Dienstbaarheid

Dienstbare Samaritanen

 

Door Tim Vreugdenhil, theoloog en predikant van Stadshartkerk Amstelveen

 

Dienstbaarheid is een gevaarlijk begrip. Zeker wie aan deze term een christelijke invulling wil geven, iets met ‘in navolging van Jezus’. Hét verhaal van Jezus over dienstbaarheid is de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Jezus vertelt dat verhaal in eerste instantie aan een Israëlitische wetgeleerde. Vandaag de dag zou Jezus ‘politicus’ zeggen, een beroep met dezelfde pretenties en met dezelfde dubbele gevoelens als ‘wetgeleerde’ uit vroeger tijd. Meester, wat moet ik doen om kiezers te winnen?

 

Andere verplichtingen

De wetgeleerde hoort zichzelf in het verhaal voorbijkomen in de vorm van zijn collega’s: een priester en een Leviet. Mensen zoals hij. Mensen van goede wil. Mensen met gemeenschapszin. Mensen die lid zijn van dienstbare clubs als Amnesty of het Rode Kruis, betrokken bij een kerk, misschien zelfs lid van een christelijke politieke partij.

Die mensen willen van nature dienstbaar zijn, jazeker. Ze hebben het allemaal hoog in het vandaal staan. Maar ze vergeten om er hun agenda op aan te passen. Ze hebben een heleboel andere verplichtingen. Ze lopen niet door uit pure hardvochtigheid, maar omdat ze geen tijd te verliezen hebben. En verder zijn ze nogal eens geneigd de omvang van de nood van hun naaste enorm te onderschatten. Een lifter op de weg van Jeruzalem naar Jericho was zeker door hen meegenomen. Maar nu ligt daar een bloedend mens, halfdood. Het is warm. Het is eenzaam en dus gevaarlijk. Je vindt het misschien stom dat die priester doorliep, maar anders dan de Samaritaan had hij geen ezel of ander dier bij zich. Had hij die gewonde man dus op zijn nek moeten nemen en vele uren moeten dragen?

 

Grens aan dienstbaarheid?

De details in het verhaal van Jezus prikkelen tot nadenken: hoe ver reikt mijn dienstbaarheid? Wie is er eigenlijk mijn naaste? En waar zit de grens van wat ik geven kan? Heb ik financiële grenzen, grenzen van tijd en energie, morele grenzen misschien? Jezus bespreekt geen casus. Hij voert een slachtoffer ten tonele die grenzeloos hulpbehoevend is. Je weet niet waar je moet beginnen. Dat is voor ieder mens confronterend. Maar zeker voor hen die graag mogen discussiëren over dienstbaarheid.

In Lukas 10,37 geeft Jezus zelf de moraal bij zijn verhaal: ga heen en wees net zo dienstbaar als de Samaritaan met het barmhartige hart. Het kenmerk van volgelingen van Jezus zou hun grenzeloze barmhartigheid moeten zijn – én hun mateloze inzet om slachtoffers te brengen naar een plek waar goede zorg is. Van de kerk hebben mensen vandaag vaak een negatief beeld, meestal helaas op goede gronden. Het Leger des Heils daarentegen kan letterlijk en figuurlijk geen kwaad doen. Of Jezus ook gelijk had.

 

Onderweg naar Jericho

Christelijke politici die dienstbaar willen zijn hebben kansen. Politici zijn al onderweg van Jeruzalem naar Jericho of welke route dan ook. Zij komen dagelijks slachtoffers tegen op velerlei terrein. Mensen die gevallen zijn en niet op eigen kracht verder kunnen. Je ziet en hoort (veel) meer dan andere mensen. Wat doe je? Haast je je verder, op naar de raadsvergadering, naar parlement of Trèveszaal? Of…laat je je inspireren door de Samaritaan van Jezus, die de boel de boel liet om die ene man te redden? Juist als je in raden of staten vaak over mensen praat, heb je reden om jezelf geregeld af te vragen: wie is eigenlijk mijn naaste? En mompel dan in jezelf ook een antwoord in de trant van Jezus: wie is dat eigenlijk niet?