'Ik trek niet simpel de deur achter me dicht'

‘Ik trek niet simpel de deur achter me dicht’

 

Interview met Kars Veling

 

Door Geert Jan Spijker

 

 

 

 

Kars Veling zit in een overgangsfase. Hij is net gestopt bij de Johan de Witt Scholengroep (JWS), al moet het officiële afscheid nog volgen op het moment dat ik hem spreek. Tegelijk is hij net begonnen als directeur van het Huis voor democratie en rechtsstaat, Het Huis, zoals hij het zelf kortheidshalve noemt. Dat Huis gaat officieel pas in september open. Een periode van loslaten en inwerken dus. Een gesprek aan een zonnige Amsterdamse gracht. Over de legitimiteit van bijzonder onderwijs, zelfbewuste docenten en bestuurders die niet in de weg lopen. “Zet de manager niet als de grote boeman neer. School is een teamspel.”

 

 

SCHOOL MET EEN MISSIE

 

Op de website van de JWS zag ik de zin: ‘Kars. Van onderschatbare waarde.’ Hoe zou jij die waarde omschrijven? Wat heb je achtergelaten?  

Het is altijd lastig om over je eigen erfenis te spreken. Een school leiden doe je samen. Wat ik kan zeggen is dat het JWS een erg tumultueuze geschiedenis heeft gehad met veel conflicten. Er is nu meer stabiliteit en samenhang, meer transparantie ook. Verder heb ik geprobeerd de visie van de school verder uit te bouwen, te ontwikkelen. Ik voelde mij altijd erg thuis bij die visie en ik heb nadrukkelijk geprobeerd om haar consequent door te voeren, door voortdurend de richting in de gaten houden: waar gaan we heen met de school?

 

Waaruit bestond die visie?

Allereerst de talenten van elke leerling ontdekken en helpen ontwikkelen. In dit kader hebben we onder meer met de Universiteit Leiden samengewerkt en het idee van een ‘leerbiografie’ gebruikt. Het mooie van die term is dat je daarmee de uniciteit van elke scholier benadrukt: ieder heeft zijn eigen verhaal. Daarbij gaat het om iemands ontwikkeling, het is meer dan een momentopname. Tot slot gaat het wel altijd om het leren. Scholen vergeten dat weleens, maar hun primaire taak is leren. Ze zijn er niet voor het sociale welzijn, ze zijn geen zorginstelling. Het leren moet voorop blijven staan, daar moet de hele schoolorganisatie op afgestemd zijn.

Een ander onderdeel van de visie was om de horizon van de leerlingen te verruimen. Om dat te bereiken hebben we veel tijd gestoken in het contact zoeken met andere scholen. De multiculturele JWS is onder meer op bezoek geweest bij het gereformeerde Greijdanus College in Zwolle (en vice versa), waar ik vroeger zelf heb gewerkt. Maar ook gingen klassen naar het theater, musea, op werkweek in Steenwijk, enzovoorts. Zo werd de wereld van de leerlingen verruimd. Dat is nodig voor iedereen, maar zeker ook voor leerlingen van de JWS, die vaak een beperkte wereld hebben met vooral contacten in eigen kring.

 

Moet de overheid zich niet inzetten om witte en zwarte scholen te mengen? Dan wordt de horizon van de leerlingen automatisch verruimd.  

Mengen kun je niet dwingen. Uiteindelijk hebben ouders de vrije keuze waar ze hun kinderen heen willen sturen. Dat kun je niet opleggen en dat is ook goed. Dat neemt niet weg dat het kwalijke kanten heeft. Voor kinderen is het goed om in een omgeving te verkeren waar men de Nederlandse taal goed beheerst, waarin kennis is van de cultuur. Dat is soms lastig, denk aan de Schilderswijk. Maar juist daarom trekken wij er als school op uit, zoeken we zelf het contact op met de omgeving. Het is moeilijk te meten in hoeverre dat concrete resultaten oplevert, maar als je deze visie tussen je oren hebt, dan zie je voortdurend overal nieuwe kansen.

 

Kun je een voorbeeld noemen?

We, ik moet nu eigenlijk zeggen ‘ze’, organiseren veel buitenschoolse activiteiten. Niet alleen voor de scholieren, maar ook voor volwassenen uit de wijk en leerlingen van andere scholen. Er is ruimte voor taalles, wiskundeles, computerles. Elke zaterdag zit het vol. Het is allemaal erg ‘down to earth’, maar het draagt wel bij aan de ontwikkeling en blikverruiming van al die mensen. Dat is prachtig.  

 

Je klinkt erg bevlogen en betrokken. Is het moeilijk om dit los te laten?

