Leeglopende zeepbellen

Leeglopende zeepbellen

 

Enige perspectieven op de crisis en daarna.

 

Door Wilhelm Kolkman

 

Er is veel geschreven en gepraat over de huidige economische crisis, maar dit was naar mijn indruk vooral gericht op het vinden van een schuldige, de bonussen in de financiële wereld en het redden van banken en banen. De vragen die mij als gewone burger en werknemer juist bezighouden zijn (1) of de kredietcrisis de oorzaak of juist het gevolg van een dieper onderliggend probleem is, (2) of we na de crisis weer terug naar de goede jaren ervoor kunnen of juist niet, en (3) wat deze nieuwe situatie dan kan betekenen.

 

Voor een eerste beantwoording van deze vragen heb ik gebruikgemaakt van drie recente publicaties: Een gezonde krimp door Bert Heemskerk[1] (voormalig topman van de Rabobank), Als de dollar valt door Willem Middelkoop[2] (journalist en voormalig beurscommentator van RTL Z) en ‘The crash of 2008 and what it means’ door George Soros[3] (Amerikaans speculant /hedge fund manager en filantroop). Ik loop deze drie eerst bij langs om vervolgens een perspectief te schetsen.

 

 

Het perspectief van Heemskerk

Heemskerk schreef zijn goed leesbare boek naar aanleiding van de hoorzitting over de kredietcrisis in de Tweede Kamer in november 2008. Volgens hem zijn de oorzaak van de kredietcrisis de zeepbellen die we de afgelopen jaren gecreëerd hebben, bijvoorbeeld in onroerend goed, grondstoffen en aandelenprijzen in emerging markets. Banken hebben geholpen die zeepbellen te financieren, maar dat maakt hen volgens hem niet tot veroorzakers. Als aanleiding voor de crisis ziet hij de subprime-crisis in de VS. Het eerste gevolg was de credit-crunch van 2008, gevolgd door de economische krimp van nu.

Het ruim beschikbaar zijn van krediet leidde in eerste instantie tot economische groei, waarvan iedereen profiteerde. De zeepbellen ontstonden later toen krediet te overvloedig en te goedkoop beschikbaar kwam, mede als gevolg van ingrijpen van de overheid en de financiële wereld: de versoepeling van de kredietvoorwaarden (Ninja-leningen maar ook  overheidsbeleid om Amerikanen met minder inkomen een hypotheek en dus eigen huis te geven), de historisch lage rente (overheidsbeleid om uit de internet-crisis en 9/11 crisis te komen) en innovatie in kredietverstrekkende producten.

Versterkende factoren waren de nationale toezichthouders (die niet de instrumenten hadden om Europees of mondiaal toezicht te houden), onderschatting van risico’s (door overenthousiaste rating-agencies en door vele anderen in de financiële wereld, gestimuleerd door een doorgeschoten bonuscultuur), en de introductie van nieuwe boekhoudregels (IFRS, fair value, etc).

 

Het perspectief van Middelkoop

Volgens Middelkoop moest de steeds groeiende schuldenberg en de enorme geldgroei op een gegeven moment tot een crisis leiden. Naar zijn mening was de vraag niet of dit zou gebeuren, maar alleen wanneer en wat de uiteindelijke aanleiding zou zijn.

De kern van Middelkoop’s betoog is dat na de Tweede Wereldoorlog Amerika de wereld heeft opgezadeld met een economie gebaseerd op hun dollar, in plaats van op goud. Dus van een economie gebaseerd op de intrinsieke waarde van een schaars globaal product, gingen we naar een economie gebaseerd op vertrouwen in een papieren munt van een specifiek land. Het voordeel was dat men nu veel makkelijker geld kon genereren en dat leidde tot de eerder genoemde ongekende economische groei en welvaart. Amerika profiteerde hier zelf relatief het meeste van omdat het zijn dollars kan ‘generen’ voor minimale kosten, namelijk door het uitgeven van (staats)schulden of, zoals meer recentelijk, gecompliceerde financiële producten. De rest van de wereld was effectief gedwongen om dollars te blijven kopen om in deze dollareconomie mee te draaien, maar deze dollars moest men wel betalen met eigen hard verdiende locale munten, of door hun producten, zoals olie uit het Midden-Oosten of consumentenproducten uit China, voor dollars te leveren.

