Dienstbaarheid, Vrijheid, Duurzaamheid

 

Dienstbaarheid, vrijheid, duurzaamheid – een introductie van DVD

 

Door Geert Jan Spijker

 

Waar staat de ChristenUnie voor? Welke uitgangspunten heeft de partij? Dat is nog niet zo makkelijk uit de mouw te schudden. Christelijk-sociaal? Ja, maar wat houdt dat in? Publieke gerechtigheid – een centraal begrippenpaar, maar wat betekent het? Toen ik nog niet zo heel lang bij het WI werkte moest ik een keer aan studenten uitleggen waar de ChristenUnie voor staat. Dat viel me niet licht. Het Wetenschappelijk Instituut wil nu aan de hand van drie begrippen het verhaal van de ChristenUnie toegankelijk maken.

 

Een eenduidige visie is altijd nodig, maar zeker nu de ChristenUnie groeit en haar achterban diverser wordt. En nu de partij steeds meer bestuursverantwoordelijkheden krijgt op alle niveaus. Een politieke visie kan samenbindend werken bij standpuntbepaling in concrete kwesties. Vanuit de erkenning dat Gods Woord onze politieke overtuiging richting geeft, willen we verder denken over wat dat betekent voor christelijke politiek hier en nu.

Hoe ziet die visie er concreet uit? We willen het verhaal overzichtelijk neerzetten door het te koppelen aan drie begrippen: Dienstbaarheid, Vrijheid en Duurzaamheid. Aan de hand van die waarden willen wij beknopt de politieke identiteit van de ChristenUnie weergeven. Zodanig dat bestuurders er makkelijk mee aan de slag kunnen en het laagdrempelig is voor belangstellenden. In het navolgende loop ik de drie waarden kort bij langs. In de het vervolg van dit nummer zal vooral de waarde Dienstbaarheid aandacht krijgen. In twee volgende nummers staan Vrijheid en Duurzaamheid centraal.

 

 

DIENSTBAARHEID

‘Dienstbaarheid’ is een centrale term sinds de oprichting van de partij. Toen de ChristenUnie tien jaar geleden ontstond was er behoefte aan een basisvisie: hoe zien we de overheid? Hoe zien we de samenleving? Er werd begonnen met de visie op de samenleving. Dat is ook typerend voor de christelijk-sociale traditie, want daarin staat de samenleving centraal, niet markt of staat. Vanuit een visie op de maatschappij volgt ook de kijk op aard en taak van de overheid. Zo verschenen in de beginjaren van de ChristenUnie allereerst Dienstbare samenleving en vervolgens Dienstbare overheid. Beide van de hand van Roel Kuiper, destijds directeur van het WI. Het lag dus voor de hand om het begrip ‘dienstbaarheid’ te gebruiken in ons waardentrio. Het was ingeburgerd en al grondig uitgewerkt. Op die WI-publicaties van het eerste uur hebben we verder doorgedacht.

 

Samenleving centraal

Van belang bij ‘dienstbaarheid’ is dat we een samenleving willen waarin mensen niet alleen hun eigenbelang dienen, maar ook – of vooral – het belang van hun medemens, uiteraard in het bijzonder ook de kwetsbaren onder ons. Een dienstbare samenleving bestaat uit mensen die oog hebben voor hun naaste, hun verantwoordelijkheid nemen voor hun medemens. Die niet alleen voor zichzelf leven, maar omzien naar de ander. Een samenleving waarin niemand wordt buitengesloten of verwaarloosd.  

Christenen krijgen die boodschap mee in de kerk en vanuit het evangelie. Heb je naasten lief, weet wat opofferingsgezindheid is. We worden opgeroepen bruggen te bouwen, vrede te stichten. Iedere samenleving heeft een basale vorm van verbondenheid nodig, van vertrouwen. Van groot belang in dit verband is het gezin. Dat is een belangrijke plek voor de overdracht van waarden en normen. Interessante vraag is – nu juist instituties als gezin en kerk onder druk staan – hoe we die dienstbaarheid leren in de samenleving. Zijn netwerken en allerlei lossere sociale contexten ook voldoende om enige samenhang te handhaven en de boel bij elkaar te houden? Hoe ziet samenleving eruit tegenwoordig? Is het louter chaos of is er nog aansluiting te vinden bij normatieve structuren?

