Duurzaamheid: kenmerk van goed bestuur

Duurzaamheid: kenmerk van goed bestuur

 

Door Wouter de Jong

 

Duurzaamheid? Wat moet je er mee? Is het niet een containerbegrip dat iedereen voor zijn karretje spant? Is het ook niet wat modieus en weinig uitgelijnd? En als je het serieus wilt nemen, is het dan niet vooral een wereldvraagstuk, waar een lokaal of provinciaal politicus niet veel in kan bereiken?

In mijn visie biedt duurzaamheid juist een goed aanknopingspunt voor een beleid waar christelijke uitgangspunten in de politiek uitstekend in tot uiting kunnen komen en waar van links tot rechts medestanders in bedrijfsleven en samenleving voor te vinden zijn. Het onderwerp kan bovendien worden ingevuld met een moderne vorm van publiek leiderschap die bescheiden is over de sturingsmogelijkheden van de overheid, maar onbescheiden over de visie op goed bestuur.

 

Duurzaamheid uit?

Na de mislukking van Kopenhagen en het verdiepen van de financieel-economische crisis wereldwijd lijken de vraagstukken van klimaat en duurzaamheid naar de achtergrond verdrongen. Ook in Nederland zie je het gevoel van urgentie verdwijnen. We hebben een mooie lange winter gehad, de IPCC rapporten bleken toch heel wat fouten en overdrijvingen te bevatten en politiek gezien zijn veiligheid, immigratie, economie en zorg veel aansprekender thema’s.

Recent heeft de provincie Utrecht een peiling laten doen naar de belangrijkste vraagstukken in de beleving van burgers. Slechts een schamele 12% zet klimaat en duurzaamheid als grootste vraagstuk op de agenda. Veiligheid, zorg, huisvesting: daar maakt men zich in onze provincie druk om! Ook na de gemeenteraadsverkiezingen en in coalities waar de Christenunie deel van uitmaakt zien programma’s het licht waar duurzaamheid weinig meer in voorstelt. En de nationale politiek belooft wat dat betreft niet veel goeds.

Maar het kan verkeren: droogte, hitte en bosbranden in Rusland, dramatische overstromingen in Pakistan en China, grote wateroverlast in delen van Midden-Europa: ineens was de klimaatverandering weer in de aandacht. Als een klap op de vuurpijl bevestigen recente Europese satellietmetingen dat de gletsjers en ijskappen toch weer veel sneller slinken dan verwacht.

 

Houding christenpolitici

De vraag is natuurlijk wat je hier als christen politicus nu mee moet. Mee met de geologen en astronomen die aangeven dat het toch vooral aan de afnemende zonne-activiteit ligt en opwarming van de aarde een welkome vertraging van de komende nieuwe ijstijd is? Of mee met de realo’s die stellen dat de opkomende economieën van China, India en Brazilië oneindig veel meer invloed hebben zodat onze pogingen tot vergroening zinloos zijn zonder wereldwijde bindende afspraken.

In ieder geval zullen we praktisch en toekomstgericht moeten zijn. Wij kunnen de wereld niet redden, ook de overheid kan dat niet. Het kwaad en de gebrokenheid zijn sinds de zondeval onder ons en een nieuwe aarde kunnen wij niet realiseren. Tegelijk hebben we wel de verantwoordelijkheid zo goed mogelijk met de schepping om te gaan. Tot eer van God en ten goede van andere generaties en gebieden. Het is daarbij goed om ons heen te kijken. Duitsland bijvoorbeeld investeert consistent in verduurzaming, zeker ook omdat ze de economische voordelen er inzien.

 

Goed bestuur

In mijn overtuiging biedt het concept duurzaamheid veel aanknopingspunten voor goed bestuur. Duurzame ontwikkeling is het in balans ontwikkelen van mens, economie en milieu, zonder dat afbreuk gedaan wordt aan ontwikkelingsmogelijkheden van andere generaties en gebieden.

Van duurzame ontwikkeling is nu geen sprake. Naast het klimaatvraagstuk dreigt er op termijn een tekort aan vele grondstoffen, waaronder fossiele brandstoffen, en is er een dramatische teruggang in biodiversiteit en schaarste aan schoon water. Aan de vooravond van de recente economische crisis stonden grondstoffenprijzen op een recordhoogte. Een gerenommeerde Amerikaanse denktank als Stern, maar ook onze eigen Jeroen van der Veer, voorspellen binnen tien jaar dramatisch stijgende olie- en grondstoffenprijzen. De wereldeconomie loopt aan alle kanten tegen de grenzen van het natuurlijk systeem aan. Voorlopig vertaalt zich dat nog in toenemende concurrentie om die natuurlijke hulpbronnen, waarbij de armen van deze wereld en kwetsbare ecosystemen uiteraard de tol betalen.

