Blijft het standpunt.nl?


Dan versnelt de teloorgang van Europa


Door Niek Vogelaar

Hoe komen we uit de huidige crisis? Op korte termijn ligt de grote uitdaging bij het oplossen van de schuldencrisis in de combinatie van discipline (zuidelijke landen) en solidariteit (noordelijke landen). Op langere termijn is een sterkere communautaire besluitvorming op economisch en monetair terrein onontkoombaar.

De eurocrisis houdt Europa in de greep. Het begon met, in Europees perspectief beperkte,  schuldproblemen van de Griekse overheid. Maar als een olievlek heeft de crisis zich uitgebreid. Het hoofdprobleem daarbij is de tekortschietende besluitvorming van opeenvolgende Europese toppen van regeringsleiders. Het blijkt steeds ‘te laat en te weinig’ te zijn. De teloorgang van Europa wordt gekenmerkt door onmacht, tegengestelde belangen, door populisme gegijzelde democratieën en gemiste kansen.
De ChristenUnie hoort vanouds, in lijn met haar politieke voorouders GPV en RPF, tot het eurosceptische kamp. In deze bijdrage bezie ik daarvan eerst de achtergronden. Vervolgens ga ik na waarop het ontstaan van Europese samenwerking is gebaseerd en hoe het er thans voorstaat. Ik constateer dat in Europa het supertrage democratische besluitvormingsproces niet aansluit op de razendsnel reagerende financiële markten. In het verlengde daarvan moet het gebrek aan economisch-politieke eenwording als een weeffout bij de totstandkoming van de monetaire unie worden beschouwd.

Het euroscepticisme van GPV/RPF/CU

Verkiezingsaffiches van het GPV spraken duidelijke taal: ‘den Vaderland getrouwe’ (1963), ‘voor Vorstenhuis en Vaderland’ (1967), ‘om het behoud van de natie’ (1989). Het GPV benadrukte het belang van nationale grenzen met het oog op de roeping van de volken. Een wereldstaat of mammoetstaten zouden leiden tot ongeremdheden. Want dan kent het kwaad ook geen grenzen.  Kleinere soevereine staten kunnen elkaar in evenwicht houden. Bij deze voorkeur kan overigens thans worden aangetekend dat de globalisering met snel toegenomen verwevenheden van economieën en volkeren tot een denken over machtsevenwicht op een andere schaalgrootte (VS, Europa, China, Japan, Brazilië, India, etc.) noopt.
Ook de RPF keerde zich in beginsel- en verkiezingsprogramma’s tegen ‘supra-nationale machtsvorming’ en verlies van de nationale identiteit. Bij deze benadering werd door beide partijen
veel belang gehecht aan de historische ontwikkeling van Nederland. Ons land was van oorsprong een christelijke natie. Het verzet tegen Europese eenwording was vooral ingegeven door de idee dat Nederland nog steeds een christelijke natie was. Daarbinnen was  gereformeerde c.q. christelijke politiek moeiteloos in te passen. In Europa zou veel minder of geen ruimte zijn voor het bedrijven van christelijke politiek.

In de loop der tijd werd de visie op Europa van zowel GPV als RPF en in het verlengde ervan de CU pragmatischer en genuanceerder. Daarbij werd positief geoordeeld over de economische voordelen van een interne markt. Ook werd het belang ingezien van samenwerking tussen staten bij de aanpak van grensoverschrijdende problemen. De idee van Nederland als christelijke natie is losgelaten. Wat blijft, is de weerstand tegen uitbreiding van de politieke macht van Europa. Europa is te weinig een gemeenschap en het ontbreekt aan democratische legitimiteit. Er is dus een verschuiving zichtbaar van een principiële naar een meer pragmatische ‘EU-realistische’ visie, die ook ruimte laat voor een grotere politieke inzet voor Europa. 

