De rijdende rechter als voorbeeld

De Rijdende Rechter als voorbeeld voor bestuurders

Draagvlak door eenvoud en nabijheid

 

Door Bort Koelewijn

 

 

Velen klagen over een kloof tussen overheid en burger. Niet alleen landelijk, ook lokaal. Een kloof kan leiden tot wantrouwen in de overheid. onbekend maakt immers onbemind. En wantrouwen leidt tot een tekort aan legitimiteit van besluiten. Dat is vooral problematisch als besluitvorming omstreden is (bijvoorbeeld bij bezuinigingen). Hoe moeten (lokale) politici met de kloof omgaan? Hoe kunnen ze de legitimiteit van hun besluiten vergroten? Leer van ‘De rijdende rechter’!

 

 

Wij Nederlanders hechten met elkaar aan een behoorlijke mate van betrokkenheid van inwoners bij het openbaar bestuur. Wij zijn teleurgesteld als nog geen 70% van de kiesgerechtigden naar de stembus gaat. We voelen ons niet prettig als een groot deel van de bevolking het openbaar bestuur ziet als figuren die maar wat doen, als lui die zich weinig gelegen laten liggen aan wat er onder de bevolking werkelijk leeft. Sommigen spreken over een kloof tussen burgers en bestuur of in elk geval tussen burgers en politiek.

Hoe kunnen we die betrokkenheid een positieve wending geven? Een betrouwbare overheid is een eerste vereiste. Dat zal gevoed moeten worden door de ervaring dat bestuurders en politici oprecht en eerlijk handelen. Terecht dat aandacht voor integriteit momenteel een belangrijk aandachtspunt is. Maar dat alleen is niet voldoende. Samen willen we ook werken aan verbetering van de legitimiteit van het besturen in die zin dat ook voor onwelgevallige besluiten op z’n minst een zeker begrip kan worden opgebracht.  

 

140.000 regels

Onze samenleving is complex. Burgers, bedrijven en instellingen hebben tal van eigen belangen die onderling kunnen conflicteren. De overheid ziet zich nogal eens voor de taak gesteld om in controversiële zaken keuzen (in regels of besluiten) te maken. Het is onvermijdelijk dat ze soms mensen of groepen tegen het hoofd stoot.

Welke regels er gelden is ook lang niet altijd duidelijk. In Nederland gelden alleen op centraal niveau al ongeveer 140.000 wettelijke bepalingen. Dan hebben we ook nog te maken met regels op plaatselijk niveau en met Europese regelgeving. De praktijk waarmee onze burgers te maken hebben voltrekt zich niet altijd eenvoudig langs de grenzen van die regels. Aanleidingen genoeg voor het vormen van conflicten, die om een oplossing vragen.

 

Alleen contact met ambtenaren

Om het vertrouwen van burgers in overheidsbesluiten te bevorderen is in de bestuursrechtspraak een groot aantal beginselen van behoorlijk bestuur ontwikkeld, die ondertussen voor een deel wettelijk zijn vastgelegd. Gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld en op deze manier moet (politieke) willekeur worden voorkomen. Bestuurders moeten aanvragen onbevooroordeeld behandelen. Bestuurders hebben een boodschap aan gewekte verwachtingen. Voordat een besluit wordt genomen moet fatsoenlijk onderzoek naar de feiten worden uitgevoerd. Als belanghebbenden het niet eens zijn met een besluit, dan krijgen zij de mogelijkheid voor bezwaar en beroep. Een onafhankelijke rechter beoordeelt het besluit.

Menig gemeentebestuur doet bovendien onderzoek naar de tevredenheid van inwoners die een bezwaarschrift hebben ingediend over de behandeling daarvan binnen de gemeente. Deze vormen van besluitvorming komen steeds meer in het licht te staan van de dienstverlening van de gemeente. Op zichzelf niet verkeerd, maar de rol van het bestuur en de politiek wordt wel steeds minder direct ervaren. Rechtstreekse communicatie met bestuurders vindt ook nauwelijks plaats. Het besluit van de gemeente wordt vaak in mandaat door een ambtenaar genomen. Wanneer een bezwaarschrift wordt ingediend dan ontmoet de burger niet de wethouder, maar een ambtenaar die het besluit van de gemeente verdedigt en een bezwarencommissie die vooral procedureel toetst of de gemeente een rechtmatig besluit heeft genomen. En bij een beroep op de rechter is dat niet anders.

 

Grote afstand

De mogelijkheden voor burgers om met bestuurders rechtstreeks het gesprek aan te gaan over de mogelijkheden om een ander besluit te nemen, of de kwestie vanuit een andere invalshoek te benaderen, zijn in de praktijk beperkt. Dat kan de burger het gevoel bezorgen dat het bestuur weinig toegankelijk is en op te grote afstand staat. Ik denk dat het voor bestuurders belangrijk is om zich actief te informeren over bezwaren die zijn ingediend en de manier waarop daarmee wordt omgegaan. En dan met name om te toetsen of er wel voldoende recht wordt gedaan in het individuele geval. Een bezwaarschrift dient ertoe om na te gaan of er redenen zijn tot heroverweging van het genomen besluit. In de praktijk kan dit gemakkelijk verworden tot een toets of het genomen besluit er redelijkerwijs en gezien de regels mee door kan. Maar zo komt het niet tot een echte inhoudelijke heroverweging. In de communicatie daarover ligt wel een kans voor betere legitimatie naar inwoners toe.