Ja, ik hecht me altijd sterk aan mensen met wie ik samenwerk, en aan de missie. Ik trek niet simpel de deur achter me dicht. Ik hoop dat het allemaal door blijft gaan op school, maar ik heb vertrouwen in de toekomst.

 

Er is regelmatig kritiek op bestuurders en managers in sectoren als zorg en onderwijs, denk bijvoorbeeld aan Ad Verbrugge. Wat vind je daarvan? Wordt er terecht weer nadruk gelegd op de beroepseer van de docent?

Beroepseer is belangrijk, maar laten we het niet versmallen tot mensen die voor de klas staan. Het is zeker waar dat hun aanzien omhoog kan. Maar dat heeft ook met de instelling van de leraar zelf te maken. Wees trots op wat je bent en op wat je doet. Leg eer in je werk. Dat moet je zelf doen, ook door kwaliteit te leveren. Tegelijk moet de samenleving dat de leraren ook gunnen. Hier hebben ook ouders een verantwoordelijkheid. Die moeten in hun opvoeding laten blijken hoe belangrijk school is. En als er een conflict is tussen kind en school: kies niet automatisch de kant van je kind.

De maatschappij investeert in een volgende generatie door onderwijs. Daarvoor zijn goede, zelfbewuste docenten nodig. Daarbij heeft de organisatie een hele belangrijke taak, namelijk door te zorgen voor visie, goede omstandigheden zoals prettige lokalen en een veilige sfeer. Bestuur en management zitten docenten echt niet maar in de weg. Uiteraard kan de bureaucratisering toeslaan, maar zet ze niet als de grote boeman neer. Een school is teamspel.  

 

 

CHRISTENEN EN ONDERWIJS

 

Hoe was het om als christen op deze multiculturele school actief te zijn? Werkte het als een voordeel of als een nadeel?

Er zit natuurlijk een verschil met het werken op de Greijdanus, waar je de geloofsovertuiging deelt. Maar juist ook bij de JWS  had mijn christelijke achtergrond meerwaarde. Als christen weet je immers hoe het is om vanuit een geloofsovertuiging contact te zoeken met de ‘brede’ samenleving waarin men vaak anders denkt. Datzelfde geldt voor veel leerlingen op de JWS. Die moeten vanuit hun islamitische of hindoestaanse achtergrond contact zoeken met het ‘land van aankomst’, om met Paul Scheffer te spreken. Ik heb sterk de nadruk gelegd op het ‘schakelen’. Iedere leerling moet vanuit zijn of haar specifieke achtergrond de inhoudelijke verbinding zoeken met de rest van de maatschappij. Dat geldt eigenlijk voor iedereen: hoe ga je om met opvattingen van je buurman die je niet deelt? Als je de wereld groter maakt dan je eigen kring moet je leren schakelen, jouw persoonlijke verhaal verbinden aan het grotere verhaal van de maatschappij. Dat is essentieel in onze pluriforme cultuur. Mijn christen-zijn heeft zeker een gevoeligheid gegeven voor dit omgaan met verschil.  

 

Hoe kijk je na je ervaring bij de JWS aan tegen het bijzonder onderwijs? Er is regelmatig kritiek op (de regeling van) het bijzonder onderwijs, heb je daar meer begrip voor gekregen?

Deels is de kritiek begrijpelijk. Die hele richtingconstellatie is versteend geraakt. ‘Richting’ was ooit de aanduiding van levensbeschouwelijke diversiteit, maar nu is het vooral een juridisch ordeningsprincipe. Dat kan het oorspronkelijke waardevolle idee in de weg zitten.. Bijzonder onderwijs krijgt een slechte naam als het zich vooral beroept op bepaalde kostenvoordelen of zonder goede inhoudelijke reden samenwerking met andere scholen remt . Dat moet niet het doel worden. Men moet zich inzetten op waarom het ooit is begonnen. Op de wil van ouders die een eigen pedagogische setting willen. Ik heb weleens gezegd: laat elk onderwijs bijzonder zijn. Schaf het richtingbegrip af.

 

Paul Scheffer schrijft: “Wie denkt vanuit een vrijheidsbegrip wil dat opgroeiende kinderen niet op jonge leeftijd in het onderwijs een keuze krijgen opgedrongen, maar met verschillende levensbeschouwingen in aanraking komen.” Wat vind je daarvan?

Daar is veel voor te zeggen, maar de consequentie is niet dat een school die vanuit een gezamenlijke visie werkt niet waardevol kan zijn. Zo’n school kan belangrijk zijn voor ouders die met hun kinderen een plek in de samenleving zoeken waar hun geloof zinvol verbonden is met betrokkenheid op de wereld. De wereld van de levensbeschouwingen verkennen kan juist heel goed in een vertrouwde omgeving.

