Op zoek naar kapstophaakjes

Op zoek naar kapstokhaakjes

 

Interview met Nico Schipper

 

Door Geert Jan Spijker

 

KADER

Nico Schipper is nu drie jaar wethouder in Nunspeet. Hiervoor was hij onder meer voorlichter van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie. Onlangs werd hij voorzitter van de Bestuurdersvereniging (BV). Hij schrijft momenteel een boek over tien jaar ChristenUnie.

 

 

Nico Schipper zit goed op zijn plek als wethouder van Nunspeet. Rustig, maar vol overtuiging spreekt hij over welke eisen deze tijd stelt aan het wethouderschap en hoe hij dat invult in zijn gemeente. De kersverse voorzitter van de Bestuurdersvereniging (BV) zit vol met ideeën voor de komende jaren, onder meer als het gaat om een meer politieke profilering van de BV. Alsof hij niet genoeg te doen heeft, schrijft hij momenteel ook een boek over tien jaar ChristenUnie. “We moeten ons niet blindstaren op Den Haag.” 

 

Je bent al lange tijd actief binnen de ChristenUnie en daarvoor de RPF, onder meer als opbouwwerker en als voorlichter bij de Tweede Kamerfractie. Hoe ben je eigenlijk bij de ChristenUnie terechtgekomen?

Mijn vader was al politiek actief toen de RPF voor het eerst landelijk meedeed. Ik zie dat RPF-foldertje nog voor me. Politiek heeft me altijd aangesproken. Ook vanwege het theatrale karakter, hoor. Mijn eerste herinnering aan politiek is een debat tussen Van Dam en Lubbers, begin jaren tachtig. ‘Je hebt je laten belubberen’, citeerde Van Dam toen een fictieve huisvader die met een eenmalige uitkering thuiskwam. Politiek is ook gewoon leuk, vanwege het spelelement dat erin zit. Laten we daar vooral niet ingewikkeld over doen. Maar uiteindelijk gaat het er om dat je als politicus de samenleving dient: wat is er mooier?

 

Politiek is toch ook een machtsspel?

Natuurlijk hoort macht erbij, evenals ijdelheid, maar je moet daar niet in opgaan. Dienstbaarheid moet de toon zetten. Ik heb liever dat ChristenUnie-politici wat naïef zijn dan dat ze opgaan in een machtscultuur. Dat sluit slim en handig opereren overigens niet uit. Maar je moet altijd narekenbaar zijn in de politiek. Je moet op open wijze verantwoording kunnen en willen afleggen aan de burger.

 

Wethouder als verbinder

 

Veel wethouders worden momenteel voortijdig naar huis gestuurd. Men zegt wel: ‘de macht van de wethouder is tanende.’ Klopt dat?

Het dualisme vraagt een nieuwe opstelling van wethouders. Met name langzittende wethouders – die het vorige stelsel hebben meegemaakt - hebben daar moeite mee. Een wethouder moet nu veel meer dan voorheen een verbinder zijn. De wethoudersrol is die van een makelaar tussen verschillende partijen in het publieke domein. Hij moet van soms heel uiteenlopende wensen chocola maken. Die benadering past op het eerste gezicht misschien niet zo goed bij de ChristenUnie, want wij hebben een uitgesproken visie die de basis vormt voor onze politieke keuzes. Maar toch denk ik dat onze visie op de samenleving, waarin iedereen op z’n eigen plek zijn verantwoordelijkheid neemt, kansen biedt voor een vruchtbare dialoog. Er zijn in de samenleving een heleboel kapstokhaakjes te vinden om het zoeken naar draagvlak van onderop te combineren met de ontwikkeling van beleid dat naadloos aansluit bij onze christelijk-sociale visie, omdat die o zo actueel is.

 

Noem eens een concreet voorbeeld van zo’n kapstokhaakje.

In het kader van de WMO doen we in Nunspeet onderzoek hoe we sociale samenhang kunnen bevorderen. Het blijkt onder meer dat bij velen het beeld bestaat dat kerken vooral intern gericht zijn: eilandjes zijn in de samenleving. Dan is het belangrijk dat kerken zich niet aangevallen voelen, maar het als een uitdaging zien dat beeld bij te stellen.

De wil om een verandering te bewerkstelligen moet uit de mensen zelf komen. Die kun je niet afdwingen, maar je kunt er wel over praten. Ik speel mijn rol als ‘makelaar’, maar breng vrijmoedig mijn christelijk-sociale visie in. Dat hoeft elkaar helemaal niet te bijten, als je maar respect voor elkaar toont. Beleid bepaal je niet in een ivoren toren, maar in gesprek met mondige burgers. De wethouder stelt zich dus niet dominant op, maar vervult een regierol. Hij neemt de burgers mee en stimuleert dat zij de beleidskeuzes die gemaakt worden tot iets van zichzelf maken. Goede communicatie is daarvoor cruciaal.

