Vertrouwen in Europa?

Vertrouwen in Europa?

 

Door Johannes de Jong

 

Het vraagteken achter de titel van dit artikel is bijna vanzelfsprekend geworden. In veel opzichten lijkt het woord ‘vertrouwen’ niet meer te horen bij ‘Europa’. Al vanaf het begin van de 21e eeuw is het vertrouwen in de EU instituties duidelijk afgenomen in de lidstaten. Daarmee nam ook het vertrouwen af in de Europese Unie als idee en ideaal. Kan dit anders?

 

Het afnemend vertrouwen was duidelijk terug te zien in diverse referenda in lidstaten over de nieuwe ‘Europese grondwet’. Maar ook de dalende opkomsten bij de verkiezingen van het Europees Parlement en de uitslagen van deze verkiezingen toonden deze ontwikkeling. Het aantal eurorealisten en eurosceptici is in de loop van diverse verkiezingen duidelijk toegenomen. Daarnaast verlegden traditionele middenpartijen in heel Europa hun koers door duidelijk steeds meer het eigen belang van de lidstaten te benadrukken. Deze ontwikkeling staat in contrast met het euro-enthousiasme van diezelfde partijen in de jaren 90.

 

Verbondenheid politiek en economie

In de laatste maanden is het vertrouwen in de EU naar een uniek dieptepunt gedaald. De malaise op de financiële markten, de schuldencrisis in Europese landen en de reactie van de EU zijn in dit proces bijna onlosmakelijk met elkaar verweven.

Naast politiek vertrouwen kunnen we ook spreken van economisch vertrouwen. Golfbewegingen in het economisch vertrouwen zijn als zodanig een normaal verschijnsel. Het verschil is wel dat momenteel het vertrouwen in het economisch systeem en het heersende economische model – het neoliberalisme - als zodanig aan snelle erosie onderhevig zijn. Dit gaat gepaard met de verdere val van vertrouwen in de EU die in de beleving van de burgers nauwelijks te onderscheiden is van dat economische systeem.

 

Neoliberalisme breekt ons op

Dit hoeft geen verbazing op te wekken. De EU heeft in haar beleid op veel terreinen het neoliberalisme omarmt. Het meest in het oog springende voorbeeld hiervan is de van EU-wege opgelegde marktwerking op veel terreinen die oorspronkelijk tot het publieke terrein gerekend werden. Concreet valt er te denken aan de marktwerking in het openbaar vervoer of de postbezorging. Maar nieuwe voorstellen van de Europese Commissie beogen ook een toename van marktwerking in de zorg. Deze ontwikkeling raakt veel mensen.  Velen ervaren deze economisering en bijbehorende groeiende anonimiteit als een achteruitgang in de kwaliteit van de samenleving. Het feitelijke economische beleid van de EU ademt vaak dezelfde neoliberale geest uit door de nadruk op het doel van de EU als concurrerend economisch machtsblok in de wereld.

Dit doel blijkt in de praktijk moeilijk te verenigen met vragen over de kwaliteit van het leven in de EU. In de praktijk blijkt een beperkte – want louter financiële - visie op economische groei maatgevend te zijn. De specifieke situaties en culturen in de lidstaten worden hieraan ondergeschikt geacht en krijgen daardoor onvoldoende aandacht. Het gebrek aan aandacht voor deze verschillen breekt de EU nu op. Het beleid van de afgelopen maanden waarin het ‘redden’ van de financiële markten voor alles werd geplaatst heeft het gevoel van de vereenzelviging van een onpersoonlijke EU met onpersoonlijke markten alleen maar versterkt.

 

Werken aan een alternatief

Dit economisch beleid en deze koers van de EU kwamen niet uit de lucht vallen. Ze konden ontstaan in een groeiende technocratische atmosfeer waarin het proces van de EU een autonome dynamiek leek, los van de wensen en gevoelens van de inwoners van Europa. Dit proces lijkt ook de weerspiegeling te zijn van een geestelijke leegte die in de debatten rond het Lissabon verdrag zo duidelijk naar voren kwam.

De bestuurlijke lichamen van de EU zijn zich wel bewust van het probleem, maar lijken onmachtig om zich los te maken van de processen waarmee ze verweven zijn. Er lijkt een leegte te zijn, een gebrek aan visie voor de toekomst. We kunnen dit ook zien als een kans. Juist nu kunnen christenen in Europa opstaan en komen met een nieuwe visie op leven, samenleven en economie voor de EU. Dat betekent wel dat ze ‘christelijk gaan denken’ en niet meegaan in de heersende seculiere dogma’s over cultuur en economie. Christenen kunnen zonder schroom hun geloof en waarden inbrengen. Christenen in Europa kunnen opnieuw wijzen op de mens die leeft in concrete relaties - met God, medemens en natuur - en dat relaties het fundament zijn van het herstel van vertrouwen in onze Europese samenleving.           

 

KADER

Johannes de Jong is secretaris van de ECPF.

 

 

KADER

 

De European Christian Political Foundation: een Europees ‘WI’

 

Vanaf februari 2011 kan de European Christian Political Movement (ECPM) als Europese partij rekenen op de ondersteuning van een eigen ‘WI’; de European Christian Political Foundation (www.ecpf.info).  

 

Om de ECPM politiek-inhoudelijk te ondersteunen heeft de ECPF een drietal kerntaken gedefinieerd: verbinden, informeren en denken. De ECPF verbindt de vele christelijke denktanks in Europa met een eigen platform. Organisaties die actief zijn op het snijvlak van christelijk geloof, politiek en samenleving zijn welkom als lidorganisaties van de ECPF. De ECPF werkt samen met christelijke denktanks in Brussel en informeert politici, partijen en christelijke organisaties over belangrijke Europese beleidsvoornemens. De belangrijkste taak van de ECPF is om in samenwerking met haar lidorganisaties en partners een christelijk geïnspireerde toekomstvisie neer te zetten voor de Europese politiek, de economie en de samenleving.

 

De ECPF ontvangt Europese subsidie met de voorwaarde dat 15% van de ECPF begroting moet komen uit eigen fondswerving. Elke euro die de ECPF ontvangt levert dus bijna 6 euro op voor christelijke politiek in Europa. Uw steun is van harte welkom op rekening 153731095 t.n.v. ECPF te Amersfoort. U kunt contact opnemen met de ECPF door te bellen (033-4226971) of te mailen (secretariat@ecpf.info).