Veendam als wenkend perspectief?

Veendam als wenkend perspectief?

Over de ‘lange leegte’ in de politiek

 

 

Een lange leegte. Over maatschappelijk onbehagen, politieke competentie en het plannen van een toekomst.

Hans Blokland

Kampen: Klement

304 pagina’s

ISBN 978-90-8687-023-3

 

 

Door Arnold Poelman

Wie wel eens de wedstrijdverslagen in de Jupiler league volgt (voorheen de Eerste Divisie) zal op zijn tijd geconfronteerd worden met die merkwaardige naam van het stadion van Veendam: de Lange Leegte. Het moet geen pretje zijn om daar te voetballen, de naam alleen al doet de bezoekers in een acute depressie belanden. Veendam moet thuis wel onverslaanbaar zijn.

De titel van het boek van Hans Blokland (niet de voormalige europarlementariër) roept hetzelfde beeld van grauwheid en somberheid op. Maar dan als het gaat over de politiek. Het boek is geschreven door een politicoloog en heeft dan ook een politicologische invalshoek met de soms abstracte terminologie die er kennelijk bij hoort. Het is eigenlijk een bundel essays over diverse onderwerpen waarbij de rode draad de veronderstelde onmacht van de politiek is. De fut is eruit, zo lijkt Blokland ons toe te willen roepen. De ideologische veren zijn afgeschud, het bedrijven van politiek is een zielloze bezigheid geworden waarbij het niet uitmaakt wie er aan de macht is. “De politiek en het publieke debat kenmerken zich steeds meer door leegte en een dodelijke vermoeidheid, ook wanneer het gaat over verkiezingen, het deelnemen aan oorlogen, het verzelfstandigen van de overheid of het begrijpen en rechtvaardigen van de fundamenten van de eigen beschaving”. (p.11) In deze zin komen alle hoofdstukken van het boek aan de orde, maar het voert te ver alles te bespreken.

 

Dieet Rita Verdonk

Het meest deprimerend is wel de samenvatting van Blokland van de verkiezingscampagne van 2006. En ik kan me er ook grotendeels in herkennen. De verkiezingscampagne werd in toenemende mate een ‘horse race’ die eigenlijk de stijl van de Paarse kabinetten voortzetten. Grote thema’s ontbreken of werden al snel vanuit een Calimero-houding onder tafel gemoffeld. En verder vulden de minuten zich met politici in geinige programma’s, twitterend en internettend met hun achterban. Voorts werden we geïnformeerd over het dieet waarmee Rita Verdonk maar liefst 14 kilo wist af te vallen. Sommige politici waren zelfs niet te beroerd te verschijnen in programma’s waar de programmamakers erin slagen ze in posities te brengen die niet anders kunnen worden gekwalificeerd als vernederend. De kloof met de kiezer dient immers te worden gedicht.

 

We zijn er ingeluisd 

In de drie hoofdstukken na het eerste verschuift de focus enigszins van de politicus en zijn campagne naar de burger. Hoe staat het daar eigenlijk mee? Weet hij eigenlijk wel wat hij wil? Is en wordt hij werkelijk voldoende geïnformeerd om een werkelijk afgewogen keuze te kunnen maken? Het essay over de wijze waarop het westen de oorlog tegen Irak is begonnen schetst een weinig verheffend beeld over de democratische besluitvorming. We weten nu, zegt Blokland onomwonden, dat we er zijn ingeluisd. Bovendien was de regering Bush slecht voorbereid en had men werkelijk geen idee over de wijze waarop Irak na de inval moest worden bestuurd. Alternatieve scenario’s waren niet voorhanden, risico’s werden genegeerd of geminimaliseerd. Het draaide om de beeldvorming en daarbij is de Bush-regering erin geslaagd de burger een rad voor ogen te draaien. Tegelijk acht de burger zichzelf mondig, geëmancipeerd en mede dankzij internet goed geïnformeerd. Maar toch is hij in de besluitvorming structureel afwezig. Hoe lossen we dat op? Ook Blokland weet het antwoord niet echt. Of het zou moeten zijn dat we,  desnoods heimelijk, maar moeten erkennen dat burgers in deze democratie weliswaar mogen stemmen maar geen enkele rol meer spelen bij de besluitvorming.

