Analyse van de Provinciale Staten verkiezingen

Analyse van de Provinciale Staten verkiezingen 2011

 

Door Erik van Dijk

 

De ChristenUnie haalde vier jaar geleden bij de Provinciale Staten-verkiezingen in maart 2007 (PS2007) een fantastisch resultaat. Ondanks de verkleining van het totale aantal Statenzetels, die bij die verkiezingen werd doorgevoerd, groeiden we van 31 naar 38 zetels (zonder de verkleining waren we op zo’n 53 zetels uitgekomen). Bij dat succes bleef het niet, want in de daarop volgende college-onderhandelingen konden we in zes provincies mee gaan draaien in het dagelijks bestuur. Na een bestuurlijke crisis in Utrecht mocht de ChristenUnie in het najaar van 2008 nog eens twee gedeputeerden leveren. We hadden toen acht gedeputeerden in zeven provincies, terwijl we er in de periode 2003-2007 geen enkele hadden.

 

Er zijn meerdere verklaringen voor deze bijzondere situatie. De belangrijkste reden was de toetreding tot het kabinet. Precies een maand voor de PS-verkiezingen had André Rouvoet samen met Wouter Bos (PvdA) en Jan-Peter Balkenende (CDA) het coalitieakkoord gepresenteerd. Nog geen twee weken voor de stembusgang stonden de nieuwe ministers op het bordes. De ChristenUnie telde mee, hoorde erbij en was een factor geworden om rekening mee te houden. Een belangrijke bodem onder het provinciale én landelijke ‘succes’ was al gelegd bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006. De ChristenUnie groeide toen fors in raadszetels en aantal wethouders. In heel veel plaatsen kwam de ChristenUnie in beeld als betrouwbare, bruggenbouwende college-partner.

 

Tegenvallers

Na twee tegenvallende verkiezingsuitslagen in 2010 (gemeenteraad en Tweede Kamer) hadden we al in de gaten dat een groei in Statenzetels er deze keer waarschijnlijk niet in zou zitten. We hoopten op consolidatie, maar op 2 maart kwamen we helaas niet verder dan 24 Statenzetels. Een teruggang van 14 zetels. In tien van de twaalf provincies betekende dat een verlies van een of twee zetels. De ChristenUnie Fryslân wist zich als enige met drie zetels wel te handhaven. In Noord-Brabant verloren we onze enige zetel.

 

Provincie

Zetels

2011

Zetels

2007

Zetels 2003

fictief *

Groningen

3

4

3,2

Friesland

3

3

2,4

Drenthe

2

3

1,9

Overijssel

3

5

3,5

Flevoland

3

5

3,1

Gelderland

3

4

2,4

Utrecht

2

4

2,6

Noord-Holland

1

2

1,0

Zuid-Holland

2

4

2,1

Zeeland

2

3

1,9

Noord-Brabant

1

0,9

Limburg

0,0

Totaal

24

38

25,2

 

* Wat was zetelaantal in 2003 geweest als de verkleining van de Staten al in 2003 was doorgevoerd. Deze kolom geeft de meest eerlijke vergelijking tussen 2003, 2007 en 2011

 

Rond het niveau van 2003

Als we de enorme piek van 2007 er tussen uit halen en we vergelijken tussen de fictieve zetelverdeling in 2003 en de uitslagen van 2011, dan zien we dat we in 2011 weer terug zijn op het niveau van 2003.

In 2011 heeft de ChristenUnie het qua absolute aantal stemmen overal, ook in Noord-Brabant, beter h gedaan dan in 2003. Door de hoge opkomst bij de recente Statenverkiezingen pakt dat alleen in de percentages niet altijd gunstiger uit. In Overijssel, Flevoland, Utrecht, Noord-Holland, Zeeland en Noord-Brabant liggen de percentages van 2011 lager dan in 2003. Vooral in Flevoland en Utrecht is de achteruitgang duidelijk (met als negatieve uitschieters Urk resp. Bunschoten). In die provincies hebben we inderdaad twee zetels verloren, waarbij het niet veel gescheeld had of we hadden in Flevoland drie zetels verloren (de derde zetel is een krappe restzetel).

In vergelijking met de Tweede Kamerverkiezingen in 2010 valt op dat de drie noordelijke provincies in 2011 stabiel zijn gebleven. De relatief grootste teruggang in aantal stemmen ten opzichte van 2010 is waarneembaar in de Randstedelijke provincies.

 

Bespiegelingen

Welke verklaringen kunnen we aandragen voor de tegenvallende resultaten? Een eerste poging:

-       Deze PS-verkiezingen kenden een hoge opkomst (10% hoger dan anders). In alle provincies waren hierdoor meer stemmen per zetel nodig. Dat heeft ons in ieder geval (mede) de Brabantse zetel gekost.

-       Deze verkiezingen kwamen voor de ChristenUnie te vroeg. In de landelijke politiek was de ChristenUnie pas vier maanden volledig los van regeringsverantwoordelijkheid en nog aan het groeien in de oppositierol. Pas ruim twee maanden voor de stembusdag was het evaluatierapport van de Tweede Kamer-verkiezingen klaar. De discussie over de koers van de ChristenUnie speelde sinds de zomer van 2010, kreeg een nieuwe impuls na het verschijnen van het evaluatierapport en was absoluut nog niet klaar voor de PS-verkiezingen. Sterker nog, door de tegenvallende PS-verkiezingen kwam de discussie pas echt goed op gang. Alsof velen toen pas echt beseften, dat de uitslag van juni 2010 geen incident was. De uitslag van de PS-verkiezingen hebben de constateringen van het evaluatierapport juist onderstreept.

-       Net zoals de ChristenUnie bij de TK-verkiezingen last had van de premierstrijd tussen Cohen en Rutte, had de ChristenUnie bij de PS-verkiezingen hinder van de landelijke strijd tussen coalitie en oppositie om de meerderheid in de Senaat. Meer dan ooit waren deze PS-verkiezingen ook Eerste Kamer-verkiezingen. De ChristenUnie had een unieke, maar ook lastige positie in dat krachtenveld. Als je faliekant tegen het VVD-CDA-PVV kabinet was, was de ChristenUnie niet de meest uitgesproken partij, maar als je vóór dit kabinet was zeker ook niet.

-       De ChristenUnie is veel kritischer op dit kabinet dan de SGP, maar had in twee provincies wel een gezamenlijke lijst met de SGP. Dat schiep een dilemma voor ChristenUnie-stemmers die erg kritisch zijn op dit kabinet, maar ook voor SGP-stemmers die vonden dat de ChristenUnie te kritisch is. Samenwerking kost zo aan twee kanten stemmers.

 

Het moge duidelijk zijn dat we de uitslagen van de PS-verkiezingen niet los kunnen zien van het grotere plaatje van de ChristenUnie en ook niet van het totale politieke landschap anno 2011. Daar wordt binnen de ChristenUnie veel over gesproken. Dat is goed en nodig. De tijd zal het leren of het succes van 2007 een bijzondere uitzondering was of iets dat in de toekomst weer tot de mogelijkheden behoort.

 

 

KADER:

Erik van Dijk was campagneleider PS2011