Agrariërs willen graag duurzaam boeren

Agrariërs willen graag duurzaam boeren

 

Brabants beleid als voorbeeld voor Nederland

 

Door Hermen Vreugdenhil

 

 

 

Duurzaamheid wordt vaak gezien als een links thema, waar agrariërs (en andere ondernemers) geen affiniteit mee zouden hebben. Dat is onjuist. Als je met agrariërs aan de keukentafel praat dan willen ze gráág duurzaam boeren. Ze zien het als uitdaging en noodzaak om aansluiting te houden bij de markt die vraagt om duurzaam produceren. Maar dat is niet van de ene dag op de andere geregeld. De provincie kan een belangrijke rol spelen om de omslag naar duurzaam boeren te maken. Een voorbeeld hiervan biedt Noord-Brabant, waar een brede consensus is ontstaan ten aanzien van verduurzaming en vergroening van de landbouwsector. Centraal moet uiteindelijk staan de werkelijk toegevoegde waarde van diensten en producten.

 

Voordat ik Statenlid werd, hoorde ik nogal eens dat de ChristenUnie ver van de boeren af staat. Ik heb in het landbouwdebat in Brabant mogen ervaren dat dit niet zo is. De sector heeft behoefte aan een duidelijk én eerlijk verhaal. Dat wordt gewaardeerd. En niet voor niets hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant zich unaniem uitgesproken tegen de ongebreidelde schaalvergroting in de agrarische sector.[1] Vriend en vijand, van links tot rechts, zijn het er in Brabant over eens dat zowel op economische als op maatschappelijke gronden het roer nu echt om moet. Niet de haast automatische schaalvergroting gericht op het produceren voor de wereldmarkt moet het toekomstperspectief van de sector vormen, maar de toegevoegde waarde van de sector moet centraal staan. Een koers die in Brabant omarmd wordt door de sector. Een voluit ChristenUnie-verhaal. Breeduit ziet men dit veehouderijbesluit als een kentering van het agrarisch beleid die ook gevolgen zal hebben voor de rest van de sector in Nederland.

 

Omslag in denken

In Brabant heeft dit besluit, dat primair gericht is op de intensieve veehouderij (zie kader), geleid tot een omslag in denken over de totale land- en tuinbouw, en nog breder de hele agrofood-sector in Brabant. Dit besluit mag dan ook niet het sluitstuk zijn van een jarenlang publiek debat maar een eerste belangrijke stap op weg naar een duurzaam ontwikkelingsperspectief van de hele agrofood sector. Juist nu komt het er op aan om de sector hierin te steunen.

 

Lat hoger leggen

In Brabant heeft de ontwikkeling van de agrarische sector de afgelopen jaren langs de lijnen van de reconstructie plaatsgevonden. De reconstructiewet[2], in werking getreden na de varkenspest, heeft veel goede ontwikkelingen in het landelijk gebied op gang gebracht, maar heeft niet geleid tot een duurzaam-economische vernieuwing van de agrarische sector. De kaders van de reconstructie waren teveel ingestoken op het beheersbaar houden van de actuele problematiek in de sector. Hierdoor kon een bredere transitieagenda niet echt aan de orde komen. De lat moet aanzienlijk hoger gelegd worden dan de huidige reconstructiedoelen als we willen bouwen aan een toekomstgerichte sector.

 

Urgentie

De vragen die dan al snel opdoemen zijn ‘hoe’ en ‘wanneer’. De discussie speelt immers al jarenlang en de opeenvolgende debatreeksen gestart onder voormalig minister Brinkhorst in 2000 en voortgezet door Veerman hebben weinig resultaat opgeleverd. Het Veehouderijbesluit van 2010, zie kader, biedt een goed uitgangspunt voor die transitie. Maar er is ook een urgentie om nú duidelijke keuzes te maken voor de sector. Ik noem er een aantal.

 

1. Maatschappelijk draagvlak in het geding

Een eerste urgentie ligt in de groeiende maatschappelijke discussie over de gevolgen van voortgaande schaalvergroting in de agrarische sector en in het bijzonder de intensieve veehouderij. We mogen de ogen niet sluiten voor de verhalen aan de keukentafel van plattelandsbewoners, vaak van agrarische afkomst, die grote zorgen hebben over de aantasting van volksgezondheid en landschap. De Sociaal Economische Raad in Brabant constateert dat de ontwikkeling van de landbouwontwikkelingsgebieden (waarvan er in Brabant 48 zijn!)  zijn verworden tot restgebieden of afvoerputjes voor grootschalige intensieve veehouderij, vaak met veel gemeenschapsgeld gefinancierd. Ook de verdringing van de agrarische gezinsbedrijven door de ‘grote jongens’ roept zowel in de sector als in de samenleving veel weerstand op en verschraalt de sector.

