Behoud de dorpspomp!


Rowan Williams over lokale verhoudingen en pluraliteit

 
Door Esther Jonker

In februari van dit jaar kwam de Protestantse Kerk in Nederland met een opmerkelijke actie naar buiten: ze heeft de Nederlandse staat aangeklaagd bij de Raad van Europa. De PKN verwijt de staat illegalen basale rechten zoals voedsel, kleding en onderdak te onthouden. De actie kreeg veel aandacht in de media, waarin soms verwonderd werd gereageerd op het initiatief. Al snel rezen er de bekende vragen over de grenzen van het publieke domein. Een kerk op de barricaden is blijkbaar geen bekend verschijnsel (meer) in onze samenleving.

In Groot-Brittannië ligt dat anders. Als leider van de Anglican Communion heeft de voormalige aartsbisschop van Canterbury, Rowan Williams, zich jarenlang op het snijvlak van publieke en kerkelijke verantwoordelijkheid bewogen. Als voorman van de – officieel nog altijd – Britse staatskerk werd hij vaak gevraagd zich over politiek en samenleving uit te spreken. Zijn laatste boek Faith in the Public Square bevat een greep uit de inspirerende, prikkelende en immer erudiete bijdragen die hij daarmee aan het publieke debat leverde.

Geduld en rebellie

Williams geeft in het voorwoord aan, dat zijn publieke functie geen gemakkelijke was. Zijn uitspraken konden standaard wel ergens op hoon, kritiek of onbegrip rekenen. De genuanceerd gecomponeerde gedachtegangen die Williams kenmerken, vinden nu eenmaal lastig weerklank in een mediacultuur van bits en bites. De aartsbisschop ontwikkelde naar eigen zeggen echter geduld en zelfs enige rebellie om te blijven bij standpunten die hem dierbaar zijn. Aan het einde van zijn termijn voelde hij zich daarom vrij en gedrongen om die dingen nog eens helder onderbouwd voor het voetlicht te brengen. Als we de wereld daadwerkelijk zien als Gods geschenk en als we belijden dat God zelf op unieke wijze als mens in onze geschiedenis zichtbaar is geworden, dan heeft dat consequenties voor de manier waarop we over die wereld en dat menselijk leven denken, aldus Williams.

Ruimte voor overtuigingen nodig

De voordrachten in het boek zijn ondergebracht in verschillende thematische secties, maar het zwaartepunt ligt wel in Williams’ terugkerend pleidooi voor pluraliteit in een samenleving. Zijn meest fundamentele argument is dat elke samenleving die streeft naar bloei, ruimte moet geven aan gelovigen om vanuit hun overtuiging bij te dragen aan het bredere publieke belang. Theorieën die het publieke domein als neutraal of volkomen rationeel beschouwen, hebben het volgens Williams niet alleen mis, ze houden ook de broodnodige morele dimensie buiten beeld, die een samenleving nodig heeft om gezond te blijven. Vanuit hun diepste overtuigingen zijn gelovigen immers in staat om vanzelfsprekendheden in de maatschappij van vraagtekens te voorzien. Williams laat zien dat zo’n houding een fundamenteel christelijke is, zowel vanuit theologisch als historisch perspectief.

Drie thema's

In enkele essays gaat Williams ook in op de maatschappelijke verhoudingen op lokaal niveau. Wat hij daarover zegt, valt grofweg in drie thema’s samen te vatten.

  1. 1.       Diversiteit en pluraliteit

Allereerst benadrukt Williams dat ook en juist op lokaal niveau het geluid van minderheidsgroepen, en dan met name religieuze, van cruciaal belang is. Zulke pluraliteit brengt diepte aan in de textuur van de lokale samenleving, waar onderlinge verbondenheid de drijvende kracht is. Het is volgens hem dan wel van belang dat die groepen ook elkaar horen en de ruimte geven, dat ze daadwerkelijk ‘samen’ leven in plaats van langs elkaar heen. In zo’n gesprek, gezamenlijk zoekend naar gedeelde waarden binnen de lokale gemeenschap, kan vervolgens iedere stem een beslissende zijn in de realisatie van het common good.

