Het kind en het badwater


Sterke samenleving heeft sterke overheid nodig


Door Karin de Geest

‘Meer samenleving, minder overheid’ is tegenwoordig de lijfspreuk van veel politieke partijen als ze te maken krijgen met bezuinigingen. De ChristenUnie vond de laatste jaren echter dat partijen als het CDA de overheid te veel terugdrongen. Terecht, want soms heeft een sterke samenleving een sterke overheid nodig.

Rooie Rouvoet, christelijk-socialistisch, christelijk GroenLinks; dat zijn enkele benamingen die de ChristenUnie heeft gekregen van critici. Terwijl het CDA op sociaaleconomisch vlak vaak met rechts meestemt, stemt de ChristenUnie relatief vaak met linkse partijen mee. Critici, zowel binnen als buiten de partij, vinden daarom dat de partij te veel heil van de overheid verwacht, en dus te weinig ruimte geeft aan de samenleving.

De ChristenUnie wil inderdaad meer overheidsinmenging dan het CDA. In dit artikel betoog ik echter dat dat niet komt doordat de partij minder op heeft met de samenleving en de overheid als geluksmachine ziet. De ChristenUnie denkt alleen dat er soms overheidsingrijpen voor nodig is om de samenleving te laten functioneren, en ik denk dat ze daarin gelijk heeft.

Om te beginnen zal ik de christendemocratische of christelijk-sociale visie (ik gebruik deze termen door elkaar) op de samenleving uiteenzetten, die de ChristenUnie en het CDA allebei aanhangen. Vervolgens zal ik de verschillen toelichten, waarna ik drie argumenten geef waarom ik denk dat de ChristenUnie-visie beter is voor de samenleving.

Visie

Uit verkiezingsprogramma’s en uitspraken van politici blijkt dat ChristenUnie en CDA allebei dezelfde sociaaleconomische visie hebben. Wat is die visie? Christenen zien de mens als een sociaal wezen. We zijn niet losse individuen, maar zorgen voor elkaar, leven met elkaar, werken samen, en dragen verantwoordelijkheid voor elkaar. Samen vormen we ‘sociale verbanden’, zoals scholen, bedrijven, buurten, sportverenigingen, liefdadigheidsinstanties, kerken en gezinnen. Voor christendemocraten staan deze sociale verbanden centraal, en deze moeten dan ook zoveel mogelijk ruimte en vrijheid krijgen. De markt en overheid hebben beiden hun plek, maar moeten een land niet domineren.

De christelijk-sociale visie geeft ruimte aan staatsingrijpen, om sociale verbanden te ondersteunen en faciliteren zodat zij hun verantwoordelijkheid kunnen nemen. Bovendien is het de taak van de overheid om te hulp te schieten als de samenleving tekort schiet, bijvoorbeeld als mensen tussen wal en schip vallen. Die overheidsinmenging moet alleen wel beperkt blijven: de overheid moet vooral sociale verbanden ondersteunen, en dus niet zelf (te veel) taken op zich gaan nemen. In de praktijk betekent dit dat christelijke partijen meestal een centrumpositie innemen tussen socialisme en liberalisme.

Verschillen

Dit is echter een vrij vage omschrijving. Want hoe groot moet een overheid zijn om de samenleving te versterken, en wanneer is ze te groot? Is privatiseren nou wel of niet goed voor de samenleving? Versterkt korten op uitkeringen de sociale verbanden wel of niet? Daarover verschillen christelijke partijen van mening. Alle Nederlandse christelijke partijen zitten weliswaar dicht bij het centrum van het politieke spectrum, maar terwijl het CDA meer centrumrechtse standpunten inneemt, is de ChristenUnie meer centrumlinks op sociaaleconomisch gebied.[1]

CDA

Het CDA heeft de laatste tien jaar vooral nadruk gelegd op het terugdringen van de overheid. Volgens de christendemocraten heeft de overheid eind jaren zestig en zeventig te veel taken op zich genomen, waardoor ze de samenleving verstikt. Sommigen van hen bekritiseren zelfs hun eigen partij, omdat die in het verleden te veel de neiging heeft gehad om de samenleving te veel van bovenaf te “regisseren”.[2] Mensen zijn erdoor te passief en te afhankelijk geworden. Nu is een nieuwe ordening nodig, want “de netwerksamenleving van nu – met geëmancipeerde burgers en dynamische arbeidsrelaties – vraagt om meer vrijheid en verantwoordelijkheid voor bedrijven en werknemers”. Daarnaast ziet de politiek solidariteit te veel als taak van de overheid, in plaats van als “opdracht aan burgers en maatschappelijke organisaties”. [3] Zorg wordt steeds uitbesteed aan “betaalde krachten”, terwijl de kracht van “een maatschappij ligt in de sociale verbanden tussen mensen”.[4]

