Een afhankelijke overheid en gemotiveerde mensen

Een afhankelijke overheid en gemotiveerde mensen

Over overheidsbemoeienis en vrijwilligersinzet

 

Door Rikko Voorberg

 

Staatssecretaris Jet Bussemaker (VWS) sprak bij haar aantreden in 2007 de volgende woorden: “Onbetaalde en onbaatzuchtige hulp is een uiterst waardevolle aanvulling op het reguliere zorgstelsel.” Deze uitdrukking getuigt van weinig historisch besef. Het is precies andersom: de professionele zorg is een uiterst waardevolle en in veel gevallen noodzakelijke aanvulling op onbetaalde en onbaatzuchtige hulp.

 

Juist vrijwillige, liefdevolle inzet staat aan de basis van de maatschappij. De overheid is van haar afhankelijk, en dat zou uit de houding van de overheid richting vrijwilligersorganisaties meer mogen blijken. Geen overheid kan een land regeren waar de burgers al niet van zichzelf om elkaar geven. Wetten en regels zijn erop ingericht diegenen die deze samenleving in de war sturen te beperken, zodat er ruimte blijft voor burgers om het goede te ontwikkelen. In dit artikel een pleidooi voor creatieve samenwerking vanuit dit perspectief.

 

Vrijwillige inzet als basisvoorwaarde

De inzet van vrijwilligers is onbetaalbaar. Zij is niet in geld uit te drukken. De eerste en de laatste behoefte van mensen is de hartelijke, onbetaalde zorg die geboden wordt door vrienden, familieleden en soms zelfs onbekenden. De overheid is van haar afhankelijk en springt waar nodig bij met betaalde, professionele inzet. De nieuw ontwikkelde Wet Maatschappelijke Ondersteuning is een middel om handen en voeten te geven aan deze erkenning. Daaruit blijkt het besef van de overheid dat vrijwillige burgerinzet nodig is. Niet als aanvulling, maar als basisvoorwaarde voor sociale samenhang en samenleven. Zij verdient alle steun van een dienstbare overheid om tot zo groot mogelijke bloei te komen.

 

Overheid en kerk: creatieve samenwerking

De kerk is een van de organisaties die hoort bij de burgerverbanden die liefdevol leven stimuleert en geborgenheid en zorg biedt. De doorwerking van het beginsel van de scheiding van kerk en staat heeft er echter toe geleid dat de overheid zich distantieerde van de kerk. De publieke functie van kerk en geloof werd geweerd. Nu komt via de WMO de kerk vanzelfsprekend weer in beeld als Maatschappelijke Ondersteuner van oudsher. Deze nieuwe toenadering heeft echter nogal wat voeten in de aarde. Vanuit de kerken klinken geluiden dat ze zich niet voor het karretje van de overheid wil laten spannen. Vanuit de overheid klinken frustraties omdat de kerk veel moeilijker bereikbaar is dan reguliere vrijwilligersorganisaties. Creatieve samenwerking tussen overheid en kerk is nodig ten behoeve van sociale samenhang en leniging van de enorme noden. Want van misverstanden en koudwatervrees worden onze medemensen in nood de dupe. Hier ligt een belangrijke en veelbelovende rol juist voor een partij als de ChristenUnie, want de potentiële kracht van de kerken is groot. Een voorbeeld uit de praktijk.

 

Casus Hilversum: het willen zien van de kansen

Het is 2007, de WMO is vers ingevoerd, en Aldrik Dijkstra is raadslid voor de ChristenUnie in Hilversum. Hij staat met twee benen in de samenleving: in de kerk én in de staat. Hij roept begin 2007 de plaatselijke predikanten bijeen voor een ontbijtbijeenkomst. Zijn doel is om samen iets goeds te doen voor de inwoners van de stad Hilversum. Het initiatief bleek verrassend, maar wekte ook argwaan onder de predikanten. Hij weet hen echter te overtuigen: kerken hebben immers een taak in de zorg voor de mensen in nood, ook buiten de kerk? Om een vorm te vinden om kerken te betrekken, heeft hij contact gelegd met Stichting HiP (Hulp in Praktijk). Deze stichting verbindt kerken in heel Nederland en hun leden aan mensen in de samenleving die om praktische hulp vragen. HiP beheert een daartoe ontworpen database met 2500 (tussenstand in 2009) leden uit diverse kerken. De hulpbieders zijn geregistreerd met hun postcode, de soort hulp die ze willen geven en de tijd die ze kunnen vrijmaken. Mensen in nood kunnen ongeacht hun achtergrond bellen om hulp. Ze worden gekoppeld aan het best passende kerklid uit hun buurt.

De koppeling is een uitkomst voor wie in de knel zit. Maar ook de kansen voor de kerken zijn groot. Want diaconieën krijgen een eenvoudige mogelijkheid om hun kerkleden te motiveren om iets concreets te doen aan naastenliefde. Daarbij zijn kerken opeens gezamenlijk bereikbaar via een instantie die nauwgezet een deel van hun maatschappelijke relevantie in kaart brengt. In Hilversum zien de burgemeester en wethouders de meerwaarde en worden enthousiast. Net als Aldrik begrijpen ze dat kerken een potentieel aan gemotiveerde mensen in zich bergen. Tijdens een HiP-feest (maart 2009) in Hilversum sprak de wethouder: “of het nu linksom is of rechtsom, als er maar resultaat wordt geboekt”.

 

Onbetaalbaar waardevol

Met het einde van een complete verzorgingsstaat in zicht, leren we opnieuw dat de liefdevolle naastenliefde in al haar vormen en manieren onbetaalbaar is. De overheid en de kerken zullen elkaar beslist vinden als ze daadwerkelijk begaan zijn met de nood van eenzamen en achtergestelden. De WMO biedt ruimte voor een eigentijdse en praktische samenwerking. Wat samenbindt is het gericht zijn op de leniging van de nood die ontstaat door eenzaamheid en armoede. Dat geldt niet alleen voor kerken, maar voor al die hartelijk gemotiveerde initiatieven die op hun eigen wijze bijdragen aan sociale samenhang. Laten de politici geïnformeerd willen zijn over het werk van vrijwilligersorganisaties en hun motivatie, en dat van harte steunen. Met deze steun kunnen vrijwilligers blijven doen waar zij goed in zijn: een onevenredige hoeveelheid aandacht en liefde geven aan mensen die dreigen te verdwalen in de hoeken en gaten van onze samenleving. De eigen sociale samenhang is de ruggengraat van onze samenleving. De overheid biedt spalken en medicatie waar nodig.

 

De ChristenUnie heeft de unieke kracht dat zij de verantwoordelijkheid van de kerk als geen ander kent. ChristenUnie-leden kunnen de eersten zijn om de kerk te wijzen op de uitgelezen kansen die er liggen. Raadsleden, wethouders, ambtenaren en zelfs ChristenUnie-ministers kunnen de mogelijkheden van de kerken onder de aandacht brengen in hun politieke arena. Laten we samen aan de slag gaan, er is een hoop te doen.

 

Rikko Voorberg is theoloog en regiomanager Amsterdam voor Stichting HiP (Hulp in Praktijk)