De groene paus

De groene paus

Duurzaamheid in de katholiek sociale traditie

Mr. Dr. Richard Steenvoorde

 

1. Inleiding

 

De groene paus. Van alle bijnamen die je voor een paus kunt bedenken is deze toch wel de meest curieuze. En toch heeft paus Benedictus XVI deze bijnaam gekregen vanwege zijn inzet voor milieu en duurzame ontwikkeling. Vanaf het begin van zijn pontificaat heeft hij de zorg van de kerk voor een duurzame omgang met het milieu tot één van zijn kernpunten gemaakt in de sociale verkondiging van de kerk. Sommige commentatoren interpreteerden het feit dat de paus tijdens liturgische vieringen vaak een groen gewaad aan had als een duidelijk teken voor de gelovigen dat het de paus menens was op het terrein van duurzaamheid. Dat groen in de liturgie een standaardkleur is voor gewaden was hun scherpe blik tot dan toe blijkbaar ontgaan. Maar toch, het expliciete commitment van de rooms-katholieke kerk aan duurzame ontwikkeling is wel degelijk iets recents, hoewel er in de liturgie en diverse spirituele stromingen al kiemen aanwezig waren.

 

 

2. Katholiek sociaal denken

 

Het sociale spreken van de kerk kent haar oorsprong in twee op elkaar in werkende bewegingen. Aan de ene kant zijn er de concrete initiatieven van gelovigen op het terrein van armoedebestrijding en milieubescherming. Aan de andere kant is er het officiële spreken van de kerk, door paus en bisschoppen, over deze betrokkenheid, dit heet de katholiek sociale leer. De discussie in de interactie tussen de leer en de initiatieven in de praktijk heet het katholiek sociaal denken. Deze dynamiek is te herkennen door de hele kerkgeschiedenis heen, maar kreeg een eigen gezicht in 1891 toen paus Leo XIII (1878-1903) een aparte encycliek, Rerum Novarum, wijdde aan de Sociale Kwestie. Vanaf dat moment ontwikkelde zich in de katholieke wereld een geheel eigen traditie van kerkelijk spreken en concreet handelen in de wereld. De doorlopende lijn wordt gevormd door een reeks sociale encyclieken van 1891 tot nu. Voor de goede orde, een encycliek, een pauselijke rondzendbrief, is geen onfeilbaar leerstuk, maar een leerstellig document. Ze zijn niet alleen voor intern gebruik. Sociale encyclieken worden sinds de jaren zestig van de vorige eeuw ook gericht aan ‘alle mensen van goede wil’.

 

           

3. Milieubeheer op de kerkelijke agenda

 

De eerste grote doorbraak van de milieuproblematiek in het denken van de kerk kwam in 1990 toen paus Johannes Paulus II er in het kader van de Vredeszondag een afzonderlijke brief aan wijdde. Terwijl de wereld nog in de euforie verkeerde over de val van de muur en de vermeende overwinning van het kapitalistisch systeem op het communistisch systeem wees de paus erop dat de wereldvrede niet gegarandeerd kon worden als de wereld de milieuproblematiek niet serieus oppakte en haar collectieve verantwoordelijkheid nam jegens de armen en de toekomstige generaties. In de daaropvolgende jaren kwam paus Johannes Paulus regelmatig op dit thema terug. Hierdoor voegde hij een nieuwe dimensie toe aan de sociale leer van de kerk, wat tot uitdrukking kwam in 2004 toen het onderwerp in het Compendium van de Sociale leer een apart hoofdstuk kreeg toegewezen.

 

 

4. Paus Benedictus XVI: encycliek Caritas in Veritate (2009)

 

