Christelijke ethiek en moreel kapitaal

Christelijke ethiek en moreel kapitaal

Reactie op Tim Vreugdenhil

 

Door Roel Kuiper

 

In DenkWijzer van jl. oktober besprak Tim Vreugdenhil mijn boek Moreel kapitaal. De verbindingskracht van de samenleving. Naast waardering waren er ook enkele punten van kritiek. Vreugdenhil vindt mij te optimistisch over onze cultuur, wil een scherpere christologische inzet en zou willen dat het boek meer hints geeft voor de praktijk. Met het oog op een aangekondigd rondetafelgesprek bij het WI (zie kader) – waar Vreugdenhil en ik gesprekspartners zijn - schrijf ik deze reactie.

 

De inzet van het boek

De inzet van Moreel kapitaal wordt ook door Vreugdenhil herkend en gewaardeerd. Voor mij gaat het erom een antwoord te vinden op de sociale ziekten van onze samenleving: de individualisering, het uiteenvallen van verbanden, het gebrek aan verbinding en de onthechting in tal van relaties. Deze desintegratie maakt de samenleving instabiel en schept voortdurend nieuwe problemen, bijvoorbeeld in het functioneren van markten en instellingen, waar inmiddels het vertrouwensthema hoog op ieders agenda staat.

Ook bestuurlijk hebben we te maken met steeds groter wordende problemen. Het is moeilijk geworden gezamenlijk zicht te houden op het algemeen belang en het ‘gemeenschappelijk goede’ (common good) dat we daarin hebben, aangezien het in de samenleving vanzelfsprekend is geworden het ‘eigen belang’ voorop te stellen. Aan de politiek de schone taak de ‘boel bij elkaar te houden’! Ik zie in deze desintegratie de vrucht van een doorgeslagen autonomie-denken, dat zich onder meer uit in de opvatting dat het ‘contract’ de grondvorm is van het sociale leven. 

 

Supporters van gemeenschappen

Er wordt met het oog op deze problemen veel gesproken over het belang van gemeenschappen en gemeenschapsvorming, juist ook onder christenen, want dat zijn per definitie supporters van gemeenschappen. Gemeenschappen verbinden mensen en geven hen houdingen mee die van belang zijn voor het functioneren van de samenleving. Maar hoe en waarom gemeenschappen goed zijn en bijdragen aan het ‘gemeenschappelijk goede’ van een samenleving is veel minder duidelijk of wordt soms in ronduit vage bewoordingen aangeduid. Een voorbeeld: we spreken vaak over sociale cohesie in wijk en buurt, maar weten doorgaans moeilijk aan te geven waarin die cohesie dan bestaat en hoe ze kan worden aangemoedigd. Mijn boek probeert een theoretische basis te leggen onder ons spreken over het belang van gemeenschappen en de politiek-maatschappelijke betekenis van het begrip ‘verbond’ en de notie van ‘moreel kapitaal’ (opnieuw) te introduceren.  

 

Goed en kwaad

Een samenleving is ook altijd een ‘morele gemeenschap’. Er bestaan gemeenschappelijke opvatting over goed en kwaad, over de zorg die we elkaar bieden en over de situaties waarin we dat doen. Dit morele berust uiteraard op morele opvattingen die we ergens leren, zeker ook in gemeenschappen waarin we ingebed zijn en ze ook toepassen. Dat punt wilde ik beter begrijpen en uiteenleggen, ook in verband met de christelijke ethiek. Er zijn veel manieren waarop God ons gezaghebbend aanspreekt; in Zijn Woord, maar ook in Zijn wereld. De sociale wereld biedt vele voorbeelden van een moreel-aangesproken-worden. Ik probeer de sociale architectuur van onze wereld te analyseren en deze te verbinden met een besef van morele verplichting voor anderen en voor de wereld.