 

2. Volksgezondheid

Sterker dan ooit is het belang van de volksgezondheid in het geding. Het is duidelijk geworden dat het huidige productiesysteem op onderdelen de grenzen van zijn spankracht heeft bereikt. Deze discussie heeft een extra dimensie gekregen door de uitbraak van Q-koorts en de verspreiding van de MSRA-bacterie in verband met een overmatig gebruik van antibiotica.

 

3. Economische crisis

De economische crisis heeft het belang van de agrofood sector nog eens stevig voor het voetlicht gebracht. Een sterk, relatief conjunctuurongevoelig agrofood complex kan ervoor zorgen dat regio’s in de toekomst minder kwetsbaar worden voor neerwaartse economische golfbewegingen. Hiervoor is het wel van belang dat de sector aansluiting vindt bij regionale en lokale markten. Het bewustzijn is bij iedereen doorgedrongen dat de strijd op de wereldmarkt door middel van schaalvergroting en concurrentie op prijs niet te winnen is.

 

4. Afname bedrijven

Het aantal bedrijven in de glastuinbouw en in de veehouderij neemt sneller af dan voorzien. Doen we niets dan zou dat betekenen dat tussen nu en 2020 het aantal agrarische bedrijven met de helft zal verminderen! De natuurlijke reflex tot schaalvergroting die dan in versterkte mate zal ontstaan leidt niet tot een duurzame oplossing. De ‘eigenschaligheid’ van het bedrijf, die past bij de ondernemer en zijn omgeving, komt dan in gevaar. Voor de Zuidelijke Land en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) moet dan ook niet meer de grootschaligheid maar de ‘eigenschaligheid’ van de bedrijven centraal staan. Een schaal die past bij de ondernemer, zijn omgeving, de afzetmarkt en de toegevoegde waarde die het bedrijf levert aan de samenleving.[3]

 

5. Verduurzaming

Een belangrijke urgentie ligt in de verduurzamingsopgave waar de sector voor staat, vastgelegd in de ‘Nota Duurzaam Voedsel’ (juni 2009). Herman Wijffels gaf in zijn analyse op de kredietcrisis terecht aan dat het specialisatieprincipe heeft geleid tot vergaande fragmentatie en versnippering. Hierdoor zijn we het overzicht over het geheel en het gevoel van verantwoordelijkheid voor de leefomgeving, de aarde, kwijtgeraakt. De ZLTO vertaalt dit in haar visie 2020 in het motto ‘think globally, act locally’ waarbij het accent komt te liggen bij de West-Europese markt en de markt dicht bij huis. Hierbij weet de ondernemer zich verantwoordelijk voor een duurzame productie én voor de omgeving waarin hij opereert.

 

Loskomen van links-rechts

Deze vijf urgenties hebben in Brabant geleid tot een fundamenteel debat. De provinciale politiek in Brabant heeft grenzen gesteld aan de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van de sector. Provinciale Staten hebben verantwoordelijkheid genomen door zich ongekend stevig (maar unaniem!) uit te spreken tegen de huidige ontwikkelingen. Waar aan de ene kant de weg voor nieuwe schaalsprongen in de sector via het ruimtelijk ordeningsspoor wordt afgesloten heeft de provincie een heel grote verantwoordelijkheid om, binnen haar mogelijkheden, de transitie naar een perspectiefvolle en duurzame landbouw te stimuleren. En juist het unanieme politieke signaal is een belangrijke katalysator om de sector een duurzaam perspectief te bieden. Een perspectief waarin we in het politieke debat loskomen van de links-rechts tegenstelling maar waarin sector, overheid en maatschappij een breed front vormen.

 

Toegevoegde waarde

Inmiddels is er brede steun van de landbouwsector en de hele agrofood sector voor die nieuwe koers.[4] Centraal element in deze koers is het realiseren van meer toegevoegde waarde. Het scheppen van meerwaarde is een (maatschappelijke) voorwaarde om boer en tuinder te zijn. Die toegevoegde waarde kan worden uitgedrukt in termen van duurzaamheid. Van minder hinder naar meer waarde voor de samenleving. In termen van samenwerken uit zich dat in het zoeken naar nieuwe vormen van coöperatief ondernemen. En in termen van innovatie gaat het erom groene intelligentie te combineren met hoogwaardige technologie.