Het Europese project

Europa evolueerde van EGKS, E(E)G, EU naar EMU. Het belangrijkste doel van de Europese eenwording was en is de Europese volkeren vrede, welvaart en stabiliteit te brengen. Beoogd werd door de totstandkoming van een interne markt, met vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal, de welvaart te vergroten. Thans bestaat de Europese Unie (EU) uit 27 landen. Daarvan hebben zich 17 landen verbonden in een Europese Monetaire Unie (EMU) met de euro als gezamenlijke munt. Het hoofddoel van de Monetaire Unie is de vervolmaking van de interne markt door een gemeenschappelijke munt met hoge prijsstabiliteit. Op de achtergrond speelde ook een belangrijk politiek doel: Europa als economische machtsfactor ten opzichte van andere grootmachten als de Verenigde Staten, Japan en China.

Tekenen van verval

Hoe staat het nu met de Europese idealen?
Het vredesideaal  is gerealiseerd, maar wordt in hoge mate als vanzelfsprekend ervaren en dus nauwelijks aan de Europese eenwording ‘toegerekend’. Thans verscherpt de eurocrisis juist weer de tegenstellingen.
De welvaart is door de interne markt sterk bevorderd. Maar de huidige schuldencrisis in de EMU-landen trekt de landen nu juist in  een gezamenlijke neerwaartse beweging.
De economische en culturele verschillen (concurrentiekracht, belasting- en arbeidsmoraal, financiële discipline) tussen de noordelijke en de zuidelijke Europese landen zijn door de crisis pregnanter zichtbaar geworden.
Als mondiale machtsfactor is Europa flink aan het inleveren. De eurocrisis is een signaal van het verval van Europa in de wereldorde. De westerse hegemonie is voorbij.
De eurocrisis heeft een volstrekt gebrek aan solidariteit tussen de Europese landen blootgelegd.
In het verlengde daarvan zien we een toenemend populisme en nationalisme. Ook het euroscepticisme is verhevigd.
Tenslotte is er een tekort aan leiderschap. Zeker op Europees niveau, maar ook binnen de onderscheiden landen. In ons land, maar ook in andere lidstaten, komt dat met name tot uiting in het achterwege blijven van financieel-economische hervormingen.   

Internetbubbel

De economische ontwikkeling kent toppen en dalen. Steeds in de geschiedenis is er een patroon zichtbaar dat zich een overmaat aan schuldenposities ontwikkelt, vaak gepaard gaande met inflatie of extreme waardestijgingen van onroerend goed of waardepapieren. Op enig moment knapt de zeepbel en moet het systeem weer naar normale schuldverhoudingen worden teruggebracht, wat met de nodige financiële pijn gepaard gaat.
Ditzelfde patroon kenmerkte rond de eeuwwisseling de internetbubbel, met aanvankelijk een forse overwaardering  van internetbedrijven. De crisis die erop volgde, leidde tot economische neergang. Daardoor stegen de financieringstekorten van overheden. De grootste Europese landen, Duitsland en Frankrijk, kwamen op een tekort van meer dan 3%. Dat was opmerkelijk, omdat in het kader van de EMU was afgesproken dat overheidstekorten niet boven 3% mochten komen. Met het negeren van deze afspraak door deze landen is de kiem gelegd van de huidige eurocrisis, waarbij zuidelijke landen zich ook niet aan die afspraken gebonden voelden. 

Genadetijd
De internetcrisis creëerde mede door de toenmalige lage rentepolitiek in de Verenigde Staten ook de kiemen voor de kredietcrisis in 2008 -2010, waarbij banken in de problemen kwamen. Overheden moesten financieel bijspringen, terwijl hun tekorten toch al groeiden door de economische neergang die de kredietcrisis kenmerkte. Bovendien kampten de zuidelijke Europese landen met een tekort aan begrotingsdiscipline. De schuldencrisis bij overheden vergrootte op haar beurt weer de problemen van Europese banken, die voor een belangrijk deel overheidsobligaties van Europese landen in hun portefeuille hebben. Zo is er een kluwen ontstaan van onderlinge schuldposities. Met name in Zuid-Europa zijn banken en landen nu zo sterk verweven dat het er naar uitziet dat geen (grote) bank meer kan omvallen zonder dat het land in financiële zin omvalt, wat een soort 'alles of niets'-scenario oplevert. De acties van de Europese Centrale Bank (het opkopen van overheidsobligaties en het verstrekken van goedkope driejaarsleningen aan banken) geven vooralsnog lucht. Maar als deze ‘genadetijd’ niet wordt gebruikt voor stevige economische en bestuurlijke hervormingen, zal blijken dat de kluwen alleen maar groter is geworden.   

