Theokapitalisme

Theokapitalisme

 

Door Tim Vreugdenhil, theoloog en predikant van Stadshartkerk Amstelveen en Amstelgemeente Amsterdam

 

Theokapitalisme. Ik vond de term bij Brian McLaren, die ‘m op zijn beurt ontleent aan een katholiek theoloog. Het is een woord dat aangeeft hoe vandaag de dag het streven naar ongebreidelde groei alle trekken van een religie heeft aangenomen. McLaren formuleert in Everything must change de vier spirituele wetten die bij deze ‘godsdienst’ horen: 1. de wet van vooruitgang door snelle groei, 2. de wet van voldoening via bezit en consumptie, 3. de wet van redding door competitie alleen, 4. de wet van de vrijheid om te bloeien door bedrijven die boven de wet staan.

 

Vier alternatieve wetten

In het licht van de economische crisis behoeft dit nauwelijks toelichting. Velen die vóór 2008 om de term theokapitalisme zouden lachen, moeten nu toegeven dat we met z’n allen toch wel erg ver zijn gegaan in het geloven in deze wetten. Zelfs wie het er persoonlijk hartgrondig mee oneens is, komt vaak niet verder dan een verzuchting: ‘Zo werkt onze wereld nu eenmaal’.

McLaren wil christenen inspireren om te zien hoe Jezus in zijn context de afgod van het theokapitalisme al krachtig heeft ontmaskerd. En hoe het koninkrijk van God ook in dit opzicht een conreet en inspirerend alternatief vormt. Jezus leert zijn volgelingen vier alternatieve wetten:

1. de wet van goede daden voor het algemeen welzijn

2. de wet van voldoening door genade en delen

3. de wet van redding door het zoeken naar gerechtigheid

4. de wet van de vrijheid om te bloeien door het bouwen aan nieuwe gemeenschappen

 

Geen veroordeling nodig

Never waste a good crisis. Een crisis is (hoe vervelend ook) altijd een unieke kans om dingen anders te doen. Het helpt om te laten zien hoe veel in onze dagelijkse werkelijkheid op geloof gebaseerd is. Veel daarvan is een vorm van afgoderij. Afgodendienaars – en dat zijn we als wereldbewoners in zekere zin allemaal – hebben geen veroordeling nodig. Ze zijn gebaat bij hoop. Uiteindelijk wil vrijwel niemand dat deze wereld kapotgaat. Wie is er niet gevoelig voor het argument dat we een erfenis hebben door te geven aan onze kinderen en kleinkinderen?

Christenen zijn niet de uitvinders van de term ‘duurzaamheid’. Ze zijn er ook lang niet altijd de beste ambassadeurs van. Ze hebben wel een bijzondere boodschap van een God die alles heeft gemaakt én die alles zal voltooien. En God die zelf voorop gaat in de strijd tegen vluchtigheid, een snelle omlooptijd en tegen afvalbergen. Hij is er trots op dat Hij het werk van zijn handen niet laat varen. Hij vraagt van mensen om dat net zo min te doen als Hij.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als christenen door nieuwe gemeenschappen te stichten laten zien hoe een duurzame levensstijl eruitziet. Een aarzelend begin is er hier en daar. Maar laten we niet wachten totdat wij onszelf durven vertonen. Onze cultuur moet vandaag horen dat God ook de theokapitalistische wereld zo lief had dat Hij zijn enige Zoon gegeven heeft. Christelijke politici die dat ter harte nemen, zullen in hun persoonlijke leefomgeving en binnen hun eigen politieke arena (raad, staat of parlement) Gods duurzaamheid handen en voeten kunnen geven.