Deze gedachtegang heeft er toe geleid dat CDA-VVD-kabinetten de afgelopen tien jaar fors hebben bezuinigd op de sociale zekerheid en de zorg. Natuurlijk heeft het CDA compromissen moeten sluiten met de VVD, dus zullen sommige maatregelen niet uit de CDA-koker komen. Toch wilde het CDA graag met de VVD regeren, juist omdat zij er samen over eens zijn dat de overheid fors kleiner moet worden. Om meer mensen aan het werk te krijgen, hebben de christendemocraten vaak ingestemd met het verlagen en/of strenger maken van uitkeringen. Door de WAO-hervormingen van Balkenende II kregen bijvoorbeeld veel mensen een lagere uitkering, zodat ze gedwongen werden om naar werk te zoeken. Verder werden, en worden in het huidige kabinet, de regels in de bijstand flink aangescherpt. De huidige ingrepen in de zorg (zoals de bezuiniging op psychische zorg en het persoonsgebonden budget) verdedigen CDA-politici ook met de redenering dat mensen meer in hun eigen sociale verbanden naar oplossingen moeten zoeken.[5]

De christendemocraten zijn bovendien een groot voorstander van meer marktwerking in de zorg, omdat ze geloven dat er in de zorg te veel staatsinmenging is. De partij heeft er bijvoorbeeld voor gepleit om marktprikkels in de zorg in te voeren en meer ruimte te geven aan zogenaamde ‘maatschappelijke ondernemingen’, zoals ziekenhuizen en zorgverzekeraars. Dit zijn, in de ogen van het CDA, geen door en door commerciële instellingen, maar organisaties die proberen hun verantwoordelijkheid in de zorg te dragen.[6]

ChristenUnie

De ChristenUnie heeft een andere koers gekozen, waarin de overheid een grotere rol behoudt. ChristenUniepolitici beamen vaak dat de verzorgingsstaat is doorgeschoten, maar hebben tegen veel van de bezuinigingsmaatregelen in de sociale zekerheid en zorg gestemd. Het verschil met het CDA is dat de ChristenUnie vindt dat CDA-VVD-kabinetten nu te ver doorschieten met het terugdringen van de verzorgingsstaat. Minder overheid is goed, als er te veel wordt bezuinigd op overheidstaken is er te weinig aandacht is voor solidariteit, en wordt de samenleving niet in staat gesteld haar verantwoordelijkheid waar te maken.[7]

Meer dan het CDA, benadrukt de ChristenUnie de taak van de overheid als ‘schild voor de zwakken’.[8] De maatregelen die de CDA-VVD-kabinetten hebben genomen, komen volgens de ChristenUnie te hard aan bij de “kwetsbare groepen”. Zo zouden veel mensen die gekort werden op hun uitkering, geen baan kunnen vinden. In plaats daarvan pleit de ChristenUnie ervoor dat de overheid mensen actiever helpt om aan het werk te komen. Het verkiezingsprogram van 2006 pleitte onder meer voor “persoonlijke begeleiding” van werklozen, het creëren van ‘participatiebanen’ en het financieel stimuleren van werkgevers om gehandicapten, ouderen en herintreders aan te nemen.

Bovendien wil de ChristenUnie niet altijd dat bij het overdragen van taken aan sociale verbanden, de overheid helemaal geen rol meer speelt. Soms moet de staat sociale verbanden bijvoorbeeld financieel ondersteunen. Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn wilde daarom bijvoorbeeld subsidie aan vrijwillige schuldhulpprojecten voortzetten: “Deze regering pleit voor minder overheid en meer samenleving. De ChristenUnie wil dat ook, alleen niet als dat betekent dat je je problemen als overheid over de schutting gooit en de mensen het verder zelf maar laat uitzoeken. Je moet burgers wel uitrusten om die extra taken op zich te kunnen nemen.” [9]

Verder is de ChristenUnie kritischer over marktwerking, bijvoorbeeld in de zorg. Hoewel de partij minder regelgeving in de zorg wenst, stelt het verkiezingsprogram van 2006 bijvoorbeeld: “de vrije markt is niet de oplossing voor alle problemen. De marktwerking in de zorg, in de energiesector en bij het openbaar vervoer heeft de kwaliteit niet verbeterd en heeft de prijs niet verlaagd.” De partij wilde daarom een pas op de plaats als het gaat om marktwerking.

