Gedwongen gelijkheid


Is Nederland nog tolerant?

‘Recent kwam een Keulse rechter tot het oordeel dat het om religieuze redenen besnijden van jongens gelijk staat aan zware mishandeling, ook als de ouders toestemming geven.’

‘In Leiden mocht een promovendus geen religieuze opdracht opnemen in zijn proefschrift. “De dankbetuigingen aan God en huisdieren liepen de spuigaten uit”, aldus de universitair woordvoerder.’

Door Mirjam van der Bent-Crezee

Enkele maanden geleden zijn we naar de stembus gegaan. Maar klopt het hart van onze democratie nog werkelijk? Nederland staat vanouds bekend als relatief tolerant. Maar is dat nog zo? Steeds meer is in ons land een streven naar geforceerde gelijkheid waarneembaar, waarbij levensbeschouwelijke van de meerderheid afwijkende visies met flinke druk door zowel de rechterlijke macht, de wetgever als bestuurders aan de kant worden gezet. Seculiere standpunten worden daarbij gepresenteerd als ‘kernwaarden van de rechtsstaat’. Een gevaarlijke ontwikkeling.

Inmenging door de rechterlijke macht

Een recent voorbeeld is de uitspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) in de SGP-zaak. Voor de SGP was het Hof in Straatsburg de laatste mogelijkheid in de strijd om vrouwen uit te sluiten van haar kieslijsten in het parlement, de provinciale staten en de gemeenteraden. De Hoge Raad had in zijn arrest de Nederlandse staat opgedragen ervoor te zorgen dat de SGP het passief kiesrecht aan vrouwen toekent. Bij het EHRM betoogde de SGP dat het arrest van de Hoge Raad een beperking oplevert van haar verenigingsvrijheid. Hoewel het EHRM dit erkende, achtte het deze beperking gerechtvaardigd omdat daarmee de gelijkheid van mannen en vrouwen wordt bevorderd. In de ogen van het EHRM wegen het kiesrecht en het verbod om bij de uitoefening daarvan vrouwen te discrimineren zwaarder dan de verenigingsvrijheid van de SGP. Het principe prevaleert blijkbaar, want het Hof merkt in overweging 75 op dat het niet van belang is dat geen vrouw heeft aangegeven zich kandidaat te willen stellen voor de SGP. De uitspraak is opmerkelijk, omdat het EHRM refereert aan een eerdere uitspraak, waarin zij overwogen had dat staten terughoudend moeten zijn in het beperken van politieke partijen, omdat zij essentieel zijn voor het goed functioneren van een pluralistische en democratische samenleving. In die uitspraak had het Hof tevens overwogen dat een beperking alleen gerechtvaardigd is als de politieke partij een gevaar voor de democratische rechtsorde is. Zoiets kan van de SGP niet beweerd worden.

Jongensbesnijdenis

Dient een rechterlijk college niet enige afstand te bewaren van de heersende maatschappelijke opvattingen wanneer rechten van minderheden in het geding zijn? In een recente zaak die voor het Landgericht Keulen werd aangebracht, kwam de rechter tot het oordeel dat het om religieuze redenen besnijden van jongens gelijk staat aan zware mishandeling, ook als de ouders toestemming geven. Voor de rechter woog hier het recht van de zoon op lichamelijke onschendbaarheid zwaarder dan de (religieuze) rechten van de ouders. De argumentatie lijkt sterk op die van Richard Dawkins, schrijver van het boek God als misvatting. Zowel de Keulse rechter als Dawkins zijn van mening dat overheidsingrijpen geboden is wanneer kinderen opgevoed worden in een religieuze traditie.

Inmenging door de wetgever

Terwijl het liberale vrijheidsdenken (‘alles moet kunnen’) floreert, groeit benauwdheid over wat afwijkt. Het afgelopen jaar zijn in het parlement diverse discussies gevoerd waarbij minderheidsvisies het eenvoudig afleggen tegen de visie van de meerderheid. Bekend is het fenomeen weigerambtenaar, waarvan afschaffing inmiddels is opgenomen in het regeerakkoord Rutte II. Het onverdoofd ritueel slachten leek na een riante overwinning in de Tweede Kamer ook te worden verboden, maar uiteindelijk was het het verbod daarop dat sneuvelde.

