Politiek kan niet zonder moreel debat


'De markt leent zich niet voor zaken die de integriteit van het menselijk lichaam raken;  zoals we niet zouden willen toestaan dat mensen in geldnood reclame op hun lichaam tatoeëren. 

Procesverantwoordelijkheid is het sleutelwoord van de moderne staat. Maar het voldoen aan de eis van proceswaarborgen geeft nog geen garantie dat er inhoudelijk 'goede' resultaten ontstaan.'

Door Herman Sietsma

Wie zichzelf een plezier wil doen moet op YouTube eens een paar colleges van hoogleraar Michael J. Sandel bekijken. Het wordt meteen duidelijk waarom deze politiek filosoof zo populair is; op intrigerende wijze legt hij de dilemma’s die meekomen met de moderne politiek-maatschappelijke vraagstukken bloot. Sandel komt aan heilige huisjes, met  name aan het liberale zelfbeschikkingsrecht. Met zijn scherpe argumentatie legt hij bloot dat de liberale westerse democratieën een groot manco vertonen als ze menen de moraal buiten de politiek te kunnen houden.

Sandel (1953) is populair in de VS en in Europa, maar ook daarbuiten; in 2011 werd hij in China uitgeroepen tot “invloedrijkste buitenlander”. Hij behoort tot de communitaristische stroming; denkers die nadruk leggen op de betekenis van de gemeenschap. Zijn ideeën kunnen de voorstanders van christelijke politiek in hun argumentatie van dienst zijn. In zijn Rechtvaardigheid; wat is de juiste keuze? (2009)behandelt hij klassieke ideeën en past hij ze toe op moderne dilemma’s. In Niet alles is te koop (2012) toont hij aan hoe pervers de financiële prikkel kan zijn.

Klassieke ideeën

Eerst over rechtvaardig overheidsbeleid. Aristoteles verbond rechtvaardigheid niet primair aan vrijheid, maar aan de bestemming van elke mens (zo kon hij overigens de slavernij in zijn tijd goedkeuren). Kant baseerde zich op een objectieve zedelijke wet die uit de mensen zelf voortkomt; die wet zou de grondslag van het handelen van een ieder moeten zijn, omdat men daarnaar hoort te handelen, ongeacht het resultaat ervan. De calculerende Bentham - en later ook Mill -, beiden aanhangers van het utilitarisme,  redeneerden omgekeerd en berekenden het nut van te nemen maatregelen; als er per saldo meer welzijn ontstaat door een overheidsmaatregel is het gerechtvaardigd die maatregel te nemen. Het neoliberalisme gaat uit van het gegeven dat de mens van zichzelf is en niet van de samenleving; het verzet zich tegen bemoeizucht van de overheid en ook tegen moraal in beleid en herverdeling van inkomens; de mens moet vrij zijn. Rawls corrigeert het neoliberalisme met het uitgangspunt van de noodzaak van een gelijke uitgangspositie voor een ieder.

Vrijkopen van dienstplicht?

Sandel geeft praktische voorbeelden van de manier waarop de liberale theorie vastloopt. Zo zijn er in de VS veel echtparen met kinderwens die een draagmoeder zoeken. In eigen land is dit een dure onderneming, maar in India zijn er vrouwen genoeg die voor een fractie van dit bedrag het draagmoederschap willen vervullen. Praktijk is dus dat deze echtparen draagmoeders zoeken (en vinden) in India. Iedereen blij, zou men denken, want de echtparen zijn goedkoop uit en Indiase vrouwen verdienen in korte tijd beduidend meer dan ze anders mogelijk zou zijn.

Iedereen blij; en toch voelt iedereen ook dat er iets niet klopt. Je lichaam verhuren of verkopen voor het materiële belang van een ander; dat overschrijdt een grens. Zoals het ook niet klopt als welgestelden zich kunnen vrijkopen van militaire dienstplicht waardoor het leger vooral bestaat uit arme “vrijwilligers”. Zoals het ook niet klopt dat in de prostitutie in Amsterdam honderden en waarschijnlijk  duizenden prostituees “vrijwillig” aan het werk zijn. Het klopt niet, zegt Sandel, omdat de hypothese dat mensen gelijk en vrij zijn niet klopt. Ons systeem van de vrije markt dwingt groepen tot handelingen die niet in vrijheid gewild zijn. De financiële positie of andere omstandigheden brengen mensen in situaties waarin ze  hun lichaam of hun tijd verkopen voor zaken die ze in vrijheid juist niet zouden willen.

Eigen organen verhandelen

De oorzaak ligt in het systeem dat wij met z’n allen organiseren voor de ruil van menselijke behoeften: de markt. De markt is geschikt voor de ruil van goederen en diensten onder condities die vrije keuze en beslissing mogelijk maken. De markt leent zich niet voor zaken die de integriteit van het menselijk lichaam raken;  zoals we niet zouden willen toestaan dat mensen in geldnood hun organen gaan verhandelen of reclame op hun lichaam tatoeëren.  Evenmin leent de markt zich overigens voor transacties die leiden tot het ruïneren van het ecosysteem.  De markt is immoreel en haar logica is die van het (financieel-economisch) sterkste belang.