 

Confessionele meerderheid

 

Samen met de SGP (6 zetels) heeft de ChristenUnie (5 zetels) hier een meerderheid. Hoe gaan jullie daarmee om? Gaan jullie vloekverboden doorvoeren?

Bij de SGP zitten ze wel eens te rekenen, is mijn indruk. Zo van: ‘We zijn als confessionele partijen in de meerderheid, dat moeten we uitbuiten’. Als ChristenUnie moeten we niet met dat soort machtspolitiek meegaan. We zoeken het goede voor de héle samenleving. Ik merk nogal eens dat Nunspeet en vergelijkbare gemeenten, zoals Rijssen en Staphorst, een imago hebben dat verbod op verbod gestapeld wordt. Dat is niet terecht, maar wel een gegeven. Dan is het nogal kort door de bocht om anderen daarvan de schuld te geven en niet in de spiegel te kijken. We moeten ons afvragen: ‘Waar komt het beeld vandaan dat een confessionele meerderheid dingen oplegt aan een niet-confessionele minderheid?’ Mijn SGP-collega is er vanwege het gemeenschappelijke imago trots op dat Nunspeet en Rijssen en Staphorst in één adem worden genoemd. Ik heb daar gemengde gevoelens bij, want in de christelijke politiek moeten we niet rekenen maar dienen.

Christelijke politiek gaat niet primair om verboden. In de kern Vierhouten is bijvoorbeeld één keer per jaar, op zondag, een wilddag. Dat is een groot evenement, maar we verbieden het niet. Wel hebben we gevraagd of het niet op zaterdag zou kunnen, zodat ook kerkgangers aan dit leuke evenement kunnen meedoen. Inmiddels is het echter zo groot geworden dat het op zondag en zaterdag plaatsvindt. Maar goed, het veroorzaakt geen overlast en niemand wordt gehinderd in de kerkgang. Als je het zou verbieden, doe je dan als overheid iets verstandigs? Voor mij is dat zeer de vraag. 

 

Maar de overheid kan toch normen opleggen?

De overheid normeert altijd. De overheid is altijd zedenmeester. Maar normeren zonder motiveren werkt niet. Ook hierin zijn christen-bestuurders weer de verbinders, de makelaars. Mensen moet zelf het positieve van een norm ontdekken. Dat is een voorwaarde om erin meegenomen te worden. De overheid kan dat stimuleren en sturen: laat mensen zelf ontdekken dat normen waardevol zijn, bijvoorbeeld door ze te betrekken. Denk aan de stadsregels in Gouda.

 

Rentmeester op de Veluwe

 

Je hebt ook natuur in je portefeuille. Dat moet een ChristenUnie-wethouder deugd doen, zeker in deze omgeving. Hoe ga je daarmee om?  

De omgeving van Nunspeet is uniek in Nederland. En ik wil daar in het kader van het rentmeesterschap natuurlijk zuinig op zijn, maar er is ook een andere kant. Die enorme hoeveelheid bos- en heidegebied is tengevolge van doorgeslagen regelgeving ook een belemmering voor de economie en de verdere ontwikkeling van de gemeente. Nunspeet wil graag een vitale gemeente zijn – nu en in de toekomst - en dat vraagt niet om stilstand maar om ruimte voor ontwikkeling. Maar dat blijkt lastig, want er zijn veel vastgelegde, en mijns inziens overdreven beperkingen. Wij willen namelijk helemaal geen gekke dingen doen, maar flora en faua kunnen veel meer hebben dan de beschermende regelgeving doet vermoeden. Bij een belangenafweging kunnen natuurwaarden niet altijd bepalend zijn, dat kan evengoed de landbouw zijn.

 

Maar duurzaamheid is toch een speerpunt van de ChristenUnie?

Ja, maar je moet ook naar de context kijken. Natuur is in deze gemeente zo goed vertegenwoordigd, dat het wel wat kan hebben. Politiek impliceert een integrale afweging van diverse belangen: die van natuur, maar ook die van economie, landbouw, individu, etc. Bestuurders moeten publieke belangen in het oog houden en tot een afweging komen die boven deelbelangen uitstijgt. Dan moet de natuur soms ruimte maken voor nieuwe ontwikkelingen. Het maakt nogal wat uit of je rentmeester bent op de Veluwe of in de Randstad…

 

Dus, om een recent voorbeeld te noemen, zwijnen mogen worden afgeschoten.

