De tragiek van het theezakje


Door Fiet van Beek

Aanlokkelijke uitgangspunten vormen vaak de basis van (gemeentelijk) beleid. Men wil de kracht van ouders, jeugdigen en hun netwerk benutten en passende zorg bieden in de vertrouwde omgeving. En dan alleen daar zorg bieden waar het echt nodig is, want mensen kunnen heel veel (lees: veel meer) zelf. Het aroma van burgerkracht trekt velen -mij ook- en bij menig beleidsmaker met bezuinigingsopdracht loopt het water in de mond. Hoe er bepaald gaat worden wat die passende zorg is, lees ik zelden. Zou dat niet hét onderwerp van gesprek moeten zijn?

Vrij geregeld word ik uitgenodigd om deel te nemen aan rondetafelgesprekken over de transities. Die beginnen ook met de focus op visie en een stip op de horizon die me wel bevalt. Toch kom ik zelden vrolijk thuis van dergelijke bijeenkomsten. Me afvragend hoe dat toch komt, deed ik een ontdekking. Meestal gaat het binnen vijf minuten niet meer over burgers en burgerkracht, maar over de inrichting van de professionele wereld. En vervolgens blijft het daar over gaan. Zijn we zo gewend geraakt burgers te benaderen via de organisaties in ‘het maatschappelijk middenveld’ dat een gesprek over burgerkracht daar altijd uitkomt? Als burgers zoveel kunnen, waarom dan niet rechtstreeks aan hen vragen wat zij echt nodig hebben en wat niet?

Bij het lezen van ambtelijke notities bekruipt me vaak eenzelfde gevoel. Een heldere visie, maar hoe dieper je in de uitwerking terechtkomt, hoe meer die verwatert. Ik lees dan vooral over organisatorische kwesties en het verdelen van geld tussen organisaties. Inbreng van de burger of het faciliteren van burgerinitiatieven, waar zijn die gebleven? Ik ben het de tragiek van het theezakje gaan noemen. Hoe vaker het gebruikt wordt, hoe minder er van de smaak overblijft. De smaak van een heldere visie -plons- wordt al minder in het uitvoeringsprogramma -plons- is nog nauwelijks terug te vinden in beschikkingen -plons- en onbekend in de uitvoeringsinstructies voor werkers -plons. Wat begint met een andere verhouding tussen overheid en burger eindigt erin in dat nu de wijkwerkers in buurtteams gaan bepalen wat goed is voor de burger.

Eén gezin, één plan is een loffelijk streven, maar wie maakt dat ene plan? Geef mensen de kans om met hun netwerk zelf een plan te maken en voer dat plan dan uit. Laat dat ene plan leidend zijn voor de zorg. Leg dat recht vast, ook in de Jeugdwet en Wmo. Doe je dat niet, dan verandert er niets in de machtsverhouding tussen burger en professional en schuift de professionele dominantie gewoon de wijk in. Dichter bij de burger weliswaar, maar nog steeds ver weg van regie en zeggenschap bij burgers. In het plons-proces wordt regie al snel verantwoordelijkheid, burgers worden cliënten en uitvoerders toch weer beslissers. Not my cup of tea.

 

Fiet van Beek is bestuurder van de Eigen Kracht Centrale

© WI ChristenUnie