  1. 2.       Duurzame gemeenschappen

Williams gaat ook in op het concept van de ‘duurzame gemeenschap’ (sustainable community). In dit concept staan duurzame relaties centraal: tussen mensen onderling, tussen de mens en zijn omgeving en tussen mensen in de (lokale) economie. In zijn essay hierover wijst Williams op  twee noodzakelijke voorwaarden voor zulke duurzame gemeenschappen: gedeelde noties van plaats en van tijd. Williams ziet het als een bedreiging voor hun bloei, wanneer lokale gemeenschappen leven zonder gedeelde markeringspunten in tijd en in ruimte.

Een lokale geografie bijvoorbeeld is volgens Williams meer dan een abstract grondplan van een regio, stad of dorp. Het voorziet plaatsen van een gemeenschappelijke waarde, die de inwoners herkennen en die hen bij elkaar brengt. Wanneer een ruimte  zijn herkenbare eigenheid voor de lokale bevolking verliest – denk bijvoorbeeld aan het verdwijnen van de dorpspomp voor een futuristisch plein – raakt een gemeenschap ‘onduurzaam’. Een goed functionerende gemeenschap heeft echter niet alleen een gemarkeerde ruimte, maar ook een gemarkeerde tijd nodig. De gemeenschap van nu bestaat door haar verleden, door het leven van de mensen van toen én nu. Die gemeenschappelijke verhalen maken de gemeenschap van nu tot wie zij is.

Williams laat vervolgens zien dat deze ideeën over de verankering van een gemeenschap in ruimte en tijd concreet kunnen worden in bijvoorbeeld de beoordeling van bouwplannen. Het is altijd de moeite waard om bij zulke plannen de vraag te stellen of ze recht doen aan de eigenheid van de lokale ruimte en de gedeelde geschiedenis van de gemeenschap. Wat veronderstellen de plannen over wat de mensen hier belangrijk vinden? En zijn die veronderstellingen juist of niet? Daarnaast wijst Williams op de rol die de kerkelijke gemeenschap kan spelen, juist op lokaal niveau. De kerk is bij uitstek op lokaal niveau aanwezig in gemeentes en parochies, verweven met de geschiedenis van een stad of dorp en herkenbaar aanwezig met een (soms eeuwenoud) kerkgebouw. De kerkelijke gemeenschap heeft daarom bij uitstek de kracht in zich om mede bij te dragen aan het eigen karakter, de geschiedenis en de ruimtelijke uitdrukking van de lokale gemeenschap.

  1. 3.       Big Society

Een derde thema uit Williams’ essays met impact op lokaal niveau is dat van de Big Society. Hij constateert dat het thema her en der nogal eens verontwaardiging en wantrouwen heeft gewekt, waar het werd gezien als een platte ideologie van een zich terugtrekkende overheid gekoppeld aan ingrijpende bezuinigingen. Maar volgens Williams heeft het idee wel degelijk kansen in zich, mits het zich rekenschap geeft van een aantal zaken. Zo is het volgens hem allereerst van belang om goed na te denken bij wie de verantwoordelijkheden precies worden neergelegd. Zijn het de instanties die bij uitstek geschikt zijn om de taak op zich te nemen? En vervolgens moeten we ons volgens Williams realiseren dat taken niet zozeer bij instanties, maar altijd bij individuele mensen terechtkomen. Zijn die mensen voldoende in staat om zo’n verantwoordelijkheid te dragen? Williams stelt, dat het doorschuiven van verantwoordelijkheden van landelijk naar lokaal niveau andere deugden en vaardigheden van mensen op lokaal niveau vergt. Hoe zorgen we voor voldoende oefening en scholing om die bij te brengen? En als laatste wijst Williams erop dat we moeten nadenken hoe het lokale zich verhoudt tot nationale en zelfs globale verhoudingen. Hoe kun je bijvoorbeeld de lokale economie stimuleren, als feitelijk de internationale markt het aanbod in lokale supermarkten en winkelstraten bepaalt? Waar ligt dan de daadwerkelijke verantwoordelijkheid voor beleid en beslissingen?