De markten, dat zijn wij!

De situatie is dus tamelijk ernstig. In de afgelopen maanden is zichtbaar geworden dat financiële markten de politiek tot keuzes dwingen. Het begrip 'financiële markt' heeft op het oog een abstract karakter, als ware het een soort ontembaar beest. En op die markt opereren mede kortzichtige beleggers, roekeloze investeerders, gewetenloze schurken en naïeve handelaren, die de oorzaak kunnen zijn van financiële crises, zoals de kredietcrisis. Maar bij de huidige schuldencrisis valt de participanten op de markten weinig te verwijten. Achter de keuzes die de markten maken liggen  voor een belangrijk deel de belangen van burgers in de rol van spaarder, pensioenopbouwer of gepensioneerde, verzekerde, belegger of belastingbetaler. De markt heeft altijd gelijk, in ieder geval kan je er niet omheen. Financiële markten zijn nerveus, reageren razendsnel en vertonen kuddegedrag. Toen beleggers constateerden dat de eurozone niet in staat was een nietige economie als Griekenland te stabiliseren, hadden ze ook geen vertrouwen meer in Italië, Portugal en Spanje, landen die samen met Ierland kampen met een moeizame financieel-economische ontwikkeling.   
Het is de politiek nauwelijks gelukt om de markten gerust te stellen.

Democratische wurggreep

De opeenvolgende Europese toppen hebben aangetoond dat het democratisch proces in Europa supertraag verloopt. Nationale parlementen, 27 stuks, houden hun regeringsleiders in de wurggreep, waardoor het wel heel moeilijk wordt voor regeringsleiders een gezamenlijk beleid uit te stippelen. En als ze al tot iets komen, blijkt het soms gebakken lucht of meer van hetzelfde of wordt de besluitvorming niet uitgewerkt. Moeilijke beslissingen worden zo lang mogelijk voor zich uitgeschoven, omdat a sense of urgency nodig is om de nationale parlementen mee te krijgen. Voor een belangrijk deel is het (dis)functioneren van de democratie het probleem. In Griekenland en Italië lijken nu alleen nog ongekozen (technocratische) regeringsleiders in staat om orde op zaken te stellen.
Ondertussen verscherpen de bewegingen vanuit de financiële markten de tegenstellingen in Europa. Landen die in het verdachtenbankje zitten op het punt van hun financiële verplichtingen, kunnen alleen nog tegen een relatief hoge rente lenen. Noordelijke landen, waar de geldstromen zich naar verleggen, profiteren daardoor juist van een relatief lage rente. Dus degenen die het goed doen, wordt het leven nog makkelijker gemaakt. Degenen die het fout doen, worden extra gestraft voor hun financiële zonden. Dat wordt nog erger door voorgenomen boetes. Op zich is het geen onlogisch principe. Maar het maakt het voor de financiële zondaars bijna onmogelijk weer uit het dal te klimmen.

Een weeffout herstellen

Het doel van de Europese Monetaire Unie is de vervolmaking van de Europese binnenmarkt door een gemeenschappelijke munt met hoge prijsstabiliteit.
De EMU kent een ‘open coördinatiemethode’; de 17 nationale staten bepalen zelf hun economisch beleid, maar zijn gehouden tot afstemming in de Europese Raad. Er is dus geen Europees economisch beleid. Er zijn geringe bevoegdheden voor supranationale instituties. Verder is sprake van ‘multilateraal toezicht’ op het voldoen aan financiële randvoorwaarden van de monetaire unie, vooral geënt op de staatsfinanciën. Daarmee ligt het probleem van disciplinering levensgroot op tafel. Landen kunnen elkaar immers niet de maat nemen, kunnen zichzelf niet controleren. Recent is getracht dit probleem te tackelen door aan de Commissaris van Economische en Monetaire Zaken grotere bevoegdheden te geven op het punt van sancties. Dat impliceert dus een zekere verschuiving van bevoegdheden van de Europese Raad naar de Commissie.
Maar dat lost het centrale probleem niet op. Dat is het tekort aan een gezamenlijk financieel-economisch beleid. Voorheen konden landen met een afwijkende financieel–economische structuur en afwijkend beleid zich uit de problemen devalueren met de wisselkoers van hun munt. De aanpassingen die ze nu moeten plegen, vastgeklonken als ze zijn aan de euro, komen veel harder aan.  

