Vrijheid

Vrijheid

 

Door Tim Vreugdenhil, predikant voor de Stadshartkerk in Amstelveen en de Amstelgemeente te Amsterdam

 

 

Het is volgens het Nieuwe Testament kenmerkend voor christenen dat zij vrije mensen zijn. Vrijheid doortrekt alle nieuwtestamentische brieven. Mensen moeten weten dat zij niet langer slaven zijn. Je bent tot vrijheid geroepen, dat is je bestemming. Vrij zijn van zorgen. Vrij van angsten. Vrij van druk en van onzekerheid. De bijbel doelt op een innerlijke vrijheid – veel van de eerste christenen waren immers slaven of vrij geboren maar in gevangenschap gestorven. Die innerlijke vrijheid is echter geen vlucht voor de realiteit, integendeel. De kern van het evangelie is dat innerlijke vrijheid helpt tegen alles wat het leven moeilijk en soms nauwelijks te verdragen maakt.

 

Slaven van Jezus

Hoeveel mensen in Nederland zouden er vandaag de dag bij ‘vrijheid’ aan christenen denken? Ik vermoed bijzonder weinig. Vrijheid is een politiek begrip geworden, met hier en daar een filosofische discussie. Dat God mensen vrij wil maken, weet niemand meer. Het christelijke vrijheidsidee verdraagt zich ook slecht met het moderne verlangen naar vrijheid boven iedere grens en elke binding. Een geloof dat mensen definieert als ‘slaven van Jezus’ moet dan wel afstotend werken. Bijna iedereen die afscheid neemt van kerk en geloof doet dat mede vanwege een gevoel van onvrijheid: ‘Ik kon of mocht mezelf niet zijn.’ Wie zich wel christen noemt, laat zich zomaar meeslepen. Kun je aan jezelf uitleggen waarom en waarin jouw geloof je nu zo ‘vrij’ zou maken? De ervaring van christenen is vaak anders – of ze dat nu van zichzelf eerlijk mogen toegeven of niet. Wie de vrijheid wel ervaart – en die mensen zijn er gelukkig ook – kan trouwens alles aan, binnen of buiten de christelijke wereld.

 

Artikel 1 Grondwet als stemadvies

Hoe zou Nederland er uit zien als meer mensen innerlijke vrijheid zouden kennen? Hoe zou ons land er uit zien als regering en parlement overwegend uit zulke mensen zouden bestaan? Raden? Partijen? Stel dat artikel 1 van de Grondwet zou luiden: wij zijn geroepen om vrij te zijn. We misbruiken die vrijheid niet om onze eigen verlangens te bevredigen, maar we dienen elkaar in de liefde. (Galaten 5,13).Dat is in ieder geval een zin die klinkt als een klok, die duidelijker is dan veel hedendaags gemompel over vrijheid die ‘kostbaar’ is en om ‘verantwoordelijkheid’ vraagt.

Artikel 1 van onze Grondwet luidt anders. Geen nood. Je kunt diezelfde woorden beluisteren als een stemadvies. Vrijheid begint bij jou. Wat als jij je democratisch recht zo gebruikt dat niet meteen al jouw verlangens worden vervuld, maar dat de samenleving groeit in onderlinge liefde en hulp? Christenen hebben geen betere ideeën over vrijheid dan anderen. Zij gaan wel verder in het verinnerlijken van vrijheid. Toen Luther ooit ‘de vrijheid van een christenmens’ definieerde, schreef hij dat een christen werkelijk vrij is en aan niemand onderworpen en dat een christen gebonden is aan allen en in die zin ieders slaaf. En dat beide tegelijkertijd. De simpele stemwijzer bij deze theorie staat ook in de Galatenbrief en bestaat in één eenvoudige vraag: probeer je wel eens mensen te behagen? Ja/nee? Dan ben je nog geen/wel een dienaar van Christus. (Galaten 1,10)