 

Gevoel van rechtvaardigheid

In de sociale wetenschappen is onderzoek gedaan naar de vraag onder welke condities mensen een procedure als rechtvaardig ervaren. Mensen kunnen vaak wel begrijpen dat ze niet altijd hun zin kunnen krijgen. Wanneer kunnen zij begrip opbrengen voor een besluit dat genomen wordt en dat zij graag anders zouden zien? In het kader van mediation verwijst Brenninkmeijer wat dit betreft naar het begrip procedurele rechtvaardigheid. Van procedurele rechtvaardigheid is sprake als de procedure transparant is, wanneer betrokkenen zeggenschap hebben over de procedure en de inhoud, als de procesbegeleider neutraal is, wanneer belanghebbenden vertrouwen hebben in het proces, zij zelf direct invloed kunnen uitoefenen op de uitkomst en zij eerlijkheid ervaren. Dan kunnen zij  toch tevreden zijn met de uitkomst.

 

Mediation

Brenninkmeijer e.a.[1] zien in mediation mogelijkheden om deze principes in praktijk te brengen. Als het gaat om overheidsbesluiten ligt dat moeilijker. Want dan nemen immers niet de deelnemende partijen, maar het overheidsorgaan een besluit. Dat neemt naar mijn mening niet weg dat in de praktijk de intenties van procedurele rechtvaardigheid in het besluitvormingsproces zoveel mogelijk een plek kan worden gegeven. De gemeenteraad stelt de kaders vast voor subsidieverlening aan instellingen en verenigingen. Daaraan vooraf kan heel goed een procedure worden ingericht die voor die instellingen en verenigingen duidelijk is, die met hen besproken is, waarin zij open hun belangen naar voren kunnen brengen, waarin zij ook de gelegenheid krijgen om op de inbreng van het college en van fracties te reageren en waarin de raadsfracties gemotiveerd hun keuzen presenteren. Het is de kwaliteit van het college en de fracties om het publiek te laten ervaren dat eerlijk met de belangen wordt omgegaan.

 

Leren van ‘De rijdende rechter’   

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Dat vraagt van alle bestuurders een grote mate van zorgvuldigheid. Communicatie speelt een sleutelrol. En wellicht ook de ervaren nabijheid van instituties. Wat dat betreft onderschrijf ik de noties die NRC-columnist en prominent opiniemaker Bas Heijne[2] heeft aangereikt als hij het voorbeeld introduceert van de rijdende rechter. Besluiten van de rijdende rechter worden eenzijdig door de rechter genomen: ‘Dit is mijn besluit en daarmee zullen jullie het moeten doen!’. De televisiebeelden laten als regel zien dat die beslissing wordt aanvaard. Waarom hier wel? Omdat de rijdende rechter:

  1. de moeite heeft genomen om ter plekke zich op de hoogte te stellen,
  2. hij zich persoonlijk verstaat met de mensen die onderling een geschil hebben,
  3. hij zijn vragen in gewone mensentaal stelt
  4. en dat doet in het plaatselijk dorpscafé waar vrienden en kennissen de zitting kunnen meemaken
  5. en tot slot: hij deskundigen raadpleegt die voor de belanghebbenden geen vreemden zijn.

 

Conclusie

Hoe regelen wij dat in de praktijk? Voor een bezoek aan de rechtbank moeten we kilometers afleggen, in civiele zaken geldt een verplichte vertegenwoordiging via advocaten en er is sprake van taalgebruik dat naar cliënten toe vaak om vertaling vraagt.

Hoe kan dit beter? Als het om bestuurders gaat, kunnen we hiervan leren door

  1. ons ook ter plekke op de hoogte te stellen,
  2. ervoor te zorgen dat we niet selectief te werk gaan als het gaat om de mensen met wie wij spreken,
  3. ingewikkelde zaken zo eenvoudig weer te geven dat iedereen ze kan begrijpen.

 

Zo kunnen we draagvlak en begrip winnen, ook voor onwelgevallige besluiten. Het komt de legitimiteit van het bestuur en uiteindelijk het democratisch bestel ten goede.

 

 

 

KADER

Bort Koelewijn is burgemeester van Kampen.

 

 

 

 

 

 

 



[1] Handboek Mediation, 4e herziene druk, pag. 5, A.F.M. Brenninkmeijer, H.J. Bonenkamp, K. van Oyen, H.C.M. Prein

[2] Heijne sprak hier o.a. over tijdens het jaarcongres Nederlands Genootschap van Burgemeesters in 2010.