Door samenwerking bezuinigingen opvangen

 
Door Michiel Grauss

Door decentralisaties met efficiencykorting komen er veel taken op gemeenten af. Hoe organiseer je dit als gemeente? Vaak werken gemeenten daarbij samen. Als raadslid in Capelle aan den IJssel en oud-lid van de stadsregio Rotterdam wil ik hierbij een aantal aandachtspunten meegeven.

Samenwerking in Groot Rotterdam

Toby Witte schreef in 2002 in een boek over een eeuw samenwerking in Groot Rotterdam: “Het eigenaardige is dat de meeste gemeenten in de regio Rotterdam de noodzaak en de onvermijdelijkheid van regionale samenwerking wel inzagen, maar wanneer puntje bij paaltje kwam, haakte men gauw af onder het mom dat de eigen gemeentelijke zelfstandigheid - autonomie - te zeer werd aangetast. Zodra er knopen doorgehakt moesten worden, ontbrak het veelal aan politieke moed en vooral aan doorzettingsvermogen. En als het erop aankwam liet politiek Den Haag ook verstek gaan.”

Een vaak genoemde reden bij het afhaken is het instandhouden van het Huis van Thorbecke. Naast rijk, provincie en gemeente is er geen plaats voor een vierde bestuurslaag. Maar Thorbecke zelf was er zich zeer wel van bewust dat het stedelijk bestuur van een nieuw kader moest worden voorzien. Te kleine gemeenten konden wat hem betreft worden samengevoegd. In 1849 lanceerde de minister het idee om de provincie Noord-Holland op te delen in elf steden en 26 streekgemeenten (Grietenijen). Door onvoldoende steun belandde het voorstel in de prullenmand.

Uniformiteit vs. netwerk

De geschiedenis herhaalt zich: in de huidige discussie gaat het nog steeds om een vierde (extra) bestuurslaag, grondwetswijziging, agglomeratiegemeente (vorming van een grote supergemeente) versus een regiobestuur, gemeentelijke herindeling, vrijwilligheid versus onvrijwilligheid, provinciale bemoeizucht, democratische legitimatie en controle, aantasting van gemeentelijke autonomie, traagheid van wetgevingsprocessen en het vraagstuk van uniformiteit (eenheidsworst) versus differentiatie (verscheidenheid).

Prof. Wim Derksen ziet als achterliggende reden van dit falen het eeuwige streven naar een uniform binnenlands bestuur. Het probleem is duidelijk: voor de concurrentiepositie van de grote stad is meer massa, clustervorming en bereikbaarheid nodig. En burgers en bedrijven zien geen gemeenten, maar één geheel. Bij de oplossing kiest men vaak voor een hiërarchische benadering: uniformiteit, boven- en onderschikking, ontvankelijk voor sturing en stabiel. Daartegenover zet Derksen het netwerk: pluriformiteit (wat goed is voor de een is dat niet voor de ander), wederzijdse afhankelijkheden, gesloten voor sturing en dynamisch. De oplossing ligt zijns inziens in elkaars problemen oplossen. Vage onderwerpen aan elkaar verbinden en zorgen dat iedereen lasten en lusten heeft; ofwel “dealen en wheelen”. En daarnaast: selectieve activering ('voor dit onderwerp heb ik die en die mensen nodig').

Standpunt van CU/SGP bij de regiovorming

Is er een lijn te trekken in de standpunten van de politieke partijen ten opzichte van de Rotterdamse regiovorming? De PvdA was over het algemeen een groot voorstander. De grote stad werd gedomineerd door de PvdA die last had van de hindermacht van de groene dorpen. Daar waren de machtsverhoudingen anders en werd met argusogen gekeken naar de 'annexatiepogingen van de grote stad'. De lokale partijen en ook de, in de dorpen stevig aanwezige, SGP en ChristenUnie, waren vaak erg kritisch. Op christelijke thema's als de zondagsopenstelling zien we grote tegenstellingen tussen stad en dorp. Ook op landelijk niveau zal dit sentiment zeker een rol gespeeld hebben, maar belangrijker nog was onze bestuurlijke, juridische houding. Elk wetsvoorstel wordt grondig bestudeerd en getoetst. Op het terrein van de regiovorming is men vaak beter in het noemen van ambities dan in het aanleveren van goede voorstellen. 

