Zonder twijfel

Zonder twijfel

 

Door Guido Hooiveld

 

Beelden zijn invloedrijk, maar kunnen ook vertekenen. Dat is mij overkomen met Piet Jongeling. Deze vrijgemaakte voorman zat van 1963 tot de verkiezingen in 1977 voor het GPV in de Tweede Kamer. Van Jongelings bestaan kreeg ik begin jaren tachtig weet. Allereerst natuurlijk als auteur van Snuf de Hond. Maar al spoedig wist ik dat hij ook iets in de politiek had gedaan.

 

Bij ons thuis lazen we in die tijd het Nederlands Dagblad. Daarin stonden regelmatig foto’s, beelden dus, van de toenmalige Jongeling. Deze foto’s lieten een wat timide, vermoeide oude man zien. Ze hebben bij mij voor lange tijd mijn idee over Jongeling bepaald. Hij was dan belangrijk geweest voor het GPV, maar verder leek het mij geen interessante man om me in te verdiepen.

 

Beeld herzien

Op zich klopte het beeld dat de foto’s van Jongeling mij ongeveer dertig jaar geleden lieten zien. Het Tweede Kamerlidmaatschap, dat hij ook nog een tijdlang had gecombineerd met het hoofdredacteurschap van het Nederlands Dagblad, had fysiek zijn tol geëist. Op het moment dat hij uit de Kamer vertrok was Jongeling moe en opgebrand. Maar tot een aantal jaren voor zijn vertrek had er een andere Jongeling bestaan. Daar kwam ik tot mijn verrassing achter toen ik in april van dit jaar een congres bijwoonde dat aan hem gewijd was. Op dat congres werd een documentaire over Jongeling getoond uit 1965. Van de hand van televisiemaker Roelof Kiers. In deze documentaire zag ik een zelfverzekerde, energieke man. Hoewel zijn verschijning en vertoon degelijk gereformeerd waren, kwam hij zeker niet wereldvreemd over. Zij het wat oubollig, maakte hij diverse grappen, welke ruim veertig jaar later de zaal met congresgangers nog aan het lachen kregen. Wat mij ook opviel in de documentaire was de uitstekende wijze waarop Jongeling zijn zinnen formuleerde. Daar kan menig Kamerlid tegenwoordig een puntje aan zuigen.

 

Jongeling als cultfiguur

Het aan Jongeling gewijde congres was georganiseerd naar aanleiding van zijn honderdste geboortedag. Dit feit heeft journalist Herman Veenhof aangegrepen om een biografie over Jongeling te schrijven. Het mij verrassend beeld van Jongeling dat de tv-documentaire van Kiers toonde, rijst ook uit de biografie. Veenhof beschrijft Jongeling in zijn boekwerk – dat de titel heeft Zonder twijfel. Pieter Jongeling (1909-1985). Journalist, politicus en Prins – als een orthodoxe gereformeerde die volop in de wereld stond. Een bekwaam politicus, die in de Tweede Kamer niet stond te preken, maar praktische politiek bedreef.

De combinatie van een christelijke levensovertuiging en sterk politiek optreden, zowel inhoudelijk als communicatief, viel ook de vaderlandse pers op. Door deze, voor journalisten verbazingwekkende combinatie, kreeg Jongeling in de media veel meer aandacht dan op grond van de ene zetel van het GPV verwacht mocht worden. Hij werd bijna een soort cultfiguur, in elk geval een fenomeen. Zelfs Bibeb van Vrij Nederland zocht hem op. Hoogtepunt van de media-aandacht was zijn optreden in het tv-programma met de schrijver Bomans, in september 1971. De interviewer Bomans probeerde met zijn humor Jongeling in te pakken, maar deze bleef als authentiek christen zichzelf en bleef daardoor meer dan overeind tegenover deze schrijvende katholiek. Alleen al het bijbeltje op zijn knie overtuigde, aldus Veenhof. In de vele persreacties op het interview kreeg Jongeling uitermate goede recensies.