 

Beschermende overheid

Een dienstbare samenleving kan niet zonder een overheid. God heeft de overheid ingesteld om het kwaad te beteugelen. De overheid is er dus met een reden: ze moet haar macht dienstbaar maken aan gerechtigheid (aldus ook André Rouvoet in zijn Groen van Prinsterer-lezing afgelopen jaar). De bijbel benadrukt dat de overheid er is om recht te doen. Dat betekent allereerst dat de overheid enige orde en vrede moet bewerkstelligen op het openbare domein. Maar ook dat de overheid opkomt voor het kwetsbare. Gerechtigheid betekent dat de overheid op het publieke domein randvoorwaarden schept, zodat de samenleving tot zijn recht kan komen en mensen hun onderscheiden verantwoordelijkheden kunnen waarmaken. De overheid maakt zo een dienstbare samenleving mee mogelijk. Uiteraard zijn er belangrijke grenzen aan het overheidsoptreden, daarop ligt de nadruk in het deel bij Vrijheid. Maar een overheid – ook een rechtsstaat - maakt altijd keuzes in beleid, ze is nooit neutraal. ‘Overheidsbudgetten zijn morele documenten’, is wel gezegd. En terecht. Bij de bezinning op die morele documenten wijst de bijbel ons de richting.

 

VRIJHEID

Vrijheid is een waarde waar iedereen achter staat. Maar wat betekent het? Moeten we het liberaal opvatten als individuele vrijheid (VVD, D66)? Of in de zin van de ‘vrijheidspartij’ van Wilders die een groep wil uitsluiten? De ChristenUnie benadrukt allereerst de geestelijke vrijheid. We komen op voor ieders vrijheid om te geloven. Dat is hard nodig. Momenteel zien we de moeite die veel mensen hebben met bijzonder onderwijs, subsidies voor levensbeschouwelijke instellingen, de SGP, etc. Geloof in het publieke domein is omstreden, preciezer: orthodox geloof is omstreden, zelfs verdacht. Naast levensbeschouwelijke vrijheid benoemen we de maatschappelijke vrijheid, dat de diversiteit aan verbanden en relaties benadrukt. De overheid heeft – als echte rechtsstaat - zich terughoudend op te stellen en ruimte te laten aan burgers.

 

Geestelijke vrijheid

In de christelijke traditie is vrijheid altijd een centrale waarde geweest. Allereerst denken we dan aan de geestelijke vrijheid. Mensen kunnen niet gedwongen worden tot geloof. De bijbel laat ook zien: Gods koninkrijk komt niet met kracht of geweld. Geloof en dwang sluiten elkaar uit. Dat betekent ook dat de overheid niet een bepaalde levensbeschouwing oplegt aan de samenleving. Dat is een lijn die we zien vanaf Augustinus, via onder meer de Reformatie, tot en met bijvoorbeeld Abraham Kuyper. Tarwe en onkruid groeien gezamenlijk op. God zal op zijn tijd oordelen.

De notie van verdraagzaamheid heeft geleidelijk aan – en met vallen en opstaan – veld gewonnen in westerse samenlevingen. Meerderheden – ook christelijke - zijn niet altijd juist met macht omgegaan. Momenteel zien we dat ook: een seculiere meerderheid probeert het publieke domein te vrijwaren van elke orthodoxie. Zie bijvoorbeeld de Amsterdamse raad die moeilijk doet over subsidiering van levensbeschouwelijke instellingen. Is dat tolerantie? Of denk aan het bijzonder onderwijs dat het ook regelmatig moet ontgelden. Is dat vrijheid? Vrijheid en verdraagzaamheid betekenen dat je hetgeen je afkeurt toelaat. Wij staan volmondig – soms met pijn in het hart - voor deze vrijheid. Mensen moeten de ruimte hebben om vanuit een overtuiging te denken en te handelen. De rechtsstaat beschermt dit. Van iedereen mag loyaliteit aan de rechtsstaat worden gevraagd.

 

Maatschappelijke vrijheid

Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn twee kanten van dezelfde medaille. Persoonlijke vrijheid concretiseert zich immers in relaties, in het bijzijn van anderen. Ze krijgt zin in een context van een positieve gerichtheid op de ander. Mensen hebben elkaar nodig bij het realiseren van ‘het goede leven’. De overheid moet dat erkennen en op waarde schatten. De nadruk op maatschappelijke diversiteit en vrijheid zien we al in de vroegchristelijke praktijk, vanaf de kloosterbewegingen. Een belangrijk uitgangspunt bij de calvinist Althusius was dat mensen zich vrijelijk aaneen kunnen sluiten, in allerlei soorten verbanden. Deze lijn van christelijk-sociaal denken hebben Nederlandse denkers als Groen van Prinsterer, Kuyper en Dooyeweerd doorgezet – denk bijvoorbeeld aan het concept Soevereiniteit in eigen kring (1880), waarvan de grondtoon nog altijd van belang (zie recent bijvoorbeeld Moreel Kapitaal van Roel Kuiper).