Paus Benedictus XVI is op de lijn van paus Johannes Paulus II verder gegaan en heeft het commitment van de kerk aan duurzame ontwikkeling willen versterken. Dat komt vooral naar voren in zijn derde encycliek, Caritas in Veritate over de integrale ontwikkeling van de mens in liefde en waarheid uit 2009. In deze encycliek is een apart hoofdstuk te vinden waarin de duurzame omgang met het milieu ter sprake komt binnen een bredere discussie over de ontwikkeling van de volken en de rol van ontwikkelingsorganisaties en ondernemingen.  Uitgangspunt van het hoofdstuk is de constatering van Paus Paulus VI in 1967 dat de feitelijke solidariteit van alle mensen niet alleen voordelen met zich meebrengt maar ons ook verplichtingen oplegt. Veel mensen, zo stelt Benedictus XVI vast, matigen zich tegenwoordig aan dat ze aan niemand wat verschuldigd zijn, behalve aan zichzelf. Terwijl mensen aan de ene kant aanspraak maken op vermeende rechten, worden aan de andere kant de elementaire grondrechten van een groot deel van de mensheid ontkend en geschonden. Deze overdrijving van rechten mondt uit in een verzuim van plichten, bijvoorbeeld van de plicht tot de bescherming van het milieu.

 

 

5. Milieu als gave en opdracht aan de mens

 

Het milieu is een gave van God aan alle mensen. De paus citeert met instemming Heraclites van Efeze (ca. 535-475 v.Chr.) als hij opmerkt dat de natuur ons niet ter beschikking staat als “een hoop toevallig verstrooid afval”. Naast onze verantwoordelijkheid jegens God, over wie de natuur tot ons spreekt (vgl. Rom. 1,20), komt onze omgang met de natuur tegelijkertijd met een verantwoordelijkheid jegens de armen, de toekomstige generaties en de gehele mensheid. De natuur is niet belangrijker dan de mens want dan belanden we in een nieuw heidendom of pantheïsme. Maar de natuur kan ook niet gereduceerd worden tot zuiver technische reeksen gegevens omdat deze leiden tot een respectloos behandelen van de natuur door mensen.

            De encycliek zet zich vervolgens af tegen landen die overal ter wereld niet-hernieuwbare energiebronnen opkopen ten nadele van de arme landen. De paus pleit voor een wereldwijde herverdeling van de energiereserves. Daarnaast stelt hij dat technologisch geavanceerde landen hun energieverbruik kunnen en moeten verminderen en het onderzoek naar alternatieve energiebronnen bespoedigen.

            Misschien wel de grootste economische opgave in crisistijd is het efficiënte gebruik van de hulpbronnen, waarbij de paus de kanttekening plaats dat het begrip efficiëntie niet waardeneutraal is.

            Er is een nieuwe leefwijze nodig waarin het zoeken naar het ware, het schone en het goede en de gemeenschap met andere mensen de elementen zijn voor een gezamenlijke groei, die de keuzen bepalen wat betreft consumptie, sparen en investeringen. Iedere beschadiging van burgerlijke solidariteit en vriendschap schaadt het milieu zoals anderzijds milieuschade ontevredenheid in de maatschappelijke betrekkingen veroorzaakt. Voor dat laatste hoeven we vandaag alleen maar naar de beelden uit de vissersdorpjes in de Amerikaanse kuststaten te kijken waar de sociale infrastructuur desintegreert als gevolg van de olieramp met het boorplatform van BP in de golf van Mexico.

            Aan het eind van het hoofdstuk werkt de paus zijn ideeën over de samenhang verder uit. Hij stelt dat er een samenhang is tussen respect voor de menselijke ecologie en de ecologie van het milieu. Het boek van de natuur is één en ondeelbaar, wat betreft milieu, maar ook wat betreft het leven en het terrein van seksualiteit, huwelijk, gezin, sociale betrekkingen, kortom de integrale ontwikkeling van de mens. Onze plichten ten opzichte van het milieu zijn verbonden met de plichten die wij tegenover de mens op zich en met anderen hebben.

 

 

6. Duurzaamheid als gave en opdracht aan de kerk

 

In Caritas in Veritate stelt paus Benedictus dat de kerk verantwoordelijkheid draagt voor de schepping en die verantwoordelijkheid ook in het openbaar moet kenbaar maken. In deze laatste paragraaf wil ik ingaan op een aantal concrete voorbeelden hoe de kerk dat doet op het terrein van liturgie, spiritualiteit en profetisch spreken.

