Vrijheid

Voorwoord

 

Door Geert Jan Spijker, eindredacteur 

 

Vrijheid lijkt vanzelfsprekend, maar we moeten er voortdurend voor opkomen. Dat zien we op Bevrijdingsdag, maar we merken het ook in het huidige politieke klimaat. Centraal thema van zelfbenoemd progressief Nederland is immers gelijkheidsstreven, ten koste van maatschappelijke vrijheden. Hoeveel ruimte voor verschil laat de overheid Nederlanders de komende jaren nog toe?

 

Ruimte voor burgers en verbanden

Christelijke politiek komt principieel op voor ruimte voor verschil in de samenleving, voor personen en groepen. Dat begint bij geestelijke vrijheid. De overheid heeft niet te treden in het geweten van mensen, in de relatie van mensen tot God of tot zingevingsvraagstukken. Paul Marshall opent dit nummer met een betoog over deze eerste vrijheid: hij benadrukt dat we wereldlijke en geestelijke macht moeten onderscheiden. Vrijheid van geloof is de kern, het startpunt van de vrijheden die we in Nederland kennen en die zijn ontwikkeld in onze geschiedenis. Ook niet-christelijke denkers erkennen dat de verhouding van kerk en staat een fundamentele rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van ons vrije westen. Denk aan de vroege kerk als tegenkracht tegenover de machtige staat. Momenteel zien we grote druk van linksliberale zijde om maatschappelijke vrijheden de kop in te drukken en individuen te ‘bevrijden’ van ‘onderdrukkende verbanden’, met hulp van de overheid.

 

Zelfbeperking overheid

Van essentieel belang voor ieders vrijheid is de aanwezigheid van een rechtsstaat. Die moet de ruimte overeind houden voor mensen om hun leven te leven. De overheid moet daarbij opletten dat ze zichzelf in toom houdt. Gemakkelijk wordt ze een ongelimiteerd machtscentrum dat over de burgers heen walst. Van groot belang is dat macht gespreid is, dat er ‘checks and balances’ zijn. Volksinvloed is een belangrijke beperking op de regering. De volksvertegenwoordiging controleert immers de regering. Democratie is nodig vanwege de slechtheid van de mens, het kwaad zit ook in overheidspersonen. Wederzijdse correctie is daarom nodig en een constitutie zorgt ervoor dat recht de macht beperkt. De rechterlijke macht speelt hierbij een cruciale rol.  

Onze ‘onderkoning’ Tjeenk Willink roert zich regelmatig in het debat om zijn zorg uit te spreken over het disfunctioneren van onze rechtsstaat, onder meer door de vermarkting van het bestuur, en de verbestuurlijking van de politiek. Moet het Huis van Thorbecke herzien worden? Naast deze structurele kwestie is van belang het maatschappelijk ethos. In welke richting ontwikkelt zich onze samenleving? Hangen vergaande secularisering en het verdwijnen van ruimte voor verschil inderdaad samen? Gedijd de rechtsstaat zonder christelijke voedingsbodem? Laat de ChristenUnie tussen populisme en secularisme een eigen geluid laten horen op dit thema waarin echt opgekomen wordt voor het ‘recht van allen’.