Gevoel en zorgen

Voor het realiseren van de metropoolregio Rotterdam - Den Haag is het nodig 24 gemeenten in te laten stemmen met een nieuwe gemeenschappelijke regeling. Daarbij spelen allerlei sentimenten een rol, zoals dat je als gemeente weinig grip hebt in dat grote geheel. Daarbij leeft ook de vrees dat een bondgenootschap van Rotterdam met Den Haag de andere gemeenten slechts een figurantenrol hebben. En het zijn juist de burgemeesters van de twee grote steden die nu de kar trekken. Wat goed is voor het geheel - een nieuwe ontsluitingsweg bijvoorbeeld - kan slecht uitpakken voor de eigen gemeente. En in het spel van geven en nemen vindt het meeste plaats buiten de officiële vergaderingen, maar hoe verantwoord je je daarover in je eigen gemeente?

Aandachtspunten en tips

Op eigen initiatief van verschillende raadsleden is de 'pijler 0' gestart. Men bekijkt zaken als de besluitvorming, democratische legitimatie en de rol van de gemeenteraden. Zij laat zich daarbij ook ondersteunen door experts zoals Professor Fleurke. Uit zijn bijdrage komen de volgende aandachtspunten:

1. Ruimte voor maatwerk

In de Griekse mythologie was Procrustes de herbergier die voorbijkomende reizigers uitnodigde om  bij hem te overnachten. Als ze op zijn uitnodiging ingingen en zich te ruste hadden begeven, kwam Procrustes kijken of zijn gast in het bed paste. Meestal was dat niet zo. Was een gast te kort, dan rekte hij zijn ledematen met geweld uit, was hij te lang, dan hakte de gastheer er een stuk van af.

Het advies is duidelijk: pas op met harmoniseren en het uniformeren van regelingen. Geef ruimte voor maatwerk en allianties tussen verschillende gemeenten zonder dat iedereen moet meedoen.

2. Doctrine of implied powers

Dit houdt in dat wanneer je een bevoegdheid krijgt, er de neiging bestaat om belendende percelen erbij te halen.  Bij de metropoolregio hoort in ieder geval de verkeers- en vervoersregio en daar worden ook andere zaken bij gehaald, zoals ruimtelijke ordening en economie. Dit speelt natuurlijk niet alleen op lokaal maar ook op Europees niveau.

Tenslotte tips:

1.Laat consequent en op tijd zien aan de gemeenteraden waar je mee bezig bent.

2. Bepaalde besluiten met gekwalificeerde meerderheid.

3. Geef lokale rekenkamers de bevoegdheid om voorgenomen besluiten voor eigen gemeente te laten doorrekenen.

4. Onderhoud de betrokkenheid; zorg voor voldoende informeel overleg.

5. Zorg voor adequate exit-optie. Na bijvoorbeeld 7 jaar eindigt de regeling en kan pas na evaluatie en instemming gemeenten verlengd worden.

6. Zorg dat de gemeenten uit meerdere varianten kunnen kiezen.

7. Zorg dat grote of kleine steden het niet alleen kunnen bepalen.[1]

Bronnen:

-        college van prof. Wim Derksen 16 april 2012

-        prof. Fred Fleurke metropooldag 5 april 2012

-        Toby Witte – tussen Coolsingel en Binnenhof – stadsregionale capriolen in Rotterdam Rijnmond 2002

-        www.mrdh.nl



[1]    In dit artikel ga ik niet in op de verschillende rollen van raads- en Collegeleden. Ik zie wel de trend dat vooral de Burgemeesters steeds meer regionale bevoegdheden krijgen waarbij zij moeten “wheelen en dealen”en het lastig is transparant te zijn en zich te verantwoorden aan de gemeenteraad.

© WI ChristenUnie