Middelkoop ziet de huidige kredietcrisis als één van de uitingen van dit op termijn niet duurzame economische systeem. Andere uitingen zijn volgens hem de zeepbellen in aandelen, huizenprijzen, obligaties, etc. Hij betoogt dat uiteindelijk vooral Europa en Azië voor de gevolgen op te zullen draaien, omdat het maar zeer de vraag zal zijn of deze dollarleningen met een gelijke koopkracht/wisselkoers terug betaald zullen worden.

 

Het perspectief van Soros

George Soros heeft met zijn hedge-fondsen miljarden op de financiële markten heeft verdiend. In dit boek probeert hij met zijn ervaring de huidige mondiale crisis te verklaren en erkenning te krijgen voor zijn reflexiviteits-theorie van financiële markten. In die zin hinkt dit boek op twee gedachten en dit maakt het minder leesbaar dan de andere twee boeken.

Soros bestrijdt de gangbare opvatting onder economen dat financiële markten tenderen naar evenwicht en zich daarom altijd weer herstellen. Volgens Soros beschikt de mens tevens over manipulatieve functies waarmee hij de werkelijkheid, waaronder de economische realiteit, weet te beïnvloeden in zijn eigen voordeel. Het is deze wisselwerking tussen kennis en handelen die Soros reflexiviteit noemt en die ervoor zorgt dat er misvattingen ontstaan, waarvan sommigen uiteindelijk in economische zeepbellen resulteren. Soros legt uit hoe hij deze theorie heeft toegepast in zijn boom-bust model en hoe hij hiermee grote hoeveelheden geld heeft verdiend. Soros ziet de huidige crisis als een goed voorbeeld van een reflexief proces bestaande uit een dominante trend, de kredietexpansie, en een dominante misvatting, het vertrouwen in het zelfherstellende vermogen van markten.

Soros gaf in november 2008 voor het Amerikaanse Congres toe dat hedgefunds medeverantwoordelijk waren voor de zeepbel in de financiële markten, maar naar zijn mening is het ongebreidelde, te ver gedereguleerde, vrijemarkt-kapitalisme de wortel van de crisis. In zijn boek heeft hij voornamelijk kritiek op de internationale (en vooral de Amerikaanse) toezichthouders op de financiële markten: naar zijn mening hadden zijn moeten in grijpen toen de financiële wereld doorschoot in het ontwikkelen van kredietproducten, die uiteindelijk niet meer in een gezonde verhouding tot de waarde van het onderpand bleken te staan. Hij pleit dus voor meer regulering om toekomstige crises te helpen voorkomen.

Een andere oorzaak van de financiële crisis ziet Soros in het internationaal afnemende vertrouwen in de Amerikaanse dollar als reservevaluta en de toenemende rol van opkomende economieën. De extreem lage rentetarieven in Amerika gaven ruimte voor een toenemende vraag naar (relatief goedkope) gebruiksgoederen uit landen als China en India. Deze laatste landen bouwden enorme valutareserves op, die hen nu helpen de crisis beter door te komen, terwijl de VS nu zitten met de gevolgen: een steeds hogere importschuld en een opgeblazen en een inmiddels ingestorte huizenmarkt.

 

Gezamenlijk perspectief

Alle drie de auteurs lijken het erover eens dat:

  1. de huidige kredietcrisis en de daaropvolgende economische krimp niet het probleem zijn, maar het onvermijdelijke gevolg van het leeglopen van de kredietzeepbel. De werkelijke aanleiding lijkt het (laten) ontstaan van zeepbellen.
  2. deze crisis heviger lijkt dan eerdere crises, omdat deze crisis globaal is en nog versterkt wordt door het op het zelfde moment leeglopen van een aantal gerelateerde zeepbellen (aandelen, huisprijzen, innovatieve financiële producten, etc.).
  3. overheden er goed aan doen de ‘banken te redden’. Omdat veel van de werkelijke pijn wordt gevoeld op microniveau (banen, huizen, pensioenen, etc.) is het ook goed dat overheden proberen deze gevolgen te verminderen.

