De markt, hebzucht en de overheid

De markt, hebzucht  en de overheid

De ondernemer en de kredietcrisis

 

Door Herman Timmermans

 

 

KADER: een ondernemer over de crisis

De huidige crisis kwam onverwacht en nam wereldwijde proporties aan. Het angstbeeld van deze crisis is de Grote Depressie die begon bij de beurskrach in 1929. Miljoenen werklozen, verarmde burgers en samenlevingen op drift waren het gevolg.

Niemand kan op dit moment zeggen of de bodem van de crisis is bereikt, sommige tekenen wijzen daar wel op en dan is er uiteraard de hoop dat het weer wat beter wordt, dat de grote werkloosheid en de deflatie uitblijven.

Economen spreken elkaar tegen, beursanalisten laten het afweten. En waar zijn de oplossingen van de bankiers en de zakenbanken die de afgelopen 10 jaar furore maakten? En die mede deze crisis veroorzaakten?

In zo’n crisis kijkt ieder ook naar de overheid. Als instantie met de mogelijkheid om te trachten  negatieve effecten van de crisis te dempen. En als het kan mee te werken aan herstel.

Dit artikel is geschreven vanuit het besef dat overheid en bedrijfsleven soms zeer snel keuzes moeten maken op basis van onvolledige informatie. Toch worden een aantal kanttekeningen geplaatst vanuit de optiek van een ‘gemiddelde’ ondernemer/onderneming. Hoeveel van deze ondernemingen worden de dupe van een crisis waar ze part nog deel aan hebben? De overheid, die al diep ingrijpt in samenleving en markt, neemt nu maatregelen die het basisniveau van vertrouwen in het systeem pogen veilig te stellen. Dat is terecht. Maar ze steekt zich ook diep in de schulden om eigendom in banken te verwerven  en leningen/garanties aan banken  te verstrekken. De overheid grijpt nu dus nog dieper in. Het is de vraag of die steun goed gericht is en of het verwachte effect ook wordt bereikt. In elk geval is de steun vooral gegaan naar die banken die een actieve rol speelden in het ontstaan van de crisis. Het is zeer de vraag of al dat geld terug komt. En wie gaat die tekorten betalen?

 

 

 

Ondernemer zijn is mooi en hard werken. Met gedrevenheid voor je product of kennis waarmee je de klanten probeert te bereiken. Met altijd kunnen omgaan met afwisselend succes, tegenslagen en onzekerheid. En met gemiddeld genomen een laag tot een modaal inkomen. Dat geven onderzoeken aan als het gaat over de inkomens in de landbouw, de winkeliers, de kleine zelfstandigen, het MKB en grote delen van de grotere ondernemingen. Het is mooi werken, het verdient, maar het is helemaal niet de vetpot die velen denken. En deze bedrijven (ik denk ca 90% van het bedrijfsleven) hebben nooit gegraaid, alleen al omdat er door hen niets te graaien viel. Maar ze ondervinden wel de gevolgen van de wat nu heet: kredietcrisis.

 

Ik begin hiermee omdat het er soms op lijkt alsof de hele ‘markt’ de oorzaak is van de crisis. Niets is minder waar. Wel is in delen van het bedrijfsleven en vooral in de financiële sector en in de top van zeer grote bedrijven ruimte ontstaan om de hebzucht, die in ieder van ons aanwezig is, te botvieren.

 

Hypotheekcrisis en kredietcrisis

In de hectiek van deze crisis is het uiterst moeilijk om de oorzaak aan te wijzen. Maar over een paar hoofdoorzaken bestaat wel consensus. Een daarvan is dat de crisis begon als hypotheekcrisis in de VS, mede als gevolg van het feit dat de overheid daar eiste dat banken een bepaald deel van hun hypotheken om sociale motieven verstrekte aan burgers die rente en aflossing eigenlijk niet konden afbetalen terwijl ook de onderliggende vastgoedwaarde te laag was. En de banken gaven graag kredieten omdat daarmee hun omzet steeg en de winst op korte termijn, goed voor de bonussen. Vervolgens trachtten de banken en hypotheekverstrekkers als Freddy Mac en Fanny Mae hun risico te minimaliseren door pakketten overgewaardeerde hypotheken in moeilijke constructies aan collega-banken te verkopen. Alles ging goed doordat door een grotere vraag de waarde van het vastgoed toenam, maar bij daling van de prijzen ontstonden de problemen: mensen konden de hypotheek niet afbetalen: er is een hypotheek crisis.

Vervolgens ontstaat de kredietcrisis. Het vertrouwen tussen banken ebde weg, de interbancaire transacties kwamen tot stilstand en de banken met naar verhouding weinig liquide middelen kwamen in geldnood toen de rekeninghouders hun tegoeden uit veiligheid van de bank wilden halen. Het hele financieel systeem dreigde tot stilstand te komen. De grote crisis uit 1929 werd in de beeldvorming opnieuw werkelijkheid. Vandaar dat terecht overheden hun verantwoordelijkheden namen en bijsprongen. Want het ging om het herstellen van vertrouwen tussen de banken en van de burgers in het financiële systeem.