 

Papoea’s

Veenhof behandelt in zijn boek de politieke thema’s waar Jongeling zich in de Kamer vooral mee bezig heeft gehouden. Een thema dat er zeker uitspringt zijn de Papoea’s. Jongeling betoonde zich in de Kamer een pleitbezorger van het zelfbeschikkingsrecht van dit volk. De soevereiniteit van het land van de Papoea’s, Nieuw-Guinea, was in 1963 door ons land overgedragen aan Indonesië. Bij de overdracht was afgesproken dat in augustus 1969 de Papoea’s zich mochten uitspreken over de staatkundige toekomst van hun land. De wijze waarop Indonesië de volksraadpleging organiseerde maakte haar tot een farce. Jongeling vroeg in november 1969 naar aanleiding van dit ‘poppenkast’-referendum een interpellatiedebat aan met minister Luns van Buitenlandse Zaken. Dit debat was volgens Veenhof het finest hour van Jongelings politieke loopbaan. Luns, die heel goed wist dat Jongeling gelijk had met zijn kritiek op de wijze waarop Indonesië het referendum had gehouden, gaf echter niet toe. Hoewel hij in eerste instantie voor zijn kritiek de steun kreeg van de coalitiepartijen ARP en CHU, lukte het Jongeling niet om een bres te schieten in het beleid van Luns. Een door hem ingediende motie ter afkeuring haalde het niet.

 

Verhoging kiesdrempel

Een ander politiek thema waarop Jongeling zich nadrukkelijk gemanifesteerd heeft was de verhoging van de kiesdrempel. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw kwam dit thema herhaaldelijk op de politieke agenda. Omdat zijn eigen partij slachtoffer zou worden van een hogere kiesdrempel, was Jongeling hier furieus tegen. Uit de beschrijving door Veenhof van Jongelings optreden op dit thema komt naar voren dat hij een belangrijke rol speelde bij het torpederen van voorstellen in deze richting. Mede door zijn toedoen verdween het onderwerp in 1976, behoudens een kleine oprisping in de jaren tachtig, definitief van de politiek agenda.

 

Journalistiek

Het boekwerk van Veenhof is toegankelijk en vlot geschreven. Misschien zelfs ietwat te journalistiek – wat niet verwonderlijk is gezien het metier van de auteur. Het wemelt van citaten uit de vele gesprekken die Veenhof voor de biografie voerde. Daarentegen is de omvang van geraadpleegde secundaire literatuur voor een historisch werk wat aan de kleine kant. Pijnlijk goed weet de auteur het 'rijke vrijgemaakte leven' uit de jaren zestig en zeventig te beschrijven. Met al zijn eigenaardigheden. Voor vrijgemaakten op leeftijd waarschijnlijk een feest van herkenning, voor anderen wellicht een bron van verwondering.

 

What would Jongeling do?

Het boek eindigt met het hoofdstuk getiteld ‘What would Jongeling do?’. Daarin komt de vraag aan de orde hoe Piet Jongeling tegen de huidige ontwikkelingen in zijn kerk zou hebben aangekeken. En eveneens de vraag of hij met de ChristenUnie zou zijn mee gegaan. Verschillende mensen die in zijn omgeving hebben verkeerd, gaan op deze vragen in. Dit hoofdstuk is naar mijn mening het minst geslaagde. Jongeling is inmiddels geschiedenis geworden. En daar moeten we hem laten. Het is a-historisch om hem voor je eigen karretje te spannen. Het boek, en daarmee het beeld van Jongeling, had aan reliëf gewonnen als het, in plaats van Jongeling te laten buikspreken, was afgesloten met een analyserend hoofdstuk. Er zit in het laatste hoofdstuk wel enige (overigens verbrokkelde) analyse, maar deze wordt gegeven door personen die Veenhof geïnterviewd heeft. Ik mis een eigen visie van de auteur op de betekenis van Jongeling voor de vrijgemaakte kerken en voor het GPV. Ook een eigen opvatting van Veenhof over de rol en plaats van Jongeling in de Nederlandse politiek had niet misstaan. Her en der in de biografie laat de auteur zelf wel eens een analyserend lichtje schijnen, maar tot een afgeronde historische plaatsbepaling van Jongeling komt hij niet. En dat zou deze christenpoliticus meer dan waard zijn geweest, zo moet ik sinds kort bekennen.

 

Herman Veenhof, Zonder twijfel. Pieter Jongeling (1909-1985). Journalist, politicus en Prins

Barneveld: uitgeverij De Vuurbaak 2009

431 pagina’s  

ISBN 978 90 5560 4210              

 

Guido Hooiveld is historicus.