Samenleving

Wat is de beste manier om de samenleving te versterken? Daar is moeilijk antwoord op te geven. De kwaliteit van de samenleving is immers niet meetbaar. Ik ben zelf echter van mening dat het CDA te veel heeft verwacht van het terugdringen van de overheid, en daarmee het kind met het badwater weggooit. Hieronder geef ik drie redenen waarom een sterke samenleving soms een sterke overheid nodig heeft.

1. De samenleving heeft steun nodig van de overheid

Als de overheid taken wil overdragen aan de samenleving, moet ze dat op zo’n manier doen dat de samenleving die taken ook op zich kan nemen. Dat betekent dat ze niet een taak simpelweg moet loslaten in de hoop dat sociale verbanden dat uit zichzelf overnemen, zoals het kabinet bijvoorbeeld doet met het persoonsgebonden budget.

Er zijn namelijk drie redenen waarom de samenleving niet altijd taken zal oppakken. Ten eerste, mensen zijn zondig. Als de overheid taken loslaat, zullen veel mensen die niet willen overnemen als het ze veel moeite kost, simpelweg omdat de mens niet altijd geneigd is het goede te doen. Ten tweede, mensen die wel zorgtaken van de overheid willen overnemen, hebben daar niet altijd de tijd en de middelen voor. Ten derde, sociale verbanden zijn de laatste decennia verzwakt door onder meer individualisering en ontkerkelijking.

Kortom, minder overheid zorgt niet altijd voor meer samenleving. De overheid moet wel degelijk actief blijven door ervoor te zorgen dat de samenleving taken op zich kan nemen die de overheid afstoot. De overheid kan bijvoorbeeld schulphulp stimuleren door vrijwilligersorganisaties subsidie te geven, of persoonsgebonden budgetten geven aan zieken of gehandicapten die in hun eigen verbanden zorg willen regelen.

2. De markt verdringt de samenleving

Als de overheid taken loslaat, zal dit vaak leiden tot marktwerking. Meer marktwerking is niet per definitie hetzelfde als meer samenleving. Waar de samenleving draait om zorg voor elkaar, draait de markt om het generen van winst. En die twee gaan niet altijd samen.

Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in de zorg. Het CDA heeft geprobeerd in deze sector meer samenleving te brengen door meer ruimte te geven aan ‘maatschappelijke ondernemingen’. Maar doordat er minder overheid en meer marktprikkels in de zorg zijn gekomen, zijn deze ‘maatschappelijke ondernemingen’ zich meer en meer als marktspelers gaan gedragen. Als ziekenhuizen en zorgverzekeraars minder verzekerd zijn van geld van de overheid, aandeelhouders hebben en minder beperkt worden door regels, zullen ze immers gedwongen zijn te gaan concurreren en te proberen winst te maken. Het gevolg is dat zorgverzekeraars en zorginstellingen soms dingen doen die weliswaar meer geld opleveren, maar niet in het belang zijn van de patiënt.

De ChristenUnie wil een hoop regelgeving in de zorg schrappen, maar is terecht kritisch over marktwerking. De overheid moet een zekere mate van grip houden op de zorgsector om te voorkomen dat de markt de samenleving verdringt.

3. Schild voor de zwakken

Alle christelijke partijen in Nederland beamen dat de overheid moet dienen als schild voor de zwakken. Daarom hebben Nederlanders ‘sociale grondrechten’: de overheid heeft de opdracht om “te voorzien in de basisbehoeften van de burgers en zekere waarborgen te geven voor de ontplooiingsmogelijkheden van de burgers, teneinde sociale desintegratie tegen te gaan”.[10] Het CDA heeft de laatste tien jaar echter zo veel de ‘eigen verantwoordelijkheid’ benadrukt, dat het ‘schild voor de zwakken’ steeds dunner en kleiner wordt.

