Het volk en de politiek

Het volk en de politiek

 

Door Herman Sietsma, hoofdredacteur

 

Onze representatieve democratie veronderstelt dat er politieke partijen zijn die bestuurders en volksvertegenwoordigers selecteren en dat burgers in vertrouwen hun stem geven aan kandidaten. Maar het aantal leden van politieke partijen neemt af, en stemmen doen veel burgers niet meer.

 

Wel voor, niet van

Dat zou niet zo erg zijn als dit een bewijs was van groot vertrouwen in de zittende bestuurders. Maar zoals bekend is dat vertrouwen aan het afnemen. Daarbij is het zo dat vooral het lager opgeleide deel van de bevolking het laat afweten bij verkiezingen, bij het lidmaatschap van partijen, bij inspraak. De democratie is er dus wel voor het volk, maar niet van het (hele) volk. De vraag is of de zittende politiek – met zijn eigen netwerk van de incrowd, inclusief ambtenaren, journalisten en belangenbehartigers - daarbij steeds voldoende aandacht heeft voor de belangen die niet via representatie worden ingebracht.

De tegenwerping dat het een ieder vrij staat wel of niet deel te nemen aan ons democratisch systeem – en dat men dus niet moet klagen -  is te simpel. In de eerste plaats is onze democratie bedoeld voor iedereen; het feit dat velen het zelf laten afweten is geen geruststellende gedachte. Daar komt bij dat, als groepen zich niet vertegenwoordigd achten, onvrede zich op andere manieren kan gaan uiten dan via het politieke systeem. Het is dus een opgave om deze groepen in ons systeem te betrekken.

 

Digitaal

Sommigen menen dat een kloof tussen politiek en burgers helemaal niet erg is. Burgers kiezen volksvertegenwoordigers; die gekozenen moeten het werk doen en niet teveel van hun kiezers verwachten en de kiezers ook niet teveel lastig vallen. Anderen stellen dat representatie als systeem achterhaald is; veel meer dan vroeger is de burger namelijk zelf bekwaam om te beslissen, dat moet dus ook mogelijk worden gemaakt door die burger. Er bestaan tegenwoordig bovendien digitale technieken waardoor alle burgers in staat kunnen worden gesteld mee te beslissen.

Onze vertegenwoordigende democratie heeft, vooral in de lokale bestuurspraktijk, al belangrijke aanvulling gekregen van rechtstreekse inbreng van burgers: inspraak, interactieve beleidsvorming, burgerpanels, wijkbesturen. Het vaker toepassen van referenda (op lokale, provinciale en landelijke schaal) kan onze democratie verder verlevendigen.

 

Is het volk te vertrouwen?

De antirevolutionaire staatsleer vindt zo ongeveer haar kristallisatiepunt in het afwijzen van volkssoevereiniteit. De reden daarvan is niet dat we representatie verhevener achten dan de  directe democratie. Abraham Kuyper schreef al dat het volk niet per definitie minder te vertrouwen is dan de heersende klasse. De soevereiniteit moet bij de Soeverein worden gezocht, om het even of het bestuur bij representatie dan wel in meer directe zin door de bevolking wordt uitgeoefend. Dat gegeven biedt ruimte voor verstandige aanvullingen van ons huidige democratische systeem.