En terwijl in die situatie van banken kon worden verwacht dat zij juist wat soepeler krediet gaven aan de bedrijven en de consument om de vraag te stimuleren, verhoogden zij de voorwaarden voor de kredietverlening omdat de overheid eiste dat hun solvabiliteit moest verbeteren. Dat werkt dus tegengesteld.

 

Ieder is hebzuchtig

Hebzucht en materialisme zijn de grondmotieven voor deze crisis. Bijna ieder mens is hebzuchtig en wil graag meer. Ook in het bedrijfsleven. En als er mogelijkheden voor zijn zal die hebzucht ook toeslaan. Dat is wel gebleken.

Tijdens de crisis kwamen feiten aan het licht van het grote graaien van delen van de financiële sector: vooral de zakenbankiers. In het boek De Prooi van auteur Smit over de ABNAMRO wordt daarover uitvoerig geschreven. Vooral met opties en bonussen werd ingezet op  korte termijnsucces. Daarbij speelt dat de eis op het openbaar maken van de topsalarissen van het bedrijfsleven, afgedwongen door de overheid onder druk van de vakbonden, niet tot verlaging, maar tot een verhoging van de topbeloningen heeft geleid. Meer ontluisterend is het boek omdat het topmanagement van ABNAMRO maar niet in staat was een strategisch eenduidig beleid te voeren en gedreven werd door een mengeling van arrogantie en angst. Als ABNAMRO niet een andere partij zou overnemen dan werd zij, zo was de angst, door anderen overgenomen. Dat denken is nog steeds vrij algemeen aanwezig. In de energiesector (100% overheid) is schaalvergroting precies de motivatie voor de verkoop van het bedrijf.

 

Onthutsend?

Men noemt de inhoud van het boek De Prooi wel ‘onthutsend’. Dat valt mee. Ieder die de kranten leest, wist wat er aan de hand was. Maar in tijden dat de economische groei en de bedrijfswinsten hoog zijn, en de overheid ook van die sector dankbaar de vennootschapsbelasting incasseert, is er niet zo veel kritiek. Die kwam vooral op het moment dat veel ballonnetjes, ook van de kleine investeerder, werden lekgeprikt en ieder op eigen niveau niet meer kon meeprofiteren of meegraaien. Dan worden zondebokken gezocht. De schrijver van het boek over de ABNAMRO is terecht zeer kritisch over het graaien van delen van de banksector, maar zegt in een interview in NRC: “ik doe niet mee aan die discussies over hebzucht van bankiers. Iedereen is hebzuchtig.”

Het effect is dat de bancaire sector een forse imagoschade heeft opgelopen en dat de financiële sector als geheel weer met beide voeten op de grond staat: Het zijn gewoon risicomijdende geldverstrekkers, maar geen ondernemers. Maar hun rol in het geheel van de crisis is groot en daar ondervinden andere, op zich gezonde bedrijven, de wrange vruchten van.

 

Hoe moet de hebzucht worden aangepakt?

Hebzucht is iets wat in deze wereld aanwezig zal blijven. Maar in het algemeen gesproken kunnen we trachten elk in eigen verantwoordelijkheid de ruimte voor negatieve effecten van hebzucht te verminderen. Elk in eigen omstandigheden, omdat het bedrijfsleven niet zit te wachten op nog meer regels van de overheid (ik kom daar nog op terug) en omdat we concurrentie en persoonlijke verantwoordelijkheid moeten koesteren.

Welke maatregelen zou het bedrijfsleven kunnen nemen?

  1. het ter discussie stellen van de veronderstelling die wijdverspreid is dat je alleen kunt overleven als je een mondiale grote speler bent (bijvoorbeeld in de top 20 in je sector zit). Het gaat namelijk niet primair om omzet, maar vooral om innovativiteit en rendement.
  2. de rol van de commissarissen veranderen; vooral hun onafhankelijkheid ten opzichte van de directie vergroten. Ik denk dat we naar een ander type commissaris toegaan. Een persoon met misschien minder commissariaten, en dus meer tijd om zich echt in de onderneming te verdiepen. Iemand ook die  in de taakomschrijving ‘controle op de directie’ invulling geeft.
  3. voor de directies, indien bonussen worden gegeven, ook een afspraak over een persoonlijke malus bij het niet halen van de resultaten. En bij niet-presteren, geen gouden handdruk. Let wel, dit probleem doet zich in heviger mate voor in de non-profitsector. Daar geniet de manager de bescherming van een ambtenaar en de bonus van een commercieel bedrijf. Dat is teveel van het goede.
  4. accepteren dat een directeur naar het buitenland vertrekt. Dat was een van de argumenten uit het verleden: als we geen hoge salarissen bieden, vertrekken directeuren naar het buitenland. Mijn voorstel is dat dan te laten gebeuren. Ik denk dat het erg meevalt met de uitstroom.
  5. misschien een vermindering van de uitwassen van een managerscultuur, waarbij de gedachte bestaat dat een manager overal kan worden ingezet, geen verstand hoeft te hebben van de inhoud en niet te lang op één plek moet zitten. Misschien gaan we wat terug naar de bedrijfsleider met hart voor het product en de mensen waarmee hij langer samenwerkt.
  6. meer aandacht voor de beperkingen van de onderneming en daar ook genoegen mee nemen. Dan maar niet die overname of dat extra vreemd vermogen ( en dito afhankelijkheid van banken).