Hoe concretiseren?

Met zijn pleidooi voor de eigenheid en waarde van de lokale gemeenschap én oog voor de pluraliteit ervan, sluit Williams aan bij geluiden van andere theologen, zoals de eerder in Denkwijzer besproken Luke Bretherton. Ook de verbondenheid aan een specifieke ruimte en geschiedenis wordt in recente Engelstalige politieke theologie regelmatig benadrukt als een christelijke visie op lokale gemeenschappen.[1] Veel ervan klinkt ook bekend in onze eigen ChristenUnie-oren. Maar hoe zouden  we Williams’ overwegingen concreet in ons politieke werk kunnen verwerken?

Moskee gunnen?

Te denken valt allereerst aan het stimuleren van pluraliteit en verbondenheid binnen lokale gemeenschappen. We kunnen bijvoorbeeld proberen het gesprek te bevorderen tussen groepen die elkaar niet of nauwelijks kennen.[2] Uiteindelijk deelt men het belang voor het welzijn van de eigen leefgemeenschap, vaak zonder zich bewust te zijn van dat gedeelde belang. Daarbij hoort ook het erkennen van de verworteling van mensen en het ruimte geven aan mensen om die verworteling uit te drukken. Alleen vanuit hun eigenheid kunnen mensen volwaardig bijdragen aan de gezamenlijkheid van een gemeenschap – of dat nu geldt voor religieuze, etnische of andersoortige eigenheid. Hoe reageren we bijvoorbeeld op de wensen van andersgelovigen? Durven we een moskee te ‘gunnen’ aan de groep moslims in onze stad?

Nederlandse winkelstraten

Toch kunnen we als politici ook kritisch zijn op de vormgeving van de publieke ruimte binnen een gemeenschap. Hebben nieuwe plannen voldoende oog voor het eigen karakter ervan, voor wat er in de lokale gemeenschap toe doet? Concreet valt bijvoorbeeld te denken aan de vervlakking van het aanbod in Nederlandse winkelstraten. We kunnen nieuw beleid tevens toetsen op de synchroniteit met het verleden van de gemeenschap: past dit beleid bij het karakter van de stad of het dorp? En met de overheveling van verantwoordelijkheden van nationaal naar lokaal niveau moeten we ook nadenken over hoe en waar mensen gevormd worden om zulke nieuwe verantwoordelijkheden te dragen. Durven we creatief te zijn in het aanwijzen van vormende instituten?

De grondhouding in al Williams’ essays  is er echter vooral een van openstaan voor anderen, het zoeken van de dialoog en het blootleggen van vooronderstellingen achter bepaalde overtuigingen.  En daarmee hebben we wel de meest concrete toepassing van Faith in the Public Square voor ons politieke werk gevonden.

Dr. Esther Jonker is voorzitter van de Kiesvereniging Leiden en lid van het curatorium van het WI.



[1] Vergelijk bijvoorbeeld: William Cavanaugh, Migrations of the Holy, Grand Rapids etc. (Eerdmans), 2011, vooral p. 69-87; Luke Bretherton, A Postsecular Politics? Inter Faith Relations as a Civic Practice, Lambeth Inter Faith Lecture 2009; Oliver O’Donovan, ‘The Loss of a Sense of Place’, in: Oliver O’Donovan, Joan Lockwood O’Donovan, Bonds of Imperfection, Grand Rapids etc. (Eerdmans), 2004, p. 296-320; John Inge, A Christian Theology of Place, Farnham (Ashgate), 2003.

[2] Zie hierover ook mijn pleidooi in Wapenveld: E. Jonker, ‘Luisterend ontvangen. De ander en de publieke roeping van christenen’ in: Wapenveld 4/2012, p. 9-13.

© WI ChristenUnie