De grondslag voor de politiek kan dus nooit alleen de menselijke vrijheid zijn. Weliswaar corrigeert het  moderne liberalisme de absolute, primitieve vrijheid met het uitgangspunt van de grond- en mensenrechten, maar bovenstaande voorbeelden tonen aan dat, ook als mensen uit 'vrije wil' transacties aangaan - en dus van aantasting van grond- en mensenrechten in formele zin geen sprake is - een overstijgende moraal noodzakelijk is.  In de liberale  visie op mensenrechten tellen de beperkingen die het liberale economisch systeem meebrengt niet; zo kan een liberaal mensenrecht het onrecht gaan maskeren.

Abortus en neutraliteit

Sandel pleit er vervolgens voor dat er een cultuur wordt gecreëerd waarin de betekenis van 'het goede leven' voorwerp van debat is en waarin meningsverschillen kunnen worden opgelost. De politieke arena is niet een amoreel domein, maar juist een gebied waar opvattingen, overtuigingen en religie hun legitieme plaats hebben. Het streven naar rechtvaardigheid kan niet worden losgekoppeld van de visie op 'het goede leven'.

Sandel ontmaskert de zogenaamde neutraliteit van de staat met het voorbeeld van de abortus. Wie de beslissing over abortus aan de vrouw wil laten onder het mom van de 'neutrale staat' heeft al lang positie gekozen, namelijk dat het ongeboren kind geen persoon is. Pleidooien om abortus toe te staan zijn niet neutraler dan pleidooien om abortus te verbieden. Hetzelfde geldt ten aanzien van het homohuwelijk; het is onzin om te denken dat het een uiting van neutraliteit is om elke zich aandienende samenlevingsvorm gelijk te behandelen. Kernvraag is of  het homohuwelijk de waardering en erkenning van de gemeenschap verdient, zoals de staat dit traditioneel beoogd heeft ten aanzien van het  'gewone' huwelijk. Invoering van het homohuwelijk is geen uiting van een neutrale staat, maar een toekenning door de staat van de waarden die aan het huwelijk worden toegekend.

Deugdzaamheid

Sandel stelt: we komen niet tot een rechtvaardige samenleving door simpelweg het welzijn te maximaliseren (het utilitarisme) of door de keuzevrijheid van het individu te garanderen (het (neo)liberalisme). Rechtvaardigheid vraagt om te kiezen voor de deugd in het openbare leven. Thema’s die daarbij volgens hem  betrokken moeten worden zijn

*burgerschap, opoffering en dienstbetoon;

*het gegeven dat markten hun morele beperkingen hebben;

*een uitgangspunt van onderlinge solidariteit en het tegengaan van ongelijkheid

*een politiek van morele betrokkenheid.

Niet alles is te koop

In Niet alles is te koop behandelt Sandel de manier waarop geld de allesbepalende factor is geworden in nagenoeg alle behoeften; van het uittesten van riskante medicijnen, het verkrijgen van voorrang bij medische behandeling, het plaatsen van reclame op publieke eigendommen  tot het inzetten van huursoldaten. De financieel-economische situatie waarin mensen verkeren bepaalt hun besluit; van 'vrije wil' is veelal geen sprake. Beslissingen komen tot stand op 'de markt' van vraag en aanbod. Het nadeel van deze markten is dat ze in morele zin 'neutraal' zijn en gevoelig voor corruptie. De markt vraagt niet naar goed of slecht maar naar bevrediging van behoeften. Sandel eindigt met een vraag: Willen we een maatschappij waarin alles te koop is? Of zijn er bepaalde morele en sociale waarden die op de vrije markt niet worden gerespecteerd en die niet te koop zijn? Zijn antwoord is duidelijk: die morele vragen moeten worden beantwoord en de enige plaats waar dat gezaghebbend gebeuren kan is de politiek.

Politiek gaat over grote vragen

In het Nederlandse openbare leven is de discussie over deugden niet populair. Het lijkt een achterhoedegevecht van orthodoxe christenen die de moderne tijd niet kunnen of willen  bijhouden. Maar Sandel’s benadering maakt duidelijk dat het debat over publieke deugden geen achterhaalde zaak is, maar de kern van politiek die rechtvaardigheid centraal wil stellen. Daarmee is dan niet bedoeld de 'rechtvaardigheid' van de laatste procenten inkomsten- of lastenverdeling, zoals het begrip in Nederland doorgaans wordt opgevat, maar gaat het over de vragen hoe de politiek  in deze tijd de grote levensvragen tegemoet kan en moet treden. Deze vragen gaan over leven en dood, over vrijheid en slavernij, over ecologische rampen of duurzaam scheppingsbeheer. Sandel propageert hiermee geen christelijke politiek, maar zijn betoog is een verademing in een tijd waarin mensen zichzelf tot norm zijn.