 

Economisch verstandig

God gebiedt ons om te zien naar de arme en de verdrukte en rentmeester van de schepping te zijn. Dus het is relevant hoe wij lokaal of regionaal omgaan met onze leefomgeving. Natuurlijk kunnen wij lokaal of regionaal de wereldvraagstukken van klimaat, energie en schaarste aan hulpbronnen niet oplossen, maar door in ons beleid structureel te kiezen voor duurzaamheid nemen we wel onze verantwoordelijkheid. Dat is moreel verantwoord en economisch verstandig. Wereldwijd zal er steeds meer vraag ontstaan naar duurzame producten, diensten en verdienmodellen. Een recent rapport van het RegieOrgaan Energietransitie rekent voor dat overschakeling naar een duurzame energievoorziening op de lange termijn loont. Zelfs in een scenario zonder internationaal bindende afspraken. Het getuigt dus zowel vanuit idealisme als vanuit realisme van goed bestuur om te kiezen voor duurzaamheid als kompas.

 

Concrete middelen

In Utrecht gebruiken we daarvoor de volgende middelen:

1)      ‘Management by speech’. Voortdurend een platform zoeken, bieden en organiseren om de boodschap van noodzaak en kans van verduurzaming uit te dragen. Daarmee vormgeven aan publiek en politiek leiderschap.

2)      Monitoren van de staat van de Utrechtse samenleving en het grondgebied voor zowel mens, milieu als economie en bevorderen dat ontwikkeling ook aan die meetlat word getoetst.

3)      Een Strategie 2040 met missie en doelen van duurzame ontwikkeling als integratiekader voor alle provinciale beleidsterreinen. Doelen zijn bijvoorbeeld: klimaatneutraal en klimaatrobuust; afname van biodiversiteit ombuigen in een toename; mobiliteit met minder belasting van milieu; geen nieuwe infrastructurele doorsnijdingen; 60% binnenstedelijk bouwen etc.

4)      Een netwerk van koplopers ontwikkelen en ondersteunen in bedrijfsleven, overheden, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties die de duurzaamheidmissie en doelen mede onderschrijven waardoor autonome dynamiek ontstaat (‘het verdrag van Utrecht’).

5)      Hoge duurzaamheidsambities voor de eigen organisatie door 100% duurzaam inkopen en bedrijfsvoering (vergroening wagenpark, catering, huisvesting etc.)

6)      Voorbeeldprojecten (‘kiemen’) die hoog scoren op duurzaamheidsdoelen een platform bieden en faciliteren met procedure en projectmanagement (ontzorgen, ontbureaucratiseren en soms subsidiëren)

7)      Pilots en experimenteergebieden ontwikkelen voor duurzame energieproductie; smart grids, energieleverende gebouwen, kringlooplandbouw, regionale voedselproductie etc.

8)      Potentieelverkenningen voor biomassa, biogas, wind, zon, geothermie en koude-warmte.

9)      Stimulerende randvoorwaarden in regelgeving, subsidies, concessies en convenanten: toepassen verruimde reikwijdte Wet Milieubeheer; aanscherpen Energieprestatie in bouwbesluit; subsidies voor woningisolatie, groen gas en duurzame innovaties; energiescans voor bedrijfsleven en landbouw; milieueisen bij OV-concessies

10)   Europese steun verkrijgen voor een internationaal netwerk van kennisinstellingen, bedrijven en overheden die samen met Utrecht koploper willen zijn in CO2-reductie.

 

Haalbaar en betaalbaar

Wij merken dat deze aanpak veel enthousiasme en dynamiek losmaakt. Dit lukt door weg te blijven uit de rol van een overheid die alles bepaalt en in te zetten op positieve krachten in de samenleving. We zijn voorzichtig met subsidies en nieuwe regelgeving, nemen belemmeringen weg en zetten goede voorbeelden in de etalage. Zo nemen we sceptici de wind uit de zeilen door te laten zien dan het kan en ook haalbaar en betaalbaar is.

 

KADER:

Wouter de Jong is gedeputeerde voor wonen, milieu, duurzaamheid en strategie in de provincie Utrecht.