Via een intermezzo over cultuurpolitiek en sociaal-democratie verlegt Blokland in de laatste hoofdstukken opnieuw het accent: markt, bureaucratisering, planning en de theorie over hybride organisaties (niet markt en niet publiek) staan daarin centraal. Er zijn volgens Blokland enkele langdurige processen aan de gang (industrialisering, medialisering, individualisering) die zorgen voor een gestage maar duidelijk waarneembare ondermijning van de waarde van het publieke debat. Organisaties komen in toenemende mate los te staan van hun achterban en ontwikkelen een functionele rationaliteit waarbij het management via getallen fetisjisme kennelijk de illusie heeft haar doelstellingen te bereiken. Ook hier is de analyse heel herkenbaar.

 

Waardenvrijheid?

Boeiend zijn de laatste twee hoofdstukken over Isaiah Berlin (1909-1997). Berlin was een typisch Angelsaksisch filosoof, alhoewel stammend uit een Russische ondernemersfamilie uit Riga. Berlin heeft als jong kind de Russische revolutie meegemaakt. Mede als gevolg daarvan emigreerde de familie naar het Verenigd Koninkrijk waar zijn vader al snel opnieuw emplooi vond in de houthandel. Berlin doceerde vrijwel zijn hele leven in Oxford (Corpus Christi, All Souls). Blokland zoomt in het laatste hoofdstuk in op een fundamenteel probleem van de liberale democratie waar ook Berlin door was gefascineerd. Kan een westerse liberale samenleving ultieme rationele gronden aanvoeren waarop haar uitgangspunten zijn gebaseerd? Of blijft de keuze voor een liberale politieke filosofie uiteindelijk niet te beredeneren? Waarop baseren liberalen hun idee dat burgers niet voor een autoritaire staatsvorm mogen c.q. willen kiezen? Mag een waardenvrije liberale samenleving een vrije keuze maken voor haar eigen ondergang of voor een switch naar een totalitair regime? 

 

Het smalle koord

Volgens Blokland is Berlin een denker die voortdurend balanceert op het smalle koord van relativisme en universalisme, tussen liberaal en communitaristisch. Berlins mensbeeld is historistisch: de mens is voor een goed deel wat de historische en culturele omgeving hem aanreikt.  Het conservatieve element in Berlin is zijn notie dat mensen een diepe behoefte voelen tot een bepaalde cultuur te willen behoren. Typisch liberaal is weer zijn benadrukken van de waarde van negatieve vrijheid (de mens heeft behoefte aan een domein waar de staat niet komt) en zijn weigering onderscheid te maken tussen verschillende levensvervullingen. Of je nu non bent of soldaat, kunstenaar of kluizenaar, hedonist of vegetariër, het kunnen allemaal even waardevolle identiteiten zijn. Centraal staat de mogelijkheid van mensen om zelfstandig keuzes te kunnen maken. Dat is in de optiek van Berlin een wezenskenmerk van de mens. En eigenlijk is Blokland het daar wel mee eens. Liberalisme kan heel goed bestaan zonder dat er wordt gezocht naar ultieme constructies die rationeel zouden aantonen dat het liberalisme de zegevierende ideologie van onze dagen moet zijn.

 

Veendam-gevoel

De bundel is lezenswaardig en biedt tal van inkijkjes in actuele politieke kwesties.  Toch liet het Veendam-gevoel mij niet los en bekroop mij soms een gevoel van teleurstelling. Blokland heeft gelijk als hij zegt dat politiek niet zonder groot verhaal kan, wil het niet verzanden in eindeloos breiwerk. Maar zelf maakt hij ook niet veel werk van alternatieven. Of dat nu komt door wetenschappelijke distantie of door een fundamenteler onvermogen om tot die bredere visie te komen? Het blijft in het midden. Zijn schets van de zompigheid van het politieke bedrijf is vaak scherp, maar hoe het dan wel anders moet, blijft teveel in het midden. Daardoor blijven zijn observaties van de ‘lange leegte’ ook niet meer dan observaties.