 

De overheid als (slecht) voorbeeld

De economische crisis kent geen eenduidige veroorzaker. Het is niet alleen een deel van het bedrijfsleven, ook de overheid stond actief aan de wieg van een aantal van de oorzaken, zoals het openbaar maken van de salarissen. Die maatregel heeft juist ruimte voor het uitoefenen van de hebzucht bevorderd. De verkoop van de energiesector is daar een voorbeeld van. Juist de overheden kregen dollartekens. Ook wil ik het aspect van jarenlange begrotingstekorten, het opgebruiken van de aardgasbaten en het oplopen van de staatsschuld noemen. Het is gewoon boven je stand leven. Als de overheid tekorten heeft en niet gewoon keuzes durft te maken (het kan wel, maar er is geen wil) waarom dan wel de burger? En de gouden handdrukken bij de overheid?  En hun salarisstijging zonder dat er een arbeidsproductiviteitsstijging tegenover stond? En de invloed van de bureaucratie? Het zal mij verbazen als de doelstellingen van de administratieve lastenverlichting worden gehaald.

Het bedrijfsleven ervaart de overheid zoals die in de praktijk is, terwijl de politiek graag beoordeeld wil worden op de goede bedoelingen en de plannen. Dat zijn twee verschillende werelden. Terecht heeft de overheid geplande investeringen naar voren gehaald. Daarmee blijven bedrijven aan het werk. Wat echter niet gebeurde is dat de overheid anticipeerde op een drastisch teruglopen van de belastinginkomsten door op de niet-langjarige investeringen, de bestedingen fors te bezuinigen.

 

Aanbevelingen voor het kabinet

Dit kabinet doet er goed aan om:

  1. vertrouwen uit te stralen en in de communicatie de crisis niet groter te maken dat zij is. Want omdat economie voor een groot deel psychologie is, is een te negatieve toonzetting contraproductief.
  2. terughoudend te zijn, ook omdat het overheidsbeleid vaak juist het tegenovergestelde effect heeft van de bedoelingen, zie de bovengenoemde effecten van de openbaarmaking van de inkomens. En omdat de overheid precies hetzelfde doet als ze het bedrijfsleven verwijt, bijvoorbeeld rond de schaalvergroting in de energiesector en de verkoop van bezittingen.
  3. een aantal maatregelen uit het verleden, zoals de openbaarmaking van de inkomens en de solvabiliteitseis aan de banken, te heroverwegen.
  4. de staatsschuld en het overheidstekort (ongeacht andere landen) laag te houden en in termijnen terug te brengen. Om de samenleving het signaal te geven dat ook de overheid kiest voor matiging, duurzaamheid en het tegengaan van verspilling.
  5. investeringen in bijvoorbeeld woningbouw, infrastructuur en onderhoud naar voren te halen. Er kan zo ook een beleidswijziging optreden door de aardgasbaten geheel te gaan besteden aan fondsvorming voor duurzame kapitaalsinvesteringen.
  6. de enorme verspilling door bureaucratie en niet effectief beleid tegen te gaan. Dat levert miljarden per jaar op. Op een bedrag van 230 miljard aan uitgaven in de begroting moet moeiteloos 7 a 10% bezuinigd kunnen worden. Maar dat is moeilijk uitvoerbaar voor mensen die zelf niet anders gewend zijn dat van overheidsbijdragen en subsidies te leven. Maar laten we die uitdaging aangaan. Dat levert de komende jaren belastingvoordeel op voor ondernemers die nu op of net boven het bestaansminimum zitten. Dat maakt het mogelijk voor ondernemingen om financiële middelen te reserveren voor onzekere tijden of die te kunnen aanwenden voor innovatie (en zo minder afhankelijk van financiële instellingen te worden). En voor de burgers die dan zelf meer keuzes kunnen maken voor onder meer onderwijs en gezondheid. Het levert ook een efficiëntere en transparantere overheid op.
  7. de uitweg uit de problemen van de overheidsfinanciën niet te zoeken in belastingverhoging. Dat is niet nodig en het verzwakt de samenleving. Laten we het in elk geval niet zoeken bij de bedrijven die geen schuld aan de crisis hebben maar er wel de dupe van zijn.

 

 

 

 

Herman Timmermans is werkzaam bij het advies en ingenieursbureau DHV. Ondermeer was hij van 1998-2007  voorzitter van Christennetwerk GMV en van 1983-1990 directeur van de Groen van Prinsterer Stichting.

 

 

Samenvatting

- Bij de meeste bedrijven wordt niet gegraaid

- Wel kan het bedrijfsleven maatregelen nemen

- Maar dat geldt evenzeer voor de overheid