Voorbij Sandel

Vanuit de christelijke politiek kunnen en moeten we een stap verder gaan dan Sandel doet. Waar hij pleit voor het eerlijke debat over de publieke moraal – onder erkenning van de betekenis van levensbeschouwelijke en religieuze argumentaties - kunnen wij die argumentaties zelf ontwikkelen, inhoud geven en inbrengen. Sandel bepleit  een proceswaarborg; er moet in de staat een adequaat debat over de moraal zijn. Procesverantwoordelijkheid is het sleutelwoord van de moderne staat. Maar het voldoen aan de eis van proceswaarborgen geeft nog geen garantie dat er inhoudelijk 'goede' resultaten ontstaan.  Een goed proces voor morele meningsvorming garandeert nog geen goede invulling van dit begrip. Daarom is de inhoudelijke oriëntatie op wat wij christelijke politiek noemen van blijvend belang. We hebben het dan inderdaad over rechtvaardigheid als richtsnoer voor het overheidshandelen. Rechtvaardigheid betreft dan de wijze waarop de opdracht van de Schepper, die ook tot overheden komt, vertaald wordt in wetgeving en beleid.

Het is dan niet voldoende om als belangrijkste taak voor de overheid het “borgen van variëteit” te formuleren, zoals Rienk Janssens doet.[1] Zijn interpretatie van “echte vrijheid” voor burgers is “dat je, binnen de grenzen van de wet, je leven kunt inrichten volgens je eigen overtuiging”. Dat klinkt prachtig, maar Sandel toont aan dat dit ons niet veel verder helpt, omdat het juist gaat om die wettelijke condities. Welke keuzes worden wel, welke keuzes worden niet toegestaan? De door Sandel bepleite aandacht voor de deugd ontbreekt; de staat wordt 'leeg' en het is toeval hoe de belangenstrijd om het publieke domein uitpakt. De  notie dat Gods wet voor overheden kenbaar is, ontbreekt hierin.  

Christelijke restanten?

Ik zie iets soortgelijks in een recente column van de theoloog Stefan Paas.[2] Hij stelt daarin dat de kerk prima zonder christelijke restanten in de wet kan. Misschien is dat zo – een contrasterende kerk lijkt me Bijbelser dan een kerk van het establishment - maar het omgekeerde interesseert mij nu vooral:  kan de samenleving zonder “ christelijke restanten”? Doen we land en volk niet tekort als we denken dat het morele leven alleen op onszelf en op onze kerkelijke gemeenschap betrekking heeft? Ik hoop niet dat christelijke politici ontmoedigd worden door de lichtvoetige en raillerende manier waarop Paas schrijft over hun inspanningen om de zondagsrust te behouden, om euthanasie  en prostitutie tegen te gaan.  De suggestie die van zijn boodschap uitgaat is dat het christenzijn vooral beleefd wordt in de kerkelijke gemeenschap en dat de samenleving best zonder christelijke politiek kan.

Maar als het al waar is dat de kerk kan leven zonder christelijke restanten in de wet – een grondige analyse zal overigens uitwijzen dat veel van onze burgerlijke vrijheden juist van christelijke oorsprong zijn, een omstandigheid waarvoor dankbaarheid meer gepast is dan achteloosheid - de samenleving kan naar mijn vaste overtuiging niet zonder de christelijke moraal. Sandel laat namelijk zien waartoe het neoliberalisme zonder die christelijke moraal leidt.

Christelijke politiek is hard nodig

Het is pijnlijk en gênant om te zien hoe Nederland met een beroep op de 'lege staat' inhoudelijke oordelen over verwerpelijke en schadelijke zaken heeft ontweken. De economische pressie om de zondagsrust op te heffen leidt tot sociale dwang voor kleine zelfstandigen. Legalisatie van de prostitutie heeft geleid tot - alleen al in Amsterdam- duizenden gevallen van moderne slavernij . De vrijheid die in ons land bestaat om allerlei verdovende te gebruiken en te verhandelen leidt tot grote schade aan gezondheid van velen en aan de publieke financiën. De uitbuiting van de aarde leidt door ons ongegeneerde economisch liberalisme tot genetische modificatie van de kleinste levensvormen in de oceaan.

Er is werk aan de winkel voor christelijke politiek. Wie denkt dat de moderne mens de grote problemen – ideologieën, oorlogsdreiging, slavernij, uitbuiting - achter zich heeft gelaten heeft het grondig mis. Er zijn zelfs nieuwe problemen bijgekomen: uitputting van de aarde, toenemende sociale ongelijkheid, verslaving en zinloosheid, vereenzaming. De politiek kan die problemen niet oplossen maar aan de oplossing ervan wel bijdragen. Omgekeerd kan een politiek waarin voor moraal geen plaats is die problemen in stand houden of verergeren. Sandel's pleidooi kunnen we dan ook beschouwen als aanmoediging om de boodschap van de dienst aan Schepper en medeschepsel, ook door de overheid, in praktijk te brengen. Er is namelijk veel behoefte aan.



[1] Denkwijzer 2010/juni, p. 9-13.

[2] De Nieuwe Koers 2013/1.

© WI ChristenUnie