'We moeten zoeken naar nieuwe woorden'


We moeten zoeken naar nieuwe woorden’. Kennismaking met de nieuwe WI-directeur Wouter Beekers


Door Floris Spronk

Begin februari treedt dr. Wouter Beekers aan als de nieuwe directeur van het WI. Wie is hij en wat gaat de ChristenUnie van hem merken? “De kernwaarden van de christelijk-sociale traditie zijn omstreden geworden.”

Kun je kort aangeven wie je bent?

In een paar steekwoorden: een maatschappelijk geëngageerd historicus, zoon van twee SP’ers van het eerste uur, op latere leeftijd tot geloof gekomen, nu lid van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) in Rotterdam, getrouwd, met twee lieve zoons en in verwachting van een derde kindje.

Dat klinkt alsof je een bijzondere geschiedenis hebt doorgemaakt.

De maatschappelijke betrokkenheid van mijn ouders is voor mij een belangrijk voorbeeld en dat blijft zo. Maar ik heb ook mijn eigen weg gevolgd. Ik heb Jezus als Heer mogen leren kennen. Ik kwam in aanraking met het christelijk geloof via schoolvrienden en mijn partner, Hadassa. Zij komt uit de Alblasserwaard, de Gereformeerde Bond. Samen hebben wij in Rotterdam een plek mogen vinden in de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt). Daar zijn we bijzonder gastvrij ontvangen, daar werd de liefde van Christus voor mij echt concreet. En mijn bekering tot het christelijk geloof heeft invloed gehad op mijn politieke opvattingen. Zo ben ik de christelijk-sociale traditie steeds meer gaan waarderen.

Kun je ook iets met die christelijk-sociale traditie in je huidige werk?

Ik werk sinds 2004 bij het Historisch Documentatiecentrum voor Nederlands Protestantisme aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Dit centrum is een fantastische plek, waar wetenschap en samenleving samen komen. Ik gaf leiding aan een onderzoeksproject naar de geschiedenis van de christelijk-sociale beweging. Die kreeg bijvoorbeeld gestalte in de volkshuisvesting, het onderwerp van mijn proefschrift, maar ook in het welzijnswerk, onderwijs, zorg, vakbeweging, politiek, enzovoorts. Ik heb daarbij ook steeds gezocht naar de actuele waarde van deze christelijk-sociale traditie, gereflecteerd op de huidige rol van religie in de ‘civil society’. Daarbij mocht ik samenwerken met sociaal-wetenschappers als Govert Buijs en Jan Hoogland. En ik zocht geregeld het gesprek met actieve bestuurders en politici. De medewerkers van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie heb ik in die context leren kennen.

Was de stap naar het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie voor jou dus een logische?

In zekere zin, ik heb aan de universiteit steeds gestreefd naar maatschappelijk relevant onderzoek. Dat spreekt me aan in het werken bij een Wetenschappelijk Instituut van een politieke partij: wetenschap heel concreet te maken voor politiek en samenleving. Overigens ben ik aanvankelijk lid geworden van het CDA, ik hoopte daar op een relevante manier te kunnen meewerken aan een christelijk-sociaal politiek. Maar veel CDA’ers voelen zich ongemakkelijk bij de C, dat bleek onlangs ook weer, toen een evaluatiecommissie van de verkiezingen – de commissie Rombouts – aangaf de C minder te willen profileren. Bij de ChristenUnie ervaar ik meer ruimte om vanuit de christelijk-sociale traditie politiek te bedrijven.

Wat neem je mee vanuit je academische onderzoek naar de ChristenUnie?

De constatering dat de kernwaarden van de christelijk-sociale traditie omstreden zijn geworden. De samenleving is op allerlei manieren veranderd. Vooral in de grote steden is deze multicultureel geworden. Een seculiere visie op de samenleving heeft sterk aan invloed gewonnen. Het maatschappelijk middenveld is grotendeels geïnstitutionaliseerd en niet altijd meer de plek waar burgers verantwoordelijkheid nemen in de samenleving. Christelijk-sociale politiek betekent daarom zoeken naar nieuwe woorden die aansluiten bij een nieuwe cultuur, woorden als vrijheid en ontplooiing zijn daarbij van belang. Christelijke politiek wordt nogal eens geassocieerd met paternalisme en het beknotten van vrijheid. Wij moeten onder de aandacht zien te brengen dat we juist mensen de ruimte willen geven, ruimte om hun diepste overtuigingen een plek te geven in hun leven: op hun school, werk, in vrijwilligersactiviteiten, enzovoorts. Dat betekent ook kritisch kijken naar de oprukkende macht van professionele instituties en overheidsbureaucratie, die deze ruimte in de praktijk vaak beperken.

Welke bijdrage kunnen we van jou als directeur van het Wetenschappelijk Instituut verwachten?

In de eerste plaats wil ik graag werken in een team. Er lopen al interessante projecten: van Rob Nijhoff, die nadenkt over de veranderde culturele context waarin de ChristenUnie handelt, en Geert Jan Spijker over vrijheid, bijvoorbeeld. De ChristenUnie investeert veel in haar denktank. De kracht van het WI is ook te danken aan al die leden die het instituut als donateur ondersteunen. Ik wil het team graag versterken, denkkracht binnen de partij verder mobiliseren en vertalen voor politici en bestuurders in de praktijk. Buiten de ChristenUnie wil ik het debat opzoeken. Daarin zal ik me richten op het christelijk-sociale denken over de samenleving: kernwaarden als ‘vrijheid’ en ‘verantwoordelijkheid’ voor het voetlicht brengen.

Is de nieuwe directeur van het WI altijd aan het werk, of heeft hij ook nog hobby’s?

Nou, de nieuwe directeur kan goed genieten van de dynamiek van zijn werk, maar hij houdt ook van zijn momenten van rust. Die vul ik heel verschillend in. Ik kan volop genieten van een avondje op de bank met mijn geliefde, een partijtje voetballen met mijn jongens, een stiltemoment alleen met God, een wandeling met een vriend. Tijd hebben om tot jezelf te komen en in rust te genieten van het leven met de mensen om je heen. Nou, noem dat maar mijn hobby.

 

 © WI ChristenUnie