De nadruk op onderscheiden verantwoordelijkheden en verschillende sociale verbanden is een nuttig ordeningsprincipe en benadrukt ook dat de overheid niet alles is. De overheid (overheden)  zijn op allerlei manier verweven met de maatschappij, maar heeft toch een hele eigensoortige en beperkte functie: publieke gerechtigheid nastreven (denk aan het opkomen voor kwetsbaren). Ze heeft tegelijk de eigen dynamiek van andere verbanden te respecteren. Op die manier biedt deze christelijk-sociale benadering een broodnodige waarschuwing tegen machtsopeenhoping en te vergaand overheidsoptreden. De overheid moet – als echte rechtsstaat - de vrijheden en verantwoordelijkheden van burgers in de samenleving te respecteren. Van belang in dit verband is ook de aanwezigheid van checks and balances, van spreiding van macht. Dit bevordert onderlinge correctie en belemmert corruptie. Volksinvloed is mede daarom een groot goed.

 

DUURZAAMHEID

Daarmee komen we tot slot op duurzaamheid. Dit is klassiek thema voor christelijke politiek. we hebben de taak te zorgen voor de schepping en die goed achter te laten. Zeker in deze tijd is de urgentie overduidelijk: de grenzen lijken te worden of te zijn bereikt. De vraag is: hoe houden we het vol? Hoe houden we het leefbaar, ook voor volgende generaties? Welke aanpassingen moet de economie ondergaan? Vaststaat wel dat er een overgang moet plaatsvinden naar een andersoortige economie. Men spreekt wel van een noodzakelijke systeemtransitie. De overheid kan (moet?) hierin het voortouw nemen en burgers en bedrijven meenemen (zie elders in dit nummer ook het interview met Wouter de Jong als illustratie hiervan).

 

Levensmogelijkheden ontwikkelen

Van belang is dat ontwikkeling is gericht op het creëren of vergroten van elementaire levensmogelijkheden voor iedereen. Internationale (en nationale) rechtvaardigheid betekent dat iedereen kans op voedsel, onderdak, onderwijs en werk heeft. Ieder mens heeft recht op een volwaardig bestaan. Ieder mens is immers een schepsel van God en heeft dus gelijke waardigheid. We moeten dus werken aan de kloof tussen arm en rijk, ook al zien we de gebrekkigheid van die arbeid (bijvoorbeeld in de discussie over Ontwikkelingssamenwerking).

 

Rentmeesterschap

Wij zijn allen rentmeesters. De aarde is niet van onszelf, maar van God, en we hebben die verantwoord te beheren en bewerken. Ontwikkeling dient gericht te zijn op behoud en waar nodig herstel van de levensvoorwaarden voor al het geschapene, zodat natuur en milieu tot hun recht komen, tot eer van hun Schepper. Planten en dieren behoren we te behandelen naar hun eigen aard, met oog voor hun eigenheid. En zelfs de levenloze natuur vraagt om respectvolle bewoning, benutting en bewerking – als gegeven, geleend kapitaal en erfgoed voor latere generaties. Het kost ons moeite om goed om te gaan met onze ‘biosfeer’. Door de klimaatproblematiek wordt steeds breder duidelijk dat er wat moet gebeuren. Denk aan de energieproblematiek, de bodemvervuiling, etc.  

 

Economie

Economie gaat om meer dan winst en groei van het BNP. Groei van het BNP zegt niet veel over de kwaliteit van een land. Meer afval betekent bijvoorbeeld meer afvalverwerking betekent en daarmee een hoger BNP. En: meer vandalisme betekent meer reparaties betekent hoger BNP. Enzovoort. Groei van het BNP zegt dus weinig over de groei van geluk, van welzijn, van kwaliteit. Als maatstaf heeft het hooguit een hele beperkte, in het slechtste geval zelfs een misleidende functie. Bredere indicatoren zijn nodig (en overigens ook in ontwikkeling). Criteria voor zinvolle ontwikkeling ontlenen we aan uiteenlopende waarden, ten aanzien van natuur, rust, landschap, etc.

De markt is hierbij belangrijk voor wederzijdse en efficiënte uitwisseling van goederen en diensten. Ze is in beginsel iets heel sociaals. Ze functioneert echter pas goed tegen de achtergrond van een cultureel leven waarin voldoende onderling vertrouwen heerst. Wil een markt tot haar recht komen dan is naast een morele gemeenschap een goed functionerende overheid nodig (die opkomt voor publieke waarden en belangen). Die heeft ook een belangrijke rol bij het ondersteunen van het vrij ondernemerschap, als spil van de economie.