We lopen achter!

We lopen achter!    

 

Interview met Wouter de Jong    

 

 

Door Geert Jan Spijker 

 

De ChristenUnie kent momenteel de ongekende luxe van acht gedeputeerden. Maar wat doen die provinciale bestuurders eigenlijk precies? Wouter de Jong, gedeputeerde in de provincie Utrecht, is een man met een missie: duurzaamheid op de regionale kaart zetten. Met alles wat in zijn bestuurlijke mogelijkheden ligt probeert hij bij te dragen aan een duurzame leefomgeving. Utrecht moet de proeftuin van Nederland worden. “Zonder visie wordt politiek al snel gekrakeel.”

 

Hoe ben je in de politiek terechtgekomen?

In 2002 vroeg een vriend me min of meer gekscherend of ik niet kandidaat-wethouder wilde worden – de ChristenUnie had destijds een zetel in Houten. Toen we vervolgens als een van de winnaars uit de verkiezingen tevoorschijn kwamen mocht de ChristenUnie aan tafel komen. Tijdens de onderhandelingen klikte het erg goed en toen ben ik begonnen als wethouder. Dat is me heel erg goed bevallen. Ik kreeg een aantal heel concrete zaken op mijn bureau, zoals de herstructurering van het centrum. Dat was een in het oogspringend project, dat ook bij burgers erg leefde. Door flink door te zetten is er wat moois en iets heel zichtbaars uit voortgekomen.  

 

Een paar jaar geleden heb je de overstap naar de provincie gemaakt, hoe was dat?

Na ruim zes jaar Houten kwam het verzoek om naar de provincie over te stappen. Ik sprong daar, samen met ChristenUnie-collega Marjan Haak, op een rijdende trein. Het college was tussentijds gevallen en men ging door in een andere samenstelling. Gelukkig kende ik bijna iedereen vanuit mijn functie in Houten. Dat vergemakkelijkte de overstap aanzienlijk. Ik kon veel dingen meteen oppakken. 

 

Er wordt momenteel – nu er bezuinigingen aankomen - wel getwijfeld aan het nut van provincies. Hoe kijk jij daar tegenaan?

Het is behoorlijk onomstreden dat provincies twee centrale taken hebben die heel moeilijk door andere instanties overgenomen kunnen worden. Allereerst is er de zorg voor het fysieke domein: de infrastructuur, de ruimtelijke economie. De provincie heeft daar de regie. Verder is er de bemiddelende, schakelende rol op veel terreinen. Die is bijvoorbeeld nodig als gemeenten ergens niet uitkomen. Door opschaling zijn er grote instanties ontstaan op het terrein van zorg en onderwijs. Gemeenten zijn daar niet altijd tegen opgewassen en dan is het goed als er een provincie is. Provincies zijn sterk in het bijeenbrengen van allerlei groepen, zoals bedrijfsleven, wetenschappers, adviesbureaus. Wij doen dat bijvoorbeeld rond het thema duurzaamheid. Onlangs hebben we de bekende econoom Rifkin uitgenodigd om door te praten over de overgang naar een schone economie. Buitengewoon inspirerend en er blijkt een overweldigende belangstelling voor te bestaan in de samenleving. De overheid zet de agenda en die vullen we samen met het middenveld in.

 

Duurzaamheid is echt een van jouw passies, je haalt er zelfs landelijke pers mee. 

 Ik zie de noodzaak dat er wat moet gebeuren. Vanuit milieuoogpunt, maar ook vanwege de eindigheid van grondstoffen. De fossiele brandstofeconomie loopt op zijn eind dus we moeten investeren in een overgang naar een schone economie. Een duurzame economie biedt hele grote kansen. Hier is meer visie nodig, ook binnen de ChristenUnie. We moeten ons meer bewust zijn van de grenzen aan de groei en nu echt werk gaan maken van innovatie. We lopen achter! Hier is een inhaalslag te maken. Een vrijwillige aanpak is belangrijk, maar brengt onvoldoende vaart. Ik hecht sterk aan de versterking  van marktmechanismen, door bijvoorbeeld  radicale fiscale vergroening. Ook door bestaande regelgeving beter te handhaven kun je vaak ook al meer bereiken- denk aan het energielabel van woningen. Zo zijn er allerlei stapjes mogelijk op uiteenlopende terreinen. De Rijksoverheid moet dat uiteindelijk echter regelen.  