 

Hoop

De analyse en ook de oplossing waar ik mee kom zie ik niet graag weergegeven onder het kopje ‘optimistisch’ of ‘pessimistisch’. Sommige critici menen dat ik in mijn kritiek op de westerse samenleving te pessimistisch ben en in mijn oplossing te optimistisch. Dit is doorgaans niet vruchtbaar. Het gaat me niet om een toon van pessimisme te verspreiden over de westerse cultuur, waar ik mij – vaak met bloedend hart – onderdeel van weet. Het gaat me er om te laten zien hoe we morele grondhoudingen, die we niet kunnen missen voor een verantwoordelijk bestaan, hebben verdrongen. Het gaat me niet om een blijmoedig christelijk optimisme dat geen grond heeft in de feitelijke ontwikkelingen, het gaat me erom te begrijpen hoe Gods goede normen werken in verband met ons gemeenschappelijk bestaan. Omdat God Zijn schepping niet prijsgeeft, is er altijd grond voor echte christelijke hoop, hoe groot de gebrokenheid om ons heen ook is.

 

Gevende liefde

Nu zegt Tim Vreugdenhil dat hij in dit alles de cruciale betekenis van Jezus Christus mist. Ik begrijp deze kritiek niet. Wie het boek leest, ziet dat de morele grondhouding die ik ten diepste op het oog heb bestaat in het jezelf inzetten voor de ander. Het jezelf inzetten als ‘gift’ of ‘offer’ – het ernst maken met het beginsel van de gevende liefde – is de kern van de ethiek die ik bedoel. Daarin is Jezus ons voorgegaan. Mijn  punt is dat we in ‘verbondsmatige’ gemeenschappen worden uitgenodigd deze liefde voor de ander op te brengen. Relaties en gemeenschappen – huwelijk, gezin, kerk – bloeien op wanneer deze liefde daar beoefend wordt. We kunnen in onze relaties de ervaring opdoen dat een houding van ‘gevende liefde’ heilzaam en lonend is.

 

Algemeen inzichtelijk

Voor mij is Jezus Christus dus de ‘kwalificerende factor’ (Vreugdenhil) voor wat zich in de schepping aan normatiefs aandient. Graag houd ik ‘schepping’ en ‘verlossing’ en (‘heil’) heel dicht bij elkaar. Alleen, ik ben geen theoloog; ik spreek in dit boek als politiek filosoof. De antwoorden waar ik mee kom moeten algemeen inzichtelijk zijn. Jezus is niet voor iedereen het aanknopingspunt, maar over het normatieve dat zich laat gelden in de structuren van de (geschapen) werkelijkheid kan een breed gesprek worden gevoerd. Het blijft evenwel zo dat  het morele appel dat we kunnen opmerken in ons relationele bestaan met anderen, niet los staat van Gods goede schepping en van het openbarende levensvoorbeeld van Jezus. Het morele leidt ons uiteindelijk tot Jezus en tot God de Schepper en Vader. Vandaar dat ik steeds blijf wijzen op het ‘transcendente’ en ‘religieuze’ dat we zelfs in ons sociale en politieke bestaan op het spoor komen.

 

Praktische toepassing

Het christelijk denken heeft in Nederland een belangrijke bijdrage geleverd aan de inrichting van politiek en samenleving. Het denken over verantwoordelijkheden, soevereiniteit in eigen kring, over de eigen taak van overheid en samenleving is op vele manieren vruchtbaar gebleken en heeft onze samenleving gevormd. Ik beoog niets anders dan deze traditie voort te zetten. We leven in een tijd waarin de verzorgingstaat met zijn collectieve arrangementen wordt afgebouwd en we opnieuw nadenken over een ‘participatiemaatschappij’. Daarin gaat het over de rol van de ‘civil society’, over de plek van verbanden in de samenleving, over actief burgerschap en sociale samenhang in wijk en buurt, over sterkere vormen van informeel zorgen en nieuwe vormen van ‘social governance’. Voor die praktijk probeer ik in mijn boek de theoretische bouwstenen te leveren. Het is waar: dit is nog niet de praktijk zelf. Maar als deze theoretische inzet goed is, zal ze zich ook kunnen verbinden met de praktijk.   

KADER:

Op vrijdag 5 februari 2010 vindt van 14.00-17.00 uur een Tafelgesprek plaats over deze thematiek. U kunt zich aanmelden via wi@christenunie.nl.

Roel Kuiper is bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam, directeur van het Centrum voor Samenlevingsvraagstukken (GH, Zwolle) en lid van de Eerste Kamer voor de ChristenUnie.