 

Rol overheden

De waardering van deze meerwaarde(n) is een voorwaarde om boeren en tuinders in staat te stellen de gewenste producten en diensten te leveren. Voor veel groenblauwe diensten[5] is de prijsvorming in de ‘markt’ onvoldoende geregeld. Het ontbreekt aan een adequaat en maatschappelijk gedragen prijsmechanisme voor de ‘morele’ en ‘publieke’ component van deze diensten. Voor de overheid ligt hier een belangrijke taak om op verschillende schaalniveaus de juiste voorwaarden te scheppen voor het realiseren van deze meerwaarde.

Ook in het Europees landbouwbeleid is de omslag van bulkproductie naar het creëren van meerwaarde zichtbaar. Vanaf 2013 zal de positie van de landbouw meer beoordeeld worden op haar bijdrage aan maatschappelijke doelen en het halen van milieunormen. Verruiming van de mogelijkheden om boeren reëel te vergoeden voor geleverde diensten moet daarbij hoog op de agenda komen.

 

Breed Brabants commitment

In Brabant zijn inmiddels zowel de overheid als het landbouwbedrijfsleven ervan overtuigd dat die omslag gemaakt kan en moet worden. Breder nog, er tekent zich een breed maatschappelijk commitment af voor die koers.[6] De provincie, en elke provincie vanuit zijn eigenheid, kan daarbij een centrale rol spelen. Enerzijds door helder de grenzen vast te leggen waarbinnen de sector zich kan en moet ontwikkelen binnen de kaders van draagkracht van gebied en regio. Anderzijds door het initiatief te nemen voor een versnellingsagenda voor de omslag in de agrofood sector. Juist nu de provincies met het nieuwe regeerakkoord verantwoordelijk zijn voor zowel het regionaal-economisch beleid, natuur en ruimtelijke ordening ligt het binnen haar mogelijkheden en verantwoordelijkheid om deze belangrijke sector in de transitie te steunen die in elk van die domeinen meerwaarde creëert. Brabant moet niet wachten op het Rijk maar als voorbeeldregio gericht werken aan die omslag.

 

Starre beheerplannen

Daarbij is het ook belangrijk om bestaande kaders te durven heroverwegen. Al eerder is genoemd het heroverwegen van de uitgangspunten van het reconstructiebeleid. Een ander voorbeeld zijn de vaak starre beheerplannen in de Natura 2000 gebieden.[7] We moeten ons in Nederland niet ingraven in regelgeving, maar in samenspraak met de sector haalbare en realiseerbare beheerplannen opstellen en verantwoordelijkheid nemen voor de uitvoering. Integrale afweging van belangen kan herbegrenzing of herziening van de doelen tot gevolg hebben. Daar moeten we niet van wegkijken. In samenspraak met de sector kan op die wijze tot een snelle realisatie van Natura 2000 gebieden gekomen worden mét een toekomstperspectief van omliggende of inliggende bedrijven.

 

Bestuurdersdag

Tijdens de bestuurdersdag van de ChristenUnie is er in een workshop met vertegenwoordigers van de verschillende bestuurslagen gesproken over die koers voor de agrarische sector en de rol van de overheid daarbij. Een heel waardevolle discussie waarbij de urgentie én de meerwaarde om in gezamenlijkheid van Rijk, provincie en gemeenten hier beleid op te ontwikkelen en uit te voeren gedeeld werd. De te volgen route moet nog nader uitgewerkt worden en kan en moet ook verschillen per regio. Maar het is van het grootste belang om in samenspraak met alle bestuurslagen, de sector én de samenleving een route te kiezen die leidt tot het creëren en waarderen van meerwaarde in de sector. Dat kan niet enkel vanuit Den Haag of Brussel. Dat moet niet alleen door de provincies. Juist in de samenwerking tussen alle geledingen kunnen we hier het verschil maken.