Het centrale vraagstuk

Het doormodderbeleid heeft  onnodige schade aan de welvaart gebracht. Op korte termijn is een veel forser steunfonds (dat staatsobligaties van zuidelijke landen kan opkopen) nodig dan nu is voorzien. Het impliceert een collectieve Europese garantie voor staatsschuld. Hoe groter zo’n financial firewall is, des te kleiner de kans dat het ook gebruikt gaat worden. De Amerikaanse belegger, die zich vertwijfeld afvroeg wie hij in Europa moet bellen over het risicoprofiel van zijn belegging, komt alleen terug als hij de garantie heeft dat Europese landen elkaar steunen. Maar die  landen willen dat alleen als er zekerheid bestaat dat de zondaars onder hen hun gedrag veranderen. Het centrale vraagstuk voor Europa is voor de korte termijn dan ook de combinatie van discipline en solidariteit.
Op langere termijn kunnen nieuwe Eurocrises alleen worden voorkomen door geleidelijke economisch-politieke machtsoverdracht naar Europa. Geen enkele lidstaat loopt echter warm voor een meer federaal Europa. Het ontbreekt Europese landen teveel aan gedeelde doelen, aan gedeelde waarden en cultuur en er is economisch een groot verschil in concurrentiekracht. Anderzijds zijn de kosten van het uiteenvallen van de EMU en herinvoering van nationale munten zo hoog dat terugkeer naar nationale munten geen serieuze optie is.
Voor het behoud van de euro is het dringend nodig dat binnen de Europese Monetaire Unie tenminste het economische been wordt bijgetrokken bij de monetaire poot. Lotsverbondenheid, door de nood gedwongen, van de betrokken landen kan daarbij de doorslag geven. Financieel-economische convergentie moet echter wel met verstand gebeuren. Nu legt men erg eenzijdig het accent op begrotingsdiscipline, met een verbale adhesie aan een economisch groeibeleid. Voor landen met een structureel overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans (en dus een spaaroverschot) als Duitsland en Nederland is nu het krampachtig sturen op een begrotingstekort van 3% economisch gezien niet wijs. We hebben momenteel te maken met eenzijdige bezuinigingsmantra’s die de recessie zullen verscherpen.   

Het blikje vooruit schoppen

Alles overziende lijken er geen haalbare alternatieven te zijn voor het huidige beleid, dat door  Angelsaksen als Kicking the Can wordt gekenmerkt. Regeringsleiders gaan van top tot top steeds voort en schoppen het blikje dat dan weer voor hun voeten ligt steeds een stukje vooruit. Het zou al helpen als nationale parlementen ze zo weinig mogelijk voor de voeten lopen, zodat regeringsleiders op enig moment over hun eigen schaduw heen kunnen springen. 
Mijns inziens verplicht het samengaan in een muntunie, waartegen de ChristenUnie zich bij de oprichting overigens op goede gronden heeft verzet, nu tot het dragen van daaraan verbonden consequenties. Dat veronderstelt nu en voor de toekomst een minder krampachtige houding ten opzichte van meer integratie van het financieel-economisch beleid in Europa, ook als dat overdracht van bevoegdheden impliceert.

Samenvatting:

-  Binnen de christelijke politiek zijn de traditionele principiële argumenten tegen Europese eenwording grotendeels achterhaald.
- De verscherpte tegenstellingen binnen Europa nopen nu tot een combinatie van discipline en solidariteit.
- De weeffout van de EMU moet worden hersteld, wat overdracht van economisch-politieke bevoegdheden aan Europa impliceert.

 

Drs. Niek Vogelaar was als financieel econoom tot voor kort werkzaam bij Rabobank Nederland en is nu met prepensioen.

© WI ChristenUnie