Er zijn meer voorbeelden. Ruim een jaar geleden opperde de PVV om in alle Europese gebouwen een hoofddoekverbod in te voeren, waarop Europarlementariër Van Dalen terecht reageerde: “Moet in Europa alles vlak en kleurloos worden? Moet de grote witkwast er over heen zodat we allemaal als gelijke zombies één kant op kijken en nog slechts één mening hebben? Dat is precies wat D66 ook wil.”[1] Waar dit PVV-idee niet snel werkelijkheid zal worden, gold dat niet voor de Nederlandse eis bij de toetreding van de nieuwe gemeenten Saba, Sint Eustasius en Bonaire in oktober 2010. Deze eilanden dienden er in hun regelgevingwerk werk van te maken dat abortus, euthanasie en het homohuwelijk mogelijk zouden worden. Alsof deze toch gevoelige zaken bij ons van de ene op de andere dag zijn ingevoerd! Van een wat rigide handelswijze getuigt ook het voorstel dat (toen nog) VVD-Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert vorig jaar deed om het verbod van religieuze uitingen als een kruisje of een hoofddoek voor alle ambtenaren te laten gelden. Houdt de scheiding van kerk en staat juist niet in dat burgers naar eigen inzichten en opvattingen hun leven kunnen inrichten?

Inmenging door bestuurders

Niet alleen op landelijk politiek niveau lijken politici allergische reacties te vertonen als het gaat om enige vorm van religieuze uiting, ook lokale politici kunnen er moeilijk mee uit de voeten. Begin 2009 ontstond er binnen het college van het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes commotie over een met Youth for Christ gesloten vierjarig contract voor de uitvoering van het jongerenwerk daar. Er waren twijfels gerezen over de ‘religieneutraalheid’ van de organisatie. Uiteindelijk besloot de deelraad om het contract niet open te breken – dat zou het stadsdeel een behoorlijke schadepost opleveren –, maar de toon was wel gezet: ook in de gemeente Utrecht werden vraagtekens geplaatst bij het subsidiëren van YfC-werk. Eind 2009 kwam het Scharlaken Koord, een christelijke organisatie die hulp verleent aan prostituees, onder vuur te liggen nadat het Amsterdamse gemeentebestuur een motie van de VVD had aangenomen om niet meer samen te werken met instellingen met een uitgesproken religieuze identiteit. Het college legde dit advies naast zich neer, maar inmiddels was ook in Haarlem forse weerstand tegen het Scharlaken Koord gerezen. Mede vanwege het geringe vertrouwen in de organisatie, besloot het Scharlaken Koord uiteindelijk te bedanken voor de opdracht in Haarlem.

Dankbetuigingen aan huisdieren

In juli 2010, besloot opnieuw het ‘liberale’ Amsterdam, ditmaal stadsdeel West, het contract met The Mall Westerwijk, onderdeel van het YfC-jongerenwelzijnswerk, niet te verlengen. Dit ondanks de goede ervaringen met YfC. Het stadsdeel verlangde echter van de organisatie om ook personeel met een niet-christelijke achtergrond te werven en daar kon YfC niet mee akkoord gaan. Een laatste – zeer recent – voorbeeld: in Leiden mocht een promovendus geen religieuze opdracht opnemen in de handelseditie van zijn proefschrift. In zijn geval ging het om een ingekorte versie van Psalm 111:10 in het Latijn. Reden voor het verbod: “De dankbetuigingen aan God en huisdieren liepen de spuigaten uit”, aldus de universitair woordvoerder. Het College voor Promoties van de universiteit bepaalde echter dat het de universiteit op grond van het promotiereglement niet vrijstond de tekst te verbieden. Het is zeer te betreuren dat de promovendus deze discussie op juridische gronden moest winnen. En de opmerking van de universiteit is onnodig krenkend. Als openbare instelling en met publieke middelen gefinancierd, zou de Universiteit Leiden open moeten staan voor alle gezindten – al was het maar uit respect voor haar eigen ontstaansgeschiedenis. Of dat uiteindelijk zo zal blijven is nog maar de vraag, nu de universiteit momenteel overweegt om het promotiereglement opnieuw tegen het licht te houden.

De meerderheidsopvatting als standaard?

De genoemde voorbeelden staan bepaald niet op zichzelf en lijken een trend aan het licht te brengen. Zij geven het duidelijke signaal af dat de ruimte voor pluriformiteit in onze samenleving steeds meer aan banden wordt gelegd. Dat in opiniestukken gesproken wordt van ‘tolerantieweigering’ en ‘democratische arrogantie’ verbaast dan ook niet. De politiek filosoof Alexis de Tocqueville waarschuwde al in 1835 voor ‘de tirannie van de meerderheid’.[2] Hoewel hij democratie zag als een onafwendbaar proces, zag hij tegelijkertijd ook in dat een geïnstitutionaliseerd vox populi een verstikkende werking op het individu kan hebben. Volgens Tocqueville zouden beperkingen voor een andersdenkend individu niet alleen opgeworpen kunnen worden door regelgeving, maar ook doordat mensen geneigd zijn zich te conformeren aan de algemene opinie.

