Raad van State

Raad van State

 

Door Tim Vreugdenhil, theoloog en predikant van Stadshartkerk Amstelveen

 

Terwijl de kiezer steeds meer op drift raakt, klinkt onder intellectuelen de roep om wijziging van het Nederlandse politieke bestel. Bij de presentatie van het jaarverslag 2008 van de Raad van State noemde de vice-president, mr. Herman Tjeenk Willink, expliciet het gevaar van het inzakken van de democratische rechtsorde, het risico op een sociale crisis. Willen we dat voorkomen, dan dienen we volgens Tjeenk Willink twee dingen scherp in de gaten te houden: 1) het besef dat wetgever, bestuur en rechter, staat, markt en burgersamenleving van elkaar afhankelijk zijn en gezamenlijk er op moeten letten dat ieder voldoende tegenwicht krijgt; en 2) dat burgers bereid dienen te zijn om oog te hebben voor méér dan hun individuele belang.

 

Sombere onderkoning

Een analyse waar vrij luchtig mee is omgesprongen. Wat ik er van terugzag in de media, was het afschilderen van de ‘onderkoning’ als een traditionele sombermans: ‘hij moet dit nu eenmaal zo zeggen’. Beter is het om zijn woorden te wegen: helpen ze om de problemen van ons staatsbestel en de maatschappelijke situatie als geheel goed te doorgronden? Klopt het als Tjeenk Willink hardop zegt dat onevenwichtigheid in de markten of bij de banken mede wordt veroorzaakt door gebrek aan evenwicht bij de overheid? Het gaat een paar slagen dieper dan kreten als hebzucht en graaigedrag.

De beide desiderata van Tjeenk Willink vragen hoe dan ook om een moreel kader. Wie bepaalt immers wat in een maatschappelijke constellatie gewicht, overwicht en tegenwicht is? En hoe definiëren we het algemeen belang? Kan de huidige grondwet als zo’n moreel kompas dienen? Daarin worden immers fundamentele dingen gezegd over het ‘evenwicht der machten’ en over het algemeen belang. Zou wat Tjeenk Willink voorstaat beter bij wet geregeld moeten worden? Of staat het allemaal geweldig op papier, maar blijkt het in de praktijk vrij eenvoudig voor een volk om zijn eigen wetgeving niet zo ernstig te nemen? Het zou interessant zijn als Tjeenk Willink zich daarover nader zou uitspreken.

 

Inspiratie voor de overheid

Wellicht uit ‘de onderkoning van Nederland’ zich – bij al zijn moed en stelligheid, hij steekt zoals weinigen zijn nek uit – op één punt nog te aarzelend. Misschien hoopt hij ergens nog dat burgers uit zichzelf gaan doen wat juist de overheid hen moet vertellen. Misschien is hij, sociaal-democraat van huis uit, ook een hartstochtelijk liberaal. Hij waarschuwt voor een naderende crisis, zonder al te zeer de huidige praktijk te be- laat staan te veroordelen. Onevenwichtigheid in de politieke en bestuurlijke verhoudingen en het stellen van het eigen boven het algemeen belang is in de praktijk meestal onrecht. Iemand moet daar een oordeel over vellen. De staat is er ter wille van het recht, schreef de theoloog Emil Brunner ooit. Een volksgemeenschap dient een rechtsgemeenschap te zijn, en wie anders dan de overheid zou dit moeten bevorderen en bewaken?

Waar haalt de overheid dat allemaal vandaan? Juist in een tijd dat de overheid zélf verlegen raakt – wat oneindig veel beter is dan een overheid die met grote stelligheid haar wil oplegt – kan het goed zijn een gedachte uit de christelijke politieke ethiek opnieuw te doordenken: de wet van de Heer is volmaakt: levenskracht voor de mens. (Psalm 19,8) Christelijke politici kunnen voorlopig vooruit om de vragen van Tjeenk Willink vanuit bijbelse inspiratie verder te brengen.