           

6.1 Liturgie

 

De kerkvader en bisschop Ambrosius van Milaan (339-397) schreef in zijn commentaar op het evangelie volgens Lukas het volgende: “Als Gods voorzienigheid ons voorziet van een niet falende stroom van voedsel en vogels in de lucht die niet maaien en niet zaaien, dan moeten we ons realiseren dat de reden waarom mensen te kort hebben, ligt in de menselijke hebzucht. De vruchten van de aarde werden gegeven om eenieder te voeden zonder onderscheid, en niemand kan zich laten voorstaan op een voorrecht. Sterker nog, we zijn het gevoel kwijt voor de gemeenschap van goederen, omdat we deze goederen al snel willen beschouwen als privébezit.”[1] In de katholiek sociale leer is privébezit een belangrijk element, maar wordt het tegelijkertijd wel gekoppeld aan de universele bestemming van de goederen voor het ‘common good’ van de mensheid.

Deze voorzienigheid en afhankelijkheid van God is terug te vinden in de liturgie. Het idee dat ons de vruchten van de aarde gegeven zijn, maar dat we ze ook weer teruggeven aan God komt in de liturgie het sterkst tot uitdrukking in de aanvang van het vieren van de eucharistie als de priester de pateen met brood opheft en zegt

 

“Gezegend zijt Gij God, Heer van al wat leeft. Uit uw milde hand hebben wij het brood ontvangen. Aan u dragen wij op de vrucht van de aarde, het werk van onze handen. Maak het voor ons tot brood van eeuwig leven.”

 

Een soortgelijke formulering treffen we ook aan tijdens de opheffing van de kelk met wijn en water. De duurzame dimensie klinkt ook door in de voorschriften die betrekking hebben op het soort brood en het soort wijn dat gebruikt wordt voor het vieren van de eucharistie. Het gaat om pure producten zonder kunstmatige toevoegingen. Het brood moet van tarwe zijn en ongedesemd en de wijn moet komen van de vrucht van de wijnstok (vgl. Luc. 22, 18), natuurlijk en zuiver, dat wil zeggen niet met vreemde elementen vermengd.[2] Soortgelijke vereisten treffen we ook aan met betrekking tot de olie die voor de zalving bij de sacramenten van het doopsel, het vormsel en de ziekenzalving wordt gebruikt.

 

6.2 Spiritualiteit

 

In een aantal stromingen van christelijke, katholieke, spiritualiteit komt de zorg om de omgang met de schepping extra naar voren. We vinden er al sporen van in de kloosterregel van de heilige Benedictus van Nursia (480-547). Met name Wil Derkse heeft in zijn commentaren op deze regel gewezen op het duurzame karakter van de regel, zowel in het intermenselijke verkeer als in de omgang met de hulpbronnen.[3] Ook de franciscaanse spiritualiteit heeft altijd een bijzondere zorg gehad voor de natuur. Niet voor niets riep paus Johannes Paulus II in 1979 sint Franciscus uit tot de beschermheilige van natuur en milieubeschermers. In een breder, oecumenisch perspectief, is noemenswaardig de ‘eco-congregation’ beweging in de Church of England, waarbij lokale parochies en gemeenten streven naar een duurzaam en ecologisch beheer van aan de kerk toebehorende gebouwen en landerijen.

 

6.3 Profetisch spreken en handelen

 

Ik begon met de vaststelling dat zo rond 2008 paus Benedictus XVI de bijnaam kreeg van ‘de groene paus’. Dit roept natuurlijk de vraag op of het Vaticaan ook zelf stappen onderneemt voor een duurzame omgang met energiebronnen. In 2008 voorzag het bedrijf Solarworld het dak van de grote audiëntiezaal van zonnepanelen. In 2010 werd bekendgemaakt dat Vaticaanstad op een stuk eigen grond buiten Rome een grote zonne-energiecentrale wil gaan bouwen die genoeg stroom kan leveren voor 40 duizend mensen. Deze centrale moet 91 duizend ton CO2 per jaar besparen.[4]

            In 2008 was er ook enige rumoer toen een aantal kardinalen voorstelde om ter illustratie aan de zeven hoofdzonden een lijstje toe te voegen van de zeven sociale zonden van onze tijd. Op plaats nummer vier stond het misbruik van de natuur.

            Opmerkelijk is dat de Nederlandse bisschoppen deze thematiek al vrij vroeg in het vizier hadden. De vastenbrief aan de katholieken van Nederland uit 1973 sprak al over een noodzakelijke versobering van onze leefwijze omwille van de dreigende uitputting van de natuurlijke hulpbronnen en de solidariteit met de allerarmsten in de wereld. Daarna keert het thema regelmatig terug in diverse bisschoppelijke publicaties al is het nooit als onderwerp zelf uitgangspunt geweest van een bisschoppelijk schrijven. Wel vormde het een apart hoofdstuk in de handreiking ter gelegenheid van de Europese verkiezingen die de Nederlandse bisschoppenconferentie in 2009 uitbracht.