De overheid moet er rekening mee houden dat niet iedereen zijn ‘eigen verantwoordelijkheid’ kan dragen. Het CDA wil zoveel mogelijk mensen aan het werk krijgen, en kiest er daarom voor mensen te korten op hun uitkeringen. Maar niet iedereen kan zelf aan werk komen. Veel mensen die door de WAO-hervorming gekort zijn op arbeidsongeschiktheidsuitkering, vinden geen baan.[11] Bovendien zijn er taken die ook sociale verbanden niet op zich kunnen nemen. Een voorbeeld is de psychologische zorg: veel mensen hebben zulke complexe of zware psychische problemen dat ze professionals nodig hebben om te genezen. Als deze mensen worden gedwongen alleen in hun eigen omgeving hulp te zoeken, wordt de samenleving opgezadeld met problemen die ze niet kan oplossen. Dat zal de samenleving eerder verzwakken dan versterken. Kortom, de overheid moet niet te klein worden, omdat ze zwakkeren moet beschermen.

Conclusie

CDA en ChristenUnie willen allebei een sterke samenleving, die niet wordt gedomineerd door de markt of de overheid. Ze verschillen echter in de manier waarop ze dit willen bereiken. Het CDA pleit vooral voor het terugdringen van de overheid; de ChristenUnie wil iets meer overheidstaken behouden omdat te weinig overheid niet goed is voor de samenleving. Ik denk dat de ChristenUnie hierin gelijk heeft. Te veel bezuinigen op overheidstaken is niet alleen slecht voor de samenleving, maar zal bovendien zijn we uiteindelijk duurder uit als de samenleving de taken niet zelf op kan pakken die de overheid naar haar toeschuift. Misschien moeten we accepteren dat ‘minder overheid niet altijd samengaat met ‘meer samenleving’.

 

Karin de Geest is masterstudent Vergelijkende Politicologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en schrijft haar masterscriptie over de recente ontwikkeling van de christendemocratie. Ze loopt stage bij de Tweede Kamer fractie van de ChristenUnie en schreef dit artikel op persoonlijke titel. 



[1] Zie bijvoorbeeld de indeling van de verkiezingsprogramma’s van 2010 op http://www.kieskompas.nl.

[2] Broer, T., Weezel, M. van. (2011, 10 september). Vrij Nederland, p. 26.

[3] Balkenende, J.P. (2005, January 22). Inleidingsspeech Bilderbergconferentie Stichting NCW, ‘Op eigen kracht; van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij’, op http://www.janmarijnissen.nl/2005/01/22/bilderberg-balkenende.

[4] Manschot, A. (2011, 1 juli). Allemaal aan de mantelzorg. Opzij, p. 49.

[5] Manschot, A. (2011, 1 juli). Allemaal aan de mantelzorg. Opzij, p. 49; Tromp, J. (2011, 24 december). Marlies Veldhuijzen van Zanten- Hyllner. Volkskrant Magazine, p. 1.

[6] Balkenende, J. P. (2002). Anders en Beter. Pleidooi voor een Andere Aanpak in de Politiek vanuit een Christen-Democratische Visie op de Samenleving, Overheid en Politiek. Soesterberg, Nederland: Aspekt; CDA Tweede Kamerfractie (1999). Naar Meer Menselijke Maat in de Gezondheidszorg. Discussievoorstel om tot een Betere Verantwoordelijkheidsverdeling in de Gezondheidszorg te Komen.

[7] Geest, K. de. (2011, december). Arie Slob. Handschrift, p. 6-8; ChristenUnie (2006). Duurzaam voor Elkaar. Verkiezingsprogramma ChristenUnie 2006.

[8] Zie bijvoorbeeld Oomkes, L., Weel, I. (2011, 14 mei). 'Koers CU zal hooguit op nuances veranderen'. Trouw, p. 7; Rouvoet, A. (2006, 21 november). Kabinet-Balkenende II liet heel wat liggen. Reformatorisch Dagblad, p. 11.

[9] Van Santen, M. (2011, 7 oktober). ‘Het systeem van schuldhulpverlening moet op de schop’. ANBO Magazine, p. 36-37.

[10] Rouvoet, A. (2004, 18 maart). De sociale rechtsstaat moet behouden blijven. NRC Handelsblad, p. 8.

[11] Deel WAO'ers vindt na herkeuring weer werk. (2009, juni 8). NRC Handelsblad, p. 9.

© WI ChristenUnie