 

Dus christelijke politici moeten blijven strijden voor het bijzonder onderwijs.  

Dat vind ik zeker. Uiteraard zijn de tijden veranderd. We leven niet meer in een tijd van verzuiling, zoals vroeger. Toen was die diversiteit een sociaal gegeven. Dat is voorbij. Nu moet je echt inhoudelijke redenen hebben om samen een school op te richten. Waarom is het belangrijk een bijzondere school op te richten? Wat is de meerwaarde ervan? Dat moet je blijven uitleggen, want ook ouders kiezen niet meer vanzelfsprekend voor christelijk onderwijs. Allereerst is belangrijk vast te stellen welk doel je hebt met de organisatie en hoe je die wilt bereiken. Pas dan moet je je afvragen: met wie kunnen we dit doel het beste bereiken? Vroeger was het vaak andersom: in de statuten werd dan eerst bepaald wie iets gingen doen en vervolgens pas wat men ging doen.

 

 

POLITIEK

 

Net zomin als christelijke ouders hun kinderen automatisch naar een christelijke school laten gaan, stemmen christenen vanzelf op een christelijke partij. Een vergelijkbare ontwikkeling?

Zo zie ik dat wel. De ChristenUnie moet niet de vergissing maken te denken dat ze als christelijke partij ook vanzelf wel de christelijke kiezers achter zich krijgt. Het gaat uiteindelijk om het politieke program. Welke politieke doelen stel je? Dat moet onderscheidend zijn. Dat neemt niet weg dat je zeer wel een partij van christenen kunt zijn. En dat kan ook heel goed op bijvoorbeeld congressen tot uitdrukking worden gebracht, door zang en gebed.

 

Eigenlijk geldt voor vrijwel alle politieke partijen dat hun achterban steeds minder vanzelfsprekend wordt. Hoe zie je hun toekomstige rol in onze democratie?

Mensen maken steeds vaker keuzes op politieke thema's die op een bepaald moment relevant lijken. En die hoeven niet aan te sluiten bij pakketten die politieke partijen als samenhangend presenteren. In die zin wordt het kiezersvolk steeds minder voorspelbaar. Maar politieke partijen blijven wel hard nodig. Ze blijven de onmisbare schakel tussen burger en rechtsstaat. Tussen volk en openbaar bestuur. Ze moeten de verbinding leggen tussen de belangen van burgers en de instituties van de overheid. Daarbij is het zaak niet blind kiezers te gaan zoeken, maar vanuit beginselen een verhaal te formuleren. De boodschap moet centraal staan.

 

Dus minder luisteren naar wat de burger wil?

Door de leegloop van het politieke midden zijn partijen onzeker en ongerust geworden. Ze gaan meer luisteren naar de burger. Dat is op zich niet verkeerd. Maar daar moet het niet bij blijven. Veel onbehagen bij burgers gaat over de publieke dienst. Dan is het wel zaak dat na de verkiezingen politici daarmee aan de slag gaan. Ze moeten nagaan wat daar kan verbeteren. Daar moet dan een fundamentele discussie over gevoerd worden: wat is de taak van de overheid? Nu gaat het om geld en bezuinigingen op ambtenaren. Maar eerst moeten politici een fundamentele visie op de overheidstaak formuleren. Anders win je het vertrouwen van de burger niet terug. Dat moet wel, want politieke partijen maken de rechtsstaat democratisch.

 

Wat heb je voor ogen met het Huis voor democratie en rechtsstaat?

Er gebeurt al heel veel: we ontvangen tienduizenden scholieren per jaar in Den Haag, we verzorgen gastlessen op scholen, we geven cursussen samen met gemeenten en provincies, we hebben nauwe banden met  docenten maatschappijleer en verzorgen materiaal voor lessen, we onderhouden de stemwijzer, ook in aangepaste vorm voor gemeentelijke en provinciale politiek, we organiseren debatten, enzovoort. De komende jaren gaan we een centrale rol spelen bij de viering dat het Koninkrijk 200 jaar bestaat. Als het aan mij ligt wordt het Huis voor democratie en rechtsstaat het centrum voor de promotie van de democratische rechtsstaat. Maar wel graag met een kortere naam.

 

 

 

KADER:

Kars Veling  is directeur van het Huis voor democratie en Rechtsstaat. Hij heeft onlangs na acht jaar afscheid genomen als directeur van de Johan de Witt Scholengroep in Den Haag. Eerder was hij onder meer rector van het Greijdanus college in Zwolle en fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer.