De overheid en de kerk

De overheid en de kerk

Hoe een wethouder daar tegenaan kijkt

 

Door Leen Verweij

 

 

Amstelhof

In de kerstvakantie was ik in de voormalige Amstelhof, nu een nevenvestiging van de Russische Hermitage. Een bejaardenhuis dat honderden jaren vanuit de hervormde kerk van Amsterdam is georganiseerd en gefinancierd. De gemeente leverde een lap grond aan de oever van de Amstel voor een symbolisch bedrag van een gulden of daaromtrent. De diaconie deed de bouw en de exploitatie. De gemeente bepaalde dat er geen mensen van buiten Amsterdam mochten komen. De diaconie bepaalde dat je van de kerk moest zijn om binnen gelaten te worden.

Samenwerking tussen kerk en overheid is er de eeuwen door geweest. En dat is volgens mij meestal tot heil van de samenleving gebleken. Zonder het initiatief van de kerk was de opgave van de burgerlijke gemeente Amsterdam om de zorg goed te regelen voor oude mannen en vrouwen in wezen onmogelijk geweest.

Toen de wereldleider Churchill na Wereldoorlog II Amsterdam aandeed, beschikte de gemeente niet eens over een passende ontvangstruimte. Daartoe werd toen maar de eetzaal van de (christelijke) Amstelhof ingezet! En niemand keek er raar van op, heb ik de indruk.

 

Sindsdien

Sinds de stichting van de Amstelhof zijn er eeuwen voorbij gegaan. Protestantse kerken en christenen hebben een aantal eeuwen vanuit een riante meerderheidspositie, vanuit macht, hun invloed kunnen uitoefenen. In de 20ste eeuw is er duidelijk een einde gekomen aan de dominantie van de kerk. Christenen zijn in Nederland een minderheid geworden. En dat is door sommige niet-christenen als een bevrijding beleefd. Dat blijkt wel uit de Nederlandse literatuur van na de Tweede Wereldoorlog.  Ik betwijfel ook of christenen in de tijd dat zij een meerderheid vormden altijd wel zo respectvol omgingen met medeburgers die niet geloofden. Of hen wel voldoende ruimte werd geboden. Misschien zijn de rollen wel omgekeerd toen de christenen in een minderheidspositie terecht kwamen en was de antigodsdienstigheid enige decennia lang nadrukkelijk in de samenleving aanwezig.  Misschien heeft dat er wel toe bijgedragen dat  de onderlinge betrokkenheid en verwevenheid tussen kerk en overheid de tweede helft van de twintigste eeuw is verkild. Er was meer sprake van gepaste afstand, van gereserveerdheid zelfs.

In mijn ogen komt daar de laatste jaren verandering in. De na de Tweede Wereldoorlog opgebouwde verzorgingsstaat is door de overheid niet meer overeind te houden. De kerken en identiteitsgebonden instellingen die toen naar de marge werden gedrongen, gaan weer meetellen: hun bijdrage aan de samenleving mag weer, wordt zelfs weer gewenst! Ook de toename van het aantal moslims zal tot een vernieuwde kijk op religie in de samenleving hebben geleid. Tot slot: misschien is ook de komst van de ChristenUnie in het huidige kabinet een kleine katalysator in het anders kijken naar christenen. Onmiskenbaar is in ieder geval een kentering in de relatie tussen kerken en overheid. De VNG wijdt er inmiddels zelfs bijeenkomsten aan![1]

 

De onpartijdige overheid

De gelijkheid van de Nederlandse staatsburgers, de vrijheid van godsdienst en ook de vrijheid van meningsuiting kunnen tot niets anders leiden dan dat de overheid onpartijdigheid als uitgangspunt neemt. Dat dient ook het uitgangspunt te zijn voor christenen die vanuit de ChristenUnie regeringsverantwoordelijkheid dragen in meer dan 80 colleges van B&W. Die ChristenUnie-wethouders zijn elementaire onderdelen van die overheid.  Een wethouder die zich door Christus geroepen weet om in het gemeentebestuur een plaats in te nemen, moet zich realiseren dat hij er is voor alle inwoners. Hij zet zich in voor elke burger, ongeacht geloof, ras, enz. Niemand, ook christenen niet, mag van een ChristenUnie-wethouder een voorkeursbehandeling verwachten, evenmin als een ondernemer dat van een VVD-wethouder mag verwachten. Daarom ga ik ook met overtuiging  de eerste steen leggen bij een moskee.[2]

ChristenUnie-bestuurders zitten op dit punt vaak in een lastig spanningsveld. Niet-christenen verdenken je er snel van dat je niet onpartijdig bent. Op mij rustte bijvoorbeeld de verdenking dat ik de eventuele komst van openbaar voortgezet onderwijs wilde tegenhouden. En kerkmensen leven in de veronderstelling dat je je christelijke nest – lees: identiteitsgebonden instellingen en activiteiten – wel even een voorkeursbehandeling geeft.[3]

 

Mensen met een gezicht

Door je brede inzet voor iedereen toon je hart voor de héle samenleving en daarmee doe je recht aan het feit dat de overheid onpartijdig is en niet een geloof of politieke overtuiging bevoordeelt.

Maar van de weeromstuit denken velen (en niet alleen in Amsterdam) dat die onpartijdigheid het beste kan worden gewaarborgd door ‘neutrale’ functionarissen (lees: niet-christenen). En vervolgens dan valt onmiddellijk de kreet van scheiding tussen kerk en staat. Onder het mom van die scheiding wil men ook geloof en politiek scheiden…

De grote vraag is echter of dat wel kan. Bestaan waardenvrije, neutrale mensen? Mijns inziens niet. Neutrale, onafhankelijke en objectieve mensen bestaan niet. En voor alle duidelijkheid, dan heb ik het niet alleen over christenen. Ook mensen die geen volgeling van Jezus Christus zijn hebben hun opvattingen, hun kijk op de samenleving en hun mening over leven en dood. En dat lijkt me ook zeer wenselijk. Dat hoort bij mensen. Het is mijns inziens een illusie te denken dat iemand ongekleurd tegen de wereld aankijkt. Als het al niet je politieke overtuiging is, dan zijn het nog wel je herkomst en je opvoeding die je kijken op het leven bepalen.

 

Heldere identiteit

Van ChristenUnie-bestuurders weet men meestal dat ze trouw lid zijn van een kerkelijke gemeente. En er is niks mis mee dat men dat weet, integendeel zelfs. Ik vind dat je daar helder en transparant in moet zijn. Kom daar mee voor de dag! (Bijvoorbeeld ook als je een toespraak houdt bij een eerste steenlegging bij een moskee.) Goed functioneren vindt zijn basis in authentiek zijn. Aangezien iemands overtuiging tot de kern behoort van wie je bent, betekent dat dan ook dat die open en eerlijk getoond moet worden. Dan weet iedereen waar hij met jou aan toe is. Op mijn werkkamer in het gemeentehuis hangt een kruis van formaat, het meest zeggende symbool van het christelijk geloof, van mijn persoonlijke levensovertuiging.

Leven en werken vanuit een overtuiging (en dat doet iedereen meer of minder bewust) geeft vaak extra drive en kracht. Leven vanuit een roeping kan volharding en doorzettingsvermogen opleveren. En daarbij is de omgeving toch gebaat?

Dit geldt in de politiek, maar ook in de rest van het maatschappelijk leven. Amsterdam is een dief van zichzelf als ze identiteitsgebonden instellingen laat stoppen met hun werk. Het Leger des Heils doet fantastisch werk in de opvang van mensen, serveert soep met ballen aan arme drommels en zwervers. Zoals zij dat doen kan niemand het beter. Doodeenvoudig omdat zij passie hebben voor iedereen, zonder aanziens des persoons, vanuit hun geloof in de levende en genadige God. Doordat die heilssoldaten die soep uitdelen aan iedereen hebben ze iets van die onpartijdigheid die de overheid ook hoort te hebben zonder dat ze hun passie voor Jezus aan de kant zetten.

 

In de praktijk

Het formuleren van Wmo-beleidsregels, het verstrekken van rolstoelen en trapliften, het verstrekken van (bijzondere) bijstand,  dat vindt plaats op basis van vaste en objectieve (kwaliteits-)kaders. Iemand die recht heeft op een bouwvergunning moet hem krijgen, wie hij ook zijn mag.

Als er iemand de aula van de gemeentelijke begraafplaats wil gebruiken moet dat een adequate ruimte zijn zonder religieuze symbolen, voor iedereen acceptabel. Maar als moslims een moskee met minaret willen bouwen lijkt het me ook voor een wethouder van de ChristenUnie die zijn rol speelt binnen de overheid onmogelijk om dat te willen tegenhouden. Daarmee zegt de christelijke mens achter de wethouder niet dat de God van de bijbel dezelfde is als Allah, maar belijdt hij als bestuurder dat er vrijheid van godsdienst, een grondwettelijk recht waar hij zelf ook zijn zegeningen aan ontleent, erkent en zich daaraan van harte onderwerpt.

 

Samenwerken met identiteitsgebonden instellingen

De (lokale) overheid, ambtenaar en bestuur, kunnen zonder invloed van buiten geen goed product afleveren. Bij het ontwikkelen van beleid en de evaluatie ervan is de betrokkenheid van burgers en maatschappelijke organisaties onmisbaar. En in mijn ogen horen daar de kerken zeker bij.

Als een kerk veel vrijwilligers heeft en zicht heeft op vele mantelzorgers dan is de gemeente dom als ze de ervaring en wijsheid van die kerken niet betrekt in haar beleid. Evengoed als ze daartoe de sportverenigingen betrekt. Kerken en christelijke organisaties zijn waardevolle partners van de overheid. Samenwerking doet de kans toenemen dat nieuw beleid aansluit bij de basis.

Maatschappelijke organisaties en kerken, welke identiteit ze ook hebben,  kunnen een prachtig verlengstuk van de overheid zijn. Wie kunnen nu beter het bijstandsbeleid dicht bij de mensen brengen dan de diaken van een kerk of de penningmeester van een sportclub? Die mensen moeten door gemeenten goed geïnstrueerd en geëquipeerd  worden om het bijstandsbeleid te optimaliseren. Zij mogen ook zeggen waar het aan mankeert in het overheidsbeleid.

