'Ik ben allergisch voor teveel praten'


Interview met Ard Kleijer

Door Geert Jan Spijker

Wat doet een militair in de politiek? Rasechte Veluwenaar Ard Kleijer is sinds 2007 wethouder in Putten. Op de Noord-Veluwe heeft de ChristenUnie de positie die het CDA twintig jaar geleden had. Kan dat bij de komende verkiezingen worden gehandhaafd? Een gesprek met de voorzitter van de BestuurdersVereniging. Hij is geen schreeuwer, praat eerder zacht. Tegelijkertijd: 'Ik kan een peloton tanks aanvoeren'.

Wanneer ben je actief geworden voor de ChristenUnie?

Toen ik 10 was, las ik de krant al voor politiek nieuws. Mijn vader was een van de eerste leden van de RPF en ik stemde altijd RPF. Toen de ChristenUnie ontstond, dacht ik: nu moet ik lid worden. Vrij snel daarna werd ik actief voor de fractie. Bij de verkiezingen in 2002 kwam ik verrassend genoeg meteen op plek 4 en kwam in de raad. Het eerste half jaar dacht ik tijdens raadsvergaderingen voortdurend: 'Waar hebben die lui het over?' Al dat jargon. Na een tijdje mengde ik me er steeds meer in en kreeg de politiek me te pakken.

Je hebt een militaire achtergrond. Heb je daar wat aan in de politiek?

Dankzij de KMA ben ik een generalist. Ik kan me snel dingen eigen maken en heb veel vaardigheden. Ik kan een peloton tanks aansturen, maar ben ook thuis in HRM-zaken. Verder krijg je in het leger een grote actiegerichtheid mee. Ik heb geleerd snel te analyseren en problemen aan te pakken. Voor teveel praten ben ik allergisch.

Dan kun je beter niet de politiek ingaan…

Het is weleens lastig, ja. Zoals nu rond de decentralisatieplannen: voortdurend adviezen van commissies en werkgroepen. De een zegt dit en de ander weer dat. Men pleit voor een integrale aanpak maar wat er gebeurt is integraal afwachten. Ik doe liever wat, gooi graag een steen in de vijver. Soms ben ik te snel. Daarom heb ik tegenspraak nodig, mensen die me kunnen afremmen. 

Wat vind je van die decentralisatieplannen? Krijgen gemeenten niet teveel taken, zoals rond jeugdzorg en langdurige zorg, op hun bordje?

Allereerst zie ik kansen voor gemeenten. We kunnen het sociale leven flink stimuleren, het kan de samenleving ten goede komen. Tegelijk is er veel onzekerheid over hoe de wetgeving er uit gaat zien, bijvoorbeeld rond het jeugdbeleid. We worden murw gecommuniceerd, maar duidelijkheid, ho maar!  Een risico is het als de Tweede Kamer schotten gaat maken. Dat maakt het moeilijk voor ons om te sturen. De angst bij Kamerleden dat we lokaal het geld aan andere zaken gaan geven is onterecht. Bestuurders die dat doen zullen worden afgestraft. De Kamer moet vertrouwen hebben in de lokale overheid.

Zal Putten zwaar worden getroffen door de decentralisatie?

Gemeenten met een fijnmazig vrijwilligersnetwerk, zoals Putten, zullen er minder onder te lijden hebben dan andere. Er is hier veel gemeenschapsgevoel, daardoor zal de kanteling makkelijker opgevangen kunnen worden dan in bijvoorbeeld forenzensteden als Zoetermeer en Houten.

Treedt de overheid wel echt terug?

Zeker: de subsidies op huishoudelijke verzorging zijn al driekwart minder geworden, tegen sportvereniging wordt eerder gezegd 'betaal je kunstgrasveld zelf maar'. En ook richting scholen en welzijnsinstellingen zijn gemeenten terughoudender met subsidies. Die ontwikkeling past overigens goed bij de christelijk-sociale traditie. We moeten het weer meer samen doen: van leunen naar steunen.

Van leunen naar steunen?

Enerzijds moeten burgers niet meer leunen op de overheid. Anderzijds kan de overheid burgers soms wel steunen. Wederkerigheid staat centraal. Als je subsidie krijgt, moet je er ook wat voor terug doen. Als een gemeente een kunstgrasveld betaalt, zegt ze nu: kun je in de kantine geen BSO kwijt? Maatschappelijke clubs krijgen zo meer oog voor publieke belangen. We vinden steeds meer creatieve combinaties en verbindingen tussen allerlei instituties.

Putten kent nog geen 30.000 inwoners. Met wie gaan jullie straks samen om een 100.000+ gemeente te worden?

Het is de vraag wat het oplevert. Laten we de kracht van de samenleving niet weggooien door lokaal bestuur op afstand te zetten. Ik spreek 1 a 2 dagen per week met individuele burgers! In een grote gemeente spreken wethouders geen burgers meer, dat is ondoenlijk. Ook bespaar je niks met een fusie. Als je één voetbalclub een kunstgrasveld belooft, dan wil vervolgens elke club uit elke kern er een.

Je hebt de ChristenUnie Masterclass gedaan. Welke meerwaarde heeft die voor jou?

De masterclass heeft mij een stevige, theoretische basis gegeven; een ondergrond die ik intuïtief wel had maar nu woorden kan geven. Daardoor werd ik ook bevestigd in mijn keuze voor de ChristenUnie. Onze christelijk-sociale identiteit is niet socialistisch - de overheid is geen geluksmachine - en niet liberaal - met ongebreidelde marktwerking en individualisme schieten we weinig op. De christelijk-sociale traditie van mensen als Kuyper biedt een prachtig alternatief, dat we ook richting de komende gemeenteraadsverkiezingen weer vruchtbaar kunnen maken.

Christelijk-sociale politiek is dus links noch rechts, wat is het wel?

Ik ben van oudsher redelijk rechts, maar heb ingezien dat mensen die in de bijstand zitten dat echt niet altijd uit vrije wil doen. De koek moet eerst worden gebakken, maar vervolgens eerlijk verdeeld. De Bijbel staat daar vol van. Denk ook aan Ruth. Die moest in beweging komen, haar eigen verantwoordelijkheid nemen om eten te verzamelen. Maar men moest eerst wel de aren laten liggen aan de randen van de akkers, zodat zij die kon oprapen. Leven van genade betekent ook eerlijk delen. Het mooie van onze partij vind ik dat we elkaar daar op kunnen aanspreken: op de bijbel en hoe we onze relatie met God en Jezus vormgeven. Er zijn veel verschillen, maar we vinden elkaar in een levende relatie met Christus.

 

KADER: Putten: ChristenUnie 5 zetels, Wij Putten 4, CDA 4, Gemeentebelang 3, SGP2, VVD 1.

© WI ChristenUnie