Het christendom is zo gek nog niet

Het christendom is zo gek nog niet

 

Dinesh D’Souza

Het christendom is zo gek nog niet

(oorspr: What’s So Great about Christianity?)

Nieuw Amsterdam

432 pagina’s

ISBN: 9789046805718

€22,50

 

Door Rob Nijhoff

 

Dinesh D’Souza (1961) heeft als burger, academicus en debater in de VS net als president Obama een voordeel: hij kan de Amerikaanse cultuur ook met niet-westerse ogen bekijken. Hij groeide op in Mumbai, India, tot hij in 1978 in de VS mocht komen studeren. In 2003 kwam hij met het boek What's So Great about America? In 2007 volgde What’s So Great about Christianity? – nu dus uit in het Nederlands.

 

D’Souza ziet wat het christendom het westen aan goeds heeft gebracht, anders dan westerse atheïsten als Dawkins en Dennett die deze cultuurbron zwart maken vanuit antichristelijke blikverenging en historisch geheugenverlies (‘intellectuele dementie’, noemt Govert Buijs dat). Hiertegen neemt D’Souza de handschoen op. Hij neemt alleen zoveel handschoenen op, in 26 hoofdstukken, dat hij vaak kort door de bocht gaat en meer vraagtekens oproept dan uitroeptekens. Toch daagt hij niet-christenen en christenen, ook christen-politici, uit om gangbare debatcliché’s eens om te draaien en uit het defensief te komen.

Uit de positieve bijdragen van het christendom kiest hij drie kernen: (1) de scheiding van kerk en staat (die in ‘het huis van de islam’ ontbreekt), (2) de gelijkwaardigheid van mensen (afschaffing van de slavernij en een democratie die niet slaven uitsluit of burgers ziet als slaaf van een alomvattende staat) en (3) erkenning van de feilbaarheid van de mens: deze erkenning leidt tot politieke instituties die checks and balances creëren - medemenselijkheid (ziekenhuizen!) mag uit mede-lijden voortkomen, niet uit superieure edelmoedigheid, zoals bij Aristoteles en in eer-georiënteerde culturen.

 

 ‘Religie bracht conflicten, kruistochten, moorden’. Maar Hitler, Stalin en Mao dan? Atheïstische politiek overtreft hier beslist. En een schijnberoep op christelijkheid maskeert juist een gebrek daaraan, niet een teveel. Een ander voorbeeld (niet van D’Souza, wel in zijn trant): Calvijn was betrokken bij Servet’s einde op de brandstapel. Maar Francis Bacon stemde als parlementslid voor de executie van koningin Mary (1586), en getuigde tegen zijn vriend, de Earl van Essex (1601): wie noemt dit ooit? En deert dit Bacon’s experimentele natuurwetenschap?

Te gretig valt D’Souza mijns inziens voor Immanuël Kant’s boedelscheiding tussen een ‘harde’ buitenwereld en het ‘rijk van de vrijheid’, waar geloof en ethiek opereren. Deze tweedeling van (objectieve) ‘feiten’ en (subjectieve) ‘waarden’ is een diep westers cultuurprobleem. Daardoor wordt mistig dat een goede ethiek geen willekeurige, subjectieve ethiek is, maar een ethiek die bij de ‘harde’ werkelijkheid past. Het is geen willekeur dat echtscheidingen niet ‘normaal’ zijn: zo zit de werkelijkheid in elkaar (vandaar de psychische gevolgen). D’Souza wil de ruimte die Kant biedt aan religie uitbuiten, maar graaft kritisch niet dieper.

 

Net als bij films van Michael Moore (9/11, Bowling for Columbine) krijgt het herhaalde geargumenteer iets vermoeiends of pedants. Na een tijdje is wel duidelijk waar D’Souza heen wil. Toch prikkelt zijn provocerende, bij tijden mild ironische stijl, al zullen sommigen de pastorale apologetiek van Tim Keller prefereren (In alle redelijkheid. Christelijk geloof voor welwillende sceptici, 2008). Keller heeft meer theologische diepgang, menselijke fijnzinnigheid en daardoor overtuigingskracht. D’Souza slaat breder om zich heen en rammelt zo in kort bestek aan veel filosofische, politieke en andere modern-heilige huisjes tegelijk. Het veelzijdige boek levert veel bruikbare en prikkelende eye-openers, maar vraagt om verdere verdieping.