Leven in een Enron-maatschappij


Recensie


-----
Paul Verhaeghe, Identiteit, Amsterdam: De Bezige Bij, 2012
-----

Door Robert van Putten

In onze maatschappij zijn ziekmakende krachten actief, met als symptomen burnouts, eenzaamheid en een overvloed aan psychologische stoornissen. Dit komt voort uit de allesoverheersende neoliberale ideologie die in de afgelopen 30 jaar is uitgegroeid tot het nieuwe grote verhaal, daar waar religieuze verhalen door individualisme en secularisering zijn ondergraven. Dat verdedigt de Belgische psychoanalyticus en maatschappijcriticus Paul Verhaeghe in zijn boek Identiteit.

Wie denkt dat we in een tijd zonder grote verhalen leven zit er volgens Verhaeghe helemaal naast. Het nieuwe verhaal luidt: “Mensen zijn competitieve wezens die vooral uit zijn op hun eigen profijt. Op maatschappelijk vlak is dat in het voordeel van ons allemaal, want iedereen zal in die competitie zijn uiterste best doen om aan de top te geraken. (…) Dit is ethisch correct, want het slagen of mislukken van een individu in die competitie hangt volledig af van diens eigen inspanningen. Iedereen is bijgevolg zelf verantwoordelijk voor het eigen succes of falen.” (116). De hele samenleving is ermee doordrenkt: de universiteit is een kennisbedrijf, het ziekenhuis een zorgbedrijf. In de arbeidsorganisatie is alles gericht op individuele prestaties, winst, effectiviteit, competitie.

Wanneer we ons druk maken over het verlies van normen en waarden dan moeten we niet denken in termen van ‘verval’, maar in termen van ‘verandering’. De huidige moraal is slechts uitdrukking van een door ideologie veranderde identiteit. En die wordt grotendeels bepaald door onze omgeving, betoogt Verhaeghe, zich baserend op Freud en de bioloog Frans de Waal. Of mensen zelfgericht of altruïstisch zijn, hangt af van de omgeving. De heersende ideologie bepaalt wat identiteit en moreel gedrag zijn. Het huidige narcistische gedrag is eenvoudig product van de omgeving, het neoliberalisme.

Verhaeghe signaleert als gevolg hiervan een enorme groei van psychosociale stoornissen. Neoliberalisme bepaalt ook wat ‘normaal gedrag’ en ‘stoornis’ is. In een ‘Enron-maatschappij’ zoals hij de neoliberale samenleving noemt, is normaal een zelfgestuurd en geslaagd leven, een stoornis is als dat is mislukt. Wie geen succes heeft, zal ziek zijn. Wie niet aan de eisen van de neoliberale samenleving kan voldoen, wijkt af en moet ‘gedisciplineerd’ worden (Foucault).

De weg om uit de Enron-maatschappij te komen is door een andere arbeidsorganisatie waarin kwaliteit en intrinsieke motivatie voorop gaan. Puttend uit het werk van de socioloog Sennett stelt hij dat zeggenschap, zelfsturing, vakmanschap en samenwerking centraal moeten staan. Een ander dominant waardencomplex moet worden geactiveerd.

Met deze felle maatschappijkritiek houdt Verhaeghe een spiegel voor. Opvallend genoeg kiest hij geen politiek-conservatieve benadering, maar baseert hij zich op psychoanalytische en sociaal-darwinistische inzichten. Hiermee werpt Verhaeghe een nieuw licht op het neoliberalisme, dat immers ook al door anderen is bekritiseerd. Het boek bevat een duidelijke aansporing om de samenleving anders te organiseren. Of Sennetts ideeën vruchtbaar zijn voor een ‘way-out’ zal de tijd moeten leren.

Robert van Putten, MSc-student Bestuur van maatschappelijke organisaties aan de VU, bestudeert voor zijn afstudeeronderzoek veranderingen in het maatschappelijk organiseren.