De ontmaskering van de droom van de markt

De ontmaskering van de droom van de markt

 

Door Jan Westert

 

 

Hans Achterhuis

De utopie van de vrije markt

319 pagina's

 

Uitgeverij Lemniscaat : 2010

 

ISBN: 9047702573

 

Binnen de ChristenUnie leven voortdurend vragen over de sociaal-economische visie.  De een verwacht het van de overheid, de ander wenst meer aandacht  voor de positieve kanten van de markt. De komende periode gaat het WI een stevige studie wijden aan deze thematiek. Op zoek naar onze politieke derde weg.  In zijn ‘De utopie van de vrije markt’  heeft Hans Achterhuis al veel materiaal voor deze studie geleverd. Hij ontmaskert het neoliberale geloof in de vrije markt.

Wie kent hem niet: Hans Achterhuis. Ooit maakte hij furore met zijn ‘Markt van welzijn en geluk’ (1979).  De filosoof en theoloog behoort tot de grootste denkers van Nederland.  Zijn laatste boek ‘De utopie van de vrije markt’ (2010) is een scherpe analyse van de ideologie van de vrije markt.  Hij baseert zijn analyse op Atlas Shrugged, de roman van de Amerikaanse filosofe Ayn Rand.  Met haar ultrakapitalistische mensbeeld  is deze joodse filosofe in Amerika zeer invloedrijk. Haar boek geldt in Amerika na de Bijbel als het belangrijkste boek van de afgelopen eeuw.  Het gedachtegoed van Ayn Rand is een blauwdruk voor het denken van  Milton Friedman en zijn ‘Chicago Boys’. Hun neoliberale denkbeelden deden opgeld in het Chili van Pinochet.  En de neoliberale utopie van Rand vormt ook de inspiratiebron voor Alan Greenspan, tot 2006 de president van de Amerikaanse Federal Reserve Bank. Hij zat aan haar voeten. De politiek van deze bank raakt vrijwel ieder in de vrije wereld, zo heeft de kredietcrisis ons geleerd. Deze crisis vormde voor Achterhuis de beslissende aanleiding om  de neoliberale utopie met haar verleidelijke en verwoestende kanten diepgaand te onderzoeken. Het werk van Achterhuis is uitermate boeiend, bovendien goed leesbaar, en geeft geweldig inzicht in belangrijke drijfveren en de ideologie van de neoliberale denkers. Sinds de val van de muur (1989) heeft dit denken de wind in de zeilen gehad. Er was een  wereldwijde kredietcrisis voor nodig om de misstanden, ontstaan door dit denken, ook maar te kunnen corrigeren.

Oergebod

De analyse van de grote kapitalistische utopie, Atlas Shrugged, hielp Achterhuis om het utopisch karakter van het neoliberalisme op het spoor te komen.  Hij ontdekte dat veel van ons menselijk erfgoed en veel van de omheinde instituties die wij in de afgelopen eeuwen gecreëerd hebben, het verdienen om te worden verdedigd tegen ‘de neoliberale tsunami’.  De schaduwkanten van het utopisch geloof in de vrije markt liegen er niet om.  Achterhuis wijst op het oergebod dat een menselijke samenleving mogelijk maakt. Het staat op de tweede tafel van de goddelijke geboden geschreven: ‘Gij zult niet begeren’. In het neoliberale utopisch denken van Rand, Greenspan, Friedman en anderen wordt dit gebod ingewisseld voor de utopie van de begeerte ( zie ook Rand, 1992, deel III, hoofdstuk 2).