 

Voorbeelden

Bij lokale alcoholmatigingscampagnes zijn organisaties in het veld onmisbaar. Als een sportclub zelf alcoholmatigingsbeleid opzet, als de kerk zelf in de samenkomsten en op clubs aandacht besteedt aan de grote gevaren van alcohol, dan dringt dat dieper bij de mensen door dan wanneer de overheid dat van een afstand doet. De overheid moet de kostbare, gewortelde lokale organisaties koesteren in de strijd voor een betere samenleving. 

In de gemeentelijke rampenplannen van Barneveld zijn de kerken duidelijk aanwezig. Als het gaat over de opvang van grote groepen mensen en eventuele pastorale begeleiding kunnen de kerken gewoon niet gemist worden. De spontane inzet van een Apeldoornse kerk op en na 30 april 2009 geeft aan dat kerken zelfs op eigen initiatief hun (vernieuwde) rol oppakken.

 

Kerk heeft eigen verantwoordelijkheid

Als de overheid de kerken bij de samenleving probeert te betrekken dan is dat natuurlijk zonder dat de kerken iets van hun onafhankelijkheid inleveren. De vrijheid van godsdienst moet voor de overheid onaantastbaar zijn.

Maar de kerk mag de oproep van de overheid om in de samenleving een rol te spelen niet gemakkelijk van de hand wijzen. Want een kerk die te veel gericht is op zijn eigen functioneren en geen tijd over heeft om oog te hebben voor de nood in de wereld, ook dichtbij, mist in mijn ogen doel. En een wethouder mag daar een vertegenwoordiger van een christelijke gemeenschap best eens op aanspreken, zonder de intentie om die kerk haar eigen vrijheid en verantwoordelijkheid te ontnemen.  

In een Wmo-raad vind ik het een winstpunt als de kerken ook zijn vertegenwoordigd, zeker in een gemeente met een grote kerkelijke betrokkenheid. Daarmee dwing je hen om hun achterban te organiseren (over kerkmuren heen) en kunnen zij bijdragen aan de optimalisatie van dat wat de gemeente wil voor bijvoorbeeld de zwakkeren, de jongeren of ouderen in de gemeente.

 

Veelzijdigheid

Als de schaal van een gemeente het toelaat is het vanzelfsprekend dat er keuzevrijheid is voor de burger. Dat wil zeggen dat hij kan kiezen voor de instelling die qua identiteit het beste bij hem past. Zo hebben we dat in het onderwijs ook geregeld. Openbaar, evangelisch, rooms katholiek, enz. Meerdere aanbieders voor huishoudelijke hulp in het kader van de Wmo is toe te juichen. Maar als de schaal het niet toelaat moet de professionaliteit van een functionaris groot genoeg zijn om aansluiting te hebben met iedereen. Voor het hele basisonderwijs in Barneveld (van reformatorisch tot openbaar) is een schoolmaatschappelijk werker vanuit een christelijke organisatie aangesteld.

 

Omwenteling

Er is duidelijk sprake van een omwenteling in de samenleving. De overheid zal haar rol in de samenleving verder gaan beperken vanwege minder (financiële) mogelijkheden. Meer en meer zal een beroep gedaan worden op eigen verantwoordelijkheid van mensen en instellingen. Kerken en identiteitsgebonden instellingen zullen meer dan de afgelopen jaren de kans krijgen een rol te spelen in de dagelijkse ondersteuning van zwakken in de hele samenleving. Naast verkondigers komt er weer meer vraag naar voetenwassers. Kerken hebben hun plaats in wijken en dorpen en staan dicht bij de mensen. De kerken moeten die kansen met een bewogen hart oppakken en oog hebben voor alle mensen en niet alleen voor de eigen kerkleden.

ChristenUnie-bestuurders kunnen een brug vormen tussen de overheid en de kerken en hen stimuleren in hun vernieuwde rol. ChristenUnie-wethouders moeten daarbij niet uit het oog verliezen dat ze er zijn voor alle burgers, ook van buiten de kerk. 

 

 

 

    

Leen Verweij is wethouder in Barneveld.



[1] Een onderzoek van bureau Kaski geeft aan dat protestantse en katholieke kerken in totaal een sociaal-culturele bijdrage leveren van ongeveer 400 miljoen op jaarbasis

[2] Opvallend daarbij is dat niet-christenen dat alweer snel vergeten zijn en nog steeds denken dat je toch een bestuurlijke voorkeur hebt voor de kerk. Tegelijk is het ook interessant om te zien dat niet alle christenen achter zo’n steenlegging bij een moskee staan.

[3] Volgens mij heb je wethouders maar in één soort, zeker na de invoering van het dualisme. ChristenUnie-wethouders bestaan niet. Er zijn wel wethouders die belijden dat Jezus Christus hun Verlosser is en dat maakt de mens achter deze wethouders compleet anders.