Sharia invoeren

Die algemene opinie wordt door sommigen als per definitie beslissend in het democratische bestel ervaren. Volgens Donner is het de essentie van de democratie dat als tweederde van alle Nederlanders morgen de sharia zou willen invoeren, die mogelijkheid moet bestaan. Een dergelijke opvatting van democratie doet geen recht aan onze rechtsstaat. Democratie staat niet simpelweg gelijk aan de eenvoudige wil van de meerderheid, oftewel 75 stemmen plus 1 in de Tweede Kamer. Democratie is juist bedoeld om de belangen van minderheden te erkennen en zoveel mogelijk te verdisconteren. Niet alleen omdat het dat voor de minderheid gemakkelijker maakt de meerderheidsbeslissing te accepteren, maar juist omdat de meerderheid dat aan de minderheid verplicht is, verplicht is aan de rechtsstaat die grondrechten verzekert.

Zelfs

Voor een goed democratisch debat is openheid en een luisterend oor vereist. Dat vergt inleving in de ander. Geen gemakkelijke opgave. Zeker niet voor diegenen die ertoe neigen de algemene communis opinio als essentieel voor de samenleving te zien, oftewel: als standaard waar in redelijkheid niet vanaf geweken kan worden. Na de ontzuiling en de ontkerkelijking is deze algemene norm van de meerderheid steeds vaker een seculiere norm. Een norm waar radicaliteit uit spreekt en die anderen niet altijd ruimte laat voor andere opvattingen of deze andere opvattingen als het ware gedoogt. Opvallend (of juist niet) is dat D66-er Boris van der Ham ontkent dat er in Nederland een seculiere meerderheid bestaat. Hij stelt: “Als er al een meerderheidsopvatting bestaat, dan huist die vooral in de gedachte dat ieder mens deze keuzevrijheid toekomt, en dat de wetgever hierin dient te voorzien.”[3] Dit klinkt heel mooi en nobel. De daarop volgende zinnen in het artikel van Van der Ham verraden echter dat de seculiere norm ook bij hem tot algemene norm is verheven en dat andere overtuigingen door de meerderheid gedoogd worden: “Mag iemand dus ook orthodox-religieuze opvattingen hebben? Ja natuurlijk. Hij mag in Nederland zelfs [curs. MJvdB] scholen stichten, verenigingen oprichten en televisieuitzendingen hebben, nota bene [curs. MJvdB] betaald door de belastingbetaler.” Deze tekst spreekt voor zich.

De kracht van diversiteit

Een parallel met de biodiversiteit valt te trekken. Velen maken zich grote zorgen over de afname van de biodiversiteit op onze planeet. Waarom? Alle natuurlijke processen op aarde, zoals de zuurstofproductie of de plantenbestuiving, zijn ervan afhankelijk. Het leven op aarde is ondenkbaar zonder biodiversiteit. Wellicht niet in dezelfde mate van belang, maar in ieder geval niet te onderschatten, is ook het belang van diversiteit in de samenleving. Een brede waaier aan opvattingen, ideeën en overtuigingen dient gekoesterd te worden en geeft de samenleving kleur. Het geeft tegenspraak, discussie en vrijheid. Dat maakt van democratie geen gemakkelijk proces. De sociaal-democratische denker Jacques de Kadt omschreef het democratische bestel ooit als “een ingewikkeld systeem van evenwichten en remmen, van verborgen beïnvloedingen en culturele democratie, dat zo langzaam en moeizaam werkt en zoveel ongemakkelijke pose eist”.[4] Laten we ons daar niet door uit het veld laten slaan! Democratie dient de belangen van de rechtsstaat en daarmee van ons allen.

Vasthouden aan een authentiek verhaal

Daarom is het betreurenswaardig dat de positie van minderheden steeds meer aan het wankelen is en dat een afwijkend geluid steeds minder geaccepteerd wordt. Ook voor het christelijke geluid is minder ruimte dan voorheen. Maar dat het christelijke verhaal nog steeds aanstootgevend blijkt te zijn, biedt ook perspectief. Juist in deze tijd, waarin een woord als ‘authenticiteit’ te pas en te onpas wordt gebruikt, kan het mensen aan het denken zetten, aanspreken wellicht. Hopelijk biedt dat ruimte voor een open discussie in de samenleving en in het parlement. De genoemde voorbeelden geven echter wel aan dat het hart van de democratie minder klopt dan het zou moeten doen.

Mirjam van der Bent-Crezee studeerde Nederlands recht en werkt als trainee consultant bij een  organisatieadviesbureau. Zij schreef dit essay in het kader van het ChristenUnie fellowsprogramma.



[1]    ‘Hoofddoekverbod in Europa is onbegrijpelijk voorstel’, ChristenUnie.nl 10 mei 2011.

[2]    A. de Tocqueville (1935), Over de democratie in Amerika, vertaald door H. Daalder en S. van Luchene.

[3]    B. van der Ham, ‘Nederland zucht niet onder seculier-liberale dictatuur’, Trouw 25 november 2011.

[4]    J. de Kadt, ‘De deftigheid in het gedrang’, in: K. van Boeschoten & L.J. Zimmerman, De oude intellectuelen en de politiek, ’s-Gravenhage 1945, p. 32.

© WI ChristenUnie