Tot slot: volgens Middelkoop en Soros kan de crisis nog erger worden als ook andere of toekomstige zeepbellen ‘leeg zouden lopen’ (bijvoorbeeld de waarde van de dollar, volgens Middelkoop de moeder van alle zeepbellen).

 

Schetsen van een perspectief voor de toekomst

Naar aanleiding van deze boeken de volgende opmerkingen van mijn kant:

  • Geen enkele overheid lijkt deze onvermijdelijke krimp helemaal te kunnen voorkomen of een terugkeer tot de ‘booming’ jaren ervoor te kunnen bewerkstelligen. Men moet dit dus ook niet suggereren of ambiëren omdat meerdere aspecten van deze periode juist niet duurzaam gebleken zijn. De verwachting is dat de komende jaren een minder uitbundige groei laten zien[4] en dat we hier mee zullen moeten leren leven.
  • Met Heemskerk ben ik het eens dat er gezonde kanten aan de krimp zitten en dat alhoewel een 5 tot 10% krimp ons ‘reset’ tot ergens tussen 2002 en 2005, dit nog steeds een zeer acceptabel welvaartsniveau is vergeleken met veel anderen in de wereld.
  • Na de ‘reset’ tot 2003, hebben we dus ook nieuwe kansen om in de komende jaren onszelf, Nederland en Europa op een andere, meer duurzame en robuuste manier, op de kaart zetten, zo hebben bijvoorbeeld door een ander beleid en toezicht de Canadese banken veel minder van de crisis te leiden gehad[5]. In die zin kan terugkijken op de crisis ons helpen, maar Heemskerk heeft een punt dat de focus dan niet alleen een ‘whodunnit’ moet zijn.

 

Onze werkelijke uitdaging is wat een meer duurzaam Nederland zal betekenen en hoe we dit kunnen en willen bewerkstelligen. Wat zijn dan de ‘need to have’ versus de ‘nice to have’ versus de ‘do not want or need to have this again’. Met Heemskerk ben ik eens dat de balans tussen consumentisme en rentmeesterschap anders moet en kan, en in die zin sluit zijn betoog het beste aan bij een christelijk-sociaal perspectief. Soros heeft gelijk dat minder laisser-faire economisch beleid en meer (globaal) toezicht nodig zijn. Volgens de Canadezen, kun je dit toezicht echter het beste baseren op principes in plaats van regels, want regels kun je omzeilen (en dit zal dus ook gebeuren, zelfs Soros geeft dit toe) en principes niet. Dit alles is niet iets wat we aan de banken en financiële wereld kunnen overlaten, maar zal discussie, keuzes en leiderschap vereisen binnen de hele samenleving. Het lijkt mij dat we hier zo snel mogelijk mee moeten beginnen. De genoemde boeken doen verschillende goede suggesties en ik hoop dat dit artikel daar ook een bijdrage aan kan leveren.

 

 

Personalia:

Ir. Wilhelm Kolkman MBA (1964) is na zeventien jaar wonen /werken in verschillende buitenlandse locaties voor Shell, sinds augustus 2006 werkzaam bij Shell Global Solutions in Rijswijk.

 



[1] Bert Heemskerk, Een gezonde krimp, De kredietcrisis en duurzaam bankieren, Uitgeverij Balans, 2009.

[2] Willem Middelkoop, Als de dollar valt, alles over de kredietcrisis, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2008.

[3] George Soros, The crash of 2008 and what it means, the new paradigm for financial markets, Public affairs (New York), 2009.

[4] Na de kredietcrisis zal er minder krediet beschikbaar zijn (er is een hoop geld verloren, banken moeten hun balansen weer op orde krijgen, toezichthouders stellen strengere eisen,  er is een hoop geld geleend om de banken en de economie draaiende te houden in de crisis, etc) en tegen een hogere prijs / rente (risico-opslag, schaarste aan krediet, hogere rendementseisen bij banken,  pensioenfoendsen, etc.).

[5]http://www.volkskrant.nl/economie/article1253989.ece/Lelijk_eendje_nu_Miss_World..