Opium van het intellect

Opium van het intellect

 

Door Jan van der Stoep

 

Dick Pels, 2008

Opium van het volk. Over religie en politiek in seculier Nederland

De Bezige Bij Amsterdam

181 pagina’s

ISBN 9789023435884

 

Gelovigen moeten zich niet rijk rekenen. Ook al wordt er veel over religie gepraat, dat betekent niet dat mensen religieuzer worden. Toegegeven, de veronderstelling dat met modernisering ook God uit onze samenleving zou verdwijnen is onjuist gebleken, maar wat daarvoor in de plaats komt is een nieuwe ‘zoekreligiositeit’ waarin ieder individu een eigen weg gaat. Deze zoektocht naar persoonlijke zingeving en spiritualiteit moet worden begrepen als een teken van een zich doorzettende vrijzinnigheid.

 

Deze opvatting vormt een belangrijk uitgangspunt van Dick Pels in zijn boek Opium van het volk. Over religie en politiek in seculier Nederland. Het moet maar eens uit zijn met dat gekoketteer van gelovigen met wat wel de terugkeer van de religie wordt genoemd. Lezing van Opium van het volk kan daarom heerlijk ontnuchterd werken. Niet alleen omdat Dick Pels laat zien dat er nauwelijks sprake is van een nieuwe godsdienstigheid, maar ook omdat hij een vrijzinnigheid verdedigt die tamelijk agressief staat ten opzichte van traditionele godsdienstige overtuigingen. Op een gegeven moment word je daar al lezend ook wel een beetje moe van. De toonzetting is vaak net iets te betweterig.

 

Overtuiging en zelfrelativering

Het duurde overigens even voordat ik precies door had wat Pels met vrijzinnigheid bedoelt. Vrijzinnig betekent voor hem in de eerste plaats opkomen voor de vrijheid van interpretatie. Het is een overtuiging waarin individuele godsdienstvrijheid voorrang heeft boven collectieve (p.142). Het is ook een beweging die oude politieke wortels heeft. Pels wijst in dit verband op de Vrijzinnig Democratische Bond die in 1901 werd opgericht en in 1946 in de PvdA opging (p.138). ‘Heb de moed om voor jezelf  te denken’, zo spreken vrijzinnigen Immanuël Kant na.  

De vrijzinnigheid die Pels voorstaat, moet overigens nadrukkelijk onderscheiden worden van het moderne vooruitgangsgeloof dat rede en wetenschap ons dichter bij de waarheid zullen brengen. Een dergelijk Verlichtingsfundamentalisme is volgens Pels niet veel beter dan haar religieuze tegenhangers. Je moet niet de waarheid in pacht willen hebben, maar moet juist voortdurend bereid zijn om jezelf te corrigeren en te relativeren. Je moet de onzekerheid niet willen bezweren, maar juist met onzekerheid leren leven. Wat me wel bevalt aan deze vorm van vrijzinnigheid is dat het weliswaar bereid is om zichzelf te relativeren, maar ondanks dat wel wil staan voor de eigen overtuiging en niet alles over z’n kant wil laten gaan. Vrijzinnig zijn volgens Pels betekent dat je andere geloofsuitlatingen tandenknarsend accepteert en tegelijkertijd op inhoudelijke gronden fel bestrijdt.

 

Vrijzinnigheid

Al lezend merkte ik tot mijn verrassing dat ik, hoewel ik mezelf voor orthodox gelovig houd, vaak gevaarlijk dicht in de buurt kom van de vrijzinnige moraal die Pels verdedigt. Misschien komt dat wel omdat ik net als Pels moeite heb met een politieke visie die religie kaapt als fundament voor een gedeelde nationale of Europese cultuur (met als dieptepunt het niet toelaten van Turkije tot de Unie omdat Europa christelijke wortels heeft). Het kan ook komen doordat Pels zo nadrukkelijk stelt dat een scheiding tussen kerk en staat nog geen scheiding tussen geloof en politiek inhoudt (p.54-55). Daar ben ik het natuurlijk hartgrondig mee eens. Het is immers zo ongeveer de pointe geweest van het beginsel van soevereiniteit in eigen kring. Als ik Pels moet geloven, is dat beginsel echter vooral bedoeld als drukmiddel om christelijke scholen witte elitescholen te doen laten zijn.

Als je religieuze vrijzinnigheid, zoals Pels doet, definieert als een levenshouding die de persoonlijke verantwoordelijkheid in de relatie tot het ‘hogere’ voluit erkent (p.12), dan kan ik niet anders dan ‘amen’ zeggen. En met mij zo ongeveer alle christenen in Nederland en ver daarbuiten. Blijk je te geloven in een God die feitelijk een schurk blijkt te zijn, dan ben jij en alleen jij daar verantwoordelijk voor en kun je je nergens achter verschuilen. Sören Kierkegaard heeft dat al ruim anderhalve eeuw geleden tamelijk duidelijk gemaakt. Maar waar maak ik me eigenlijk druk om: ook Alister McGrath wordt door Pels een liberaal theoloog genoemd (p.38). 

 

Linkse geloofsbrieven

Het meest interessant aan Opium van het volk is dat het de geloofsbrieven van de nieuwe linkse beweging open en bloot op tafel legt. De kritiek op de godsdienst en met name op de islam, kwam de laatste jaren van rechts. Linkse intellectuelen moeten, zo stelt Pels, de religiekritiek opnieuw voor zichzelf claimen. Iedere religiekritiek bevat echter een beroep op een ultieme waarheid. De ultieme waarheid van Pels is dat alle goden afgoden zijn, maaksel van menselijke handen om het leven nog een beetje dragelijk te maken. Dit nieuwe polytheïsme verkondigt een eigen blijde boodschap (p.16) en kent zijn eigen doodzonde (essentialisme). Het kent ook een eigen zuiveringsstrategie die onderscheid maakt tussen echte en niet echte vrijdenkerij. Het meest fnuikende vind ik nog wel de lakmoesproef die Pels steeds opnieuw wil uitvoeren: ben je pro of contra gay? Ik zou er, hoe ik er ook naar verlang dat homo's een volwaardige plek in christelijke gemeenschappen krijgen, haast homofoob van worden, enkel en alleen omdat ik het vrijzinnige paternalisme (door Pels eufemistisch ‘fraternalisme’ genoemd) niet wens te slikken.

 

Heerlijk gevoel

Het klinkt allemaal heel stoer: de moed om voor jezelf te denken en de onzekerheid uit te houden. Maar is het niet gewoon de moraal van een klein groepje linkse denkers dat in de gelukkige omstandigheden verkeert dat het de eigen positie lekker kan relativeren? Misschien had het boekje van Pels beter ‘Opium van het intellect’ kunnen heten. Het geeft het heerlijke gevoel dat je links en sociaal bent, maar ondertussen help je het volk dat naar houvast en geborgenheid zoekt geen snars verder. Ik pas, en blow liever niet mee.

 

Dr. ir. J. van der Stoep is lector Religie in Media en Publieke Ruimte aan de Christelijke Hogeschool Ede. Tevens doceert hij aan de master Christian Studies of Science and Society van de Vrije Universiteit Amsterdam.