Het ‘Gij zult niet begeren wat van een ander is’ dient er toe om de noodzakelijke saamhorigheid en gemeenschappelijkheid niet verloren te laten gaan. In traditionele samenlevingen heeft dit gebod eeuwenlang gezorgd voor grenzen.  De bankier van die samenleving werd beschermd tegen hebzucht en afgunst. In de moderne samenlevingen is het ‘íeder voor zich’ richtinggevend. Moderne individuen zijn gericht op hun eigen belang. De moderne bankiers en moneymakers zijn daarvan voorbeelden.  Begeerte gaat verder dan simpele hebzucht. Mensen bootsen de ander na in wat zij te begeren hebben (mimetische begeerte). Begeerte wordt in onze ‘money make’-samenleving niet  meer als ondeugd maar als een deugd gezien. “Los van de partner van de buren, kunnen we dankzij geld de dingen kopen die de buren hebben.” Achterhuis toont aan, dat een snel moreel oordeel over de moderne samenleving niet helpt. Hij stelt voor om de moderne samenleving in samenhang met de veranderde marktorde te leren verstaan en dan te verbinden met nieuwe vormen van solidariteit.

Making money

Achterhuis beschrijft in zijn boek de rol, de geschiedenis en het denken van de vrije markt. Die toont aan hoe het moderne neoliberale marktdenken weinig meer van doen heeft met de aloude traditionele markt. Op die markt speelden begrippen als wederkerigheid en gemeenschappelijkheid een rol. De vrede van de markt werd gewaarborgd door rituelen en ceremonieën. De handel was ingebed in wederkerigheidsverhoudingen van mensen die elkaar kenden en die door gewoonte en recht, religie en moraal nauw met elkaar nauw met elkaar verbonden waren.  Deze manier van denken past niet bij de neoliberale marktfilosofie. Die markt wordt beschouwd als een natuurlijk gegeven. Zij kan zich ongehinderd ontwikkelen. De vrije markt werd maatstaf voor de waarheid.  In traditionele samenlevingen was wederkerigheid een verplichting, waaraan je je niet kon onttrekken.  Met de komst van geld als ruilmiddel is dat wezenlijk veranderd.  Door geld is de markteconomie uitgegroeid van een eenvoudig ruilmiddel tot een zelfstandige grootheid. Geld maakt het moderne, vrije individu mogelijk.  Geld maakt de productie van rijkdom mogelijk - anders dan door veroveringen. Geld verandert begeerte van een ondeugd in een deugd. Nog steeds is het niet goed om de rund van je buurman te begeren, maar door geld word je gestimuleerd om ook zo’n rund binnen je bereik te krijgen.  Amerikanen hebben de essentie van deze moraal samengevat in een enkele uitdrukking: ‘Making money’. Neoliberale denkers als Ayn Rand, Alan Greenspan en Milton Friedman hebben het utopisch geloof in de vrije markt gestimuleerd. Zij zijn bij uitstek voorgangers van de grote wijziging in het maatschappelijk klimaat die met de overwinning van het neoliberalisme gepaard ging. Friedman is tegen elke vorm van staatsingrijpen. Wanneer tijdens de Grote Depressie van de jaren dertig niet zou zijn ingegrepen zou het evenwicht vanzelf op de duur zijn hersteld. Ellende en ontreddering zouden dan een tijdlang verdragen moeten worden, omdat er aan het eind verlossing zou gloren. 

Maatgevoel ontbreekt

In de laatste hoofdstukken over wateroorlogen, de zorg en hebzucht en bonussen laat Achterhuis zien, dat het utopisch geloof van het neoliberalisme in de vrije markt correctie behoeft. Ik beperk mij tot het hoofdstuk over de bonussen. Eigenbelang is de meest rationele en gepaste manier van handelen geworden. Ivo Valkenburg constateerde in de Volkskrant: “Soms praat ik met groepen bankiers en blijkt iedereen eigenlijk te vinden dat ze dingen doen waar ze niet achter staan.” De consumptiemaatschappij is gebaseerd op het aanmoedigen van begeerte. Hebzucht geldt niet alleen voor topbankiers en topbestuurders. Nog geen tien jaar geleden was iedereen bezig met de jacht op het grote geld. De volkskapitalist ontstond: op de beurs of met het eigen huis. De financiële wereld met zijn gouden randen en bonuscultuur werd door iedereen begeerd. De bankier en de beurshandelaar werden nagebootst. De neoliberale samenleving heeft geen maat weten te houden.  De financiële sector verschafte voorbeelden die de toon aangaven. Consumenten en de hele samenleving danste met hen om het gouden kalf. De financiële crisis heeft ons geconfronteerd met de grenzen van de kapitalistische marktmaatschappij, opgebouwd rond begeerte, hebzucht en  eigenbelang. Maathouden en zelfbeheersing zijn thema’s  die hoog op de maatschappelijke agenda thuishoren.  Bankiers deden ‘het werk van God’, aldus Blankfein, topman van Golden Sachs. Het is gebleken wel een erg particuliere god te zijn, met grote schade voor de maatschappij. Achterhuis pleit daarom voor een sterk cultureel maatgevoel. Daarvoor is maatschappelijke druk en hard overheidsingrijpen nodig om de goede randvoorwaarden te kunnen scheppen.