 

 

7. Conclusie

 

De opdracht tot een duurzaam gebruik van de natuur en haar hulpbronnen is een vast onderdeel geworden in de katholiek sociale traditie. Het biedt ook volop de kans en de mogelijkheden om dit oecumenisch verder te dragen zoals bijvoorbeeld eerder gebeurde in het kader van het Conciliair Proces. Ondertussen zijn veel christenen zich bewust van nut en noodzaak van een duurzame levenswijze. De uitdaging ligt hem er nu vooral in hoe dit concreet handen en voeten te geven zonder te vervallen in enerzijds een gemakkelijk moralisme of anderzijds het afkopen van een knagend geweten over een voorgenomen vliegreis met een seculiere aflaat die belooft dat er ergens een boom geplant zal worden ter compensatie van ons gedrag. De boodschap van paus Benedictus is dat de opdracht tot duurzaamheid vraagt om een integrale verandering van ons perspectief. Geconfronteerd met de enorme hoeveelheid werk die gedaan moet worden, worden wij in het geloof aan Gods aanwezigheid overeind gehouden, samen met degenen die zich in Zijn Naam aaneensluiten en werken voor gerechtigheid:

 

“Gods liefde roept ons op om uit te stijgen boven alles wat begrensd en tijdelijk is; zij geeft ons moed om verder te werken, op zoek naar het goede voor allen, ook als dat niet onmiddellijk te verwezenlijken is, ook als dat wat wij kunnen verwezenlijken – wij en de politieke autoriteiten en de economische deskundigen – altijd minder is dan datgene waarnaar wij streven.” (CiV 78).

 

 

Mr. Dr. Richard Steenvoorde is jurist ad extravoor de Nederlandse Bisschoppenconferentie en visiting fellow van Blackfriars Hall, Universiteit van Oxford.

 

Literatuur

 

Paus Benedictus XVI, Encycliek Caritas in Veritate, Utrecht: SRKK (2009).

 

Catholic Bishops’ Conference of England and Wales, The Call of Creation: God’s invitation and the human response, the natural environment and Catholic Social teaching, London (2002).

 

COMECE, A Christian view on Climate Change, the implications of climate change for lifestyles and for EU policies, Brussel: COMECE (2008).

 

w. Derkse, Een leefregel voro beginners. Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijkse leven. Tielt: Lannoo (2000).

 

W. Derkse, Religion and  sustainable development. A concise review from a Christian perspective, disciplinairy reviews, Dutch Network for sustainable development (DHO), (2007).

 

J. Dwyer (edt.), The New Dictionary of Catholic Social Thought, Collegeville (Min.): The Liturgical Press (1994).

 

Pauselijke Raad voor rechtvaardigheid en vrede, Compendium van de sociale leer van de kerk, Rome: Libreria Editrice Vaticana (2004).

 

Bisschoppen van Nederland, Welvaart, verantwoordelijkheid, versobering, bisschoppelijke vastenbrief 1973, R.K.kerkprovincie (1973).

 

Nederlandse Bisschoppenconferentie, Europese Verkiezingen, Onze Christelijke Opdracht, onze vragen en bedenkingen, een handreiking van de Nederlandse Bisschoppenconferentie, Utrecht: Secretariaat RKK (2009).

 

United States Catholic Conference, An invitation to reflection and action on environment in light of catholic social teaching, Washington, D.C. (1991).

 



[1] Aangehaald in “The call of creation” 2002, p.3.

[2] Altaarmissaal, hoofdstuk VI, nr. 282 en 284.

[3] W. Derkse, Een leefregel voor beginners. Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijkse leven. Tielt: Lannoo (2000). Meer specifiek over duurzaamheid: W. Derkse, religion and sustainable development. A concise review from a Christian perspective, Disciplinary reviews, Dutch Network for Sustainable Higher Education (DHO), (2007).

[4] www.nu.nl, geraadpleegd op 12 juli 2010