 

De ChristenUnie heeft dus op provincieniveau duidelijk toegevoegde waarde.

Jazeker, we hebben in Utrecht met overtuiging gekozen voor twee portefeuilles die typisch met de ChristenUnie-agenda te maken hebben. Naast zorg voor de schepping het opkomen voor kwetsbaren, wat Marjan Haak doet met haar portefeuille Jeugdbeleid. Zelf kan ik hier veel in kwijt. Ik kan echt mijn idealen nastreven en proberen het verschil te maken.

 

Sommige mensen associëren dit met links, ben je het daarmee eens?

Het grote verschil met linkse partijen is dat wij meer een beroep doen op mensen zelf. Dat betekent een andere manier van werken. Wij benadrukken de innerlijke motivatie van mensen en gaan uit van de verantwoordelijkheid van mensen, bedrijven en maatschappelijke organisaties zelf. Ze moeten zelf kiezen voor een andere houding. Echte verandering kun je niet afdwingen – ook al is dat soms frustrerend..Dat weerhoudt van een te sterk maakbaarheidsdenken. De invloed van de overheid is beperkt. De zondeval raakt ook de overheid. Hoeveel loopt er niet vast in bureaucratisch handelen en procedures? Dat moet bescheiden maken.

 

Hoe zie jij jouw taak als politicus in deze?

Vanuit die beperkte taakopvatting moet de overheid wel richting geven. Ze moet mensen aan het denken zetten zodat ze zelf gaan inzien dat het echt anders moet. Ik zoek daarom heel bewust allerlei platforms om mijn boodschap te vertellen. Zo wil ik draagvlak creëren. Politiek is het toedelen van waarden en dat is precies wat ik beoog. [Voorzichtig:] Politiek is ook het tonen van leiderschap. Niet voor jezelf, maar voor de samenleving. Een visie op de toekomst hebben en uitdragen is wezenlijk. Je moet weten waarvoor je het doet, voor welke waarden, want anders wordt politiek al snel gekrakeel, overleven. Je moet niet bang zijn om fouten te maken. Dan ben je meer bezig met je positie dan met het doel van je positie. Als politicus heb je een hoger doel en dat draagt bij aan de nodige zelfrelativering. Neem jezelf niet te serieus, dat helpt ontspannen te blijven.  

 

De ChristenUnie bestaat 10 jaar, hoe kijk je daarop terug?

De partij is razendsnel volwassen geworden. Sinds 2002 en 2006 zijn we in steeds meer colleges terechtgekomen. En vervolgens in allerlei provinciale besturen. In 2007 volgde de kabinetsdeelname wat uiteraard bijdroeg aan een versnelde volwassenwording. We weten elkaar binnen de partij nu goed te vinden. En we hebben een zelfstandig, christelijk-sociaal profiel. We hebben een goede reputatie met het leveren van meestal prima bestuurders. De val van het kabinet maakt dat in wezen niet echt anders. Door in alle overheidslagen (ook de waterschappen!) mee te doen in het dagelijks bestuur, hebben we laten zien dat een principieel christelijke partij ook voluit bestuursverantwoordelijkheid kan dragen. Dat vergroot uiteindelijk de invloed van onze standpunten en de  relevantie van onze politieke beweging.

 

 

KADER: Wouter de Jong studeerde Ontwikkelingsgeografie en geografische ontwikkelingssystemen aan de Universiteit Utrecht. Daarna werkte hij onder meer bij TNO en het ministerie van VROM. In 2002 werd hij wethouder van Houten, sinds 2006 is hij gedeputeerde van Utrecht. Hij is getrouwd en heeft vijf kinderen.