Liberale liefde

Liberale liefde

 

Door Herman Sietsma, hoofdredacteur Denkwijzer

 

De Teldersstichting, de denktank van de VVD, wil dat ouders ruimere mogelijkheden krijgen voor selectie van embryo’s. Ouders moeten door middel van selectie kunnen kiezen voor een jongen of een meisje. “Als je later tegen je kind zegt: we hebben jou gekozen omdat jij een jongetje was, is dat minder erg dan te moeten zeggen: we hebben het lot laten beslissen”, zegt Marcel Wissenburg van de Teldersstichting in NRC Handelsblad (9-10-10). 

 

Selectie op intelligentie

Ouders handelen volgens deze professor in het belang van hun kind – namelijk uit liefde - als ze een baby ter wereld brengen “van wie ze kunnen houden”. Er is trouwens volgens hem ook geen bezwaar tegen als ouders hun kinderen selecteren op intelligentie of op atletisch vermogen. En als deze ontwikkeling uiteindelijk leidt tot zwaardere sociale en financiële druk op ouders die een gehandicapt kind hebben is dat prima: “het is niet zo dat het (gehandicapte) kind geboren moet worden; ouders moeten zelf de gevolgen dragen”.

De selectiemogelijkheid wordt in de ogen van de Teldersstichting overigens wel beperkt vanwege het feit dat zo’n ingreep duur is. Mensen moeten het zelf betalen, de staat blijft daar buiten. Dit is dus liberale liefde: liefde voor het menselijk leven, mits dat aan de eigen voorwaarden voldoet. Het illustreert treffend hoezeer liberalen gevangen zijn in het ‘ik’ als maatstaf voor alles. Er is geen overheidstaak om ongeboren leven tegen willekeur te beschermen. En de markt – die we in het algemeen geschikt achten voor goederen en diensten - wordt maatstaf om te bepalen wie wel en niet geboren mag worden. Hoe cynisch: het kind als product dat betaald moet worden.

 

Het persoonlijke publiek

We zien hoe scherp de morele keuzen in het publieke domein liggen. In een recente WI-publicatie spreekt Stefan Paas van een “liberale injectie in de christelijke politiek”. Het gaat erom, zo schrijft hij, dat niet-christenen “hun eigen levenskeuzes in de praktijk kunnen brengen – ook wanneer die haaks staan op christelijke levensovertuigingen”.

Nu is paternalistische politiek niet per se christelijke politiek; er is een onderscheid tussen publieke en private verantwoordelijkheid. Maar als het leven van de ander in het geding is, is ‘persoonlijk’ zomaar publiek geworden. Dat geldt ook voor de amorele benadering van embryo-selectie, die in directe zin publieke belangen raakt; vanwege de vernietiging van ongeboren leven èn vanwege de ontmoediging van de zorg en aandacht voor het gehandicapte leven.

Het is volgens mij niet opportuun te filosoferen over liberale injecties in christelijke politiek. Beter is het dat christelijke politici gefundeerd zoeken naar de grenzen van de overheidstaak. En daarbij lijkt een  een impuls van het christelijke liefdegebod – dat de overheid niet rechtstreeks kan toepassen, maar wel kan onderkennen en faciliteren - in het liberale gedachtengoed mij urgenter.