 

Initiatief ChristenUnie

Het landbouwdebat zal in de komende jaren hoger op de politieke agenda moeten komen te staan, maar los van de klassieke politieke tegenstellingen. De ChristenUnie kan hier vanuit haar christelijk-sociaal profiel bij uitstek het initiatief nemen. In Brabant wordt hier inmiddels door een topcommissie invulling aan gegeven. Ook binnen de ChristenUnie zou een dergelijke topcommissie in het leven moeten worden geroepen om in de kracht van de samenwerking tussen bestuurslagen, in overleg met de sector en in samenspraak met de samenleving de versnellingsagenda landelijk vorm te geven. Daar kunnen tal van initiatieven in samenhang verder uitgewerkt worden. Bijvoorbeeld een verruiming van de regeling groenblauwe diensten, zodat de ondernemer een reële vergoeding krijgt voor geleverde diensten. Of een tegemoetkoming in de eenmalige kosten voor bedrijven die omschakelen. Ook kan de overheid strengere eisen stellen aan kwaliteit bij de import van agrarische producten.

 

Keukentafel

Maar ook de provinciale en lokale ChristenUnie-vertegenwoordigers moeten zich volop inzetten om de sector te steunen en de omslag mee vorm te geven. Daarbij hoort een duidelijke ruimtelijke begrenzing waarbinnen de bedrijven zich kunnen ontwikkelen maar ook financiële steun voor de aanschaf en ontwikkeling van luchtwassers. Er zijn mogelijkheden voor een extra bijdrage bovenop de ‘Rijksregeling investeringssteun voor jonge boeren’ en ondersteuning om mogelijkheden voor energieopwekking op de bedrijven beter te benutten. Ook kunnen gemeenten volop ruimte bieden voor de verbreding van de activiteiten naar zorg en recreatie en het eten van producten uit de streek promoten en stimuleren. Maar bovenal, ga het gespek met de agrariërs aan de keukentafel aan.

Het momentum om voluit voor een sterke agrarische sector te gaan is daar. Dat is rentmeesterschap ten voeten uit!

 

 

 

Kader veehouderijbesluit Brabant

Wat hebben Provinciale Staten van Brabant besloten :

Nieuwe intensieve veehouderijen worden verboden. De bouwruimte van intensieve bedrijven wordt beperkt tot maximaal 1,5 hectare. In een klein aantal gebieden wordt een bouwruimte van 2,5 hectare toegestaan. In de gebieden dichtbij bebouwing en natuur mogen veehouderijen eenmalig hun stallen aanpassen aan de dierwelzijnseisen die vanaf 2013 gelden. Dit betekent dat de stallen iets groter mogen worden maar dat er niet meer dieren mogen worden gehouden. Daarna mogen bedrijven in die gebieden niet meer groeien.

Ook is besloten dat het geld voor verplaatsing van de bedrijven beter ingezet moet worden. De ‘compartimentering’ is op aandringen van de Staten weer ingesteld. Veehouders kunnen alleen binnen het 'eigen' concentratiegebied dierrechten kopen. Zo zal het aantal dieren in Brabant niet toenemen. Ook roepen de Staten van Brabant de regering op om maatregelen te nemen om het antibioticagebruik bij veehouderijen terug te dringen.

 

KADER:

Hermen Vreugdenhil is fractievoorzitter ChristenUnie-SGP Noord-Brabant en adviseur leefomgeving BAZN de bestuursacademie.

 

Samenvatting

-         Boeren willen graag duurzaam ondernemen.

-         De overheid moet dat wel mede mogelijk maken.

-         De provincie Noord-Brabant biedt een trendsettend voorbeeld

-         De ChristenUnie is bij uitstek de partij die hier het initiatief moet nemen.

 

 



[1] Achtergronden discussie Provinciale Staten Brabant www.noordbrabant.christenunie.nl dossier megastallen

[2] De Reconstructiewet (2002) biedt de mogelijkheid om de verschillende problemen in onderlinge samenhang tegelijk aan te pakken in de vorm van een gebiedsgerichte aanpak. Het Rijk heeft prioriteit gegeven aan de reconstructie van de zandgebieden in Zuid- en Oost-Nederland (Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg)

[3] Startdocument ZLTO Visie 2010 - 2020

[4] Brabant AGroFood 2020, Brabant als innovatieve agrofoodregio van Noord-West-Europa, Agro&Co Brabant.

[5] Groenblauwe diensten zijn betaalde prestaties die van maatschappelijk belang zijn en die naast de gewone agrarische bedrijfsvoering plaats vinden.

[6] Advies SER Brabant 27 mei 2010, Omslag Brabantse agrosector, naar een versnellingsagenda.

[7] Natura 2000-gebieden maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit.