bestuurders en politici de zogenaamde overheidsparticipatietrap cadeau, het spiegelbeeld van de aloude participatieladder. De vraag is niet langer: 'wanneer betrekken we de burgers bij ons beleid?', maar veel meer: (wanneer) wordt de overheid bij dit traject betrokken? De uitdaging aan de politiek is dus vooral het geven van sturing aan de omslag naar een grotere betrokkenheid, verantwoordelijkheid en zeggenschap van de burgers.

 

  • De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) schetst in het rapport Terugtreden is vooruitzien (2013) hoezeer bestuurlijk Nederland verlangt naar een terugtredende overheid, maar ook waarom dat maar niet wil lukken en hoe daarom het dogma van de gelijkheidsfuik moet worden losgelaten: gaandeweg is bij de organisatie van alle publieke voorzieningen telkens de meetlat van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid gelegd. Geen wonder dat er politieke angst is ontstaan om particulier initiatief veel ruimte te geven. Mensen kunnen immers worden uitgesloten of voorzieningen worden voor sommige groepen onbetaalbaar?
    Om dit gelijkheidsdenken te doorbreken adviseert de RMO politici en bestuurders daarom vooral om wat langer op hun handen te blijven zitten: laat burgers eerst maar een probleem zelf ervaren en bereid worden om tot (collectieve) actie over te gaan. Uiteraard blijft het zaak om bij maatschappelijke initiatieven een aantal randvoorwaarden te bewaken of een vangnet te bieden als er gaten in het maatschappelijk aanbod ontstaan.

 

KADER – 2

Meer lezen over actief burgerschap, de netwerksamenleving of de doe-democratie?

Een paar interessante krenten uit die pap zijn:

 

  • Burgerschap in de doe-democratie (NICIS, 2010) – een rapport met een mooie mix van theorie en veel praktijk over de ins & outs van de doe-democratie, vormen van actief burgerschap (‘doe-het-zelvers’ en ‘mondige monitoren’), het activeren van wijkbewoners en de opbrengsten van lokale initiatieven. Leuk en leerzaam leesvoer voor raadsleden.

 

  • De affectieve burger (Loes Verplanken e.a., 2013) – een onderzoek naar de ontwikkeling van de publieke moraal van zorgzaamheid. Boeiend is de analyse van de manier waarop de overheid via emotiemanegement de burgers in een modus probeert te krijgen waarin voor elkaar zorgen de norm wordt. “De overheid moet straks kunnen rekenen op burgers die op elkaar kunnen rekenen.” Hoogleraar Evelien Tonkens concludeert aan het slot dat de politiek ten aanzien van de herziening van de verzorgingsstaat suggereert uit te voeren wat burgers zelf willen, maar dat veel van de nu ingezette veranderingen juist ingaan tegen de wens van de meeste burgers: de overheid gooit veel dingen op het bordje van de burger en laat die het vervolgens zelf uitzoeken.
  • De doe-democratie (Ministerie van BZK, 2013) – reactie op met name de rapporten van de drie adviesorganen over versterking van actief burgerschap. Mooi overzicht van recente ontwikkelingen en visies op overheid en burgerschap; veel voorbeelden van de doe-democratie in het land. Kanttekening: sommige initiatieven lijken nieuw, maar zijn wel erg uit de oude doos.

© WI ChristenUnie