Familiebanden tussen CU en SGP

Familiebanden tussen ChristenUnie en SGP

 

Gesprek met Hendrik en Trineke Palm

 

Door Geert Jan Spijker

 

 

KADER

Hendrik Palm (SGP) was de afgelopen 20 jaar 16 jaar raadslid in De Ronde Venen. Hij stopte na de raadsverkiezingen van 24 november 2010. Hij is werkzaam als financieel adviseur bij de gemeente Amstelveen. Zijn dochter Trineke (ChristenUnie)is student politicologie aan de VU, fellow van de ChristenUnie en werd bijna gekozen in de gemeenteraad.

 

 

Met enige regelmaat vindt er landelijk discussie plaats over de samenwerking tussen ChristenUnie en SGP. Zo niet in De Ronde Venen. De samenwerking tussen beide partijen is er vanzelfsprekend en de achterban van beide partijen is sterk verweven. Een mooi voorbeeld daarvan biedt de familie Palm: SGP-er Hendrik Palm was jarenlang raadslid, zijn dochter Trineke Palm stond onlangs namens de ChristenUnie hoog op diezelfde lijst. Een gesprek met vader en dochter over beide partijen en over de lokale gevolgen van het dualisme.

 

Waarom zijn jullie de politiek in gegaan?

Hendrik: Even denken, dat is twintig jaar geleden.

Trineke (lachend): dominee Abma, toch?

Hendrik: Toen we naar De Ronde Venen verhuisden, vroegen ze mij om als tweede man op de lijst te komen om zo het raadslid te ondersteunen. Bij de verkiezingen kreeg de fractie (RPF-GPV-SGP) onverwachts een tweede zetel, dus ik kon gelijk aanschuiven.

 

Jij kreeg als dochter de politiek vermoedelijk met de paplepel ingegoten.

Trineke: Politiek was thuis een vast gespreksonderwerp en daardoor ontstond mijn interesse. Aanvankelijk koos ik niet voor de ChristenUnie. Dat kwam door hoe men met Kars Veling omging. Toen ik Politicologie ging studeren en André Rouvoet lijsttrekker werd, kwam ik toch bij de ChristenUnie uit. Ik werd actief bij Perspectief en voelde me meteen thuis. Toen ik me meer in de inhoud ging verdiepen kwam ik er echt achter: Ik pas bij deze partij. Bij de vorige lokale verkiezingen schreef ik mee aan het programma en vroegen ze mij om op de lijst te komen. Als nummer 6 heb ik actief campagne gevoerd. Uiteindelijk ben ik met voorkeursstemmen bijna verkozen. Gelukkig net niet. Het liefst werk ik achter de schermen.

 

CHRISTENUNIE - SGP

 

Trineke is de eerste vrouw op de lijst in De Ronde Venen. Was dat een issue in de samenwerking tussen ChristenUnie en SGP?

Hendrik: Niet echt. De achterbannen van beide partijen lopen hier sterk door elkaar heen. We zien elkaar in de kerk. Samenwerking is eigenlijk vanzelfsprekend. We hebben elkaar ook hard genoeg nodig. Richting de verkiezingen van 2010 heeft de ChristenUnie ruimte gevraagd voor een vrouw op de lijst indien zich geschikte kandidaten zouden aandienen. Dat is in goed overleg vroegtijdig besproken. Afgesproken is, dat SGP en ChristenUnie verantwoordelijk zijn voor de eigen kandidaatstelling en in het kader van de samenwerking instemmen met de ineengeschoven lijst. Het was toen nog niet duidelijk dat de eerste vrouwelijke kandidaat de dochter van de SGP-fractievoorzitter zou zijn...

 

Hoe is jullie relatie tot het CDA?

Trineke: We hebben vorig jaar samen naar het CDA-ledencongres zitten kijken en mijn vader en ik kwamen verschillend uit. Hij zou – met angst en beven - voor kabinetsdeelname stemmen, ik (en mijn moeder) tegen. We delen  fundamentele kritiekpunten op de PVV, maar komen wel anders uit.

Hendrik: In eigen kring kunnen we de verschillen behoorlijk opblazen. De buitenwereld snapt er niets van en wij verliezen het zicht op de grotere verhoudingen. De verschillen worden vaak te massief neergezet. De ChristenUnie is niet maar links en de SGP niet slechts rechts. Er zijn genoeg mogelijkheden tot verbinding: beide partijen erkennen dat wat God zegt goed is voor onze samenleving en willen dat als leidraad nemen in hun politiek handelen. Ik zie ten diepste geen principiële kloof die gescheiden optrekken rechtvaardigt, wel cultuurverschillen. Bij beide partijen ligt huiswerk in het doordenken van christelijke politiek anno nu, maar ook van de opstelling jegens enerzijds PVV en anderzijds D66.

 

 

We zitten hier op de Vrije Universiteit, het terrein van Abraham Kuyper. Voelen jullie daar verwantschap mee?

Trineke: Tijdens het fellowsprogramma had ik meer herkenning met de tekst van Groen dan met die van Kuyper. Dat vond ik opvallend.

Hendrik: Zelf kom ik uit een bevindelijk CHU-nest. Ik heb daarom meer met het aristocratische, elitaire van De Savornin Lohman dan met Kuyper. Kuyper associeer ik meer met machtspolitiek en veel georganiseer.

 

OPPORTUNISME

 

Jullie hebben onderzoek gedaan naar de vorige coalitie in De Ronde Venen. Die was nogal opportunistisch, volgens jullie. Wat speelde er?

Trineke: ik weet nog dat mijn vader thuiskwam na een raadsvergadering en zei: wat we nu weer hebben meegemaakt! Heel vaak en op belangrijke punten stemden coalitiepartners tegen voorstellen van de eigen coalitie. Dat was geen dualisme meer, maar opportunisme. Men deed dat voor electoraal gewin. Om dat te onderbouwen hebben we onderzoek gedaan. De cijfers die daaruit voortkwamen waren nog duidelijker dan verwacht.

 

Voor alle duidelijkheid: jullie zijn toch niet tegen dualisme?

Trineke: Zeker niet, maar dit ging te ver. De bestuurbaarheid van de gemeente stond op het spel. Er moest bijvoorbeeld over de herindeling worden besloten. Dan moet je als gemeente samen optrekken en een vuist maken richting de provincie met een helder standpunt. Dan is een stevig bestuur nodig, geen verdeeldheid.

Hendrik: Bestuurders moeten cruciale beslissingen niet overlaten aan anderen, maar moed tonen en hun nek uitsteken. Ze moeten hun verantwoordelijkheid nemen en zich niet achter anderen verschuilen of bijvoorbeeld achter de lobby van de Rabobank aanlopen.

 

Tot slot nog een tip voor andere bestuurders?

Hendrik: Kijkend naar de moeite die het kost om eruit te komen om in de senaat de restzetel bij ChristenUnie dan wel SGP te houden, hebben wij tegen elkaar gezegd: vorm één fractie. Deels met een knipoog, maar toch ook wel met een serieuze ondertoon

Trineke: Wat ik belangrijk vind is dat politici hun eigen verantwoordelijkheid nemen, en zich niet maar opstellen als het verlengstuk van burgers of lobbygroepen. Het is niet ‘u vraagt wij draaien’, maar vanuit een eigen afweging het algemeen belang dienen. Niet de burgers naar de mond praten, maar vanuit een positieve visie het goede zoeken voor de samenleving.

Hendrik: Helemaal eens. Dat vind ik – met een mooie term - geloofwaardige politiek.