Ja, als die zwijnen, die hier in enorme aantallen zijn, een gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid wel. Het aantal moet beheersbaar zijn. Afschot moet natuurlijk omgeven zijn met voldoende voorwaarden, maar als in het verkeer slachtoffers vallen - ook nog nadat automobilisten hun snelheid hebben aangepast - dan gaat het welzijn van mensen voor. Veel mensen in het westen van het land snappen dat niet en al helemaal niet dat de ChristenUnie dit steunt.

 

Tien jaar ChristenUnie

 

Op 22 januari 2010 bestaat de ChristenUnie 10 jaar. In dat kader ben je met een boek bezig over de partij. Kun je iets over de inhoud zeggen?

Tja, ik weet niet wat ik daar nu over wil vertellen [lacht]. Om een beeld te geven, het boek zal gaan over de mensen, de missie, de macht, de modder.

 

Over macht en modder gesproken: wat vind je van de regeringsdeelname?

Regeringsverantwoordelijkheid biedt veel kansen en leidt ook tot herkenbare resultaten. Het risico is wel dat we ons als partij blindstaren op Den Haag, terwijl het bijzondere nu juist is dat de ChristenUnie op álle bestuurlijke niveaus goed vertegenwoordigd is: ook provinciaal en lokaal. De kansen die dat biedt, moeten we pakken. Daar zijn we echter nog onvoldoende op ingesteld. Dat kan beter. We moeten meer een netwerkpartij worden, om beter te kunnen schakelen tussen de verschillende bestuurlijke niveau’s. Het is bijvoorbeeld nuttig als bestuurders in het land de weg naar Den Haag kennen.

 

Dus een positief gevoel van ‘kansen benutten’ overheerst?

Jazeker. Intussen ben ik wel teleurgesteld over het weglekken van de dankbaarheid en verwondering die er was toen de ChristenUnie in 2007 in het kabinet stapte. Toen werd daar met verbazing over gesproken en was er volop voorbede voor het kabinet. Nu merk ik daar nog heel weinig van, terwijl ik wel kritiek beluister. We lijken het nu alweer vanzelfsprekend te vinden dat we meeregeren. Ik vind het dramatisch om te zien hoe snel de verwondering is verdwenen en de voorbede is verstomd. Christenen in de politiek willen hun werk doen in afhankelijkheid van God en in de wetenschap dat ze gedragen worden door gebed.

 

Wat vind je meer algemeen van de discussiecultuur binnen de partij?

De manier waarop we binnen de partij discussiëren en kritiek leveren op elkaar verdient niet de schoonheidsprijs. Op volwassen wijze met elkaar debatteren kunnen christenen minder goed dan anderen, lijkt het. We hebben de onweerstaanbare behoefte om elkaar de maat te nemen. Dat komt misschien door angst voor de glijdende schaal. Maar we moeten waarheid en liefde goed in balans houden.

 

De rol van de BestuurdersVereniging

 

Je bent voorzitter van de BV geworden. Zie je op dit punt een taak voor de BV weggelegd?

We kunnen hier inderdaad een rol spelen, onder andere door het faciliteren van het onderlinge gesprek. Elkaar ontmoeten is wezenlijk. We moeten ook doorpraten over hoe je je onderscheidt als ChristenUnie-bestuurder. Ook wil ik de BV politieker maken. Soms moeten we als BV een tegenstem kunnen laten horen binnen de partij, vanuit het perspectief en het belang van het lokale en provinciale niveau. Soms zullen er ook situaties zijn waarin onze mensen in Den Haag met meel in de mond spreken. Wij kunnen dan als BV vrijmoedig spreken, zoals onlangs op het Bestuurderscongres in de richting van het CDA: “Ga eens wat vaker naast de ChristenUnie staan.”

 

De lokale verkiezingen komen eraan. Heb je nog tips voor bestuurders?

Als ik lokaal om me heen kijk vraag ik me wel eens af waar het eigen profiel van de ChristenUnie is. Lokaal zie je dat we soms een aanhangwagen van de SGP zijn of  een soort christelijk gemeentebelang. Dat verwart kiezers: is onze lokale ChristenUnie nou dezelfde als de landelijke ChristenUnie of niet? Het is een uitdaging om gezamenlijk aan onze herkenbaarheid te werken. Wat betekent ons christelijk-sociaal profiel inhoudelijk op lokaal niveau?

Daarnaast doe ik een oproep aan bestuursleden van kiesverenigingen: maak alsjeblieft representatieve, brede kandidatenlijsten, zodat de verschillende kerkelijke stromingen zich daarin herkennen. De ChristenUnie is breder geworden, bijvoorbeeld als het gaat om de PKN. Laat dat zien op de kandidatenlijsten. Hier is een inhaalslag te maken.