Evenwichtig gezinsbeleid in een gebroken wereld

Evenwichtig gezinsbeleid in een gebroken wereld (Reactie op Bert Wienen)

 

Door Wouter Langendoen, beleidsmedewerker TK-fractie ChristenUnie

 

De stijgende toestroom richting de professionele jeugdzorg wijst op tekortkomingen in de samenleving om kinderen en jongeren bij te sturen, om hen te helpen. Voor de minister voor Jeugd en Gezin was het al in 2007 glashelder dat we met een  gebroken werkelijkheid te maken hebben. Waar drs. Bert Wienen meent dat christenpolitici een andere inzet moeten nastreven in het jeugd- en gezinsbeleid, is het juist de ChristenUnie die de laatste jaren een omslag heeft bewerkstelligd.

 

Een gebroken samenleving is voor een christenpoliticus geen aanleiding om idealen te laten varen, het betekent voor een christenpoliticus wel dat die zich bewust moet zijn van de grenzen van het haalbare. Wienen heeft gelijk met zijn constatering dat ‘ware gerechtigheid’ buiten het bereik van de aardse politiek ligt en dat overheidsactie gelegitimeerd moet zijn door rechtshandelingen en rechtzettend oordelen. Aan christenpolitici de taak te zoeken naar het juiste evenwicht als het gaat om overheidsbemoeienis.   

 

En juist daar heeft Wienen een enigszins dubbel betoog: enerzijds stelt hij dat het vroegtijdig aanpakken van problemen effectiever is dan het ingrijpen op latere leeftijd, anderzijds pleit hij voor meer terughoudendheid door de overheid in het streven naar gerechtigheid.

 

Hier begeeft hij zich in een moeilijk spanningsveld. Bij jongeren die in de jeugdzorg terechtkomen wordt vaak geconstateerd dat er eerder ingegrepen had kunnen worden. Op dat punt heeft Wienen’s betoog een kern van waarheid. De spanning zit echter in het gevaar dat vroegtijdig ingrijpen in het gezin ook een te grote overheidsbemoeienis in het gezinsleven met zich mee kan brengen. In hoeverre mag de overheid achter de voordeur komen bij een jongere die nog niet in aanraking is geweest met de politie? Is ‘lastig gedrag’ bij een vijfjarig kind reden om een ondertoezichtstelling aan ouders op te leggen?

 

Minister Rouvoet zet via de Centra voor Jeugd en Gezin in op een omslag richting vroeghulp en op versterking van gezinnen en hun netwerken. De Centra stellen geen verplichte opvoedcursussen, verplichten ook geen inhoudelijke normen aan de opvoeding en zullen niemand dwingen om hulp aan te nemen.

Wel kan in het geval van kindermishandeling of ernstige bedreiging van de ontwikkeling een melding worden gedaan, waarna een rechterlijke route wordt gevolgd. Juist daar heeft de ChristenUnie zich ingezet om legitimatie voor ingrijpen te eisen, door de gang via de rechter te blijven waarborgen.

 

De door Wienen geschetste tegenstelling tussen vroegtijdige interventies en hulp voor puberende probleemjongeren is te makkelijk. Het is geen kwestie van vroeghulp in plaats van reboundvoorzieningen voor uitvallers. Vroeghulp en inzet op ‘eigen kracht’ moet op termijn resultaat opleveren. De ChristenUnie heeft bovendien gezorgd voor investeringen in lokaal jongerenwerk en inzet op duurzame relaties tussen ouders. Perverse financiële prikkels die wachtlijsten aanmoedigen moeten op korte termijn verdwijnen. De focus verschuift van wachtlijsten naar de bereikte oplossing: is het leven van een jongere weer op de rails? De overheid is er om op te komen voor de kwetsbaren, soms ook binnen gezinnen. Ook dat is herstellende gerechtigheid richting jongeren die geconfronteerd worden met een gebroken wereld.