Christenen en de macht

Christenen en de macht

 

Door Herman Sietsma, hoofdredacteur DenkWijzer

 

De deelname van de ChristenUnie aan de regering zet aan tot doordenking van de dilemma’s van deze positie. Leidt politieke macht niet tot risico’s voor het bijbelse vreemdelingschap en de kracht van het getuigenis? Wat zijn trouwens precies die ambities van christelijke politiek en wanneer zijn die bereikt?

 

Huiveren  

Zolang er christenen zijn hebben ze nagedacht over hun verhouding tot de staatkunde en ook hebben ze volop aan het politieke bedrijf deelgenomen. Keizer Constantijn christianiseerde de Romeinse staat en in West-Europa gebruikte Karel de Grote zijn macht om zijn rijk een christelijk profiel te geven. Keizers en pausen hebben in de Middeleeuwen gestreden om de publieke macht en allen veronderstelden God aan hun zijde. En wie nog eens wil huiveren bij de excessen van degenen die het rijk Gods op aarde wilden stichten moet De beloofde stad van Luc Panhuysen lezen, over de wederdopers onder leiding van Jan van Leiden (Münster 1534).

 

Onchristelijke staat

Deze geschiedenis maakt christenen prudent als ze aan de macht deelnemen. De gezonde  temperende invloed van de Reformatie mag in dit verband worden geroemd: onderscheid tussen het geestelijk en het wereldlijk regiem, vrijheid van geweten, tolerantie; het zijn begrippen die in de moderne staat essentieel zijn. Maar de vraag blijft of daarmee een christelijke staat binnen handbereik is. Deze principes hanteren seculiere politici toch ook? Wat is het meerdere dat van een democratische ook een christelijke staat maakt?

Wat een onchristelijke staat is weten we tamelijk precies: de Duitse bezetter kon met deze kwalificatie principieel worden bestreden en dat is met name door christenen van de Reformatie ook gebeurd. In islamitische staten  waar geen sprake is van geestelijke vrijheid herkennen we de macht van het ongeloof. Het communisme leidde tot ronduit antichristelijke regiems. En ook westerse regeringen die bedreiging van het zwakke leven toestaan durven we onchristelijk noemen.

 

Christelijk staat?

Maar omgekeerd is het niet zo dat een staat die géén terreur uitoefent en het leven van zijn burgers wel beschermt, daarmee vanzelf ‘christelijk’ is. Publieke gerechtigheid betrachten betekent namelijk ook strijden tegen het materialisme dat we tegenkomen in het zo keurige bankwezen. En tegen de dominantie van economische belangen van staten die oorlogen voeren of de wapenindustrie in stand houden. Tegen onbeheerste technische ontwikkeling vanuit menselijke hoogmoed en tegen verspilling die de toekomst van de schepping op het spel zet. “Godsdienst levert de noodzakelijke tegenspraak”, zegt de grote (niet-gelovige) filosoof Habermas.

Ik zou zeggen: laten we oppassen dat het in de machtscirkel te comfortabel wordt. Christenen weten dat een christelijke staat er nooit zal komen; ze kennen namelijk hun eigen hart en dat van hun medeburgers. et hoge ideaal blijft, maar het kan en moet in bescheidenheid worden nagestreefd.Het hoge ideaal en de noodzaak van het getuigenis staan vast. En de zekerheid dat het resultaat van onze inspanning niet in eigen handen ligt maakt bescheidenheid nodig... en volharding mogelijk.