Noch markt, noch staat

Achterhuis heeft  een overtuigende bijdrage geleverd aan het ontmaskeren van de neoliberale utopie. De schaduwkanten van dat denken tekenen zich steeds duidelijker af stelt hij in zijn epiloog; verschraling van menselijke relaties omdat de hele wereld tot een markt wordt gereduceerd, gewelddadige onteigening en ontworteling van grote groepen mensen, toenemende sociale ongelijkheid, uitsluiting van burgers die de concurrentiestrijd op de markt niet aan kunnen, afbraak van politieke macht van gemeenschappen, een paradoxale toename van toezicht en controle (296). De neoliberale globalisering heeft geresulteerd in minder groei en grotere sociale verschillen, aldus Robert Went.[i]

De neoliberale geloofsovertuigingen zullen weer plaats moeten maken voor een grotere nadruk op maatschappelijke waarden als solidariteit, wederkerigheid en de gemeenschappelijkheid. Het goede leven van de mens speelt zich veelal af buiten de markt – maar ook buiten de staat! – in wederkerigheidsrelaties, in de oikos met mensen die ons het naaste staan, in de gemeenschappelijkheid met anderen om greep op ons leven te houden. Dat de markt voor onze moderne tijd een onmisbare ondersteuning oplevert, lijdt geen twijfel. Het is echter levensgevaarlijk om daar utopische verwachtingen aan te verbinden. Ik kan met de conclusie van Achterhuis instemmen dat we de markt niet aan banden hoeven te leggen – ze ligt in principe altijd aan banden. We moeten er voor waken dat we die banden niet voortdurend tot het uiterste oprekken. De banden moeten zichtbaar en voelbaar zijn willen we niet ten prooi vallen aan de utopie van de begeerte en het juiste maatgevoel behouden.  Het voelbaar maken en aantrekken van banden kan niet aan de markt worden uitbesteed – maar ook niet aan de overheid. Dat kan alleen vanuit de civil society worden gedaan, door mensen zelf die hun verantwoordelijkheid nemen en zo nodig marktpartijen of de overheid tot de orde roepen. Achterhuis pleit voor een ethiek van de aristotelische deugden, als het gaat om zelfzorg en ethische reflectie op het eigen handelen. Daar ga ik een eind in mee. Ik heb echter ook geen utopisch geloof in de civil society. In de praktijk heeft maatgevoel te maken met balans tussen markt, overheid en burgers. De onbesproken vraag die overblijft is uiteindelijk: geloof je in de goede mens, of in de mens die de neiging tot alle kwaad met zich meedraagt? De mens heeft in Jezus Christus een bron tot verlossing en behoud buiten zichzelf nodig. Daar ligt de kern van het verschil tussen het christelijk-sociale en een utopisch-neoliberale  of een utopisch-socialistische mensvisie.  Dat verschil in grondslag neemt voor mij echter niet weg, dat er voor de fundering en vormgeving van sociaal-economisch beleid veel in het gedachtegoed van Achterhuis is, dat verbindt. Het is de moeite waard om die derde weg - waar noch markt, noch staat overheerst, in het kader van de christelijk-sociale studie van de ChristenUnie grondig uit te werken.

 

Jan Westert is voorzitter van het WI van de ChristenUnie



[i] In: Hans Boot (red.), De nieuwe functioneringswijze van het kapitalisme, 2005, p.35-45.